U bent hier

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Het Vlaams Studie- en Documentatiecentrum (VSDC) voor vzw’s heeft zijn ongerustheid geuit over een federaal wetsvoorstel dat alle vzw’s wil verplichten om hun jaarrekening neer te leggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank. Op zich is de doelstelling van het wetsvoorstel legitiem. Men wil immers komaf maken met de criminele praktijken die gepaard kunnen gaan met zogenaamde slapende vennootschappen en vzw’s die geen jaarrekening neerleggen. Die organisaties kunnen door criminelen worden overgenomen om misdrijven te plegen. Het is belangrijk dat aan te pakken.

Het voorstel verplicht daarom alle vzw’s, grote en kleine, tegen betaling een jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank. We weten allemaal dat er een grote diversiteit bestaat onder de vzw’s. Vandaag moeten kleine vzw’s hun jaarrekeningen bij de griffie van de rechtbank van koophandel neerleggen en dat is kosteloos. Ook andere bepalingen uit het wetsvoorstel zullen nefaste gevolgen hebben voor het vzw-landschap. Ik citeer graag het VSDC: “De kleine vzw’s hebben het nu al zwaar met de vele administratieve verplichtingen die hen opgelegd worden. Administratieve verplichtingen die niet anders zijn voor een kleine vzw dan voor een groot ziekenhuis of rusthuis dat gestructureerd is als vzw. Het enige onderscheid dat de VZW-wet nu maakt tussen de kleine en de grote vzw’s is op het vlak van het voeren van de boekhouding en de verplichting tot neerleggen van de jaarrekening op de Nationale Bank. Dit onderscheid zou er, rekening houdend met bovenvermeld wetsvoorstel, nu ook niet meer zijn. In plaats van de administratieve lasten te verlagen, komen er nog maar eens extra verplichtingen en kosten bij. Vooral de kleine vzw’s zijn hiervan de dupe.”

Verschillende recente debatten tonen aan dat het onze bedoeling is de administratieve overlast voor vzw’s net te beperken, terwijl we nu de tegenovergestelde richting dreigen uit te gaan. Ik verwijs graag kort naar de discussie over de btw-verplichting voor de jeugdhuizen, die aantoont dat we oplossingen wat meer op maat moeten maken. Ik verwijs ook heel graag naar het regeerakkoord waarin heel duidelijk het engagement is opgenomen dat we de 'regulitis' voor verenigingen en vrijwilligers net willen beperken. Vooral in het jeugdwerk houdt de nieuwe regeling extra lasten in. In het jeugdwerk worden er vooral vzw’s opgericht om lokalen te beheren of een groot evenement te organiseren en de huidige vzw-wetgeving is nu al een serieuze administratieve kluif. De landelijke koepelorganisaties zijn daar het levende bewijs van. Zij worden nu al overstelpt met vragen over statuten, jaarrekeningen enzovoort. Ik denk dat iedereen daarvan overtuigd is.

Het is heel belangrijk na te gaan hoe we de vzw-wetgeving administratief kunnen vereenvoudigen in plaats van ze te verstrengen, zeker voor die kleinere vzw’s. Zo niet, zullen verenigingen mogelijks niet kunnen voldoen aan die vzw-wetgeving met als gevolg boetes, opheffingen, en omvormingen naar feitelijke verenigingen, wat niet de bedoeling kan zijn. Dat zou immers risico’s inhouden voor de aansprakelijkheid van de bestuursleden.

Minister, hebt u contact opgenomen met de indiener van het wetsvoorstel of met de federale bevoegde minister om de bezorgdheden van de kleine vzw’s over te maken en na te gaan hoe daaraan kan worden tegemoetgekomen?

Bent u bereid om een onderzoek te laten uitvoeren naar de vereenvoudiging of aanpassing van de vzw-wetgeving op maat van kleinere organisaties in de vrijetijdssector? Ik heb het dan niet alleen over de jeugdverenigingen maar ook over de cultuur- en sportverenigingen.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Mevrouw Rombouts heeft de problematiek al uitvoerig geschetst. Indien het nieuwe wetsvoorstel dat in de Kamer voorligt, wordt aangenomen, zullen ook kleine vzw’s verplicht worden om een jaarrekening op te maken en die vervolgens bij de Nationale Bank neer te leggen. Het spreekt uiteraard voor zich dat dit een kost en een hoop extra verplichtingen voor de vrijwilligers met zich meebrengt.

