U bent hier

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, mijn vraag sluit aan bij een eerdere vraag van collega Van de Brandt in de commissie Welzijn over minderjarige asielzoekers. De bevoegde minister, minister Vandeurzen, heeft toen verwezen naar u, als minister van Jeugd.

We hebben hier in België en in Vlaanderen een traditie om jonge asielzoekers op alle manieren te proberen begeleiden en helpen, om zo goed mogelijk al hun rechten als kinderen en jongeren te helpen vrijwaren en om hen vanuit verschillende sectoren – hetzij onderwijs, hetzij pleegzorg, hetzij jeugdzorg – te helpen om hun plek te vinden en zo goed mogelijk kind en jongere te kunnen zijn in onze samenleving.

Zonderwijs is een van die organisaties. Zonderwijs stond enkele weken geleden nog in verschillende kranten. Het is een organisatie van verschillende leerkrachten, die ervoor pleit om jongeren wier procedure is afgelopen in het midden van een schooljaar, toch nog de mogelijkheid te geven om dat schooljaar af te werken en tot een succesvol einde te brengen. Die leerkrachten zetten zich dag in, dag uit in voor die jongeren. Het zou ook voor hen een ‘return on investment’ zijn om dat op die manier te kunnen doen. Maar het is natuurlijk ook heel belangrijk voor het welzijn van die jongeren.

De bevoegde staatssecretaris heeft daar altijd ‘njet’ op geantwoord, omdat het volgens hem een aanzuigeffect zou hebben. Opvallend is wel dat op de vraag van onder andere Zonderwijs en de kinderrechtencommissaris nooit enig antwoord is gekomen over enige studie die dat aanzuigeffect zou bewijzen. Wat wel is bewezen, is het schadelijke effect van een terugkeer op geïntegreerde jongeren. Zo bleek uit een onderzoek uit 2012 bij 164 teruggekeerde kinderen in Kosovo dat 70 procent niet meer naar school gaat. Die hebben jarenlang onderwijs gevolgd in Vlaanderen, maar gaan dan niet meer school. Bijzonder onrustwekkend zijn ook de cijfers over het welzijn van de uitgewezen jongeren. Zo is 44 procent depressief en 25 procent suïcidaal, en lijdt 33 procent aan een posttraumatisch stresssyndroom.

Waar we wel bewijs van hebben, is het effect van die vroegtijdige terugkeer van jongeren naar hun land. Ik wou zeggen: het land van herkomst. Maar in sommige gevallen zijn die jongeren hier geboren, dus dat klopt niet. Waar we absoluut geen bewijs van hebben, is dat zogenaamde aanzuigeffect.

Ook opvallend is dat we in Vlaanderen een rijke traditie hebben van organisaties die zich daarvoor willen inzetten. Er is ook een vrijwillig overleg, onder andere met een vertegenwoordiging vanuit het staatssecretariaat van Asiel en Migratie, maar ook vanuit de jeugdzorg, de pleegzorg, het onderwijs, enzoverder. Het is dan ook heel opvallend dat, ondanks het feit dat al deze organisaties zich daarvoor inzetten, hun stem niet wordt gehoord als het aankomt op beslissingen die in dit domein worden genomen.

Minister, u bent als coördinerend Vlaams minister van Jeugd ook betrokken. Hoe neemt u deze problematiek op in het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan? Hoe kijkt de Vlaamse Regering aan tegen deze gang van zaken? Vindt zij het oké dat er ondanks het engagement vanuit de gemeenschappen geen inspraak is inzake de uitwijzing van minderjarigen en jonge 18-plussers? En dat bij de uitwijzing geen rekening wordt gehouden met de aan gang zijnde studies van de jongere? Indien niet, welke signalen hebt u hierover aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie gegeven? Welke acties bent u nog van plan hierin te ondernemen? Welke standpunten worden in het overlegplatform verdedigd vanuit het jeugdwerk? Hebt u een gecoördineerd standpunt met de ministers van Onderwijs en Welzijn? Ziet u vordering in het gezamenlijke overleg? Zult u vanuit uw coördinerende opdracht in het overlegplatform aandringen bij de federale staatssecretaris voor Asiel en Migratie om duidelijke cijfers en studies neer te leggen die het vermeende aanzuigeffect onderschrijven? Er is immers een heel zware impact op het welzijn van jonge kinderen. Zult u als minister van Jeugd waken over het waarborgen van de rechten van het kind voor alle kinderen, ook voor de kwetsbare jongeren die in asielprocedures betrokken zijn? Erkent u de schadelijke effecten van een uitwijzing op het welzijn van geïntegreerde jongeren?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik kan beamen dat er in de verschillende beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid een zeer sterk engagement leeft ten aanzien van de kinderen in migratie. Getuige hiervan de mededeling, onder mijn coördinerende bevoegdheid voor kinderrechten, aan de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 in antwoord op een advies van het adviesorgaan van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind. Ik heb u dat document via het commissiesecretariaat overgemaakt.

