U bent hier

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, enkele weken geleden heb ik u een schriftelijke vraag gesteld over hoeveel huurpremies er al zijn ingetrokken voor mensen die met een huurpremie op de privémarkt zitten, maar die op de wachtlijst van de sociale woningen staan. Op een gegeven moment krijgen ze een plaats in een sociale woning. Als ze die plaats weigeren, verliezen ze hun huurpremie. Uw antwoord was dat 1425 huurders hun premie verloren sinds de invoering van de huurpremie in 2012. Elk jaar stijgt het aantal gezinnen die zo hun premie verliezen. Vorig jaar waren er 642 gezinnen in dat geval.

Aangezien er een inkomenstoets is bij de inschrijving, maar ook bij de toewijzing van een sociale woning, ga ik ervan uit dat het geen gezinnen zijn die plots boven de inkomensgrens zitten. Gezien de getuigenissen van sociale verhuurkantoren (SVK’s) vermoed ik dat er veel weigeringen bij zijn van gezinnen die met een huurpremie al dan niet met de hulp van SVK's op de privéhuurmarkt zitten, en dat ze daar eigenlijk geholpen zijn. Dat wil zeggen dat de huurpremie zijn werk doet. Voor mij is dat dan weer een argument om ze uit te breiden, maar daar daarover gaat deze vraag om uitleg niet. De huurpremie doet zijn werk en dat is een argument om die los te koppelen van de wachtlijst.

Vandaag is de huurpremie een noodoplossing om tegemoet te komen aan de huurders op de privémarkt en aan de lange wachtlijsten van de sociale woningen, waar vandaag 80.000 huurders op staan. Aangezien het probleem zo groot is en aangezien alle kleine beetjes in de komende jaren zullen helpen om de betaalbaarheid op de privé- en op de sociale markt op te krikken, is het mogelijk om die twee los te koppelen.

Minister, het systeem van de huurpremies is volgens Groen waardevol, maar daar bent u niet van overtuigd. Mijn vraag is daarom een compromisvoorstel, een eerste stap. Bent u bereid om huurders die een betaalbare en kwaliteitsvolle woning huren via een sociaal verhuurkantoor met behulp van een huurpremie, vrij te stellen van de verplichting te verhuizen naar een sociale woning, zonder dat ze hun huurpremie verliezen? Dit zou tegemoetkomen aan een deel van het probleem.

Minister Homans heeft het woord.

Ik begin mijn antwoord met het verschil tussen een huursubsidie en een huurpremie uit te leggen. Een huursubsidie krijgt men als men een SVK-woning betrekt of als men uit een onbewoonbaar pand moet verhuizen. Een huurpremie krijgt men als men vier jaar op de wachtlijst staat.

Om in een SVK-woning te kunnen wonen, en recht te hebben op een huursubsidie – geen huurpremie dus – moet men zich inschrijven op de wachtlijst van een sociale huisvestingsmaatschappij. Indien men in een SVK-woning woont, heeft men al vier jaar een huursubsidie, en omdat men dan al vier jaar op de wachtlijst staat van een sociale huisvestingsmaatschappij, heeft men recht op een premie. Dat is natuurlijk niet combineerbaar met elkaar. Op dat moment wordt er gekozen voor het meest gunstige systeem voor de betrokkene – niet voor het SVK, wel voor de huurder. Als blijkt dat een huurpremie voordeliger is voor de betrokkene, dan zal er een huurpremie worden toegekend. Als de huursubsidie voordeliger is, zal die uitgekeerd blijven worden.

Het is logisch dat als men een SVK-woning betrekt, men zich moet inschrijven op de wachtlijst voor een sociale woning als men recht wil hebben op een huursubsidie. Het is niet zozeer het bewonen van een SVK-woning op zich die de verplichting inhoudt dat men zich moet inschrijven bij een sociale huisvestingsmaatschappij, wel het recht kunnen hebben op de huursubsidie. Het zijn de stelsels van huursubsidies en huurpremies die ervoor zorgen dat men zich moet inschrijven op de wachtlijst van een sociale huisvestingsmaatschappij.

