U bent hier

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, Spartacus was de afgelopen weken niet weg te branden uit de actualiteit. Het gaat dan ook over het versterken van de ruggengraat van het openbaar vervoer in Limburg, dat vooral in het oostelijke gedeelte van Limburg tot op heden onbestaande is. Vorige week hadden we hier het goede nieuws in de commissie, tijdens een gedachtewisseling over het Strategisch Actieplan Limburg voor in het Kwadraat (SALK), waar minister-president Bourgeois in primeur meegaf dat lijn 18 binnen de prioriteiten van de Vlaamse spoorvisie de prioriteit van de prioriteiten is. Dat was heel goed nieuws voor de regio Limburg. Er is daar ook een draagvlak voor.

Anderzijds zitten we hier vandaag vooral te kijken naar lijn 1 en de verdere afhandeling daarvan. Ik heb, net als mijn collega’s wellicht, deze vraag onmiddellijk na de gemeenteraad van Maastricht van 23 februari ingediend. Daardoor zijn onze vragen intussen ook alweer een klein beetje achterhaald, maar ik ga ervan uit dat u ook op onze vragen kunt antwoorden alsof ze vorige week gesteld zijn, na het overleg met Maastricht.

Ik moet zeggen dat ik de wenkbrauwen gefronst heb toen ik het debat in Maastricht volgde. Er was daar een motie van de vijf meerderheidspartijen, die het schepencollege vroeg om zo snel mogelijk samen te zitten met de Vlaamse partners, zijnde uzelf en De Lijn, om definitief duidelijkheid te krijgen over de variantenstudie. Nederland spreekt over de eindhalte aan het Mosae Forum, en dus niet over die aan het station van Maastricht, zoals hier oorspronkelijk voorzien was, en stelt dat er, zodra daar duidelijkheid over is, binnen het jaar een nieuw bestemmingsplan zou worden opgemaakt. Ik resumeer nog even: het gaat om 900 meter die niet gerealiseerd kan worden vanwege een gebrek dat plotsklaps vastgesteld wordt aan de Wilhelminabrug, een brug die volgens mij toch vroeg of laat eens aan herziening toe is.

Ik heb dus de wenkbrauwen gefronst, meer bepaald op het moment dat men u, en dus de Vlaamse Regering, de zwartepiet wou toeschuiven door te zeggen dat er vanuit Vlaanderen niet wordt geantwoord op de trajectvariant, en dat daarmee de schuld bij Vlaanderen ligt. Dat lijkt mij – om in de terminologie te blijven – een brug te ver, want ik denk dat wij ons als Vlaanderen altijd erg constructief opgesteld hebben. Wij hebben ook altijd heel duidelijk gesteld dat er een contract en een Vlaams regeerakkoord is. Minister, u hebt beide op zak om te gaan onderhandelen met de Maastrichtenaren.

Minister, op mijn eerste vraag kan ik het antwoord zelf geven: er is inderdaad een overleg geweest met uw Nederlandse partners in dit dossier. Ik zou graag een verslag daaromtrent ontvangen van u, en een stand van zaken van de te nemen acties in de komende dagen en weken.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag om uitleg ingediend vlak na de gemeenteraad van Maastricht. Ik had het genoegen plaats te kunnen nemen naast de heer Peumans. We waren samen toeschouwer van die gemeenteraad. Het belangrijkste hadden we na een half uur al gehoord, terwijl ze er vier of vijf uur over hebben gepalaverd.

Ik heb gemerkt dat de tonaliteit soms brutaal was, en dat ze een verhaal vertelden waarin ik me niet herkende. Mijnheer Ceyssens, u gebruikt het woord zwart-wit, ik doe hetzelfde in mijn vraag om uitleg. Zij legden de zwartepiet helemaal bij Vlaanderen. Ik vond het een heel vreemd schouwspel, met schorsingen van de vergadering enzovoort.

Het was wel een interessant debat. Wat me duidelijk werd, is dat men eerst discussieerde over wie nu verantwoordelijk was voor de uitspraak van de Raad van State, wie daar schuld trof. Men schoof de zwartepiet eerst intern door, maar daar moeten we het hier niet over hebben. De meerderheid is nog steeds voor de tram, met als eindhalte Mosae Forum. Ze vinden dat een en ander nog steeds helemaal past binnen de raamovereenkomst, wat me zeer erg tegen de borst stuitte.

