U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, minister-president, na de Rana Plaza-ramp met dodelijke slachtoffers in de Bengaalse textielindustrie werd in mei 2013 het zogenaamde Bangladesh-charter (Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh) opgemaakt. Met dit akkoord tussen merken, retailers en syndicale organisaties verbonden de ondertekenaars zich ertoe om binnen een periode van vijf jaar een programma op te zetten voor een veilige werkomgeving. Verschillende bekende kledingketens ondertekenden dit charter.

Uit recente berichten blijkt dat het renovatieprogramma bij de toeleveranciers van de grootste inkoper in Bangladesh echter zware vertraging oploopt. Van de 32 leveranciers van de kledingketen respecteert slechts één het afgesproken renovatieschema. Als ontwikkelingsland heeft Bangladesh een belasting- en quotavrije toegang tot de Europese markt en is het ertoe gebonden om enkele verdragen van de Verenigde Naties en de Internationale Arbeidsorganisatie met betrekking tot mensen- en arbeidsrechten te implementeren.

Ook in landen als Pakistan, Indonesië, Cambodja en Birma – het zijn er ongetwijfeld meer want het is geen exhaustieve lijst – werken mensen nog altijd in onveilige en erbarmelijke omstandigheden aan een ondermaats of zelfs onleefbaar loon. Ook andere arbeidsrechten worden vaak geschonden zoals het recht op vakbondsvrijheid en het recht om collectief te onderhandelen met de werkgevers.

Het Vlaams Parlement nam in 2015 naar aanleiding van de tweede herdenking van de instorting van het Rana Plaza-gebouw en ter opvolging van de voortgang van het Bangladesh-charter een resolutie aan. Daarin vragen we de Vlaamse Regering onder meer om de Bengaalse overheid aan te sporen om de arbeidswetgeving aan te passen, met betrekking tot het recht op vereniging en cao’s, alsook de implementatie van andere overeenkomsten van de Internationale Arbeidsorganisatie. Er werd ook gevraagd om het thema onder de aandacht te brengen van Flanders Investment & Trade (FIT) in het kader van de internationaliseringsstrategie. Er werd gevraagd om samen met de federale overheid de sectorfederaties aan te moedigen hun leden uit de textielindustrie te doen toetreden tot dit Bangladesh-charter en tot de Fair Wear Foundation. De resolutie stelde voor om Vlaamse bedrijven die hier een voorbeeldrol vervullen, zichtbaarheid te geven. Er wordt de Vlaamse Regering ook gevraagd om aan de federale overheid te vragen om de Europese richtlijn rond niet-financiële rapportering tijdig om te zetten.

In zijn beleidsbrief 2015-2016 heeft de minister-president een stand van zaken gegeven van de uitvoering van deze resolutie. Hij verwijst naar een actieprogramma van FIT inzake maatschappelijk verantwoord internationaal ondernemen en naar het nieuwe decreet Ethisch Verantwoord Ondernemen, waarbij zowel het binnenlandse als buitenlandse netwerk wordt gevraagd bij te dragen aan duurzaamheid, aan het duurzaam bevorderen van export, aan de internationalisering van ondernemingen en het duurzaam stimuleren van economische groei. Daarbij staat ethisch en duurzaam ondernemen voorop.

Minister-president, hebt u al een overleg gehad met de federale overheid over de aanbevelingen in de resolutie die samenwerking met de federale overheid vereisen? Wat is het resultaat hiervan? Welke Vlaamse bedrijven zijn toegetreden tot de genoemde akkoorden en hoe wilt u dit verder stimuleren? Zijn er ten opzichte van het overzicht dat u reeds gaf in de beleidsbrief, nieuwe elementen betreffende de initiatieven van FIT en de algemene stand van zaken van de uitvoering van de resolutie? Welke stappen plant u om deze resolutie verder uit te voeren?

