U bent hier

Commissievergadering

donderdag 21 april 2016, 14.00u

Voorzitter
van Kathleen Krekels aan minister Hilde Crevits
1760 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, sinds geruime tijd kampt de Vlaamse arbeidsmarkt met een structureel tekort aan technische en exact wetenschappelijke profielen. Daarom werd in 2012 het STEM-actieplan goedgekeurd door de Vlaamse Regering. STEM staat voor Science, Technology, Engineering and Mathematics. Binnen dat actieplan past een ondersteunende en omkaderende aanpak voor de STEM-academies, die wetenschap en techniek meer onder de aandacht dienen te brengen bij jongeren in vrijetijdsverband. Zo hoopt men dat meer jongeren zullen kiezen voor een beroep in de technische en exact wetenschappelijke sector.

Een van de concrete acties van de Vlaamse overheid was het bundelen van de bestaande initiatieven. De 74 STEM-academies zijn vrije initiatieven die aangesloten zijn bij het STEM Academie Netwerk en gecoördineerd worden door Technopolis. Het netwerk ging van start in februari 2014 en wordt sinds 2015 onder deze gemeenschappelijke noemer gefinancierd.

Ik stelde de voorbije maand een schriftelijke vraag om de evolutie daarvan op te volgen. Uit de cijfers die ik van de minister gekregen heb, kan ik afleiden dat er zich een aantal positieve ontwikkelingen hebben voorgedaan. Zo blijkt dat er de laatste jaren een grote toename is aan activiteiten. Deze toename bevindt zich voornamelijk in West-Vlaanderen. In het algemeen is de spreiding van het aantal STEM-activiteiten dan ook niet gelijk verdeeld.

Naast de kwantitatieve gegevens over het aantal STEM-activiteiten, vroeg ik ook naar cijfers om de participatiegraad te staven. Uit de cijfers over het aantal kinduren dat per gemeente via de STEM-academies werd ingevuld, kan ik afleiden dat er voor heel wat gemeenten sprake is van een achteruitgang van het aantal uren voor het schooljaar 2015-2016 ten opzichte van 2014-2015. Uit de cijfers over het aantal kinderen dat per gemeente een STEM-activiteit volgde, kan ik afleiden dat er niets gewijzigd is in het schooljaar 2015-2016 ten opzichte van 2014-2015. Hier is dus sprake van behoud.

Minister, u besluit in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag dat er nog vooruitgang geboekt kan worden met betrekking tot het aantal deelnemende meisjes, de wijze waarop provinciale en regionale ontwikkelingen van elkaar kunnen leren en het specifiek aantrekken van doelgroepjongeren. Ik las dat u vorige week STEM+ hebt gelanceerd om STEM actief te promoten in scholen met een groot aantal leerlingen uit kansengroepen.

Welke maatregelen wilt u nemen om een meer gelijke spreiding te realiseren? Welke bijkomende maatregelen acht u nodig opdat het groeiende aanbod aan STEM-activiteiten ook maximaal benut wordt? Welke stappen wilt u ondernemen om meer meisjes aan te trekken? Hoe wilt u meer kennis- en expertisedeling realiseren?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De STEM-academies zijn een opmerkelijke, maar al bij al kleine actie binnen het ruime STEM-actieplan 2020. We mogen STEM niet herleiden tot de academies, maar ze zijn wel heel belangrijk.

In de inleiding op uw vragen stelt u dat u een aantal zaken kunt afleiden uit mijn cijfers: het aantal kinduren in een aantal gemeenten is gedaald en voor het aantal kinderen meent u een stagnatie te kunnen vaststellen. Ik wil dit even nuanceren. Zoals ik ook in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag heb gesteld, zijn de gegevens voor het werkingsjaar 2015-2016 nog onvolledig. Het werkingsjaar loopt nog en de organisatoren hebben nog niet alle activiteiten doorgegeven aan de netwerkcoördinator.

In ieder geval is het zo dat het netwerk van STEM-academies voor het jaar 2016, in zijn subsidieaanvraag aan mij en aan minister Muyters, de ambitie heeft vooropgesteld om het bereik bijna te verdubbelen. In 2015 was men erin geslaagd om 191.099 kinduren te organiseren, of een aanbod aan 1,6 procent van de ruim 1 miljoen kinderen tussen 5 en 18 jaar. In 2016 wil men dat 3 procent van de doelgroep van Vlaamse kinderen de mogelijkheid heeft om deel te nemen aan een activiteit van een STEM-academie. In de thuisbasis van onze voorzitter is er ook een STEM-academie in wording.