Ik ben een half jaar geleden ook al eens naar een hoorzitting geweest over dat tramproject. Het engagement om ooit de brug over te geraken, willen ze niet hard maken. Ze willen geen harde en geen zachte engagementen nemen, ze zeggen alleen dat ze daar eens over willen nadenken. Dat is eigenlijk onbegrijpelijk, want wij zowel als de andere kant houden er heel erg aan vast om ooit of binnen een redelijke termijn het station te bereiken. Op dat vlak is er heel weinig beweging in het dossier te krijgen.

Regelmatig hebben ze uitspraken gedaan als “Minister Weyts moet nu maar eens over de brug komen”. Uw naam is daar dikwijls gevallen, minister, ze kennen u ondertussen in Maastricht en dat is op zich een goede zaak.

Minister, wat vindt u van de stelling dat de Vlamingen nu aan zet zijn? U hebt ondertussen contact gehad met de contractpartners aan de Nederlandse kant van de grens. Ik ben benieuwd wat ze hebben gezegd. Hebt u een plan B? U gaat nu opnieuw een onderhandeling voorstellen, maar wat als dat niet lukt?

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, de geschiedenis – het indienen van onze oorspronkelijke vragen om uitleg – is ondertussen door nieuwe feiten ingelopen. De twee vorige sprekers hebben duidelijk de teneur van de gemeenteraad van 23 februari 2016 omschreven. De kwalificatie ‘brutaal’ is daar absoluut op haar plaats. Het is heel Nederlands, want ze hebben iets wat wij veel minder kennen, en dat is patriottisme. Wat de politieke strekking ook is, samen zijn ze het erover eens dat die bal terug in het Vlaamse kamp moet worden gelegd, ook al hebben ze inzake de sneltramverbinding en de uiteindelijke eindhalte, namelijk het treinstation van Maastricht, dezelfde reflex: ze kunnen dat niet hardmaken en dus proberen ze de schuld van zich af te schuiven.

Het meest brutale in dit verhaal is dat ze voor die tijdelijke halte – daar zouden we nog niet meteen mordicus neen tegen hebben gezegd als ze over vijf of tien jaar eventueel wel over de brug willen komen – spreken over termijnen die oplopen tot 25 jaar. Daar zijn geen woorden voor.

Minister, ik vind het uitstekend dat u vorige week zelf de brug bent overgegaan. U bent naar Maastricht gereden, u hebt er gesproken met beleidsverantwoordelijken, onder andere met de wethouder van Mobiliteit John Aarts en de gedeputeerde Patrick van der Broeck, om na te gaan hoe we een doorbraak kunnen krijgen. We hebben daarvan een verslag gekregen in Het Belang van Limburg. Dat was positief en dat is heel erg belangrijk. Naar buiten doen we alles om terug vooruitgang te krijgen in dit mobiliteitsdossier. Als symboliek kan dat tellen.

We zijn daar nu elf jaar mee bezig. Alle dagen kom ik mijn mobiliteitsambtenaar tegen in het gemeentehuis van Lanaken. Hij vraagt dan of ik nieuws heb, wat er te gebeuren staat. Die mensen zijn daar elf jaar lang heel veel uren mee bezig geweest, ook de gemeente zelf heeft veel inspanningen gedaan. Dat geldt ook voor de drie andere Vlaamse gemeenten die langs dat sneltramtraject liggen. Het is dus goed dat u doorbraken probeert te forceren. Allerhande geruchten circuleren in de coulissen over mogelijke compensaties. Misschien kunt u een tip van die sluier oplichten. Dat waardeer ik zeer.

Het is als de berg en Mozes, minister, als hoogste in rang bent u naar hen toegestapt en dat is als teken van engagement een sterk signaal. Als het goed is, zeg ik het. Als ik iets op mijn lever heb, zeg ik het ook. Dit kan ik alleen maar zeer waarderen. Dat geldt, denk ik, ook voor de collega’s in deze commissie.

Minister, nog enkele randbemerkingen. Ondertussen moeten de andere Vlaamse diensten die zijdelings bij dit project zijn betrokken, maar wel belangrijke actoren zijn, zoals het Agentschap Wegen en Verkeer, uit hun pijp komen en beginnen met investeringen op het grondgebied van de betrokken gemeenten die hoe dan ook moeten gebeuren, zoals de aanleg van rotondes en een nieuwe stelplaats voor De Lijn. In Limburg steunen we elkaar voor het hele verhaal. Spartacus is een optelsom van heel wat initiatieven op het terrein van de ontsluiting van de provincie via het openbaar vervoer. Het betreft drie lijnen: het gaat niet alleen over de eerste. Die laatste is uiteraard voor Lanaken en mezelf de allerbelangrijkste, maar de solidariteit gebiedt mij om ook de tweede en derde te verdedigen.

