U bent hier

Commissievergadering

donderdag 24 maart 2016, 13.59u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Hilde Crevits
1601 (2015-2016)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Vanaf 1 januari 2016 werd het btw-tarief voor bouw en renovatie van schoolinfrastructuur van 21 naar 6 procent verlaagd. Het geld dat daarmee uitgespaard wordt aan belastingen, kan worden besteed aan extra bouwwerken. In het licht van de nood aan schoolinfrastructuur en de enorme wachtlijst van subsidiedossiers is dat zonder meer goed nieuws, en het is altijd aangenaam de heraut te kunnen zijn van aangename berichten.

Het is ook belangrijk dat de scholen hierover grondig en snel geïnformeerd worden. Dat de officiële berichtgeving door de ministers en de administratie van Onderwijs en van Financiën aangevuld wordt met informatie uit andere bronnen, is dus zeker positief, vooral als de verstrekte gegevens correct zijn. ‘Het succes heeft vele vaders’ zegt het spreekwoord en die willen vaak allemaal melding maken van hun verwezenlijking. Ze willen meestal ook aangeven dat hun aandeel daarin belangrijk was.

Dat officiële communicatie door de administratie en de minister en de officieuze communicatie door koepels, stakeholders, volksvertegenwoordigers en geïnteresseerde militanten van partijen elkaar aanvult, is zinvol, dat ze vermengd wordt, is dat echter niet.

Minister, zijn de leden van de Vlaamse en Federale Regering gebonden aan een deontologische code? Welke inhouden zijn in deze code opgenomen met betrekking tot communicatie over beslissingen van de regering en het parlement? Welke impliciete en expliciete regels worden hierover gehanteerd binnen de Vlaamse en de Federale Regering? Hoe worden de principes daarachter bewaakt, bijvoorbeeld in verband met de communicatie met onderwijsinstellingen?

Is het conform de deontologische code dat een betrokken minister in een communicatie die van een partij uitgaat, informatieve maar ook partijpolitiek wervende berichten naar de Vlaamse scholen stuurt over een collegiaal gedragen en gezamenlijk genomen regeringsbeslissing? Wie houdt toezicht op het naleven van de deontologische code van de leden van de Vlaamse en de Federale Regering? Vormt dit voorval deel uit van een dergelijk toezicht? Zult u zelf initiatieven nemen om de volledige en correcte informatie aan scholen te bezorgen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer De Meyer, ik vermoed dat de aanleiding van uw vraag de brief is van federaal minister Johan Van Overtveldt van 9 maart 2016, die alle scholen ontvangen hebben, sommige tot driemaal toe, over de btw-verlaging op scholenbouw. In die brief wordt expliciet verwezen naar het voorbereidende werk van Vlaams parlementslid Koen Daniëls en zijn collega’s. In die zin bevat uw vraag om uitleg ook een belangrijke ‘Vlaamse component’.

Het spreekt voor zich dat de leden van de Vlaamse en de Federale Regering gebonden zijn aan een deontologische code. Ik kan de regelgeving op Vlaams niveau samenvatten, als u dat wilt, maar u kent ze ongetwijfeld. Dat is allemaal geregeld in de omzendbrief van de Vlaamse Regering van 4 maart 2005. Ik kan een kopie ervan bezorgen aan de collega’s. Daar staan ook een hoop regels in over de ministeriële deontologie en zaken die zowel voor de parlementsleden als voor de ministers gelden.

De omzendbrief besluit met de zin dat iedereen die code strikt moet naleven.

De deontologische code van de Vlaamse volksvertegenwoordigers inzake dienstverlening aan de bevolking, de handleiding en het Reglement van orde van de Deontologische Commissie zijn u wellicht bekend en kunt u ook terugvinden. 

Die brief gaat uiteraard niet uit van een lid van de Vlaamse Regering, maar van een lid van de Federale Regering. Hoe moeten we die brief interpreteren? Ik heb er totaal geen zicht op of het een brief is van een partij of een brief die uitgaat van een minister en of dat kan worden beschouwd als overheidscommunicatie van een minister. In elk geval hebben we het hier al heel vaak gehad over de btw-verlaging op scholenbouw. Iedereen is het erover eens dat het een verdienste is van de volledige regering en dat het voltallig Vlaams Parlement, samen met de Vlaamse Regering, zeer sterk ondersteunende partij geweest is om die btw-verlaging door te voeren.

Wat de rol als informatiebemiddelaar betreft, stelt artikel 10 van de deontologische code: “Het behoort tot de wezenlijke taken van de volksvertegenwoordigers om informatie te ontvangen en te verstrekken en om door te verwijzen naar de bevoegde diensten of instanties.” In die brief wordt verwezen naar de website van een partij. Nogmaals, ik weet niet wat precies de draagwijdte van de brief is: ofwel is het partijcommunicatie, ofwel communicatie van een minister, en of het het ene of het andere is, is natuurlijk wel een vrij groot verschil.

