U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, u hebt van het paasreces gebruikgemaakt om uw opdracht in het buitenland waar te nemen. U was in Cuba, maar ook in het noorden van Irak, meer bepaald in de Autonome Koerdische Regio. U bracht daar een werkbezoek op uitnodiging van de president van de regio, Massoud Barzani.

Op het programma stonden naast gesprekken met de president en met de eerste minister Nechirvan Barzani, ook gesprekken met de Koerdische minister van Buitenlandse Zaken Falah Mustafa Bakir, en met minister van Planning Ali Sindi. U bracht een werkbezoek aan de hoofdstad Erbil met onder andere de als UNESCO-werelderfgoed erkende citadel van Erbil.

Belangrijk in de actuele context is dat er ook aandacht was voor de vluchtelingen in het vluchtelingenkamp Gawilan. Er was een contact met de Kurdish Chamber of Commerce en de Kurdistan Investment Board.

Koerdistan staat als regio op dit moment in het middelpunt van de belangstelling. In die zin is het goed dat Vlaanderen daar op het hoogste niveau aandacht aan besteedt en dat u, minister-president, daarnaartoe bent gegaan in deze brandend actuele situatie. U hebt niet alleen de gemakkelijke plaatsen bezocht, maar ook Koerdistan.

Na de Eerste Wereldoorlog werd met het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk de hele kaart hertekend, en Koerdistan bleef met lege handen achter. De Koerden leven verspreid over het grondgebied van meerdere staten. Maar de laatste jaren hebben ze zich op de regionale en internationale kaart gezet als een factor van groot strategisch belang.

Binnen Irak is de Koerdische regio in vergelijking met de rest van het land een baken van stabiliteit. Ik zeg niet dat daar geen problemen zijn, maar in andere delen van Irak zijn de problemen ongetwijfeld groter. In Syrië blijken de Koerden een van de weinige partijen te zijn die Daesh/IS het hoofd kunnen bieden. Binnen Turkije zijn de vredesbesprekingen helemaal stilgevallen en neemt het geweld in de Koerdische regio hand over hand toe. Het is niet te onderschatten wat daar gebeurt en misschien onderbelicht blijft in onze media.

Ondanks het wegvallen van de sancties tegen Iran blijft dat land met zijn Koerdische vraag kampen. De mensen die opkomen voor autonomie en respect voor het Koerdische bewustzijn, worden in Iran met heel harde hand bekampt. Hoewel de situatie in de verschillende staten verschilt, kan niemand ontkennen dat er tussen de Koerdische gemeenschappen in de verschillende staten nauwe banden bestaan en dat evoluties in het ene land altijd een weerslag hebben op de situatie van de Koerden in de buurlanden. Het maakt heel wat van die landen zenuwachtig als blijkt dat in een van die gebieden, zoals nu in Noord-Irak, de Koerden erin slagen meer autonomie te verwerven en steeds meer de vorm van een staat aannemen.

Elk contact met een van de Koerdische entiteiten heeft onwillekeurig ook een betekenis voor de Koerden in de andere statelijke entiteiten. Zo was zowel Turkije als Syrië misnoegd met de eenzijdige verklaring van de Syrische Koerden in maart dat de Koerdische regio’s in het noorden van Syrië – dat zijn enkele kantons waarvan de enen hopen dat ze met elkaar kunnen worden verbonden en anderen dat absoluut willen tegenwerken – een autonome deelstaat zouden worden binnen een toekomstig federaal en democratisch Syrië. Een evolutie die op het eerste zicht in Vlaanderen alleszins op begrip moet kunnen rekenen. Zaken als federaal en democratisch zijn bij ons natuurlijk herkenbaar.

De Syrische Koerden werken naar het voorbeeld van de Irakese Koerden gestaag aan een autonome regio. De strijd die momenteel in het zuidoosten van Turkije woedt tussen de Turkse strijdkrachten en de militante Koerden heeft de voorbije maanden een bloedige wending genomen. Bepaalde steden worden van de buitenwereld afgesloten en aan beide zijden vallen veel slachtoffers te betreuren. De humanitaire gevolgen van de confrontatie waar de regering-Erdogan op aanstuurt, zijn zeer ernstig.