Het VSDC is alvast niet erg opgezet met dit wetsvoorstel. Het vreest dat heel wat verenigingen niet meer de moeite zullen doen om een vzw op te richten, bijvoorbeeld jeugdbewegingen die een vzw oprichten om hun lokalenbeheer in onder te brengen, en dus feitelijke verenigingen zullen blijven. Uiteraard is dat nefast voor de persoonlijke aansprakelijkheid van de leden van de verenigingen. Een aantal jaren geleden was er het geval van een carnavalsgroep waarvan elk lid aansprakelijk werd gesteld toen er een loods uitbrandde.

In de brochure ‘Regulitis’ van De Ambrassade roept men de Federale Regering juist op om in een statuut te voorzien op maat van het jeugdwerk dat ook aan hun noden beantwoordt. In de brochure staat dat het niet-commerciële, sociale, culturele en pedagogische initiatief moet worden verdedigd. Een verdere gelijkschakeling met ondernemingen zoals in dit wetsvoorstel, staat daar haaks op.

Minister, bent u op de hoogte van het wetsvoorstel in de Kamer? Wat is uw standpunt daarover? Bent u van mening dat dit haaks staat op uw initiatieven om regulitis voor het jeugdwerk te beperken?

Bent u van plan om andere initiatieven te nemen om de huidige vzw-structuur toegankelijker te maken voor jeugdverenigingen?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik ben ondertussen op de hoogte van dit wetsvoorstel en op het eerste zicht lijkt dit inderdaad in te gaan tegen de initiatieven die wij op ons niveau willen nemen om de overregulering aan te pakken die vrijwilligers ervaren en die een last zijn voor het verenigingsleven.

Zoals ik op 24 februari aankondigde in de plenaire vergadering, heeft de Vlaamse Regering vorige vrijdag, op voorstel van de minister-president en mezelf, een conceptnota goedgekeurd betreffende een gecoördineerd vrijwilligersbeleid. In die conceptnota staat de duidelijke afspraak om met alle belanghebbenden, over alle beleidsterreinen heen en binnen alle overheidsniveaus een overlegstructuur op te richten om over enkele maanden tot een ‘actieplan gecoördineerd vrijwilligersbeleid’ te kunnen komen, dit om het werk van de vrijwilligers zo eenvoudig mogelijk te maken.

Dit actieplan zal opgebouwd zijn rond volgende drie inhoudelijke assen: wetgeving en statuut, ondersteuning en informatie, en een plan van aanpak voor betere regelgeving. Daarnaast zijn er de gekende drie beleidsniveaus: federaal, Vlaams en gemeentelijk.

Omdat er bij dit verhaal vele spelers betrokken zijn, hebben we een overlegstructuur voorgesteld die een combinatie is van horizontaal en verticaal overleg. In het Horizontaal Overleg Vrijwilligersbeleid (HOV) komen ambtenaren uit de verschillende Vlaamse departementen en agentschappen samen met het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk, de Verenigde Verenigingen en eventueel enkele bijkomende experts. Per betrokken beleidsdomein wordt een Verticaal Overleg Vrijwilligersbeleid (VOV) georganiseerd, met als taak de specifieke beleidsinitiatieven van het betreffende beleidsdomein in nauw overleg met alle betrokken kabinetten in kaart te brengen.

Naargelang de thema’s of acties kunnen gemengde projectgroepen worden opgericht. In deze projectgroepen kunnen ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP), de federale kabinetten en de federale overheidsdiensten zetelen.

Het overleg voor de uitwerking van dit actieplan wordt nu op de rails gezet. In die optiek zal ook rekening worden gehouden met het federale voorstel met het oog op een betere handhaving van de neerlegging van de jaarrekeningen zal het worden besproken met de bevoegde federale kabinetten.

Ik ben zeker bereid een onderzoek te laten uitvoeren naar mogelijke vereenvoudiging van de vzw-wetgeving. Een van de punten waarop we het gecoördineerd vrijwilligersbeleid willen enten, is net de aanpak van overregulering. Vrijwilligers moeten zich in eerste instantie kunnen bezighouden met hun vrijwillig engagement en zo weinig mogelijk worden belast met administratieve lasten.