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Voorzitter, minister-president, dames en heren, vorig jaar hebben we de resolutie betreffende het ethisch verantwoord en duurzaam ondernemen goedgekeurd. Meer concreet gaat het over de kledingproductie in het kader van het Bangladesh-charter, een baanbrekend initiatief voor veilige fabrieken en tegen uitbuiting van kinderen en werknemers. We zijn intussen acht maanden verder en het is tijd voor een eerste evaluatie.

Helaas komen nog steeds wanpraktijken in kledingfabrieken naar boven. In januari nog werd in de media bekendgemaakt dat er in de fabrieken van de Zweedse modeketen H&M nog een grote achterstand is op het vlak van dringende renovaties. Meer dan de helft van de fabrieken heeft nog altijd geen fatsoenlijke nooduitgangen. Zo blijven tienduizenden arbeiders het risico lopen op een dodelijk ongeval of letsels. Ook in andere fabrieken loopt het erg moeizaam op vlak van veiligheidsgaranties. Als er weer brand uitbreekt, dan zijn de gevolgen niet te overzien. Dat is zo fout, zeker na de instorting van twee jaar geleden, waar zovelen het leven lieten.

Volgens de Schone Kleren Campagne is de grootste oorzaak van deze achterstand de afspraken rond de financiering. De fabrieken in Bangladesh hebben de financiële capaciteit niet, onder meer door de extreem lage prijzen die de ketens betalen aan hun leveranciers. De winst primeert boven de veiligheid, en dat is onaanvaardbaar.

Onze resolutie over ethisch en verantwoord ondernemen stelt een aantal zaken voor, zoals de heer Kennes al opsomde. Zo wordt gevraagd om samen met de federale overheid de sectorfederaties Fedustria, Creamoda en Comeos aan te moedigen hun leden uit de textielindustrie en retailers actief in de kledingindustrie te doen toetreden tot het Bangladesh-veiligheidsakkoord en tot de Fair Wear Foundation. Dat is een uiterst belangrijke voorwaarde om de erbarmelijke toestand in de Bengaalse fabrieken aan te klagen. Ook andere elementen in de resolutie zijn van niet te onderschatten belang.

Minister-president, wat is de stand van zaken betreffende de resolutie Ethisch en Verantwoord Ondernemen? Welke acties gaat de Vlaamse overheid op korte termijn nemen wat betreft het ethisch ondernemen? Voorziet de Vlaamse overheid nog in bijkomende maatregelen om het ethisch en verantwoord ondernemen te stimuleren bij de eigen Vlaamse bedrijven en leveranciers?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Dames en heren, ik heb het initiatief genomen om de opvolging van de uitvoering van de 17 sustainable development goals (SDG’s) te agenderen op het Overlegcomité. Dat is gebeurd op 24 februari. Daar is op mijn voorstel beslist dat de interministeriële conferentie bijeen zal komen. Er is nog altijd geen beslissing over de voorzitterschappen. Ik heb meegedeeld dat ik zelf het initiatief zal nemen om de interministeriële conferentie daaromtrent bijeen te roepen omdat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) deel uitmaakt van diverse SDG’s, met name SDG 1 ‘geen armoede’ (no poverty), SDG 8 ‘verantwoord werk en economische groei’, en SDG 12 ‘duurzaam consumeren en produceren’. We moeten nog samenkomen met de andere entiteiten. Het is altijd moeilijk om daar een datum voor te vinden, maar ik hoop dat dit lukt in maart of april.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is beleidsdomeinoverschrijdend, ook binnen de Vlaamse overheid. Het is een thema dat de aandacht krijgt binnen zowat de hele Vlaamse Regering. We zijn bereid om mogelijkheden tot samenwerking met organisaties en actoren te onderzoeken. Ik kom straks terug op wat ik voorstel met betrekking tot FIT. Er komt overleg met Creamoda. Dat was gepland op 27 februari, maar is op hun vraag uitgesteld tot 3 maart.