Vorige week heeft de minister-president in de commissie Financiën en Begroting tegen de heer Ceyssens de belangrijke opmerking gemaakt dat de derde lijn – lijn 18, in NMBS-termen – met stip op één staat als het gaat over de Vlaamse spoorstrategie. Het gaat ook over snelbussen op de rest van het grondgebied en over andere busverbindingen. Het gaat om een geïntegreerd verhaal van verknopingen en ontsluitingen, inclusief het wegwerken van witte vlekken die vooral in het oosten, noorden en noordoosten van de provincie liggen. Het is de bedoeling om op die punten gestage vooruitgang te boeken.

Minister, ik wil u daarover enkele vragen voorleggen. Wat is de stand van zaken? Wat hebben de Nederlandse partners u vorige week verteld?

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, drie weken geleden heeft die gemeenteraad van Maastricht plaatsgevonden. Twee elementen staan in de motie van de vijf meerderheidspartijen van Maastricht: zo spoedig mogelijk contact opnemen met de Belgische partners om in overleg te treden over het vervolgtraject naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van Nederland, en u een nieuw bestemmingsplan van Maastricht voor te leggen, op voorwaarde dat de Vlaamse Regering en u duidelijkheid kunnen geven over de vraag of u kunt instemmen met de tijdelijke eindhalte van Mosae Forum. Nochtans hebben zowel de minister-president als u al herhaaldelijk in de commissie en in de media gezegd dat jullie vasthouden aan een route van station tot station.

De meerderheidspartijen in de gemeenteraad van Maastricht leggen nu de bal in uw kamp. Ze willen weten of u akkoord kunt gaan met het door hen voorgestelde nieuwe tracé, met als tijdelijke eindhalte Mosae Forum. Als u daarmee akkoord gaat, zullen de Maastrichtse meerderheidspartijen een nieuw bestemmingsplan opmaken, en dan kan het nieuwe tracé worden gerealiseerd. U wordt verweten niet te willen zoeken naar een constructieve oplossing. De Maastrichtse meerderheidspartijen zeggen dat het contract van 2014 bepaalt dat beide partners constructief naar een oplossing moeten zoeken als er een probleem opduikt. De oplossing die zij voorstellen, is inmiddels gekend. U wordt verweten daar niet aan mee te werken. In elk geval is het duidelijk dat we ons in een patstelling bevinden. Zowel de Vlaamse Regering als het gemeentebestuur van Maastricht wachten op een engagement van de overkant. Het dossier is dus volledig geblokkeerd.

Aansluitend bij wat hier al is gezegd, wil ik u daarover enkele vragen voorleggen. Hoe reageert u op de motie van de gemeenteraad van Maastricht, die ten aanzien van u toch verwijtend van aard is? Dat mag duidelijk worden gezegd. Er wordt ook naar u gekeken. Wat wilt u ondernemen? Houdt u vast aan de route van station tot station, of gaat u akkoord met de tijdelijke halte? Vorige week hebt u met Maastricht overlegd. Wat was het resultaat van die bespreking? Hoe moet het nu volgens u verder?

Lies Jans (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, Spartacus is voor Limburg erg belangrijk, maar we mogen niet vergeten dat het project veel meer omvat dan de drie tramlijnen. Het gaat ook over de uitbouw van een groot openbaarvervoersnetwerk in Limburg, met belangrijke knooppunten waar men op kan inhaken. Het is essentieel dat we op dat punt vooruitgang boeken. De heer Keulen zei het al: lijn 1 is een symbooldossier geworden. Ik heb verbijsterd vastgesteld dat u de zwartepiet wordt toegeschoven. De Nederlanders kennende, weten we dat ze daar goed in zijn. Het is altijd heel duidelijk geweest – en dat staat ook zo in de overeenkomst – dat het om een project van station tot station gaat. Vorige week nog heeft in een andere commissie de minister-president het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK) voorgesteld. Toen is nogmaals gezegd dat het project een lijn van station tot station betreft, want alleen dat kan zorgen voor een meerwaarde.

