U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Mijn vraag vindt deels zijn oorsprong in het M-decreet, maar ook in de multifunctionele inzet van gebouwen. Als wij die gebouwen meer multifunctioneel gaan inzetten, bestaat de kans dat heel wat andere mensen van die schoolgebouwen gebruik zullen maken. We moeten er dan ook voor zorgen dat die gebouwen toegankelijk zijn.

In Vlaanderen is sinds 1 maart 2010 de gewestelijke stedenbouwkundige verordening toegankelijkheid van kracht, ter vervanging van eerdere wetgeving uit 1975 en bestaande provinciale en gemeentelijke verordeningen.

Die verordening is van toepassing op alle vergunnings- en meldingsplichtige werken aan gebouwen die publiek toegankelijk zijn of publieke delen van die gebouwen. Schoolgebouwen vallen daar zonder enige uitzondering onder. De verordening definieert het toepassingsgebied, de normbepalingen en de wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen.

De toegankelijkheidsnormen zijn vervat in de voorwaarden voor de toekenning van een stedenbouwkundige vergunning. Alleen werken waar een bouwvergunning of melding voor nodig is, worden op de toepassing ervan gecontroleerd, uiteraard enkel voor werken waar normbepalingen voor bestaan.

Het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en de vzw Enter, het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid, stelden een inspiratiebundel op voor bouwheren en ontwerpers omdat die vaak nog onvoldoende kennis en ervaring hebben om de principes van integrale toegankelijkheid toe te passen in scholen. Deze inspiratiebundel wil ontwerpers en bouwheren informeren, inspireren en ondersteunen om de toegankelijkheid van de schoolgebouwen voor iedereen te optimaliseren. De bundel kwam tot stand in nauw overleg met de sector door plaatsbezoeken, een onlinebevraging, focusgroepen met directies, leerkrachten, gon-coördinatoren (geïntegreerd onderwijs) en de adviesbureaus toegankelijkheid.

Het is geen oplijsting van een set af te vinken criteria, maar het is opgevat als een werkinstrument. De bundel bevat verschillende delen met zowel achtergrondinformatie en ontwerpaanbevelingen als inspirerende en pragmatische voorbeelden. Mits kleine ingrepen en het tijdig in het ontwerptraject betrekken van de toegankelijkheid, heeft dit veelal geen meerkosten tot gevolg. In het licht van het M-decreet en van de toegankelijkheid lijkt het ook aangewezen hieraan voldoende aandacht te besteden.

Minister, op welke manier wordt voor nieuwe schoolgebouwen of gerenoveerde schoolgebouwen rekening gehouden met effectieve toegankelijkheid bij de realisatie en dit zowel inzake DBFM-projecten (Design Build Finance Maintain), AGIOn, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO!), de extra capaciteitsmiddelen en de extra schoolinfrastructuur door de btw-verlaging?

Wordt er gecontroleerd of de bouwheren en ontwerpers zich effectief aan de bovengenoemde verordening hebben gehouden en of de verordening wordt gerealiseerd?

Welke elementen uit de verordening zijn voor scholen moeilijk te realiseren? Zijn er in het recente verleden al inbreuken geweest op de verordening?

Vindt u de inspiratiebundel als werkinstrument afdoende om ervoor te zorgen dat scholen voldoen aan de verordening, weliswaar binnen de huidige budgetten en regelgeving?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Sinds 1 maart 2010 geldt inderdaad de gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor toegankelijkheid. Die geldt bij nieuwbouw, verbouwingen of uitbreidingen van gebouwen die publiek toegankelijk zijn. Ze geldt dus ook voor schoolgebouwen en schoolbouwprojecten, ongeacht of ze nu volgens de DBFM-procedure gerealiseerd worden of via de reguliere financiering van AGIOn en het GO!, of met capaciteitsmiddelen of volgens het reguliere budget. Scholen moeten dus rekening moeten met de regelgeving inzake toegankelijkheid.

Bij DBFM-scholen wordt uitdrukkelijk verwezen naar de van toepassing zijnde gewestelijke stedenbouwkundige verordening.

Het gaat hier om een gewestelijke stedenbouwkundige verordening die is ingebed in de structuren en procedures van Ruimtelijke Ordening. De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren voeren in de fase van de bouwaanvraag de controle uit op een voorliggend schoolbouwdossier.

