U bent hier

De heer Tobback heeft het woord.

Minister, ruim een week geleden werd een studie van de universiteit van Wageningen bekendgemaakt. In die studie werd gezocht naar de effecten van milieulabels op het koopgedrag van burgers.

We kennen allemaal de massa’s aan milieulabels die we momenteel hebben. Het gaat dan over milieuvriendelijke producten, bioproducten, groenepuntproducten waar we een Fost Plus-bijdrage voor betalen enzovoort en die allemaal de connotatie hebben gezond en milieuvriendelijk te zijn. Voor veel mensen hebben die producten ook de connotatie duurder te zijn. Soms is dat waar, soms niet, soms zijn mensen ook bereid om daarvoor te betalen, maar heel vaak is het ook een rem.

Uit het onderzoek van de universiteit van Wageningen blijkt dat de omgekeerde vorm van labeling, namelijk een label dat niet wijst op de kwaliteit van een producten maar wel op de gebreken ervan, in veel gevallen effectiever is om het gedrag van consumenten bij te sturen. Wanneer een logo of label op een bepaald product ons erop wijst dat dat product niet milieuvriendelijk, niet biologisch, niet verpakkingsefficiënt is, dan zullen mensen dat product sneller laten liggen, zelfs wanneer het alternatief – al dan niet gelabeld – duurder is.

De conclusie van het rapport is dat een negatieve labeling blijkbaar beter werkt als een soort waarschuwingsteken dan positieve labeling als een soort aanmoediging. Dat is op zijn minst een boeiend resultaat dat ons toelaat een aantal zaken in vraag te stellen.

Minister, heeft de Vlaamse administratie kennis van die studie?

Bent u bereid na te gaan wat de mogelijkheden zijn binnen Vlaanderen? Voor de strikte reglementering van bioproducten zijn we voor zover ik weet niet bevoegd. Als het echter gaat over verpakking en verpakkingsafval, dan zijn we wel bevoegd. Het zou perfect mogelijk kunnen zijn om producenten van bepaalde verpakkingen en gebruikers van bepaalde verpakkingen erop te wijzen dat wat zij kopen, een negatief effect heeft. Blijkbaar zou dat kunnen helpen om het gedrag bij te sturen.

Minister, bent u hiervan op de hoogte? Interesseert dit u in dezelfde mate als ons? Zijn er mogelijkheden om dit op Vlaams niveau binnen onze bevoegdheden en binnen onze doelstellingen in de praktijk te brengen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega Tobback, onze diensten kennen de studie. Ze volgen dat ook op. We hebben trouwens een dienst binnen het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) die bezig is met kwesties over hoe een consument aankoopt, waar de consument op let en zo meer. Dat wordt zeker meegenomen in die kennisopbouw.

Op zich geloof ik wel in het systeem van labeling, maar ik denk dat het niet tot onze bevoegdheid behoort om dat apart in Vlaanderen in te voeren. Dergelijke labeling wordt het best ook Europees bekeken, omdat heel wat van de producten die we hier in de winkelrekken vinden, niet alleen voor Vlaanderen gemaakt worden. Vlaanderen is klein, en men produceert voor verschillende markten samen. Ik geloof dus in dergelijke systemen, maar vind dat dat Europees en misschien ook Belgisch moet worden bekeken.

Men is daar ook mee bezig in Europa. Er is het Single Market for Green Products Initiative. Daar zit ook de Europese benadering in om de milieu-impact van producten te berekenen en die ook mee te delen aan de consumenten. Wij zijn daarbij betrokken vanuit het Departement Leefmilieu. We volgen dat dus op. Er loopt een testperiode in Europa, van 2013 tot dit jaar. Daarna zal men daar conclusies uit trekken en kijken hoe men daar Europees mee doorgaat.

Ik geloof dus in het systeem. Ik vind het ook heel zinvol dat u het hier aankaart, maar ik denk dat het bijna onuitvoerbaar is om dat alleen bij ons in Vlaanderen te doen, omdat het niet haalbaar is. Dat was trouwens ook een van de struikelblokken bij het invoeren van het statiegeld, waarbij ook een logootje moest worden ingevoerd. Een van de conclusies was toen: overleg met de andere gewesten en binnen België, want wellicht is dat een federale bevoegdheid. Hier is dat hetzelfde knelpunt. Ik sta er dus zeker positief tegenover, maar ik denk dat we het op een ruimere schaal moeten invoeren, om er zodoende voor te zorgen dat er duidelijkheid is en dat het niet alleen voor het beperkte grondgebied van Vlaanderen wordt ingevoerd.

De heer Tobback heeft het woord.

Ik ben al half tevreden met uw enthousiasme, minister. Het gebeurt zelden dat ik een dermate positief antwoord krijg op een van mijn vragen, maar laat dat een nieuwe traditie worden.