Ik kan bevestigen dat ook binnen Onderwijs grote inspanningen gedaan worden om de kinderen in migratie zo goed mogelijk op te vangen.

In het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan wordt dit thema niet expliciet behandeld. Maar de problematiek kan zonder twijfel een plaats krijgen onder strategische doelstelling 5, aangezien deze doelstelling wil garanderen dat alle kinderen en jongeren een leerloopbaan kunnen volgen die aansluit bij hun talenten en hen in staat stelt volwaardig te participeren aan de samenleving. Hier vallen ook minderjarige asielzoekers onder.

Mijn collega Crevits behartigt deze doelstelling en gaat uitdrukkelijk uit van een universeel recht op onderwijs voor elk kind. Dat recht zou ook moeten gelden voor kinderen en jongeren uit gezinnen die het bevel krijgen om het grondgebied te verlaten. Collega Crevits geeft aan dat het in die zin aangewezen is dat ze hun schooljaar mogen afmaken indien ze uit het land gezet worden vanaf de kerstvakantie.

Ik las ook de Knelpuntennota van het Kinderrechtencommissariaat over recht op onderwijs voor kinderen op de vlucht, en nam kennis van de voorstellen die werden uitgewerkt als oplossing voor buitenlandse kinderen en jongeren die hier al jaren schoollopen. Ik stelde ook vast dat er gelukkig al heel wat stappen werden gezet.

Ik verwijs ook graag naar het antwoord van minister Crevits op een vraag om uitleg over kinderen die zonder diploma het land moeten verlaten van 2 juli 2015. Er zijn duidelijk al een aantal engagementen genomen.

Het is ook duidelijk dat mijn collega’s in de Vlaamse Regering en ikzelf ervoor pleiten om inderdaad rekening te houden met de huidige problematieken. Het overleg met het Kinderrechtencommissariaat, Zonderwijs en de onderwijskoepels loopt. Mijn collega’s bevoegd voor het onderwijs en het welzijn volgen dit op. Ik werd tot nu toe niet betrokken bij het overlegplatform hierover, maar ben ervan overtuigd dat alle nodige knowhow rond de tafel alreeds aanwezig is.

Ik volg in deze kwestie de aanbevelingen van het Kinderrechtencommissariaat wanneer ze vragen om in de eerste plaats uit te gaan van het belang van de kinderen en jongeren. Dat houdt onder meer in dat de mogelijkheden om hun onderwijs- of opleidingstraject voort te zetten in het land van herkomst of het land van herkomst van hun ouders realistisch bekeken worden, en dat we kiezen voor humane oplossingen voor kinderen op de vlucht. De schadelijke effecten van een uitwijzing op het welzijn van de betrokken kinderen en jongeren moeten tot een minimum beperkt worden.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoord. Het stemt mij tevreden dat u inderdaad het belang van onderwijs voor elk kind op de vlucht onderstreept en dat u aangeeft dat er binnen de Vlaamse Regering engagementen worden genomen om daar heel veel aandacht voor te hebben. U haalt aan dat er in het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan ruimte is voor deze problematiek, en dat daar heel hard over wordt gewaakt. U haalt het engagement aan van de verschillende ministers. Dat is terecht, al denk ik dat er daar ook voor u een plek is aan tafel. Ik twijfel niet aan de knowhow van de ministers Vandeurzen en Crevits, maar ik twijfel ook niet aan uw knowhow als het gaat over het welzijn of over de rol van de jongeren. Een minister van Jeugd is de minister van elke jongere in Vlaanderen, ook van de jongeren die op de vlucht zijn. U moet die stem daar aan die tafel ook heel duidelijk laten horen.

De cijfers over het aanzuigeffect waarmee wordt geschermd door het staatssecretariaat van Asiel en Migratie worden als argument aangehaald wanneer Zonderwijs en de kinderrechtencommissaris vragen waarom die jongeren hier hun jaar niet mogen uitdoen. Maar als zij daar de bewijzen van vragen, komt er geen antwoord. Is daar voor u als minister van Jeugd geen rol weggelegd om die cijfers te vragen? Kunt u daarvoor op tafel kloppen of de vraag op een vriendelijke manier stellen aan de staatssecretaris, dat kan ook, of via Twitter?

Soms werkt dat laatste beter.