De toegankelijkheidsnormen zijn vervat in de voorwaarden voor het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning. De verordening is ingeschreven in het bestaande controle- en sanctioneringsysteem van ruimtelijke ordening. Wanneer er bij uitvoering afgeweken wordt van de vergunde plannen, is er sprake van een bouwovertreding. Die kan vastgesteld worden door de bevoegde diensten.

Het zijn de inrichtende machten als bouwheer die ervoor moeten zorgen dat voldaan wordt aan de verordening voor toegankelijkheid om een stedenbouwkundige vergunning te kunnen bekomen. De inrichtende machten uit de gesubsidieerde onderwijssector kunnen bij vragen over technische vereisten zoals op het vlak van toegankelijkheid, advies vragen aan AGIOn.

De DBFM-projecten in het kader van het programma Scholen van Morgen worden zowel op toegankelijkheid als op andere ontwerp- en technische eisen gescreend. Dat gebeurt in de eerste plaats door het ontwerpteam zelf, vervolgens door de afgevaardigd bouwheer van Scholen van Morgen en tot slot door AGIOn.

De oefening om schoolgebouwen voor iedereen voldoende toegankelijk te maken is niet altijd even evident omdat onderwijs nog vaak in verouderde schoolgebouwen huist waar men gebonden is aan de bestaande toestand. Zo is bij kleine verbouwingen of beperkte uitbreidingswerken aan bestaande schoolgebouwen de eis om in een lift te voorzien vaak een groot struikelblok omdat de kostprijs zowel wat de investeringskosten als wat de onderhoudskosten betreft, in verhouding tot de totale werken zeer sterk doorweegt.

Verder zijn er ook een aantal aandachtspunten die soms door technische aspecten niet evident zijn. Zo blijven niveauverschillen en het overbruggen ervan nog steeds moeilijk. In nieuwbouw daarentegen hoeft het integreren van de toegankelijkheidseisen geen onoverkomelijke meerkost te zijn. Het is dan wel belangrijk om daar van bij het begin voldoende rekening mee te houden.

Integrale toegankelijkheid is niet alleen van belang voor mensen met een handicap: iedereen heeft baat bij gebruiksvriendelijke en toegankelijke gebouwen. Elke school kan als bouwheer een beroep doen op en advies vragen aan Enter vzw, dat nu is opgenomen in het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid. Naast de wettelijk afdwingbare eisen zijn er ook eisen in onze DBFM-outputspecificaties opgenomen, die ervoor moeten zorgen dat de toegankelijkheidsnorm altijd gerespecteerd wordt.

Mijn diensten hebben geen specifieke gegevens over het aantal inbreuken, maar toegankelijkheid vormt wel een belangrijk aandachtspunt in het Masterplan Scholenbouw. We hebben ook een inspiratiebundel ‘Integrale toegankelijkheid van schoolgebouwen’, die een samenwerking is van het AGIOn en Enter, om dat echt ingebed te krijgen in de schoolse praktijken.

Wat de toekomst betreft, geeft AGIOn ook nog aan om, in verdere uitvoering van ons masterplan, samen met het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen uit te zoeken hoe de database Toevla.be aangevuld kan worden met goedepraktijkvoorbeelden van toegankelijke scholen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Bedankt, minister. Ik treed uw analyse bij dat als je als school in elk gebouwdeel een lift moet installeren, dat niet realistisch en niet betaalbaar is. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van toiletten die voor iedereen toegankelijk zijn. Dat is ook niet zo evident. Ik treed dat volledig bij.

Aan toegankelijkheid wordt meestal pas helemaal op het einde van het proces gedacht, maar als je dan nog een helling wilt plaatsen met het juiste stijgingspercentage, wordt dat heel moeilijk. Ook als je achteraf een lift bij wilt plaatsen, wordt dat heel moeilijk. Als je ervan uitgaat dat elk lokaal van een school te allen tijde bereikbaar moet zijn, is dat een heel ander verhaal dan wanneer er één blok is waar, als er een leerling met beperkte mobiliteit is, de klassen naartoe worden verhuisd. Dat lijkt mij een pragmatische oplossing.

