U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Voorzitter, minister, dames en heren, u zult niet verbaasd zijn dat ik opnieuw een vraag stel over het psychosociaal welzijnsbeleid in scholen na de vaststellingen van de arbeidsinspectie. Sinds september 2014 geldt er in het onderwijs een nieuw federale wetgeving ter bescherming van het psychosociaal welzijn van werknemers. Deze wetgeving formuleert duidelijker de rollen van vertrouwenspersonen/preventieadviseurs en laat werkgevers actief werk maken van een preventief beleid ter voorkoming van psychosociale risico’s.

Naar aanleiding van de onrustwekkende cijfers van burn-outs en psychische aandoeningen als oorzaak voor ziekteverzuim in het onderwijs, werden een twintigtal Oost-Vlaamse scholen uit het buitengewoon onderwijs door de arbeidsinspectie doorgelicht met betrekking tot hun beleid rond psychosociaal welzijn. De vaststellingen werden voorgesteld in een perscommuniqué op 9 maart 2016.

Tijdens deze campagne heeft de arbeidsinspectie vastgesteld dat de nieuwe welzijnswetgeving in veel scholen nog onvoldoende is doorgevoerd. Enkele vaststellingen springen bij het lezen van het perscommuniqué in het oog: 40 procent van de bezochte scholen zou de nieuwe procedures rond psychosociaal welbevinden nog niet volledig hebben opgenomen in zijn arbeidsreglement. Men stelde overigens ook vast dat in 50 procent van de scholen de informatie en de opleidingen in verband met psychosociale risico’s nog ondermaats was. Ook op het vlak van risicoanalyses is er nog ruimte voor verbetering: hoewel 75 procent van de scholen wel aandacht heeft voor de risicoanalyse psychosociale risico’s, stelde de arbeidsinspectie vast dat deze risicoanalyses in 30 procent van de gevallen onvolledig zijn en kwalitatief tekortschieten.

Opvallend was de vaststelling dat er in veel scholen geen aantoonbare maatregelen zouden worden genomen naar aanleiding van geweld en agressie door derden, leerlingen en ouders. De registratie van deze incidenten gebeurt in 1 op 3 van de scholen overigens nog ondermaats.

Wat zijn uw indrukken bij de resultaten van deze inspectieronde? Hebt u reeds contact opgenomen met de arbeidsinspectie naar aanleiding van deze resultaten? Zo ja, wat is het resultaat van deze gesprekken?

Kunt u een stand van zaken leveren bij de werkzaamheden van de ad-hocwerkgroep met betrekking tot psychosociaal welzijn? Hoe zullen zij met deze resultaten aan de slag gaan?

In het verleden is deze kwestie meermaals aan bod gekomen binnen de werkgroep Geïntegreerd Welzijnsbeleid, waarin zowel de administratie, het kabinet Onderwijs als de sociale partners vertegenwoordigd waren om samen afspraken te maken over het gezondheidsbeleid voor leerkrachten. Deze werkgroep komt op dit moment niet meer samen. Zult u deze werkgroep opnieuw opstarten om scholen te ondersteunen in hun beleid rond het psychosociaal welbevinden van hun personeelsleden?

Plant u nog nieuwe maatregelen hieromtrent? Acht u het nodig om extra in te zetten op, bijvoorbeeld, opleidingen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, mevrouw Celis, de vaststellingen waarnaar u verwijst, zijn uiteraard niet oké. We weten ook al langer dat dit een moeilijke problematiek in onderwijs is. Daarom is er, en u was daar blij mee, sinds begin dit jaar een ad-hocwerkgroep ‘Psychosociale risico’s in het onderwijs’ in het leven geroepen. Die heeft tot doel te bekijken hoe onderwijsinstellingen kunnen worden versterkt in hun beleid ter voorkoming van en omgaan met psychosociale risico’s.

De arbeidsinspectie heeft de resultaten van haar onderzoek toegelicht in de Begeleidingscommissie van het Convenant voor Preventie en Bescherming in het Vlaams Onderwijs, waarin de onderwijsadministratie, het GO!, de koepels, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) en de onderwijsinspectie zetelen. Dat is gebeurd op 9 maart. Ze zou diezelfde toelichting geven op de vergadering van de ad-hocwerkgroep van 22 maart, maar door de aanslagen is die vergadering uiteraard niet doorgegaan. De toelichting is gisteren gegeven.