Het is logisch, als men een gepast aanbod krijgt van de sociale huisvestingsmaatschappij en men woont op dat moment in een SVK-woning, dat men verhuist. De logica daarachter, mevrouw Moerenhout, is dat een SVK-woning – dat is niet mijn theorie, dat is wetenschappelijk onderbouwd, de cijfers bewijzen het – een hogere huurprijs heeft en het inkomen van de huurder lager ligt. Een SHM-woning (sociale huisvestingsmaatschappij) heeft een lagere huurprijs en het inkomen van de huurder ligt hoger. In het kader van een sociaal beleid is het toch goed dat je de mensen die nu op de markt zitten van de SVK-woningen met een lager inkomen dan de doosneebewoner van een sociale woning, laat doorstromen naar een woning die meer op hun maat is, ook financieel.

Bovendien is een SVK-woning, door de verschillen in toewijzingsbepalingen en toelatingsvoorwaarden, erop gericht om mensen in acute situaties en een hoge woonnood te kunnen helpen. Als je iedereen toestaat die zou kunnen doorstromen naar een gepast aanbod in de sociale huisvestingssector, dus de reguliere sociale woningen, ga je een krapte op de SVK-markt creëren en dat is geen goed idee. Op de vraag of ik bereid ben om SVK-huurders die na een bepaalde tijd een plaats krijgen aangeboden in een reguliere sociale woning, te laten huren bij een SVK en een premie of een huursubsidie te laten behouden, is mijn antwoord: neen.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, in theorie hebt u gelijk. Maar in de praktijk zien we zoveel wachtende mensen, en de SVK’s zeggen zelf dat er te veel mensen die net kwaliteitsvol en betaalbaar in een woning zitten, na een paar maanden worden gedwongen om te verhuizen naar een sociale woning. U zei dat de beste oplossing voor de huurder wordt vooropgesteld. Is het dan effectief de beste oplossing om de huurder, die net in een woning is gesetteld, te dwingen te verhuizen? Waarom bied je hun niet de keuze?

Dat zijn opnieuw verhuisbewegingen binnen een korte termijn die heel veel energie en tijd kosten, zowel van de SVK’s als van de sociale huisvestingsmaatschappijen, maar vooral van de SVK’s. Daar gaat heel veel geld naartoe. Nu zijn de woonproblemen zo groot en beleidsmatig moeten we elke cent omdraaien. Daarom lijkt dit een quick win op korte termijn. Dit is absoluut niet zo’n dom idee als u laat uitschijnen.

Voor een SVK als volwaardig woonalternatief valt iets te zeggen, zodat er niet noodzakelijk een tijdelijke woonvorm moet zijn. Minister, u was duidelijk in uw antwoord, maar ik betreur het.

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Minister, ik geef mevrouw Moerenhout gelijk vanuit de praktijk. In mijn ander leven ben ik ook nog advocaat. Er zijn mensen die zich bezighouden met voorlopige bewindsvoering. Ik heb die klacht ook al gekregen. Als voorlopig bewindsvoerder zoek je een betaalbare woning voor iemand in schuldbemiddeling die heel weinig middelen heeft.

Dan kun je – Vlaanderen werkt daar goed aan mee – een betaalbare woning vinden voor de betrokkene. Maar het gebeurt vaak dat iemand twee, drie of zes maanden is gehuisvest, naar een sociale woning moet doorstromen. Voor ons, die misschien te veel in het vakgebied zitten, kan dat logisch zijn. Maar de overheid moet er zijn voor haar inwoner, minister. De mensen die in een SVK terechtkomen, een zeer laag inkomen hebben en in een noodtoestand zijn, of ze nu een sociale woning hebben of een woning van de SVK, ze begrijpen het verschil niet. Kunnen we dat niet gewoon opentrekken? We mogen niet in vakjes denken. U hebt gelijk dat er een overbelasting zal zijn van de SVK’s en dat we er te kort zullen hebben. Naar het volledige sociaal patrimonium zouden we met een open blik kunnen kijken en zeggen oké, dan blijft u daar wonen.