Onze eigen communicatie is vrij duidelijk geweest. Er is via Schooldirect heel wat informatie naar de scholen gegaan en er is ondertussen ook een federale omzendbrief met alle details over hoe de btw-scholenbouw precies moet worden geïnterpreteerd, bijvoorbeeld waar het wel en niet op van toepassing is. Ook dat is allemaal bezorgd aan de scholen. Formeel gezien hebben alle scholen correcte informatie gekregen. Onze overheidskanalen hebben goed gewerkt en de federale omzendbrief is bezorgd. Ik weet niet of alle scholen de brief in kwestie hebben gekregen. Wij hebben wel vrij veel reacties gekregen in de mailbox met de vraag hoe die brief precies moest worden geïnterpreteerd.

Wat de brief zelf betreft, is het niet aan mij, maar aan de Federale Regering, om zich uit te spreken of er al dan niet een schending is van een of andere deontologische code. Wat ik u gemeld heb, gaat over de Vlaamse deontologische code. Wij hebben een eigen deontologische commissie ingesteld die waakt over de naleving van de deontologische code. Iedereen die vindt dat er handelingen zijn gesteld in strijd met de deontologische code, heeft de kans om dat aan de voorzitter van het Vlaams Parlement te melden. De voorzitter moet die meldingen dan voorleggen aan de deontologische commissie. De commissie onderzoekt die meldingen op hun gegrondheid.

U vraagt wat ik nog zelf zal doen. Ik heb u gemeld dat ik vanuit mijn bevoegdheid al heb gecommuniceerd over het bestaan van de nieuwe verlaagde btw-regeling voor scholenbouw. Alle informatie is publiek beschikbaar. Wat er ook over communicatie kan worden gezegd, ik vind het ook van belang dat het resultaat is behaald. Met de btw-verlaging tot 6 procent kunnen we immers – en de regering heeft me daar groen licht voor gegeven – extra investeringen in scholenbouw doen. Dat betekent dat alleen al voor de pps, voor zover de lijst van de nieuwe projecten goedgekeurd raakt, 160 miljoen euro extra middelen vrijkomen en 47 miljoen euro binnen het gewone budget van de reguliere financiering. Dat is uiteraard dankzij een beslissing die de Federale Regering heeft genomen en die de Vlaamse Regering in staat heeft gesteld om te zeggen dat alle vrijgekomen middelen geïnvesteerd mogen worden in scholenbouw.

Het spreekt voor zich dat ik vanuit mijn eigen bevoegdheid in de toekomst scholen zal blijven informeren via de kanalen die er voor de Vlaamse overheid zijn.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik dank u voor dit duidelijke antwoord. Ik wil er nog aan toevoegen dat ik geen enkel probleem heb met collega’s die met scholen communiceren of die een enquête afnemen van leerkrachten en daarvoor scholen aanschrijven. Mijn zorg is vooral dat er duidelijkheid is naar scholen: gaat het over een louter partijpolitieke aangelegenheid of gaat het over een verstrengeling van overheidscommunicatie, communicatie van de minister, of partijpolitiek? Dat was vooral mijn zorg.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik ben vrij jong, dus ik denk niet dat ik veel uitleg kan geven aan collega De Meyer, die al veel meer jaren ervaring heeft dan ikzelf. Er is een onderscheid tussen volksvertegenwoordigers en ministers. Wanneer iemand een mailtje stuurt met een reeks vragen waarbij die zegt geïnteresseerd te zijn in de mening van de ontvanger, dan kan de ontvanger kiezen of hij of zij al dan niet antwoordt. 

Ik denk dat we eigenlijk slim genoeg zijn om zelf te antwoorden op een aantal vragen. Er is inderdaad een verschil tussen wat een minister doet en wat een volksvertegenwoordiger doet.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Ik heb twee bedenkingen, minister. Het is mijn persoonlijke mening dat het voor de ontvangers, directies, leerkrachten en inrichtende machten een gemiste kans is en dat een maatregel die over verschillende legislaturen, door verschillende partijen en in deze legislatuur door verschillende partijen in twee regeringen samen – dat woord is in dezen zeer belangrijk – is bedongen, had kunnen worden gecommuniceerd door meerdere mensen en meerdere partijen. Ik weet dat er nogal schamper wordt gedaan over de periode 1999 tot 2004. Als toenmalig kabinetslid denk ik echter met weemoed terug aan die collegialiteit om elkaar bloemetjes en licht te gunnen.