De meerderheidspartijen van Maastricht keurden een motie goed waarin ze daar afstand van nemen. In hun voorstel wordt niet het station maar Mosae Forum de eindhalte. Volgens de heer Janssens betreft het een tijdelijke eindhalte, maar ik heb begrepen dat ‘tijdelijk’ in deze politieke context kan worden begrepen als ‘eeuwig’. Ik stel me dus grote vragen over hoe het nu verder moet. Ik ben tevreden dat u zowel met de gedeputeerde als met de wethouder hebt gesproken. De communicatie daarover was eerder onduidelijk. Wat zal men onderzoeken, en met welk doel? Wat betekent dat voor eventuele schadeclaims? En gaat het nu om een traject met het station of Mosae Forum als eindhalte? Ik krijg daarover graag meer duidelijkheid.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, collega’s, u weet dat de aanleiding voor mijn uitstapje de vernietiging van het bestemmingsplan door de Nederlandse Raad van State van 10 februari is. Ik nam zelf contact op met de Nederlandse partners. Het overleg heeft op 10 maart plaatsgevonden.

Dat was een lange onderhandeling, we hebben een viertal uren samengezeten. Ik kan getuigen dat misschien niet zozeer mijn populariteit dan wel mijn bekendheid in Maastricht is toegenomen. Ik heb alleszins duidelijk de lijn aangehouden dat ik loyaal de gesloten overeenkomst wil respecteren. Ik stel wel met enige verbazing vast dat men zich in Nederland serieus heeft bezondigd aan het zwartepieten doorschuiven, hoewel dat daar toch een aangebrand concept is. Uiteindelijk is er maar één verantwoordelijke voor het niet nakomen van de overeenkomst en dat is Nederland. Zij wensen die afspraken over de verbinding van station naar station niet te honoreren. De topeis van het project, zoals bepaald in deze kaderovereenkomst, is zeer duidelijk en ontegensprekelijk een verbinding van station tot station.

Zoals ik al vreesde uit het vernietigde bestemmingsplan wil men geen bestemmingsplan opstellen van station tot station. In Nederland is het immers zo dat zo’n bestemmingsplan dan ook garanties moet geven op het vlak van timing en financiering. Dat betekent dat men moet garanderen dat het tracé wordt gerealiseerd binnen een periode van tien jaar en dat het budget voorhanden is. Nederland kon geen van beide punten garanderen in tegenspraak tot een oorspronkelijk overeengekomen kaderovereenkomst.

Ik heb Nederland gevraagd te becijferen wat de schade is van de beperking tot het Mosae Forum. Wat de vervoerswaarde betreft, kwamen zij na een studie van het bureau Goudappel Coffeng tot een verlies van 4 procent. Aan Vlaamse zijde kwam het bureau Transport & Mobility Leuven (TML) tot een cijfer van 8 procent.

Ik heb gevraagd wat nu eigenlijk de schade is en hoe we die kunnen becijferen. Na een aantal uren zijn we tot een vergelijk gekomen waarbij de schade in kaart is gebracht. TML en Goudappel Coffeng zitten begin volgende week samen om die onderzoeksvraag en de daarmee gepaarde gaande timing vast te leggen.

Enkele uren laten heeft Nederland daar nog iets aan toegevoegd, met name de bereidheid om te voorzien in een busverbinding met een hoge frequentie van het Mosae Forum tot het station van Maastricht en in één lijn door tot aan het ziekenhuis en station Noord. Het is de bedoeling dat de reizigers van de lijn Hasselt tot het Mosae Forum daar met hun ticket kosteloos gebruik van kunnen maken. Bedoeling was dit op te nemen in de becijfering door beide bureaus.

Wij hebben intussen beide bureaus die opdracht gegeven. Volgende week zullen zij op basis van een cijfermatig getal kunnen beslissen over de toekomst van de Spartacuslijn, zowel voor Vlaanderen als voor Nederland.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik blijf verbaasd over het feit dat Nederland geen enkele garantie kan bieden over een gefaseerde ontwikkeling. Ik dacht dat Nederland er als gidsland prat op ging dat hun meerjarenbegroting een echte meerjarenraming is. Nederland legt vandaag zijn budgetten vast voor infrastructuurwerken op de weg en voor andere infrastructuurwerken tot in 2028. Als zij dan vandaag zeggen dat zij daar niet in kunnen voorzien, dan vind ik dat een heel straffe uitspraak. Bij het sluiten van de overeenkomst had men moeten inschatten wat er in 2015 zou gebeuren.