Het Bangladesh-charter of ‘Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh’ werd door volgende bedrijven ondertekend: C&A, Malu nv, JBC nv, Jogilo nv, Tex Alliance en Van der Erve. Ik verwijs naar de opdracht van het Nationaal Contactpunt voor de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen om Belgische bedrijven aan te zetten om toe te treden tot het Bangladesh-akkoord. Verder is er de Fair Wear Foundation, een privé-initiatief om bedrijven te stimuleren om zich aan te sluiten. De volgende Belgische bedrijven zijn aangesloten: Claudia Sträter, Fabrimode nv-Bel&Bo, JBC nv, Mayerline nv en Stanley and Stella SA.

Het actieprogramma van FIT inzake maatschappelijk verantwoord internationaal ondernemen (MVIO), zoals aangehaald in de beleidsbrief, is momenteel in uitvoering. FIT beoogt via de uitvoering van een MVO-actieplan 2015-2016 concrete handvaten aan te reiken om duurzaam ondernemen in het algemeen en internationale standaarden in het bijzonder hanteerbaar te maken voor de Vlaamse ondernemers. FIT zorgt voor begeleiding en het beter bekendmaken van onder meer de IS026000, de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de tien principes van Global Compact van de Verenigde Naties en de zeventien nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of SDG’s.

Tegelijkertijd focussen we op het aanleveren van praktische tips en handleidingen om duurzaam internationaal ondernemen in de praktijk te brengen, toegepast op specifieke landen en sectoren. Ik denk aan milieunormen, arbeidsrechten en mensenrechten. Een concreet voorbeeld hiervan is de MVO-risicochecker op de website van FIT, een gratis onlinetool die bedrijven onmiddellijk toelaat om te bepalen welke internationale MVO-risico’s men loopt met handelsactiviteiten. Het gaat om landen waarnaar men exporteert, waar men zelf produceert of vanwaar men producten of diensten invoert. Er wordt ook gezegd wat men kan doen om deze risico’s te beperken.

FIT organiseerde in december 2015 een seminarie of colloquium over de ‘UN Guiding Principles on Business and Human Rights’ en het Belgisch Nationaal Actieplan (NAP) ‘Bedrijven en Mensenrechten’ in een co-organisatie van FIT en CIFAL Flanders. Het Vlaamse bedrijf JBC, prominent voortrekker inzake duurzaamheid en mode, trad hier op als gastspreker. Er werden een reeks vragen gesteld en besproken. Hoe kun je als bedrijf mensenrechtenschendingen in de bedrijfsketen vermijden? Kunnen mensenrechtenschendingen door dochterondernemingen in het buitenland een impact hebben op het bedrijf in het thuisland? Wat zijn de verantwoordelijkheden van bedrijven inzake het respecteren van mensenrechten? Hoe kunnen bedrijven het respecteren van mensenrechten opnemen in hun MVO-strategie?

Duurzaamheid is expliciet ingeschreven in de nieuwe missie van FIT die het Vlaams Parlement goedkeurde op 24 februari. Artikel 4 stelt: “Het agentschap heeft als missie om door zijn binnen- en buitenlandse netwerk bij te dragen tot: 1° de duurzame bevordering van de export en internationalisering van ondernemingen in Vlaanderen door kwalitatief hoogstaande en specifieke diensten aan te bieden; 2° de duurzame stimulering van de economische groei van Vlaanderen door een substantiële rol te spelen in het aantrekken van nieuwe buitenlandse investeringen en door bestaande buitenlandse bedrijven te verankeren in Vlaanderen.”

Het maakt bijgevolg inherent deel uit van het takenpakket van FIT. In die zin loopt maatschappelijk verantwoord internationaal ondernemen door alle doelstellingen en acties van FIT. Ook de elementen van de internationaliseringsstrategie zullen bijgevolg hun MVIO-elementen bevatten.