In de conceptnota geef ik aan dat ik werk wil maken van die regulitis, ook op federaal niveau en meer bepaald op het vlak van de vzw-wetgeving. Ik verwijs naar bladzijde 9 van de conceptnota gecoördineerd Vlaams vrijwilligersbeleid: “Vzw-wetgeving: de vzw-wetgeving is complex en bevat zware procedures voor het opstellen en vooral wijzigen van statuten, neerlegging van statuten en boekhoudkundige stukken, … Er kan bekeken worden of de huidige vzw-wetgeving verbeterd en vereenvoudigd dient te worden.”

Een onderzoek zoals in de vraag van mevrouw Rombouts voorgesteld, behoort dus zeker tot de mogelijkheden. Ik onderschrijf dus de vraag naar een mogelijke vereenvoudiging van de vzw-wetgeving.

Mevrouw Soens, ik deel uw bezorgdheid over de moeilijkheden van de vzw-structuur. Het is effectief de bedoeling om die toegankelijk te maken of te houden, niet alleen voor jeugdverenigingen, maar voor alle verenigingen en vrijwilligers.

We moeten ook realistisch blijven. Op Vlaams niveau kunnen wij uiteraard suggesties doen – en wij kunnen dat uiteraard op heel overtuigende wijze doen – over een aanpassing van de vzw-wetgeving, maar de wetgeving zelf is federale materie. Het zal dus de gepaste actie en overleg vergen om onze wensen daadwerkelijk gerealiseerd te zien.

Weet dat in tegenstelling tot de vorige werf die wij hebben opgelost – min of meer bevredigend voor velen –, namelijk de btw-verplichting voor de jeugdhuizen, het toen daadwerkelijk ging over een beleidsvoorstel van de betrokken minister. Dit bevindt zich nog maar in de fase van een wetsvoorstel. Ik neem dus aan dat alle pro’s en contra’s nog door de indieners van het wetsvoorstel mee kunnen worden opgenomen alvorens het tot een bepaalde besluitvorming zou komen.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord, het stemt me momenteel positief. We staan inderdaad nog aan het begin van de discussie. Het feit dat er een initiatief genomen is om voor een gecoördineerde aanpak te opteren, is ook positief. Ik hoop dat eenieder zich daar volledig in inschrijft, zeker inzake het huidige voorstel.

Ik hoop dat er ook effectief geklasseerd kan worden, want Kluwer, Lemahieu & Partners en de Nationale Bank zelf geven heel duidelijk aan dat als er geen indiening gebeurt van de jaarrekeningen bij de Nationale Bank, er echt serieuze straffen op staan. Als die mensen dat zelf al omschrijven als serieuze straffen, dan zou ik niet willen dat onze vrijwilligers daarmee geconfronteerd worden. Voka, toch een beroepsorganisatie, stelt: “deze procedure is tijdrovend en wordt dan ook zelden toegepast”. Dit baart me zorgen. Dit komt van een beroepsorganisatie, laat staan dat de vrijwilligers eraan worden blootgesteld.

Ik hoop echt dat er secuur naar wordt gekeken. Misschien kan het onderscheid inderdaad worden gemaakt tussen kleine en grote vzw’s opdat ze op een andere manier kunnen worden benaderd. Ik hoop dat er creatieve voorstellen komen en zeker ook voorstellen ter vereenvoudiging.

Er zijn vandaag al controlemiddelen. Ik moet alleen vaststellen dat de controlemiddelen niet echt worden ingezet. Waarom gebeuren de controles die kunnen gebeuren, vandaag niet, minister? Waar zit het knelpunt? Moeten de vzw’s daar dan voor boeten? Dat zou in elk geval een spijtige zaak zijn.

Het stemt me in elk geval positief dat u effectief wilt zoeken naar administratieve vereenvoudiging. Ik zal het lijstje van wie u er allemaal bij wilt betrekken er nog eens op nalezen. Ik ga ervan uit dat de vrijwilligersorganisaties er ook bij zijn, want dat is me ontgaan. U knikt, dat is bij dezen dus bevestigd, ik dank u wel.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u het probleem onderkent, dat u onze bezorgheden onderschrijft en ook onze vraag om de vzw-structuren toegankelijk te houden voor verenigingen in het algemeen en voor jeugdverenigingen in het bijzonder. Ik ben uiteraard heel benieuwd naar de werkzaamheden van de werkgroep over het vrijwilligersbeleid.