De STEM-academies zijn private initiatieven met een autonome werking. Ze bepalen zelf in welke regio of provincie ze hun aanbod inzetten. De Vlaamse overheid geeft de budgetten, maar stuurt niet. Onze subsidiemiddelen – 80.000 van Onderwijs en 80.000 van minister Muyters – zijn in de eerste plaats bestemd voor stimulans voor goede praktijken. Er waren in 2015 STEM-activiteiten in 37 procent van de gemeenten, een lichte stijging ten opzichte van de 34 procent in 2014.

Het netwerk van STEM-academies stelt zichzelf in het kader van de subsidie ook als doel om een betere spreiding te realiseren. Voor 2016 wil men dat minstens 45 procent van de Vlaamse gemeenten één of meerdere STEM-academie initiatieven aanbiedt. In vergelijking met 2014 is er in 2015 ook al een belangrijke stap vooruit gezet naar een betere en meer evenwichtige spreiding over de provincies. West-Vlaanderen spant de kroon. Antwerpen en Limburg maken een sprong voorwaarts. De activiteiten zijn gestegen van 209 in 2014 naar 420 in 2015.

Het aantal bij het netwerk aangesloten organisaties neemt verder toe. Ondertussen zijn er al 80 organisaties lid. In 2014 is men gestart met 44 organisaties. Dat is een felle verbetering.

Ik ben ervan overtuigd dat het aanbod van de STEM-academies niet alleen qua aanbod, maar ook qua participatiegraad gestaag groeit en ook een grote aantrekkingskracht heeft. Veel van de initiatieven zijn meteen volgeboekt. Maar ook hier weer is het finaal aan de initiatiefnemers zelf om hun aanbod aan te passen of bij te sturen. Wij zijn stimulatoren. Mogelijk kunnen er wel belangrijke stimulansen ontstaan vanuit het reguliere onderwijsbeleid, onderschat dat niet. De grotere aandacht voor STEM in het basisonderwijs door de opsplitsing van wereldoriëntatie in mens en maatschappij en wetenschappen en techniek en door de introductie van de STEM-didactiek, kan de interesse van kinderen voor buitenschoolse STEM-activiteiten gevoelig doen toenemen.

Meisjes en doelgroepjongeren staan centraal als doelgroep in de STEM-visie van de Vlaamse overheid. Dit blijkt uit onze eigen projecten maar ook uit de algemene nadruk op de maatschappelijke relevantie van STEM, die meer en meer blijkt uit initiatieven van het STEM-platform, de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) enzovoort. We houden over deze invalshoek regelmatig contact met het Netwerk van de STEM-academies, precies om de focuspunten van het Vlaamse STEM-beleid met hen te delen.

Vorige week heb ik het startschot gegeven voor het nieuwe lerende netwerk voor het basisonderwijs: STEM+, dat de uitdrukkelijke focus legt op de doelgroepen. Het is zeker de bedoeling om de STEM-academies bij deze werking betrekken. Ondertussen zijn er reeds een aantal academies die hier specifiek op inzetten, bijvoorbeeld in de stad Genk. Het is vervolgens aan het netwerk om het thema en de beschikbare best practices met zijn tachtig leden te delen.

Kennis- en expertisedeling zijn de kernopdracht van dat netwerk: de best practices die de leden van het netwerk op dat vlak hebben, kunnen ook daadwerkelijk worden opgepikt door het netwerk.

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik denk dat ik een antwoord heb gekregen op alle vragen. Ik had ook nog een bijkomende gedachte over die scholen, maar u bent daar ook al wel op ingegaan. Begin deze maand las ik in Het Laatste Nieuws dat sommige scholen met een wachtlijst moeten starten voor de STEM-richtingen. Ik weet niet in welke mate we daar eventueel iets aan kunnen doen. We zijn er natuurlijk wel heel tevreden over dat techniek en wetenschap toch in die mate een herademing en aandacht krijgen, dat ze in de smaak vallen. De STEM-monitor toont aan dat veel meer leerlingen ondertussen wetenschap en techniek volgen. Hebt u er een zicht op of dan inderdaad ook nog meer scholen dat aanbod gaan aanbieden, of is dat nog te vroeg?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Het is nog iets te vroeg om daar concrete cijfers over te geven. Zodra we daar wat meer info over hebben, dan zult u die uiteraard ook krijgen, en als u ze niet krijgt, dan zult u me daarover nog een vraag stellen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.