Bovendien is FIT momenteel naar aanleiding van de internationaliseringsstrategie haar samenwerkingsakkoorden met relevante belanghebbenden en middenveldspelers aan het herbekijken. In die oefening denkt FIT na om een onderdeel MVIO in deze samenwerkingsakkoorden verplicht in te schrijven. Deze denkoefening loopt momenteel nog. FIT heeft samenwerkingsakkoorden met Agoria Vlaanderen, Antwerp World Diamond Center, essenscia vlaanderen, Fedustria, FEVIA Vlaanderen, UNIZO Internationaal, VLAM en Voka.

Naast de strategische aanpak organiseer ik een aantal concrete en brede acties. In juni 2015 heeft in samenwerking met de kenniscel-MVO van de Vlaamse overheid, een vierde MVO-forum plaatsgevonden, specifiek in het teken van duurzaam ketenbeheer en nieuwe businessmodellen. Daar waren 180 deelnemers present. Niet alleen de theorie kwam aan bod, maar ook praktijkvoorbeelden en uiteraard de MVO-scan die de Vlaamse overheid heeft uitgewerkt. Van dezelfde kenniscel MVO is er het project ‘Sociale criteria bij overheidsopdrachten textielaankopen’.

De Vlaamse Regering plant dit jaar nog een aantal acties en colloquia. Zo is er de actualisering van het MVO-criterium bij de verkiezing van de Leeuw van de Export in juni 2016. Daarnaast is er de compliance met de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en wordt er rekening gehouden met de 17 nieuwe SDG’s. Ik denk ook aan het hanteren van duurzaamheidscriteria bij beoordeling of als uitvoeringsvoorwaarde in het brede instrumentarium van subsidies, premies en overheidsopdrachten voor ondernemingen, verdere opleiding van het binnen- en buitenlands netwerk van FIT gebaseerd op de Corporate Social Responsability-cursussen van UNITAR, dat het opleidings- en informatiecentrum van de Verenigde Naties is, expliciete opname van de notie ‘duurzaamheid’ in de missie van het vernieuwde oprichtingsdecreet van FIT, dat werd goedgekeurd in het Vlaams Parlement vorige week woensdag, een workshop annex seminarie over het thema ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ tijdens de nieuwe Exportbeurs van FIT die plaatsvindt van 27 tot 29 juni 2016, en de implementatie van het Vlaamse luik – waaronder het aandeel van FIT – in het Nationaal Actieplan Business Rights en Mensenrechten.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Minister-president, ik dank u voor het overzicht van de maatregelen die lopen. Het is goed dat er nog nieuwe initiatieven gepland zijn.

Het zit nog niet helemaal goed met het overleg met de federale overheid. Ik begrijp dat daar nog werk aan de winkel is. Ik heb ook begrepen dat u zelf de interministeriële conferentie wilt bijeenroepen. Hopelijk kunnen deze punten daar worden geagendeerd en kunnen we samen met de gefedereerde entiteiten en de federale overheid dezelfde richting uitgaan.

Het is goed dat er ondertussen veel bedrijven aansluiten bij de akkoorden. Ik hoop dat anderen ook die stap zullen zetten. Het is ook goed dat er al grote namen bij zijn. Dat betekent dat ze het belang van deze acties inzien. Ik hoop dat in de maatschappij meer het besef groeit dat die bedrijven bepaalde keuzes maken. Dat moet uiteraard worden gemonitord en gecertificeerd, maar het moet worden gewaardeerd. Op die manier zal op een bepaald moment hopelijk de correcte prijs worden betaald. Daar zit het strop. Als men niet bereid is om correcte prijzen te betalen, dan wordt de druk doorgeschoven en komt die terecht op de zwakste schakel, om welke producten het ook gaat. Dat is de kern van het verhaal.

Ik dring erop aan om enerzijds de inspanningen op Vlaams niveau voort te zetten en bedrijven te blijven stimuleren en anderzijds in het overleg met de federale overheid tot betere en meer werkbare afspraken te komen.