Minister-president, met uw bezoek hebt u alleszins aangetoond dat Vlaanderen de belangrijke evoluties in dat deel van de wereld van nabij volgt en er ook een rol wil spelen. Welke doelstellingen had uw werkbezoek? Zijn de verwachtingen ingelost?

De Autonome Koerdische regio in Irak neemt zeer veel vluchtelingen op uit de gebieden die door Daesh/IS worden bezet. Is deze problematiek ter sprake gekomen? Zal Vlaanderen op een of andere wijze bijstand verlenen om de vluchtelingen zo dicht mogelijk bij hun woonplaats in veilige omstandigheden op te vangen in de Koerdische regio? In welke domeinen zijn er afspraken gemaakt over samenwerking tussen de Koerdische Autonome Regio en Vlaanderen? Is er gesproken over de bescherming en het herstel van erfgoed? Is tijdens de politieke ontmoetingen ook de situatie van de Koerden in Syrië en Turkije ter sprake gekomen? Welke standpunten neemt de Vlaamse Regering in ten opzichte van de evoluties in de verschillende Koerdische gebieden in de verschillende staten in het Midden-Oosten? Op welke wijze kan Vlaanderen de stabiliteit die de Koerdische Autonome Regio in Irak kenmerkt, versterken?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Kennes, dank u voor uw goed gedocumenteerde vraag om uitleg. Ik ben naar de Koerdische Autonome Regio gegaan op uitnodiging van de Koerdische president Barzani. Het kan worden bekeken als een tegenbezoek voor de ontmoeting die ik in september vorig jaar had met een Koerdische delegatie onder leiding van de minister van Religieuze Zaken. Mijn missie is uitstekend verlopen. Ik heb er zowel politieke, economische als humanitaire contacten kunnen leggen.

Ik had politieke contacten met president Masoud Barzani, met de eerste minister Nechervan Barzani, met Pishtiwan Sadiq, minister van Onderwijs en Religieuze Zaken, met dr. Ali Sindi, minister van Planning en Handel. Ik had economische contacten met de kamer van koophandel en ook een aantal humanitaire contacten met de katholieke aartsbisschop Warda, alumnus van de KU Leuven, en metropoliet Sharaf van Mosoel, zelf ontheemd. De man is Mosoel moeten ontvluchten, dat nog altijd is bezet door IS.

Ik had ontmoetingen met het Human Rights Office van UNAMI, de VN-missie in Irak, met vertegenwoordigers van de universiteit van Dohuk, met de verantwoordelijken van Rode Kruis Vlaanderen en met het bestuur van het vluchtelingenkamp Gawilan. Ik ben vrijdag naar het front gegaan bij de Koerdische Peshmerga, die een heel grote verdienste hebben in het standhouden tegen IS, die IS hebben teruggedreven. Koerdistan heeft een front van 1000 kilometer, en heeft 5,5 miljoen inwoners. Ze hebben geen zware wapens, ze kregen wel luchtsteun van de Amerikanen. Momenteel is het een stellingenoorlog met af en toe zelfmoordenaars van IS die binnenglippen en hun bommen laten ontploffen.

Zaterdag, de dag van mijn vertrek, heb ik een bezoek gebracht aan het vluchtelingenkamp Gawilan, vlakbij Erbil, waar ongeveer 6500 vluchtelingen uit Syrië worden opgevangen. Ik heb er gesprekken gehad met het bestuur van dat kamp, met het medisch en onderwijzend personeel en met de mensen die er leven. Ik heb het daar gezegd en bevestig het hier: het is mijn indruk dat Koerdistan een baken is van stabiliteit in de regio, en ook een basis van tolerantie. De bevolking is voor 80 procent moslim, maar de christenen, de jezidi’s, alle religies zijn daar welkom. Niet alleen wordt hen geen strobreed in de weg gelegd, ze maken er deel uit van de samenleving, ze zitten in het parlement, zitten in de regering. Bovendien vangen de Koerden met hun kleine bevolking maar liefst 1,8 miljoen vluchtelingen op. Dat wordt wereldwijd niet erkend omdat ze zogezegd ‘maar’ 250.000 vluchtelingen uit Syrië hebben. Ze vangen echter ook 1.550.000 internally displaced persons (IDP’s) op. Het opmerkelijke daaraan is dat 80 procent van die mensen in gezinnen zijn opgenomen. Dat is ongelooflijk voor zo’n land, voor zo’n samenleving. Men boekt er weliswaar zeer grote vooruitgang. Het heeft economisch ook een aantal troeven, met olie en dergelijke meer, maar lijdt op dit ogenblik wel zeer zwaar onder de oliecrisis. Het krijgt ook de middelen van Bagdad niet. Het heeft immers een akkoord gesloten waardoor het een transfer zou krijgen van 17 procent van de middelen. Die middelen komen niet binnen. John Kerry was daar trouwens op dat moment, en die heeft gezegd erop te staan dat 17 procent van de VS-hulp wordt getransfereerd, maar eigenlijk zou men er veel meer moeten krijgen. De Koerden staan immers ook in voor de opvang van die IDP’s, die mensen op de vlucht, en ze maken geen onderscheid tussen Arabieren en jezidi’s, of op basis van welke overtuiging ook.