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid inzake onderwijs voor vluchtelingen. U zegt dat er geen inspraak is van de gemeenschappen bij de uitwijzing van minderjarigen, maar asiel en migratie zijn nog altijd een federale bevoegdheid. Er is wel degelijk overleg over deze problematiek zowel met minister Crevits en met de kinderrechtencommissaris als met de organisaties voor onderwijs. Federaal staatssecretaris Francken gaat op een zeer humane manier om met die crisis en heeft alle zeilen bijgezet om het hoofd te bieden aan die uitzonderlijke situatie.

Voorstellen om uitwijzing uit te stellen tot het einde van een schooljaar of tot men een diploma heeft behaald, lijken me niet realistisch. Wij menen dat we menselijk zijn geweest door de omzendbrief aan te passen waardoor uitwijzingen niet meer kunnen tijdens de onderwijstijd. Kinderen kunnen dus niet meer worden aangehouden onderweg naar school, op schoolreis of tijdens de stage. Er zal een betere informatiedoorstroming zijn door de Dienst Vreemdelingenzaken naar de betrokken scholen bij de eventuele aanhouding van een gezin dat hier onwettig verblijft. De school zal dus worden geïnformeerd na een aanhouding.

Mijnheer Annouri, u zegt dat het aanzuigeffect niet kan worden bewezen met cijfers. We moeten daar echter realistisch in zijn. Op een bepaald moment botst men op zijn limieten. Wij hebben nu te maken met de ergste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Als we dergelijke signalen uitzenden, zullen we een aanzuigeffect creëren en ons onderwijssysteem zwaar belasten, terwijl het nu soms al op springen staat. Het risico bestaat dat bij een versoepeling massaal veel gezinnen naar België zullen komen.

Het terugsturen van gezinnen met kinderen hoeft niet te betekenen dat zij hun schooljaar niet meer kunnen afmaken. Er is immers ook adequaat onderwijs in het land van herkomst voor families die hier eigenlijk nog maar net zijn. Zij kunnen hun studies gewoon voortzetten in hun land van herkomst. Voor families die hier al lang verblijven en die al meermaals het bevel hebben gekregen om het land te verlaten, ligt de situatie anders. De overheid heeft een uitgebreid aanbod aan terugkeermaatregelen, namelijk zelfstandig, vrijwillig of gedwongen. Wanneer ouders beslissen om dat bevel naast zich neer te leggen, hebben zij ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van de Belgische overheid. Ik denk dat staatssecretaris Francken een heel humaan beleid voert maar aan alles is een limiet.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Het standpunt van minister Crevits over het afmaken van het schooljaar op het ogenblik dat men een uitwijzingsbevel krijgt, is duidelijk. Dat wordt ook gedeeld door mezelf en de regeringspartners. Het staat ook niet haaks op het beheer van deze asielmigratie door de Federale Regering. Ik probeer daarover in nauw contact te blijven, in het bijzonder met de minister van Onderwijs en de minister van Welzijn. Ik bekijk ook met hen of het nodig is om met drie in het overlegplatform te zitten. U schijnt daar nogal op aan te dringen. Ik ben daar ook helemaal niet tegen, maar de vraag is of dat ook doelmatig is.

Het is inderdaad zinvol om over die cijfers verduidelijking te krijgen. Ik zal daarover op een correcte manier in gesprek treden met de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie.

De heer Annouri heeft het woord.

Minister, ik dank u, vooral voor dat laatste antwoord. Ik ben zeer benieuwd naar de cijfers en de verduidelijking. Daar is nood aan. Zo niet, bewandelen wij als politici een beetje een gevaarlijk pad. Mevrouw Van Eetvelde, ik heb respect voor u en voor het werk dat u doet als parlementslid, maar wanneer iemand mij zegt dat er inderdaad geen cijfers zijn over dat aanzuigeffect maar dat men daar realistisch in moet zijn, dan heb ik daar moeite mee. Ik vertrek graag vanuit feiten, vanuit de realiteit. Wanneer mensen zich stoelen op een aanzuigeffect, dan wil ik dat graag bewezen zien. Zo niet, kunnen we hier om het even wat beginnen te zeggen.

U hebt gezegd dat mensen die teruggaan naar hun land daar ook adequaat onderwijs kunnen krijgen. Ik vraag me af hoeveel scholen er nog rechtstaan in bepaalde wijken en steden in Syrië.

Uit de cijfers waar we wel over beschikken, bijvoorbeeld die van Kosovo, blijkt dat 70 procent van de jongeren die terugkeren hun onderwijs niet voortzetten. Ik wil het debat voeren op basis van cijfers.

Het is belangrijk voor de mensen in onderwijs en jeugdzorg die bezig zijn met deze problematiek dat zij hier het antwoord hebben gekregen dat er duidelijkheid zal komen over die cijfers. We zullen proberen de rechten en het lot van die kinderen en jongeren zo goed mogelijk te verdedigen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.