De voorzitter

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Minister-president, ik ben ervan overtuigd dat dit goede acties zijn en dat de bedoelingen nobel zijn, maar we moeten het bredere publiek hierin betrekken. Vorig jaar was er de ludieke actie Schone Kleren. De vraag is altijd hoe dit leidt tot verandering van vraag en aanbod van duurzame en ethische producten. De vraag is wat de consument kan doen. Mensen kunnen bewuster kopen en producten – kledij of andere – meer naar waarde schatten. Het gaat niet alleen over de prijs maar ook over de kwaliteit. Ik weet dat in deze tijden van wegwerpkledij 100 euro veel lijkt voor een kledingstuk, maar het is wel des te duurzamer. We moeten de consument aansporen om ook al eens kleding te kopen die kleinschalig en lokaal of elders in Europa wordt gemaakt. Ik vind sensibiliseringsacties op dat vlak erg belangrijk.

Ook de rol van de overheid en de sector is erg belangrijk. Ik heb begrepen dat er overmorgen overleg is met Creamoda. Laat hen alstublieft dat Bangladesh-charter ondertekenen en toetreden tot de Fair Wear Foundation, zoals andere Vlaamse bedrijven. De vraag blijft hoe we het concreet en pragmatisch zullen aanpakken om de ketentransparantie te verhogen. De textielsector is een heel aparte sector die geografisch erg verspreid is en onderhevig aan heel veel onderaannemers.

Ik wil een tip geven om ook een oplossing te zoeken in nieuwe businessmodellen om de textielsector te verduurzamen en te komen tot een circulaire mode-economie. Het is niet alleen om die erbarmelijke arbeidsomstandigheden in de lageloonlanden te verbeteren maar ook om duurzamer om te gaan met materialen en milieu. Wij leven in een vervangcultuur, een wegwerpcultuur. Het is zelfs zo dat in Europa 30 tot 40 procent van de nieuw geproduceerde kleding rechtstreeks naar de verbrandingsoven gaat. De textielsector is verantwoordelijk voor 10 procent van de CO2-uitstoot. Ik weet dat dit een ander debat is, maar het houdt wel verband met de wantoestanden in de lageloonlanden. Het zijn verkeerde evoluties, en die moeten bijdragen tot de noodzaak om de textielsector te veranderen. Het versterken van lokale productie door kortere transparantere ketens is ook heel belangrijk is.

Ik ben ervan overtuigd dat we door stimulansen voor een circulaire textielmode-economie kunnen bijdragen tot duurzaam en ethisch ondernemen, hier maar ook elders in de wereld.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Collega Remen, ik ben u zeer dankbaar voor uw betoog. Ik zou u bij dezen meteen willen uitnodigen. Vanaf deze week zullen we het in een verenigde commissie Leefmilieu en Economie hebben over de circulaire economie ‘as such’. Ik volg heel uw uitleg in dezen. We moeten misschien van de circulaire mode-economie meteen een deelaspect maken. Ik nodig u uit. Ik vind het een heel terechte opmerking. Ik ben het met u eens dat we in het algemeen anders moeten gaan nadenken, anders moeten gaan produceren en ook anders moeten gaan consumeren.

Uit de uiteenzetting van de minister-president, heb ik hetzelfde geconcludeerd als collega Kennes, namelijk dat er veel acties zijn via FIT. Ik ben daarvan op de hoogte. We proberen de bedrijven te sensibiliseren voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik geloof in de vele ondernemingen die dat ethische aspect willen meenemen. Dat mag meer in de ‘picture’ komen. Daar moet sensibilisering zwaar doorwegen.

Ik ben het deels met u eens dat sensibilisering ook naar de consumenten moet gaan, maar we mogen niet te veel afschuiven op de consumenten die het in deze tijden heel moeilijk hebben. Voor wie de grote winsten in hun zak steken, mogen we de sensibilisering opvoeren.