De wetgeving is uiteraard federaal. Ik mag er dus van uitgaan dat Open Vld en CD&V ook in de Kamer het nodige zullen doen om het wetsvoorstel van de N-VA tegen te houden?

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, u zult het mij niet kwalijk nemen dat ik iets uitgebreider wil ingaan op het wetsvoorstel van mijn collega.

Het is inderdaad zo dat het voorstel federaal werd ingediend. Mevrouw Rombouts heeft terecht gezegd dat de doelstelling van het wetsvoorstel legitiem is. De bedoeling ervan is vooral om de transparantie op het vlak van vermogen bij vennootschappen en vzw’s te vergroten.

Het beoogt ook een betere naleving van de neerleggingsplicht van de jaarrekening door vzw’s. Momenteel legt slechts de helft van de vzw’s de jaarrekening tijdig of laattijdig neer. De neerleggingsplicht geldt voor alle vzw’s, niet alleen voor de vzw’s die plichtsbewust de wet wensen na te leven. Vergist u zich dus niet, collega’s, de verplichting tot neerlegging van de jaarrekening bestaat nu ook al.

Onze fractie hier en onze federale fractie hebben kennisgenomen van de opmerkingen van de VSDC met betrekking tot dit wetsvoorstel. Er zijn twee grote bekommernissen:  het creëren van extra administratieve lasten en van een hogere kostprijs doordat de neerlegging moet gebeuren bij de Nationale Bank, en de vrees dat daardoor meer vzw’s zouden opteren voor een tijdelijke vereniging. Wij beschouwen dit eigenlijk vooral als constructieve opmerkingen. Bij een aantal verzuchtingen denken we wel dat we een aantal argumenten ter verdediging hebben.

Ik zou me heel graag kort willen toespitsen op de administratieve lasten. Mijn federale collega heeft dit wetsvoorstel ingediend om de verplichte neerlegging van de jaarrekening door de vennootschappen en de vzw’s beter te doen naleven. Het wetsvoorstel wijzigt dus niets aan de boekhoudkundige verplichtingen van kleine of grote vzw’s.

In plaats van dat de vzw’s de pdf opladen bij de elektronische belastingaangifte, vragen wij dat ook kleine vzw’s de pdf opladen op de webstek van de balanscentrale van de Nationale Bank. De verplichting om de jaarrekening neer te leggen bij de griffie van de rechtbank van koophandel, valt daardoor weg. Het wetsvoorstel vereenvoudigt in principe dus de administratieve last van de kleine vzw’s.

De fiscus, andere overheidsdiensten of schuldeisers zullen de jaarrekening aan de computer kunnen opvragen bij de balanscentrale, zoals dat nu reeds het geval is voor vennootschappen of voor grote vzw’s. Ook voor hen is dit een administratieve vereenvoudiging. Het is voor de mensen veel duidelijker om de jaarrekening van alle rechtspersonen op één plaats te vinden, namelijk op de balanscentrale.

Mijn tweede punt dat ik wil toelichten gaat over de extra kosten. De enige taak van de Nationale Bank is het publiek beschikbaar stellen van het pdf-document. Deze dienst moet ze aan een minimale kostprijs kunnen verstrekken. Volgens de gegevens die aan mij doorgegeven zijn, kan dat wel gaan om een bedrag tot maximaal 40 euro. We weten dat dat voor sommige kleine vzw’s een extra kost is. Je moet er ook rekening mee houden dat ze nu soms het land moeten afrijden naar de griffie van de rechtbank van koophandel naargelang het arrondissement waar de vzw haar zetel heeft, om een jaarrekening in te zien. Bij de griffie van de rechtbank van koophandel in Antwerpen bijvoorbeeld, sta je in de namiddag voor een gesloten deur bij gebrek aan personeel. Als je een afschrift wenst, moet je daar voor betalen. De vzw’s zelf moeten de jaarrekening op papier indienen en nog wat later een pdf bij de elektronische belastingaangifte voegen. Als een leverancier, een bank of verzekeraar ernaar vraagt, mag de vzw nog eens een kopie geven. Je moet niet denken dat die het hele land afrijden.