Gelet op dat gegeven enerzijds en de vaststelling anderzijds dat de feiten heel erg worden verdraaid, hoed ik me vandaag voor uitspraken in verschillende richtingen. Ik denk alleszins dat de bal nog altijd in het kamp van de Nederlanders ligt.

Wij hebben in Vlaanderen heel veel gesproken over combimobiliteit. In onze conceptnota over openbaar vervoer spreken we ook heel dikwijls over overstappen en dergelijke meer. Als de Nederlanders denken dat zij op een andere manier de reizigers even vlot, snel en efficiënt aan het station in Maastricht kunnen brengen, en misschien zelfs een garantie kunnen geven om dan door te gaan naar het ziekenhuis en naar station Noord, wel dan moeten we zo open zijn om hen die denkoefening te laten maken. Voor alle duidelijkheid: zij moeten komen met voorstellen, zij moeten ons overtuigen van het feit dat dat op een andere manier minstens even goed kan.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

Ik weet niet of u op een donderdag naar Maastricht bent geweest, want dan is het markt, en die onderhandeling die u hebt gevoerd lijkt me een beetje op een onderhandeling die mensen op de markt voeren: ik geef u een kussen, ik doe er nog een kussensloop bij en dan bent u tevreden. Ik vind het een vreemde manier van onderhandelen. Maar ik moet erkennen dat ik apprecieer dat u de moeite hebt gedaan om tot daar te gaan en een halve dag hebt uitgetrokken om met hen van gedachten te wisselen, hoewel ik denk dat na een half uur het meeste wel gezegd zal zijn geweest. Of toch niet?

Wat mij vooral bezorgd maakt rond dit dossier is dat ze blijven spreken van een tijdelijke halte maar dat ze in hun daden van die tijdelijke halte eigenlijk een definitieve halte willen maken. Ik deel de mening van de heer Ceyssens in dit dossier als hij zegt dat hij het onbegrijpelijk vindt dat ze op geen enkele manier een garantie kunnen geven dat ze over die brug geraken. Ik begrijp dat echt niet. Als ze die garantie niet willen geven, denk ik dat ze dat ook niet echt van plan zijn. Want hoe kan je nu veronderstellen dat dat na twintig of dertig jaar wel zal gebeuren, zeker als men vlug busjes wil inleggen tussen die tijdelijke halte en het station? Dan zal men misschien zeggen: we hebben toch een oplossing, waarom moeten we nog over die brug geraken?

Ik vind dat de bedoeling van Spartacus niet mag worden weggegooid. De bedoeling is om een kwalitatief hoog vervoersnetwerk te realiseren en een verbinding van station tot station lijkt me een minimale eis voor een dergelijk hoog kwalitatief vervoersnetwerk. Ik denk verder dan Maastricht. Station Maastricht is een belangrijk knooppuntstation met lijnen naar Aken, Luik en het noorden van Nederland. Misschien gaan Limburgers daar niet vanaf het begin gebruik van maken, maar op middellange en op lange termijn moet Maastricht een belangrijk station worden, ook voor de Limburgers, om de rest van Euregio te gaan verkennen. Mensen gaan heus niet de tram pakken tot Mosae Forum, dan nog een bus en dan de trein verder. Dat is een oplossing waar ik misschien een aantal jaren mee kan leven, maar dat mag zeker geen definitieve oplossing zijn.

Die studiebureaus gaan snel met een resultaat komen. Ik neem aan dat dat dan ter bespreking zal worden voorgelegd. Hoe gaat dat dan verder? Zijn daar concrete afspreken over gemaakt? Ik stel vast dat tot nog toe vooral consultants en studiebureaus beter zijn geworden van het Spartacusplan en de Limburgse vervoersgebruiker veel minder. Ik hoop dat dat in de toekomst echt zal veranderen en we tot een kwalitatieve oplossing komen waar het station van Hasselt met het station van Maastricht wordt verbonden, op welke manier dan ook, maar zonder tussenstappen, omdat het volgens mij de geest van Spartacus weghaalt en dat kan toch niet de bedoeling zijn.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

We moeten voorzichtig zijn en tegelijkertijd ook heel alert blijven. Laat het duidelijk zijn, voorzitter, dit is een symbooldossier, maar het is wel een integraal deel van het regeerakkoord en van het SALK, en ondertussen werken we er al lang aan. Om dat nu zomaar op te geven? Ik zeg u: dan bent u nog niet van mij af.