Ik heb ten slotte ook een live televisie-interview gehad en een persconferentie kunnen geven. Ik moet zeggen dat er wel heel veel belangstelling was voor het bezoek. Zij bieden dus onderdak aan een kleine 250.000 Syrische vluchtelingen. Tussen haakjes, de mensen waarmee ik heb gesproken in die kampen, zeggen terug te willen gaan naar Syrië als dat mogelijk is. Die mensen hebben daar hun have en goed achtergelaten. Soms leven daar drie generaties samen. Het is een zeer kinderrijke populatie: meer dan 50 procent is jonger dan 18 jaar in die vluchtelingenkampen. De Koerden geven onderwijs aan die mensen, op hun kosten. Eigenlijk zou de internationale gemeenschap daarvoor een tegemoetkoming moeten geven. Dat is ook het statement dat ik daar heb gemaakt. Men moet ook erkennen dat zij instaan voor die IDP’s. Dat is een ontzettend grote inspanning en die tellen niet mee, dat zijn geen vluchtelingen, dat zijn mensen die zich binnen Irak hebben verplaatst, binnen die staat die inderdaad na de Eerste Wereldoorlog is gecreëerd. Van alle Syrische vluchtelingen in Irak vangen zij 97 procent, dus bijna 100 procent op.

In 2014 heb ik Rode Kruis-Vlaanderen al 400.000 euro gegeven. Dat ging toen vooral over watervoorziening en sanitaire installaties in die vluchtelingenkampen. Nu heb ik naar aanleiding van mijn bezoek bijkomende noodsteun van 250.000 euro gegeven. Dat is niet uitsluitend voor het vluchtelingenkamp Gawilan. Dat wordt vooral samen met het Duitse Rode Kruis en ook met het Franse Rode Kruis verspreid over de vluchtelingen. Het totale bedrag dat het Rode Kruis samenbrengt, is veel groter. Het gaat over een breder project, van 4,2 miljoen euro, waaraan heel veel wordt bijgedragen. Het Duitse Rode Kruis heeft onder andere in dat kamp alle tenten vervangen door gemetseld materiaal. De eerste vluchtelingen wonen daar immers nu al drie jaar, en die tenten overleven eigenlijk maar een jaar.

Dan waren er de vragen over afspraken en samenwerking met betrekking tot erfgoed. Natuurlijk is er daar schitterend erfgoed, bij de bakermat van de beschaving. De citadel is wondermooi. Gelukkig is Erbil niet veroverd en bezet geweest door Daesh. Het heeft misschien niet zo veel gescheeld. Ze stonden vrij dicht bij de hoofdstad en de luchthaven, maar zijn er niet in geslaagd. Die citadel is dus niet verwoest. Er is wel heel veel werk. Men verricht daar schitterend restauratiewerk. Men is ook erkend door UNESCO. Er zijn ook een aantal internationale organisaties die in dat erfgoed kantoren openen, zodat er wordt gekomen tot een hergebruik van een aantal van die gebouwen.

De Koerdische regering heeft ook niet gevraagd om een of andere ondersteuning met betrekking tot de citadel. Wel is het zo dat ik, zoals u weet, een nieuwe overeenkomst met UNESCO sluit: we spannen ons in om met UNESCO samen te werken op het vlak van deradicalisering, tolerantie en culturele diversiteit. De jongste jaren heb ik al steun gegeven aan beschermingsmaatregelen door UNESCO met betrekking tot onder andere Syrisch cultureel erfgoed, voor een bedrag van 170.000 dollar. Ik onderzoek ook nog de mogelijkheid van het ondersteunen van de heropbouw van Palmyra, dat heel onlangs werd bevrijd van IS en waar IS kolossale verwoestingen heeft aangebracht.