Bij de Nationale Bank kan al sinds 2005 met een muisklik een jaarrekening worden ingediend en opgevraagd. Wij verwachten niet dat door het wetsvoorstel van onze federale collega een feitelijke vereniging wordt georganiseerd waar de leden dan wel persoonlijk aansprakelijk zijn. Er moet echt wel gekeken worden naar administratieve vereenvoudiging van de vzw-wetgeving. Daar zijn we het volledig mee eens, daar volgen wij jullie volledig in. Maar zeggen dat we het verenigingsleven daarmee zouden fnuiken of de nek willen omwringen, is toch een brug te ver. We beogen met dit wetsvoorstel vooral meer transparantie, meer vereenvoudiging van de administratie. Tenslotte is het aan de collega’s van het federaal parlement om het wetsvoorstel te bespreken.

Ik ben absoluut voor grotere transparantie, maar de vraag is of het überhaupt enige zin heeft te denken dat al die kleine vzw’s die een sociaal of cultureel doel hebben, ook aan die zogezegde niet-transparantie beantwoorden. Er kan geen ander motief zijn om die mee te pakken in de boot. Er is vandaag in de wetgeving een onderscheid tussen de grote en de kleine vzw’s. De grote moeten dat al doen en de kleine niet. Is er iemand die een probleem heeft met de kleine? Dat staat in de wet. De lokale Chiro is geen ziekenhuis of een rusthuis, nietwaar? Dat gaat over een culturele organisatie, een lokale vereniging enzovoort.

Ik ben absoluut voor vereenvoudiging. Je zou je ook kunnen afvragen of er zelfs geen simpelere systemen zijn dan de huidige, namelijk het neerleggen bij de griffie. Ik ga ze niet ter plekke uitvinden. Ik heb zelf een heel lang tracé meegemaakt van de fusie van twee vzw’s. We hebben daar een advocatenkantoor moeten bijhalen. Het gaat dan toch maar over de vzw-wetgeving. Het is al complex genoeg. Ik zou eerder voorstellen: doe een wetsvoorstel om de Vzw-wet nog te vereenvoudigen. Dat lijkt me een zinvoller voorstel. Als je wilt dat de cijfers publiek worden, geen probleem, bedenk dan een systeem dat gemakkelijker is. Dat is volgens mij zeker mogelijk zonder dat dat zo moeilijk moet zijn.

Zitten jullie zelf in vzw’s en doen jullie zelf dat soort formaliteiten? Dat is niet de kerntaak van een kleine vzw, wel van een grote of een professionele. Ik zie dus niet in wat de meerwaarde is. Als er gebrek is aan transparantie, zal dat niet zijn voor de lokale Chirogroepen of de lokale culturele verenigingen of zelfs sportverenigingen. Minstens een gradatie in schaal en omzet zou een eerste stap vooruit zijn.

Mevrouw Van Eetvelde, dat moet me even van het hart. Als je echt voor administratieve vereenvoudiging gaat, doe je dergelijke voorstellen niet.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Ik ben een beetje verbaasd. Ik dacht dat ik heel duidelijk ben geweest in mijn vraagstelling. Ik heb heel duidelijk aangegeven dat de doelstelling legitiem is. Aan de andere kant heb ik me zeer veel vragen gesteld bij het middel dat wordt aangegrepen om die doelstelling te bereiken. (Opmerkingen van Miranda Van Eetvelde en Marius Meremans)

Collega’s, ik ga ervan uit, als zelfs het volledige voorstel hier kan worden toegelicht in een aansluiting bij een vraag, dat ik op zijn minst mijn slotbemerking mag maken.

Ik heb aangegeven dat de doelstelling legitiem is, maar dat er heel veel vragen worden gesteld bij het middel dat hiervoor wordt aangegrepen. Ik heb heel duidelijk gezegd dat ik niet de enige ben die die vragen stel, maar dat organisaties die daar veel en veel meer van weten dan ikzelf, zijnde het kenniscentrum, zijnde de Kluwers, zijnde de Voka’s, die er blijkbaar al mee geconfronteerd worden, aangeven dat dit een zeer zware procedure is. Men stelt vast dat zelfs beroeps-vzw’s er vaak tegen zondigen en dat daar zeer zware straffen op staan. Dat betreur ik.