Ook wat betreft de tijdelijkheid van die voorlopige halte aan Mosae Forum, zeg ik: dat kan. Maar tijdelijkheid heeft zijn grenzen, en dat is zeker geen 25 jaar, want dan spreek je over kwaadwilligheid. Dat kan niet, zeker niet wanneer partners in volle vrijheid en bij volle verstand – dan heb ik het over Maastricht en over Nederlands Limburg – in 2014 dat contract nog hebben gesloten. Dit gaat over én het respecteren van een handtekening én over de geloofwaardigheid van de politieke klasse. Dat zijn twee heel belangrijke aspecten.

Minister, we moeten inderdaad die schade becijferen. De reizigersuitval zou 4 tot 8 procent zijn, 4 procent volgens de Nederlanders, Goudappel Coffeng, en 8 procent volgens de Vlamingen, dat is het studieresultaat van TML. Op zich is dat niet meteen de kop af. Het moet nu duidelijk zijn wat de schade is. Laat dat dan ook maar in harde cijfers becijferd worden. We moeten voor onszelf zeggen dat we dat binnen een maand moeten weten. We kunnen daar niet mee bezig blijven.

Ik hoor in de coulissen dat het busverbindingen zijn, geen busjes, om die laatste 900 meter van aan de Wilhelminabrug, dus Mosae Forum, tot aan het treinstation af te leggen. Dat is minder dan 1 kilometer. Die zouden dan een frequentie hebben van elke 3 tot 4 minuten. Het zou een gratis busverbinding zijn vanaf Mosae Forum tot aan het treinstation, zelfs doorgetrokken richting academisch ziekenhuis en zelfs station Noord.

Mijnheer Ceyssens, we moeten dat met een open geest bekijken en becijferen, maar we moeten nu vooral aandringen op bekwame spoed, want deze trein laten rijden naar nergens, daar bewijzen we onze geloofwaardigheid en de potentiële reiziger geen dienst mee.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, het is duidelijk dat dit dossier behoorlijk hallucinante vormen begint aan te nemen en hallucinante ontwikkelingen kent. Na elf jaar komt men nog altijd niet verder dan nog eens een studie te bestellen. Er zijn twee studies, en wat is de beslissing van Maastricht en de Vlaamse Regering? We gaan die twee studies naast elkaar leggen en daar een nieuwe studie over maken. Dat is de fase waar we nu in zitten, elf jaar nadat er voor het eerst sprake was van dit dossier.

Ik denk dat dit alleen maar uitstel van executie is en dat Spartacus duidelijk op een dood spoor zit en dat u dus beter andere prioriteiten begint te leggen. Minister, u zou best in overleg gaan met Infrabel en de NMBS om bijvoorbeeld te investeren in het personenvervoer op lijn 20, de internationale lijn Hasselt-Maastricht. Er is dan ook geen enkele garantie op succes, maar dat hebt u met de lijn 1 van Spartacus op dit moment evenmin. Leg dus andere mobiliteitsprioriteiten in Limburg, voornamelijk in het noorden en het noordoosten van de provincie. Ga in overleg met de NMBS om te investeren in de spoorlijn 20. Op dit moment is het zeer duidelijk dat het Spartacusdossier en in elk geval lijn 1 van het Spartacusplan een omgekeerde processie van Echternach is. Er worden veel meer stappen achteruit dan vooruit gezet.

Lies Jans (N-VA)

Minister, ik heb uw antwoord goed opgeschreven, en ik kan alleen maar concluderen dat er één verantwoordelijke is voor het niet realiseren van het vooropgestelde doel, namelijk de verbinding van lijn 1 van station tot station. Ik hoor u zeggen dat er geen bestemmingsplan van station tot station komt, zeker niet de eerste tien jaar. De heer Ceyssens zegt zelfs niet voor 2028. Het is heel duidelijk wie de zwartepiet moet krijgen, ook al willen ze hem blijkbaar niet aanvaarden.

Minister, u zegt dat u de schade gaat berekenen en proberen te objectiveren. Ik denk dat u dat moet doen en dat het op een goede manier moet gebeuren. Er was al een berekening voor het reizigerspotentieel. De Nederlanders spreken over min 4 procent. Als we het volledige traject nemen, gaat het over min 8 procent aan reizigerspotentieel. Het moet dus goed worden gedaan. Er moet ook rekening worden gehouden met Vlaanderen in de berekening.