We hebben het niet expliciet gehad over de situatie van de Koerden in Syrië en Turkije. Het ging over de Koerdische regionale regering. Het is wel zo dat die situaties van die Koerden totaal verschillend zijn. U hebt er ook op gewezen. De Turkse regering voert strijd tegen de PKK, die terroristisch te werk gaat, die bomaanslagen pleegt en dergelijke, die we alleen maar kunnen veroordelen. Tegelijkertijd heeft de Turkse regering echter goede betrekkingen met de Koerdische regionale regering in Irak. Er is een pijpleiding waarmee ze de Turken bevoorraden met olie, en ze gaan een nieuwe gasleiding bouwen. De situatie van de Koerden in Turkije, van de Koerden in Syrië, van de Koerden in Irak en van de Koerden in Perzië/Iran is eigenlijk dus vaak een geostrategisch verschillende relatie. Er zijn alleszins goede economische relaties tussen Turkije en Iraaks Koerdistan. Er is geen enkele aanwijzing dat dit op een of andere manier de relaties met Turkije zou gaan beïnvloeden.

Wel vind ik dat we erover moeten waken dat het aanhalen of het bespreken van de banden tussen de EU en Turkije niet ten koste van de Koerden gaat. U hebt er zelf op gewezen: in de Eerste Wereldoorlog is er heel veel toegezegd aan de Koerden. Het eerste akkoord voorzag in autonomie, in een staat voor de Koerden, die met 35 miljoen mensen zijn. Dan is Atatürk sterker geworden in Turkije en is er een nieuw vredesakkoord gesloten, de Vrede van Lausanne. Plots was de situatie van de Koerden weggelaten uit het verdrag. Sindsdien streven de Koerden in al die gebieden op een of andere manier naar autonomie. De president heeft me gezegd dat hij opnieuw wil onderhandelen met Bagdad. Hij wijst er terecht op dat de Koerden heel veel voor Bagdad hebben gedaan. Ze doen zelfs bewakingsopdrachten in Bagdad. De peshmerga’s vormen echt een zeer gedisciplineerd, zeer goed leger van 150.000 mensen, mannen en vrouwen. Ze hebben ook geen vinger uitgestoken naar de Arabieren, zegt hij, ook al zijn ze onder Sadam met gifgas bestookt en zijn er toen ongeveer 5000 mensen gestorven. Iraakse soldaten die in handen van de Koerden zijn gevallen, hebben ze echter geen kwaad gedaan. Er is geen enkele aanwijzing, althans niet in mijn ogen, dat ze daar op een of andere manier wraak nemen op die mensen. Integendeel, ze hebben veel Irakezen die geen Koerd zijn, binnengehaald in het gebied van de Koerdische regionale regering.

Hoe kunnen we daar de stabiliteit versterken? We hebben uiteraard geen legermacht. We leveren ook geen legermaterieel daar. Ik heb het al gehad over de subsidie aan het Rode Kruis. Ik heb aan het Departement internationaal Vlaanderen gevraagd te bekijken of er op een of andere manier verder kan worden samengewerkt, of er een samenwerkingsakkoord mogelijk is.

Ik heb ter plekke ook beslist om een subsidie van 130.000 US dollar te geven aan het Human Rights Office van UNAMI, de bijstandsmissie van de Verenigde Naties in Irak. Die zet samen met het Koerdische ministerie van Onderwijs in op mensenrechteneducatie via bijscholing van leerkrachten en via de ontwikkeling van handboeken. Dit moet de Koerdische jeugd weerbaar maken tegen radicalisering. Het programma van UNAMI wordt ook volop gesteund door de regering daar.