Ik hoop dat ondertussen – want het is in de nasleep ervan in de pers gekomen – de kostprijs van deze maatregel effectief budgettair is gedekt. Aangezien de minister die dat heeft ondertekend ook de minister van Financiën is, hoop ik dat de onduidelijkheid op dat vlak snel zal worden weggenomen. Bij het vinden van de nodige miljoenen om de federale begroting te laten kloppen, is de maatregel die hierin staat en waarvan is gezegd dat die ooit zou worden terugverdiend, berekend op 100 miljoen euro in 2016. Dat is nog niet het einde van het verhaal.

Enerzijds is het wat spijtig naar timing toe en anderzijds is het een gemiste kans om in de twee regeringen, de Vlaamse Regering en de Federale Regering, waar dezelfde coalities zijn, daarover samen te communiceren.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik ben blijkbaar vernoemd in die brief. Dat kan ik enkel vaststellen. (Opmerkingen)

Momenteel hebben we de kans om collectief dingen te doen. Ik heb al communicaties gezien waarin jullie ook alles hebben meegenomen. Ik stel dus voor dat we collectief een klacht neerleggen voor die betreffende communicaties.

Collega’s, minister Van Overtveldt is natuurlijk bevoegd voor zijn administratie die een circulaire heeft gemaakt. Die circulaire wordt onder de aandacht gebracht van alle scholen. Ze bevat heel wat interessante informatie. Ik heb die circulaire zelf getweet. Dat was interessant, maar ze is niet geretweet door de collega’s. Het was toch een manier om het op die manier te verspreiden.

Ik heb ook berichten gelezen van koepels waarin ze zeiden op informatie te wachten, terwijl de circulaire al ter beschikking was. Die koepels hadden die circulaire in hun bericht kunnen kleven, maar ze hebben ervoor gekozen die circulaire te vertalen, te herformuleren, waardoor de kans ontstaat op foutieve interpretaties. In het onderwijs is er wel degelijk nood aan rechtstreekse en juiste informatie.

Mijnheer De Meyer, ik kreeg gisteren vanuit de provincie een mailtje over de terreurdreiging. Het bevatte een rechtstreekse link naar de CD&V-website, met daarbij een bericht van minister Crevits. Ik denk dat alle ministers op hun manier informatie zo goed en zo duidelijk mogelijk proberen te verspreiden. Dat is de vaststelling die ik doe. Ik zie ook dat staatssecretaris Tommelein in verband met de horeca een mailactie heeft gedaan. Ik heb daar niet zo veel heibel rond gehoord. Ik denk dat het alle ministers, ook onze minister van Onderwijs, vrijstaat om informatie te verspreiden via de kanalen die ze ter beschikking hebben. Dat is de vaststelling die we moeten doen.

Ik zie ook niet goed in hoe de deontologische code van Vlaamse parlementsleden van toepassing zou zijn op een brief van een federale minister. Dat lijkt me wat raar.

Mijnheer De Ro, u zegt dat we alles collectief moeten doen. Ja, dat zou ook wel handig geweest zijn bij het Horecaplan. Daaraan hebben ook heel wat van onze collega’s gewerkt. Maar goed, het is onderdeel van de autonomie van elke minister, ook van onze minister van Onderwijs, om zulke zaken te doen. De deontologische codes van parlementsleden hebben hier eigenlijk niet veel mee te maken.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, laat ons blij zijn met de btw-verlaging.

In het voorbije halfuur heb ik twee tweetjes zien passeren. Ik zal ze voorlezen. Mevrouw Brusseel tweet in verband met de instapproef: “Enkele jaren geleden vroeg ik in de commissie Onderwijs een proef voor de start van de lerarenopleiding. Nu in de steigers.” Er staat een lachend mannetje en @crevits bij.

De heer Daniëls tweet: “Eén leerkracht beïnvloedt 1000 leerlingen. Instapproef lerarenopleiding een feit in 17-18. Weeral een punt uit N-VA-verkiezingsprogramma gerealiseerd.” (Opmerkingen van Koen Daniëls)

Beste collega’s, ik ga ervan uit dat we allen samen proberen ons regeerakkoord uit te voeren. Als we elkaar daarin een beetje ondersteunen, zal het lukken voor alle punten. Maar als we elkaar vliegen afvangen of het elkaar misgunnen, zal er veel niet lukken.

Laat ons dus misschien, lerend uit wat er enkele dagen geleden is gebeurd, elkaar wat vaker vermelden. (Opmerkingen)

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben het er volledig mee eens dat de verlaging van de btw naar 6 procent het allerbelangrijkste is. Dat neemt niet weg, mevrouw Brusseel, dat ik dit nog niet had meegemaakt, en ik zit hier al een tijdje. Collegiaal kan ik het zeker en vast niet noemen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.