Ik vraag me wel af of ook het economisch verlies wordt berekend. Sommigen hebben het woord ‘shoppingtram’ al in de mond genomen. Als de tram zou stoppen aan Mosae Forum, dan is dat heel goed voor de middenstand van Maastricht. Men kan dan vanuit Hasselt met lege winkelzakken naar de Bijenkorf gaan en terugkeren met volle zakken. We moeten er rekening mee houden dat dat een realiteit zal worden als we niet van station tot station gaan. Het economisch verlies voor de Limburgse gemeenten moet zeker onderzocht worden.  

Minister, ik ben zeer pessimistisch. Ik was altijd al een koele minnaar van het traject. Als ik hoor wat er verder nog gaat gebeuren, dan wordt het alleen maar erger. Mijn oproep is nogmaals: wat is voor de Limburgers belangrijk? En dat is een goed openbaar vervoer waar nodig. Hou daar alstublieft rekening mee. We zullen afwachten hoe het zal aflopen, maar ik ben zeker niet optimistisch.

Minister Ben Weyts

Collega’s, ik dank jullie voor de suggesties, de bemerkingen en de aanmoedigingen. Ik tracht op te treden als een goede Vlaamse huisvader die de Vlaamse belangen maximaal behartigt, wat niet altijd een eenvoudige klus is. Ik moet ook vaststellen dat net het gebrek aan een weloverwogen beslissingstraject aan Nederlandse zijde ervoor gezorgd heeft dat we vandaag in deze situatie zitten. Het lijkt me dus wijzer om weloverwogen, becijferde beslissingen te nemen, eerder dan achteraf opnieuw voor verrassingen te komen te staan.

Het belangrijkste in dit dossier is een oplossing, los van het berekenen van verliezen en dergelijke, namelijk een oplossing om de reiziger van station naar station te brengen. Maastricht-station is waarschijnlijk nog veel meer dan Hasselt-station een heel belangrijke toegang – de heer Danen heeft het daarstraks ook nog eens gezegd – tot de Euregio voor de Limburgers en bij uitbreiding voor de Vlaming. We moeten het heft niet in eigen handen nemen: het is aan de Nederlanders om met een duidelijk en efficiënt alternatief te komen dat minstens evenwaardig moet zijn. Als het nog beter kan, heel graag dan.

Ik wil hier toch nog eens herinneren aan het regeerakkoord. We hebben duidelijke afspraken gemaakt tijdens de zomer van 2014, niet gebaseerd op enkele ideetjes of luchtballonnen. Ze zijn gemaakt op basis van eerder gemaakte plannen: een Spartacusplan, een Limburgplan, een Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat enzovoort. Ze zijn gebetonneerd in het regeerakkoord en ofwel willen we dat uitvoeren, ofwel willen we dat niet uitvoeren. Als we het willen uitvoeren, moeten we er best geen onduidelijkheid over creëren en geen gaten laten.

Ik zal nog eens, tot vervelens toe, het uitgangspunt van Spartacus meegeven. Dat ging niet over de lijn Hasselt-Maastricht, dat ging over een totaalconcept voor Limburg waar geen spoorverkeer is in het oostelijk gedeelte van de provincie. De conceptnota ‘basisbereikbaarheid’ is hiervan het beste bewijs. Die ruggengraat is nodig om een goed openbaar vervoer te organiseren. Buslijnen, maar snelle lijnen. Als bussen boemelen van dorpskern naar dorpskern, dan zal alleen die passagier opstappen die zich geen enkele andere vervoersvorm kan permitteren en die nergens op tijd hoeft te zijn. Dat was het uitgangspunt van Spartacus.

Ik wil af van het idee dat men voortdurend probeert te creëren: geef voorrang aan de andere lijnen. Het feit dat de lijn Hasselt-Maastricht vandaag vastzit, ontslaat ons niet van de plicht om op die twee andere lijnen onverkort te blijven inzetten maar hou op met te zeggen dat we lijn 1 moeten laten varen en moeten inzetten op de andere twee lijnen. Als we dat doen, dan laten we ons in Limburg insmeren met ons eigen vet. Ik vind het goed nieuws dat verleden week is gezegd dat lijn 18 de prioriteit van de prioriteiten is in de Vlaamse spoorvisie. Op lijn 2 moeten we onverkort blijven doorwerken, maar dat mag geen excuus zijn om inzake lijn 1 onduidelijkheid te creëren en zo gaten voor discussie te laten aan de andere kant van de Maas.