Over samenwerking inzake traumabehandeling bij vrouwen van de Jezidi die op een onmenselijk wrede manier zijn behandeld, heb ik het ook gehad. Mijn vertegenwoordiger heeft besprekingen gevoerd in Stuttgart. Baden-Württemberg ondersteunt dat al, vangt heel wat van die mensen op en behandelt ze. Ik geloof dat het er meer dan duizend zijn. Het punt is dat de Koerden zeggen dat die mensen niet meer willen komen, op een of twee na. Wij pleiten ervoor om de traumabehandeling in de universiteit van Duhok te kunnen doen. Baden-Württemberg is aan het onderzoeken om daar transfer van expertise te doen. In Vlaanderen hebben we heel wat expertise. De vraag kwam of we iets kunnen doen met betrekking tot psychiatrische trauma’s van kinderen van de Jezidische gemeenschap. We zullen dat onderzoeken. We zijn niet over één nacht ijs gegaan door ter plekke een akkoord te sluiten. Ik moet daarover spreken met de universiteiten en misschien met Peter Adriaenssens en anderen om te kijken of we daarin iets kunnen betekenen. Zomaar zeggen dat we daaraan meewerken of een bijdrage storten, was niet aan de orde. Dit kan een project voor 2017 zijn. Bovendien hebben we ter plekke gehoord dat zij verkiezen dat er in Duhok expertise wordt opgebouwd en dat de traumabehandeling daar zou gebeuren.

De minister van Planning is een opmerkelijk man. Het is een chirurg die in de politiek is gestapt om het Koerdisch volk te dienen. Ik heb hem en de kamer van koophandel uitgenodigd naar hier. Ze leven van de export van olie, maar hebben zeer weinig diversificatie in de economie. Ze zijn erg geïnteresseerd in onze hoogontwikkelde economie en onze diversiteit. Het zou goed zijn om vanuit Koerdistan een economische missie naar Vlaanderen te organiseren. Ze hebben deze uitnodiging aanvaard. We kunnen hen in contact brengen met Voka en de kamer van koophandel in Antwerpen omdat daar de chemische industrie is en grote diversificatie met een zeer internationaal element.

Ik ga ook – en ik heb daarover al contact genomen met de VLIR en rector Torfs – vragen of er mogelijkheid is tot een universitaire samenwerking. De aartsbisschop van Erbil richtte onlangs een katholieke universiteit op. Er zijn nog 300.000 christenen. Er waren er 1,4 miljoen in heel Irak, maar er schieten er nog 300.000 over. Die patriarch was zeer bitter. Hij vertelde het verhaal dat buren van hem in Mosoel eigenhandig het kruis hebben afgebroken op zijn kerk en er een moskee van hebben gemaakt. Ze zijn verdreven. De archieven en de kerken zijn vernietigd. Ze zijn op een zeer brutale, nietsontziende manier aangepakt door IS. Ze hadden de keuze: blijven en zich bekeren, vertrekken of omgebracht worden. Het was een beetje zoals de Spanjaarden hier deden met de protestanten: ze hadden 48 uur de tijd om Brugge of Antwerpen te verlaten. Ze hadden even de tijd om weg te gaan of ze zouden worden omgebracht. Die mensen zijn massaal gevlucht en er schieten er nog 300.000 over. Die mensen kijken uit naar alle mogelijke contacten. Als Vlaanderen iets kan doen, dan is het op het humanitaire vlak en het onderwijsvlak. Ik denk aan traumabehandeling met het Rode Kruis. Op termijn kan dat misschien ook op economisch vlak. Het is goed dat er een missie voorbereid zou kunnen worden.

Ik hoop dat daar ooit vrede komt. Dat front ligt op 45 kilometer van Erbil. Daar wordt er gebouwd, is er economische activiteit, daar staan heel wat torenkranen. Dit is geen perfecte democratie natuurlijk, maar dit is toch een samenleving die geordend is, die pluralistisch is, die onderwijs verstrekt, met een leerplicht tot 16 jaar. Dat biedt wel perspectieven als er ooit vrede komt. Ik hoop samen met u dat we daar ooit economische betrekkingen mee kunnen hebben. Het is toch wel in omvang vergelijkbaar met Vlaanderen. 5,5 miljoen mensen staan er open voor internationale contacten.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, ik dank u voor uw heel boeiende relaas, gestructureerd op basis van mijn vragen, over uw verblijf aldaar en de vele contacten die u hebt gehad. Ik leid daaruit af dat het een heel nuttig bezoek is geweest. Ik noteer dat u onderzoekt of er voor Palmyra iets gedaan kan worden. Dat ligt natuurlijk bezijden Koerdistan. Ik deel ook uw bekommernis over de contacten die op dit ogenblik lopen tussen de EU en Turkije en de mogelijke weerslag daarvan op de Koerden, dat we daarvoor op onze hoede moeten zijn. Vooral interessant met betrekking tot het bezoek is dat er veel contacten zijn gelegd op het vlak van mensenrechten, mensenrechteneducatie en -onderzoek, traumabehandeling, diversificatie van de economie, universitaire samenwerking en steun van het Rode Kruis aan de vluchtelingen. Het is goed dat er op dit moment veel pistes verder worden onderzocht. Onze middelen zijn uiteraard beperkt. Maar we moeten de haarden van stabiliteit die er in die woelige regio zijn, ondersteunen. Als er instabiliteit is, dan merken we dat. Dat leidt ook bij ons op een aantal punten tot spanningen in onze samenleving. Minister-president, ik wil u aanmoedigen om de pistes die u hebt bewandeld of opengetrokken, verder te onderzoeken. Ik hoop dat Vlaanderen daar een positieve rol in kan spelen.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx (N-VA)