Ik ben dus wel maar half tevreden, omdat ik denk dat we op een aantal vlakken wel degelijk iets meer voorloper zouden kunnen zijn. Als het over afval gaat, zijn wij binnen Europa, onder andere op het vlak van materialenbeleid, voorlopers. We zijn dat in ons eigen belang, en het levert ons ook voordeel op, maar het is ook onze taak om dat te doen, zeker in de domeinen waar we nogal wat problemen hebben. Ik wil u dan ook heel warm oproepen om daar wat proactiever mee om te gaan.

Wat de etikettering betreft, is het niet zo dat alle Europese landen per definitie in alles dezelfde richtlijnen en dezelfde systemen hanteren. Bij mijn weten heeft niet elk Europees land waarschuwingen voor bijvoorbeeld zwangere vrouwen op alcoholhoudende producten staan. Het kan dus perfect om daar een voorloper in te zijn en daar initiatieven rond te nemen, zij het dan op Belgisch niveau, maar ook dan zie ik niet in waarom het Vlaamse Gewest met al zijn expertise ter zake niet aan die kar zou kunnen trekken.

Ik doe dus een warme oproep om uw positieve antwoord – waarvoor dank – om te zetten in iets meer positieve actie. Ik denk dat we daar alle redenen toe hebben.

De heer Vandaele heeft het woord.

Het fenomeen van negatieve labels is ons niet geheel onbekend. Denk maar aan de scherpe waarschuwing op sigarettenpakjes. Als kind vond ik het doodshoofd op de flessen ook altijd bijzonder indrukwekkend, indrukwekkender dan die op de rug van de Hells Angels. Ik denk dus ook wel dat zo’n negatief label effect kan hebben, maar dat moet natuurlijk altijd zeer goed wetenschappelijk onderbouwd zijn. En dat is dan misschien wel moeilijk.

Ideaal zou zijn dat je echt een milieuscore kunt geven aan een product, maar dan moet je met zoveel aspecten rekening houden. Wat goed is voor de bodem, is dat niet noodzakelijk voor de lucht of het water, of misschien is de voetafdruk van het transport te groot. Zo’n milieuscore zou dus ideaal zijn, maar dat wetenschappelijk onderbouwen en dat op een ongecontesteerde manier doen, is wellicht niet eenvoudig. Maar principieel heb ik dus geen probleem met negatieve labels.

Minister Schauvliege heeft het woord.

We moeten ons ook bewust zijn van de concurrentiepositie, collega’s. Als wij enkel in Vlaanderen vrijwillig zo’n negatieve etikettering zouden invoeren – gesteld dat we het zouden kunnen, maar volgens mij kan het niet – dan zou dat ook wel eens een concurrentienadeel voor onze producten kunnen opleveren. Mensen kopen de producten dan niet meer bij ons, maar over de grens. We wonen immers allemaal niet zo heel ver van de grens. Men zou dan bijvoorbeeld in Nederland een product kunnen gaan kopen waar dat label dan niet op staat.

We moeten dus echt voor een eengemaakte regeling gaan binnen Europa. Ik geloof er echt in, maar dan moet het overal op dezelfde manier gebeuren, anders gaan we een soort verschuiving krijgen van het consumentengedrag, wat trouwens ook op andere vlakken al bewezen is. Denk maar aan het statiegeld, waar dat ook als een van de punten aan bod kwam. Het kan dus best zijn dat de consument denkt: die negatieve boodschap staat niet op het product dat ik over de grens koop, dus ik zal het daar dan maar aanschaffen. Dat zijn allemaal zaken die we zeker mee in rekening moeten nemen.

De heer Tobback heeft het woord.

Om een grote filosoof te citeren: elk nadeel heb zijn voordeel. Het is maar de vraag waarin je concurrentieel wilt zijn. Willen we vooroplopen in minder positief consumentengedrag of willen we vooroplopen in positief consumentengedrag? Ik denk dat we er allemaal van overtuigd zijn dat de toekomst ligt in meer milieuvriendelijke producten, verpakkingen en dergelijke meer, en dat eender welke economie die een beetje vooruit wil kijken, er alle belang bij heeft om daar ook vooruit in te lopen.

De vraag is of we de negatieve dingen in stand houden dan wel de positieve dingen stimuleren. Ik vind dat we zeker in Vlaanderen expliciet en heel uitdrukkelijk moeten gaan voor het stimuleren van het positieve in plaats van ons vast te klampen aan wat minder goed is. Overigens ben ik er in dit geval ook niet van overtuigd want de labeling heeft geen prijseffect. Ik kan er gerust inkomen dat men omwille van bijvoorbeeld statiegeld de moeite doet en de kosten maakt om de grens over te rijden om zijn inkopen te doen. Ik zie echt niet in waarom iemand 5 euro benzine zou spenderen om de grens over te rijden om precies hetzelfde product te kopen, alleen maar omdat er een andere sticker op staat. Ik denk dat consumenten toch iets rationeler zijn dan dat, en dat uw vrees op dat vlak nogal ongegrond is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.