Met de uitspraken en de vragen over Spartacus van de voorbije tien jaar kunnen we bijna deze kamer vullen.

Ik zou het bijzonder jammer vinden mocht Limburg zonder iets achterblijven. Het klopt dat lijn 2 en 3 onverkort uitgevoerd moeten worden. Ik ben blij met het engagement van vorige week om prioriteit te geven aan de lijn naar het noorden. Dat wil niet zeggen dat de andere lijnen maar moeten wachten.

Hebt u een plan B voor het geval dat Maastricht met onvoldoende garanties over de brug komt?

Voorzitter, u spreekt over koele minnaars. U hebt het dan uiteraard over uw eigen groepering, de N-VA. U hebt dit als politieke partij het meeste goedgekeurd van allemaal, zowel Spartacus als de rangorde van de uiteindelijke projecten. Die sneltramlijn 1 stond van meet af aan als eerste project geagendeerd. Er is in de volgorde nooit een wijziging aangebracht. U hebt dat mee goedgekeurd in 2004, 2009 en 2014 in drie opeenvolgende regeerakkoorden. We hebben dat als prominent punt opgenomen in het SALK. Pacta sunt servanda.

We zitten met een onwillige partner, maar we moeten onze eigen positie niet verzwakken want dat wordt met het vergrootglas bekeken in Nederlands-Limburg, zowel in de provincie als in de gemeente Maastricht. Vanuit Vlaanderen geven we soms ten opzichte van de buitenwereld signalen dat voor sommigen sneltramlijn 1 niet moet. Voor mij kan alles, maar niet na elf jaar de boel op zijn kop zetten. Nogmaals, pacta sunt servanda. We moeten er alles aan doen om vanuit Vlaanderen niets onverlet te laten om die verbinding te realiseren.

Voor de mensen iets zullen zien van de volgende trajecten, namelijk de lijnen 2 en 3, zijn we ministens tien jaar verder want zolang duurt dat minimaal. Je zal altijd wel door iemands tuin moeten die dat niet wil en begint te procederen. In mijn gemeente is er een instabiele ondergrond. Je zult de Gust Feyens of varianten van de Limburgse milieukoepel tegenkomen die procederen omdat dit nu eenmaal hun natuurlijke roeping is.

Op zeker ogenblik zullen we de bevolking wel moeten zeggen – en we hebben om de zoveel jaar examens met de volgende in 2019 – dat we op papier kilometers vooruitgang hebben geboekt, maar op het terrein niets. Ga daar maar aanstaan. Dat is voor de geloofwaardigheid van ons allemaal, de hele politieke klasse, een slechte zaak. We moeten de krachten blijven bundelen. Het is positief dat u vorige week die inspanning hebt gedaan. Hou de Nederlanders bij de les en zorg dat we binnen een maand de cijfers krijgen.

Minister, ik heb daarnet mijn positie duidelijk gemaakt en mijn suggestie overgemaakt. Ik ben in tegenstelling tot u en twee van de collega-vraagstellers niet gebonden aan het regeerakkoord. Ik was trouwens aan het begin van de legislatuur erg verbaasd dat in dat regeerakkoord, met de N-VA als grootste regeringspartij die zelfs de minister-president en de minister van Mobiliteit mocht afvaardigen, de Spartacuslijn 1 gebetonneerd is. We kijken uit naar alweer een nieuwe studie, al vrees ik dat daarmee ook deze keer geen deus ex machina over Spartacus zal neerdalen.

Lies Jans (N-VA)

Wat is voor de Limburgers belangrijk? Dat er een verdere uitbouw van het openbaar vervoer komt. In het regeerakkoord en in het SALK staat inderdaad dat we een verbinding van station tot station willen en dat dit voor het openbaar vervoer de enige mogelijkheid is om enige meerwaarde te bieden. Nederland wil die verbinding niet zoals ze is opgenomen in de overeenkomst.

Minister, laat dit goed becijferen en laat u niet in de luren leggen door de Nederlanders want ze zijn er goed in om met cijfers te goochelen. Het bewijs is er al: volgens de studie van de Nederlanders is er een verlies aan reizigerspotentieel van 4 procent en volgens ons 8 procent. Wees op uw hoede, maar hou vooral in het achterhoofd dat het openbaar vervoer in Limburg verbeterd moet worden en dat er middelen in moeten worden geïnvesteerd.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.