De sociale woning die vrijkomt, kan dan worden ingehuurd door het SVK, in het kader van een soort virtuele boekhouding van alle soorten sociale woningen. Het SVK kan dan iemand huisvesten in een sociale woning en iemand die in een SVK-woning zit, komt dan op het krediet van de sociale huisvestingsmaatschappij. Het gaat dus eigenlijk over een boekhouding. Dat moet de overheid oplossen en we moeten de mensen in een zwakke situatie niet met deze kosten opzadelen.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Minister, u was inderdaad zeer duidelijk in uw antwoord. Wanneer daaruit heel duidelijk blijkt dat het systeem zoals het vandaag bestaat, altijd kiest voor de oplossing die het voordeligste is voor degenen die een hoge woonnood en doorgaans een beperkt inkomen hebben, dan begrijp ik niet dat collega’s er hier voor pleiten te kiezen voor een systeem dat niet altijd het gunstigste is voor de kwetsbare huurder. Dat is de essentie van de discussie vandaag. Het systeem zoals het vandaag bestaat, vind ik bijzonder sociaal en ik begrijp niet waarom collega Moerenhout en collega Van Volcem het belang van de kwetsbare huurder, met zeer beperkte financiële middelen, blijkbaar niet op de eerste plaats willen stellen. Ik begrijp dat helemaal niet en ben het volkomen eens met uw standpunt, minister.

Mevrouw Taeldeman heeft het woord.

Valerie Taeldeman (CD&V)

Ik wil even het woord nemen omdat de vraag en de opmerkingen van de collega’s iets meer fundamenteels blootleggen. In het verleden heeft de Vlaamse Regering door middel van besluiten heel wat gedaan om de voorwaarden van huurpremie en huursubsidie met elkaar gelijk te schakelen. De modaliteiten zijn volledig op elkaar afgestemd. Maar als wij met de collega’s soms al huursubsidie en huurpremie door elkaar halen, dan moet dat ook voor de kwetsbare huurders problematisch zijn. Ik wil echter gewoon meegeven dat er in het verleden grote inspanningen zijn gedaan om de modaliteiten van huurpremie en huursubsidie op elkaar af te stemmen. Als iemand voor de twee in aanmerking komt, dan wordt gekozen voor de hoogste uitkering. Dat is een goede zaak.

We zitten met een heel krappe sociale woningmarkt. Er zijn 150.000 sociale woningen en een pak mensen staan op de wachtlijst om in aanmerking te komen voor een sociale woning. Ik ben een grote pleitbezorger van de SVK’s, maar zij hebben op het ogenblik een patrimonium van 8000 woningen. We kunnen dus niet zeggen dat we twee segmenten hebben met een enorm groot patrimonium, zeker niet als we rekening houden met iedereen die op de wachtlijst staat. Ik weet dat u waarschijnlijk niet meteen zult kunnen antwoorden op volgende vraag, minister. Als de tussenschotten tussen huurpremie en huursubsidie worden weggewerkt en die twee naar elkaar toegroeien, wordt het dan geen tijd om sociale huisvestingsmaatschappij en sociale verhuurkantoren door te lichten en beide sectoren wat meer naar elkaar te laten toegroeien, rekening houdend met het onderzoek van het Rekenhof naar de meest kostenefficiënte manier om kwetsbare huurders zo goed mogelijk naar een kwaliteitsvolle huisvesting te leiden?