Daarom verwijs ik ook naar het agentschap dat zich in Vlaanderen met toegankelijkheid bezighoudt. Dat is opgericht in 2014. Het lijkt mij wijs om dat agentschap ook te betrekken bij het ontwerpen van scholen, vroeg in het proces. Zij hebben immers expertise in huis. Dat zijn mensen die pragmatisch willen zoeken naar oplossingen. Zij hebben al in andere gebouwen advies gegeven, ook op beperkte plaatsen. Het is immers niet zo dat onze overheidsgebouwen allemaal plaats over hebben. Ook bij bussen en treinen bijvoorbeeld zijn de ruimte en de middelen niet oneindig. Zij willen meedenken en mee advies leveren, om te bekijken wat maximaal haalbaar is.

Minister, is het mogelijk om bij AGIOn die toegankelijkheid vroeger in het proces te betrekken? Ik wil benadrukken dat we daarbij niet naar een afvinkbare set criteria moeten gaan, waarbij sommige scholen een lift staan hebben die eigenlijk niet gebruikt wordt, maar die er staat omdat ze er moet staan. Dat is absoluut onze vraag niet. Onze vraag is om dat agentschap er vroeg in het proces bij te betrekken, om naar de geest van de verordening, maar wel met pragmatische en praktisch haalbare oplossingen, tot zo toegankelijk mogelijke gebouwen te komen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik deel de principiële bezorgdheid van collega Daniëls, en nog meer zijn verwijzing naar de inspirerende inspiratiebundel ‘Integrale toegankelijkheid van schoolgebouwen’.

Ik wil u ook nog een suggestie meegeven, minister. Veelal leiden een sobere reglementering, vertrouwen in diegenen die het moeten uitvoeren en sensibiliseren tot het hoogste beleidsresultaat.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, bij nieuwbouw is alles meestal proper ingebed in het ontwerpproces, zeker bij de DBFM. Er zijn heel veel inspanningen geweest. We hebben niet zo lang geleden ook twee succesvolle studiedagen gegeven om architecten en bouwheren te informeren en te sensibiliseren over integrale toegankelijkheid. Als een school iets plant, is het immers van belang dat de architect ook meteen mee is in dat verhaal van toegankelijkheid. Als je dat op tijd meeneemt in je proces, hoeft het niet zoveel duurder te zijn en kun je vaak tot mooie oplossingen komen.

We gaan daar effectief meer inspanningen voor doen. Maar met vertrouwen alleen, collega De Meyer, raak je er niet. Ik had begrepen dat u zei: het hoogste beleidsniveau. In Vlaanderen ben ik dat – misschien niet het belangrijkste, maar wel het hoogste, of omgekeerd. Het is van belang dat wij voldoende duidelijk maken aan de scholen hoe belangrijk het is. Het is niet omdat er een regel is, dat die ook ingebakken geraakt in de schoolse renovatiepraktijk.

Wij plannen nog een aantal initiatieven, en zeker een verregaandere betrokkenheid van ons expertisecentrum en het agentschap om dat aan alle scholen nog eens duidelijk te maken, niet vanuit een bestraffend idee, maar vanuit de grote kansen die er zijn als je werkt aan integrale toegankelijkheid. Dat is veel meer dan het toegankelijk maken voor mensen met een beperking. Dat gaat over een algemeen comfortgevoel dat je daarmee bereikt.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, dank u wel. Ik ben blij dat u het zo formuleert. Het agentschap Toegankelijk Vlaanderen doet ook een toegankelijkheidsonderzoek. Dat kan voor heel veel scholen zeer boeiend zijn. Dat is met foto’s, dat is een actieplan, zijnde eenvoudige ingrepen in functie van de inrichting en structurele ingrepen. Vaak wordt gedacht dat er structurele ingrepen nodig zijn, maar de twee andere ingrepen kunnen veel inspiratie bieden, ook in masterplannen. Ik hoor dat scholen masterplannen aan het opstellen zijn. Dat is zeer goed, ik kan dat alleen maar ondersteunen. Maar dan is het ook goed dat we dat van in het begin erbij betrekken zodat zij niet op een bepaald moment voor het feit komen te staan dat er toch stedenbouwkundige vergunningen zijn waar die verordening in wordt opgenomen. Dan zit men vast, of, nog erger, dan zegt men achteraf: 'hadden we maar ...' Ik ben blij dat u van in het begin die inspiratie mee betrekt en het agentschap en het expertisecentrum kenbaar wil maken zodat we daar maximaal op inzetten, ook in het licht van de multifunctionele inzet van onze schoolgebouwen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.