Minister-president, ik zou u in elk geval willen vragen om na te denken over het volgende. In alle antwoorden en alle acties die u onderneemt en ook in uw beleidsbrief gaat het over maatschappelijk verantwoord en ethisch verantwoord ondernemen. Waarom koppelen we niet alles aan elkaar? We mogen dat niet los van elkaar zien. Er zijn heel veel incentives vanuit de Vlaamse overheid: flankerend beleid, subsidies, adviesverlening. Waarom koppelen we al die maatregelen, al die subsidiekanalen die openstaan voor die bedrijven, al die schaalvoordelen niet aan elkaar? Het is zoals een nanny dat leert aan een kind: je moet niet altijd bestraffen als het iets verkeerd doet, je mag ook positieve incentives geven. Waarom koppelt u dat niet aan elkaar en gaat u bij de toekenning van bepaalde subsidies niet eisen dat er aan maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt gedaan en bewust wordt omgegaan met al die maatregelen die u probeert te promoten? Dat zou juist getuigen van effectiviteit en het zou uw middelen inzetten voor wat er op papier in uw beleidsbrief staat.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Er zijn een aantal zaken gezegd die nog een kort antwoord vragen. Collega Kennes, ik hoop dat het federaal overleg loskomt. Ik heb het initiatief genomen. Het moet nog worden opgestart, maar goed, je moet één keer beginnen en dat is gebeurd. In januari heb ik gevraagd om dat te agenderen op het Overlegcomité. Het is op het Overlegcomité gekomen. Een gevolg is dat we een interministeriële conferentie zullen bijeenroepen.

Mevrouw Remen, ik ga akkoord met al uw punten. Ik heb het vorige keer al gezegd dat we de consument daar veel nauwer bij moeten betrekken. Bedrijven die nu niet ethisch en niet duurzaam handelen en schending van mensenrechten hebben in andere landen, hetzij bij henzelf hetzij via onderaanneming, moeten veel meer het voorwerp zijn van publieke veroordeling. De consument kan daar een grote rol in spelen door ook ethisch bewust te gaan kopen. In de toekomst zal het een label zijn om te kunnen zeggen dat je wilt dat de keten wordt bewaakt. Op de website van JBC bijvoorbeeld komt men daar heel prominent mee naar buiten.

Nieuwe businessmodellen klinken als muziek in de oren. U weet dat dat deel uitmaakt van de visienota 2050 circulaire economie. Ik wist niet dat er zulke grote procenten textiel verbrand werden en verloren gaan. Dat is natuurlijk totaal tegen de tijdsgeest in. U hebt een punt wanneer u het hebt over het kleinschalige en het lokale. Er zal natuurlijk altijd grote productie nodig zijn om zoveel consumenten van kleding te voorzien. Maar ook het punt van lokale economie kan zeker worden meegenomen.

Tot slot, mevrouw Turan, wat u zegt, heb ik net gezegd. Ik heb gezegd dat dit een actiepunt is. Ik citeer: “hanteren van duurzaamheidscriteria bij beoordeling of als uitvoeringsvoorwaarde in het brede instrumentarium van subsidies, premies en overheidsopdrachten voor ondernemingen.” Je kunt een heel breed scala aan maatregelen nemen, maar de keten bewaken zal altijd voor een deel gebaseerd zijn op zelfregulering. Daar kun je niet onderuit. We hebben het meegemaakt met de natuursteen. Je kunt niet in elke groeve in India iemand plaatsen om zaken te controleren. Ik zie ook dat steeds meer bedrijfsgroeperingen zelf zeggen dat ze daar een einde aan willen maken en het voortouw willen nemen. Bijvoorbeeld rond de problemen met arduinsteen is gebleken dat de bedrijfsgroepering Febenat zelf initiatief heeft genomen.

We gaan dat heel breed aanpakken. Op een volgend colloquium voor maatschappelijk verantwoord ondernemen moeten we absoluut de consumentenorganisaties betrekken. Ik heb dat de vorige keer al gezegd. Ik vind dat dat een geheel is dat samen moet kunnen sporen.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.