Er is een grote diversiteit in onze vzw’s. Ik hoop dat dat in de toekomst zo kan blijven. Maar ik hoop ook dat we voldoende bescherming kunnen bieden aan de kleine vzw’s, die zich met goede bedoelingen en op een goede manier willen organiseren om alles zo goed mogelijk in orde te maken.

We moeten daar ook rekening mee houden, om die voldoende te beschermen. We mogen inderdaad niet met een kanon op een mug schieten. Het zijn niet die kleine vzw’s die vijf keer in een jaar hun jaarrekeningen moeten doorgeven en die deze elders in het land moeten gaan opvragen. Maar het zijn wel die vzw’s waar wij als beleid ongelooflijk sterk op steunen om onze maatschappij op een goede, warme manier te laten draaien. Ik hoop dat die de nodige bescherming krijgen, en ik heb begrepen dat de minister dat in dit gecoördineerde debat mee in goede banen zal proberen te leiden.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Als we hier al geen wetsvoorstellen mogen bespreken die haaks staan op het beleid van deze regering en die de regulitis deels tenietdoen, dan versta ik niet wat wij hier nog zitten te doen. Blijkbaar verwacht de N-VA nooit dat hun voorstellen extra regellast zullen opleveren voor verenigingen. We hebben dat gezien bij de jeugdhuizen. Toen was er zogezegd ook niet echt een probleem. We zien dat nu opnieuw bij de vzw’s. Ik vraag mij af wat het volgende zal zijn. (Opmerkingen van Marius Meremans)

De heer Meremans heeft het woord.

Luister, ik wil daar één ding over zeggen. U hebt gelijk wat betreft de eventuele gevolgen voor Vlaamse organisaties, maar ik verzet mij wel met klem tegen het beeld, dat blijkbaar vanuit sp.a moet worden opgehangen, dat het de N-VA is die tegen de verenigingen is, tegen de kleine verenigingen, tegen de vzw’s. Dat is allemaal zever. Wij, vanuit de N-VA en zeker de Vlaamse Beweging, zitten in talloze verenigingen en vzw’s, veel meer dan de bewegingen waarvan u denkt de voorspreker te zijn. Dat wil ik eerst en vooral zeggen.

Mij goed dat we het debat gaan voeren, geen enkel probleem. Maar als we het debat voeren, dan moet ook de bevoegdheid naar hier komen. Aan zij die nu zeggen 'Waarom mogen we het debat hier niet voeren?', zeg ik: ik wil het gerust doen, maar dan verwacht ik ook van die partijen dat zij mee de kar trekken om die bevoegdheden naar Vlaanderen te brengen. Dan kunnen we er hier over debatteren. We gaan hier niet het debat voeren dat in de Kamer gevoerd moet worden. Als we dat willen doen, dan moet sp.a consequent zijn en mee een verdere staatshervorming ondersteunen. Het is A of het is B.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Ik voer hier het debat over het beleid van deze regering rond regulitis en mogelijke voorstellen vanuit de Kamer die daar een effect op hebben. (Opmerkingen van Marius Meremans)

Het beleid van de Vlaamse Regering rond regulitis zit toch hier? (Opmerkingen van Marius Meremans)

Het is bovendien al het tweede voorstel van de N-VA waarbij de regellast van de verenigingen wordt opgetrokken. We hebben het gezien bij de jeugdhuizen en we zien het nu opnieuw bij de vzw’s. Ik stel alleen maar vast dat het telkens van de N-VA komt. (Opmerkingen van Marius Meremans)

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, ik denk dat we het debat gevoerd hebben op inhoud, en dat was ook de bedoeling van de vraagstelling. We hebben hier al verschillende keren gesproken over vrijwilligers en vzw’s, en over vereenvoudiging. Ik heb begrepen dat daarover een gecoördineerd debat wordt gevoerd. En ‘gecoördineerd’, dat gaat over de manier waarop we samenwerken. Dat kan inderdaad over verschillende beleidsdomeinen en overheidsniveaus heen zijn. Daarom denk ik dat het toch goed was om de vraag hier te stellen.

Vandaag gaat het debat vooral niet over de prijs voor de beste vrijwilliger. Die wordt hier vandaag niet uitgereikt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.