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik ben het eens met het pleidooi van collega Anseeuw. Ook ik begrijp niet dat collega’s blijkbaar niet kiezen voor de beste oplossing voor de huurder, als een sociale woning goedkoper is, maar het gemakkelijker is te blijven in een SVK-woning. Ik wil er alleen nog kort het volgende aan toevoegen. We mogen niet vergeten dat een sociale woning meer woonzekerheid geeft dan een SVK-woning. Een SVK-woning is nog steeds een privéwoning die door de eigenaar van de SVK-markt kan worden gehaald. Dat geldt niet voor een sociale woning. Daar heeft de huurder wel woonzekerheid, tenzij hij zich natuurlijk verbetert en een hoger inkomen krijgt. Dat is een heel belangrijk element wanneer het over het belang van de huurder gaat. In vele gevallen zal het de laatste verhuizing naar de sociale woning zijn. We moeten toch vermijden dat een huurder een sociale woning weigert en in een SVK-woning blijft zitten die nadien door de eigenaar van de markt wordt gehaald.

Minister Homans heeft het woord.

Ik heb hier van verschillende mensen een pleidooi gehoord om de modaliteiten en toewijzingsreglementen compleet om te gooien en helemaal opnieuw te bekijken. Bij de grondige en globale evaluatie van het kaderbesluit Sociale Huur zullen we dat natuurlijk meenemen. Ik ben daarover al heel duidelijk geweest en ik ben het ook eens met de heren Anseeuw en Engelbosch. Ik heb ook geprobeerd dat duidelijk te maken, maar het is blijkbaar niet goed doorgedrongen. SVK-huurders zijn mensen met heel weinig middelen, en dan vind ik het zeer raar dat men er tegelijk voor pleit hen gewoon in een SVK-woning te laten, terwijl de huur voor SVK-woningen hoger ligt en de inkomensgrens van de huurder lager. Bij een gewone sociale woning ligt de huurprijs lager en de inkomensgrens hoger. Wie nood heeft aan een sociale woning, hetzij een SVK-woning, hetzij een reguliere sociale woning, heeft er toch alle belang bij te verhuizen naar een woning met de laagste huur, met recht op respect en kwaliteitsnormen uiteraard.

Mevrouw Taeldeman, ik ben het met u eens wat de wachtlijsten betreft. Het klopt dat er zo’n 8000 SVK-woningen beschikbaar zijn. Steunpunt Wonen voert een onderzoek naar SVK en SHM dat verder gaat dan alleen de kostprijs. Er wordt ook naar de specifieke doelgroep gekeken. In mijn ogen dient een SVK-woning op de eerste plaats om acute gevallen te kunnen huisvesten en dan op zoek te gaan naar een mogelijkheid om door te stromen, zodat er opnieuw plaats komt voor acute woonproblemen. Ik weet dat het Steunpunt dat punt zal meenemen. Het onderzoek omvat veel meer dan de kostprijs alleen – wat is het duurste en het beste voor de bewoner – maar kijkt ook naar de doelgroep. Zoals ik bij het begin van mijn antwoord al zei, zullen we dat allemaal meenemen in de globale evaluatie van het kaderbesluit Sociale Huur.

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Ik heb af en toe wel een legitiem tegenargument gehoord, maar het is niet correct de kostprijs van de huur van SVK- en SHM-woningen op zich te vergelijken. We moeten in het financiële plaatje ook de verhuisbewegingen en de arbeid en mankracht die daar achter zitten, mee in rekening nemen. Ik wilde vandaag niet zozeer voor of tegen iets pleiten. Het is nu eenmaal een feit dat kwetsbare huurders zelf vragende partij zijn om in een SVK-woning te blijven en dat ook de SVK’s die de modaliteiten geven, vragende partij zijn.

U sprak over de evaluatie van het kaderbesluit Sociale Huur, minister. In dat kader lijkt het me interessant navraag te doen of kort te onderzoeken hoe dat komt en of de overheid op korte termijn niet aan deze vraag tegemoet kan komen. Dat is geen ideologische langetermijnkeuze, dat besef ik, maar gewoon een praktisch quick win om de komende jaren de wachtlijsten weg te werken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Gwenny De Vroe aan minister Liesbeth Homans
1528 (2015-2016)
van Björn Anseeuw aan minister Liesbeth Homans
1573 (2015-2016)
van Dirk de Kort aan minister Liesbeth Homans
1507 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.