Ik sluit mij aan bij de heer Kennes, waar hij Koerdistan een baken van stabiliteit in die regio noemt.

Het was een bijzonder geslaagde missie. Minister-president, ik wens u daarvoor te feliciteren. Wij hebben dat hier kunnen volgen in de media. We hebben tijdens de pauze ook kennis kunnen maken met de heer Zana Kurda, hier achteraan in de zaal. Hij is vertegenwoordiger van de regio hier in Brussel. We hebben mogen meemaken dat er meer dan morele steun is gegeven. U zei het: we hebben 50.000 euro extra gegeven aan het Rode Kruis, en 130.000 euro voor een educatief project.

Minister-president, ofschoon u al het tipje van de sluier hebt gelicht door te spreken over economische banden en over het feit dat we daar op cultureel vlak en op het vlak van onderwijs van betekenis kunnen zijn, wil ik u toch vragen of we concrete afspraken over de opvolging daarvan hebben gemaakt. Het is belangrijk dat dat centraal wordt opgevolgd want die regio verdient dat.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

We hebben geen tijdsschema afgesproken. Ik heb aan FIT gevraagd om die missie voor te bereiden. Dat vraagt tijd. Het is belangrijk dat zij bedrijven selecteren voor een economische missie die interessant kunnen zijn om B2B-contacten te hebben. Een eerste contact leidt niet altijd tot deals. Dat kan altijd. Dat zal worden opgevolgd, zonder dat daar een timing op zit. Hetzelfde wat betreft de academische contacten. Die ga ik ook nauw opvolgen. Ik ben ook van plan om bij de EU aandacht te vragen voor de situatie daar. Men houdt alleen rekening met vluchtelingen in de strikte zin van het woord, terwijl iedereen het er toch over eens zal zijn dat dit enorm weegt op de samenleving. Ze hebben op dit ogenblik zware budgettaire problemen. Dat land is in oorlog en moet een front van 1000 kilometer bewaken. Het kent, zoals iedereen, de terugval van de opbrengst van de olieprijzen, en kent bovendien ook nog eens de budgettaire problemen met Bagdad, waarbij het akkoord van de 17 procent niet wordt nageleefd. De aartsbisschop heeft bevestigd dat er al drie keer 1 miljard euro hulp van de EU naar Bagdad is gekomen. Dat is niet altijd humanitaire hulp. Dat is ook structurele hulp. Niet alleen de aartsbisschop zei dat die hulp niet tot bij hen kwam, ook de politici zeiden dat.

Ik vind dat toch een aandachtspunt voor de Europese Unie. Ik zal die zaken opvolgen. Hetzelfde wat betreft de traumabehandeling. Vraag me niet om daar een termijn van een maand of van maanden op te plakken. Het is belangrijk dat je dat goed probeert uit te werken. Als er een samenwerking komt op het vlak van traumabehandeling, zal dat per definitie 2017 worden. Je moet toch een draagvlak hebben bij onze universiteiten en kijken wat precies nuttig kan zijn. We gaan het opvolgen. Het is geen beleefdheidsbezoek geweest. Er zijn een aantal concrete zaken besproken waarvan ik me voorneem om ze op te volgen. Of ze allemaal tot een goed resultaat zullen leiden, weet ik niet. Dat is niet voorspelbaar op dit ogenblik. Het belangrijkste is dat we kijken of we het kunnen en dat we het ook aanpakken.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.