Het is uiteraard de bedoeling dat dit grondig wordt doorgesproken. Die werkgroep heeft ondertussen al een aantal zaken aangepakt. Begin maart is een eerste communicatie gebeurd aan de schoolbesturen en de directies van de onderwijsinstellingen. Om scholen ook te ondersteunen bij de toepassing van de wetgeving van 11 juni 2002 werkten het ministerie en Limits vzw een tijd geleden al een beleidsplan uit. Dat beleidsplan is geactualiseerd en uitgebreid naar de ruimere definitie van psychosociale risico’s. Het departement volgt nu de inhoud, de vormgeving en de verdere uitvoering van dat plan accuraat op.

De ad-hocwerkgroep ontvangt opnieuw middelen voor een opleiding voor vertrouwenspersonen, in samenwerking met de FOD WASO. Ik financierde ook al gelijkaardige opleidingen in 2015, en ik wil dat voortzetten. Op de volgende bijeenkomst van de ad-hocwerkgroep zal mijn administratie ook het voorstel doen om met alle partners een gezamenlijk instrument voor een risicoanalyse in onderwijs te ontwikkelen. Mevrouw Celis, ik heb ook vastgesteld dat elke deelnemer van die ad-hocwerkgroep experts kent en inschakelt die deze materie erg ter harte nemen, en dat men zich ook ten zeerste aan het inspannen is om de scholen en hun personeelsleden in te lichten en op te leiden. Het lijkt me wel cruciaal dat dat voldoende gebeurt.

Die werkgroep Geïntegreerd Welzijnsbeleid is dus opgedoekt en vervangen door de ad-hocwerkgroep ‘Psychosociale risico’s in het onderwijs’, dus daar gebeurt alles. Ik heb het al gehad over opleiding. Daarvoor is ook opnieuw in middelen voorzien.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Minister, ik dank u voor het antwoord. U weet natuurlijk beter dan wie ook dat voor iedereen die ooit leerkracht is geweest, dat een enorme inspanning, een mentaal engagement en ook een grote fysieke inspanning vraagt. De cijfers liegen er niet om: depressie, burn-out en stress nemen steeds maar toe. Het ziekteverzuimrapport van dit jaar heeft daar ook boekdelen over gesproken. Nu zijn die vaststellingen van de arbeidsinspectie toch wel een heel belangrijk signaal dat er werk aan de winkel is, dat we zeker met betrekking tot het beleid dat wordt gevoerd qua psychosociaal welbevinden de krachten moeten bundelen. We moeten daar enorm op inzetten. Ik zeg dus absoluut niet dat dat niet gebeurt.

De ombudsman heeft deze voormiddag met zijn rapport ook heel duidelijk aangegeven dat het soms moeilijk is om de mensen de juiste weg te wijzen. Ik heb opnieuw gewezen op het straatje zonder eind waarin mensen soms verzeilen. Alle mogelijkheden die we kunnen geven om daarop een antwoord te bieden, zijn uiteraard meer dan welkom.

Minister, dat die werkgroep Geïntegreerd Welzijnsbeleid was vervangen door de ad-hocwerkgroep is nieuwe informatie voor mij. Ik ben ook heel blij dat men kan doorgaan met de expertise die daar was. Ik kijk in principe uit naar alle engagementen en alle elementen die uit die werkgroep naar voren zullen komen en die worden gedeeld met de scholen. Het doet me deugd dat u zegt dat de ad-hocwerkgroep over heel wat expertise beschikt en ook zeer veel experts kent. Als we daarop blijven hameren, kunnen we hopelijk vooruitgang boeken wat deze thematiek betreft.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, het kan ook interessant zijn om eventjes te bekijken wat er in het perscommuniqué van de arbeidsinspectie zelf stond. Ze heeft het over een aantal vervolgacties. Er is het aanzetten van de sector tot het opstellen van eenvormige instrumenten voor risicoanalyse en een actieplan voor het wegwerken van niet-conformiteit. Er is de opvolging, die zal gebeuren in het kader van het Convenant voor Preventie en Bescherming in het Vlaams Onderwijs dat in 2010 werd afgesloten tussen de Vlaamse overheid en de onderwijskoepels enerzijds en de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO) anderzijds. Ten slotte is er het maken, binnen een redelijke termijn, van een nationale aftoetsing van de vorderingen. Dat zijn acties die de arbeidsinspectie zelf aankondigt. Ik vond het interessant om die toch ook mee te nemen in dit verhaal.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Dat is zeker juist, mijnheer De Meyer. We volgen dat ook op en dat wordt meegenomen. Mevrouw Celis, ik dank u voor uw opmerkingen. Ik heb er geen verdere commentaar op, want ik ben het eigenlijk eens met wat u zegt.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.