U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, voor mezelf is dit een ietwat ongewone vraag, maar een aantal leerkrachten spraken me over dit probleem aan, waardoor ik het belangrijk vind om het onder uw aandacht te brengen. In een schrijven van 19 oktober werd aangekondigd dat de VCA-basiscertificering – wat staat voor Veiligheid, gezondheid, milieu en Checklist Aannemers – niet langer als project zou worden aangeboden vanaf het schooljaar 2015-2016. De onderliggende motivatie is dat de VCA-basiscertificering niet is opgenomen in de rubriek van ‘Wettelijke Attesten’ en dat de VCA-attestering niet het meest geschikte middel is om de ontwikkeling van een correcte veiligheidsattitude aan te leren.

Toch blijkt voor sommige studierichtingen het behalen van het VCA B-attest wel waardevol. Een aparte regeling zou via het Fonds voor Vakopleiding in de Bouwnijverheid voor de hout- en bouwsector worden getroffen. Op 17 december 2015 liet de bouwsector per brief weten dat het VCA-examen kosteloos wordt aangeboden aan leerlingen die voor de eerste maal deelnemen en les volgen in de derde graad van de bouwopleidingen in het bso ruwbouw, tso bouwtechnieken, tso hout- en bouwkunde en in de kwalificatiefase buso bouw. Volgens de bouwsector heeft het VCA-certificaat een niet te onderschatten waarde. Studierichtingen zoals buso hout, schrijnwerk, schilderwerk, tso mechanica-elektriciteit, metaalbewerking, autotechnieken, bso elektriciteit, mechanica en lassen en dergelijke organiseren het examen niet meer.

Ik wil u daarover enkele vragen voorleggen. Op welke basis wordt er geoordeeld welke studierichtingen al dan niet in aanmerking komen voor het organiseren van examens voor het behalen van het VCA-B-attest? Op welke manier wilt u erop toezien dat leerlingen ook in de andere studierichtingen een correcte veiligheidsattitude wordt aangeleerd? Welke maatregelen ter bevordering van het aanleren van een correcte veiligheidsattitude in het algemeen wenst u te nemen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, collega’s, sommige vragen, zoals deze, doen me beseffen dat ik soms nog iets moet bijleren. Voor deze vraag was ingediend, was dit probleem me volkomen vreemd. Gelukkig heb ik schitterende medewerkers voor wie geen enkel mysterie bestaat!

Ik zal eerst even omschrijven wat VCA exact is. In het kader van de Welzijnswet van 4 augustus 1996 moeten er op de werkvloer duidelijke afspraken worden gemaakt om de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van iedereen te vrijwaren. Hoe dit alles moet gebeuren of in welke certificering hiervoor wordt voorzien, vermeldt de wet niet. Een van de mogelijkheden is het verwerven van een label, attest of certificaat dat het toepassen van een veiligheidszorgsysteem aantoont. Er zijn op de privémarkt veiligheidszorgsystemen ontwikkeld die de mogelijkheid bieden aan te tonen dat de noodzakelijke preventiemaatregelen in acht worden genomen, zodat de risico’s inzake veiligheid, welzijn en gezondheid tot het minimum worden beperkt.

Een van die systemen is het VCA-systeem, dat zich in de eerste plaats richt tot bedrijven en aannemers die meer risicovolle activiteiten uitvoeren, zoals werk in fabrieken, installaties, werkplaatsen en projectlocaties. Het is een certificatieproces waarbij een certificatie-instelling op basis van een doorlichting van het bedrijf en zijn werklocaties nagaat of de aanvrager voldoet aan de beoordelingscriteria voor VCA-certificatie.

Een van die criteria is opleiding, waarbij men verwacht dat alle werknemers van een VCA-gecertificeerd bedrijf het VCA-diploma basisveiligheid behalen. Dit diploma wordt uitgereikt na een test van de theoretische kennis rond veiligheid. Voor een goed begrip: VCA is géén wettelijk studiebewijs zoals een diploma secundair onderwijs of een getuigschrift van de tweede graad. Het is een privaat systeem, dat draait onder de vzw BeSaCC  (Belgian Safety Criteria for Contractors) die ook andere certificaten aanbiedt.

Aan de examinering Basisveiligheid VCA is ook een aanzienlijke kost verbonden. Tijdens de looptijd van de vorige beheersovereenkomsten, werd het behalen van het VCA-attest sterk ondersteund vanuit de Regionale Technologische Centra (RTC's). Leerlingen, voltijds en deeltijds, gewoon en buitengewoon onderwijs in onder meer opleidingen auto, bouw, hout, chemie, koeling en warmte, mechanica-elektriciteit konden tijdens de looptijd van de vorige beheersovereenkomsten gratis deelnemen aan de VCA-examinering. De totaliteit van het project VCA-certificering bracht jaarlijks een kost van 170.000 tot 175.000 euro mee.

In het kader van de nieuwe beheersovereenkomsten met de Regionale Technologische Centra, leggen we nauwer de band met het realiseren van de beroepskwalificaties. Die beroepskwalificaties geven duidelijk aan welke competenties de arbeidsmarkt vraagt en welke attesten eventueel verplicht nodig zijn om bepaalde beroepen uit te oefenen. De beslissing over het al dan niet opnemen van een certificaat in de beroepskwalificatie gebeurt op basis van wettelijke verplichtingen en op aangeven van vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt. Hier zien we dat VCA geen wettelijk verplicht attest is en dat een aantal vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt  – inclusief de sectoren – VCA niet wensen op te nemen in de beroepskwalificaties. Een gevolg daarvan is uiteraard dat beslist werd dat de VCA-B examinering en certificering niet als een noodzakelijke certificering binnen onderwijsopleidingen voor de grote groep leerlingen kan beschouwd worden. De RTC's bieden dan ook niet langer de ondersteuning naar VCA.

Dat betekent niet dat er nu binnen onderwijs geen aandacht gaat naar veiligheid. Daar is het wel om te doen, natuurlijk. Veilig werken maakt deel uit van de vakoverschrijdende eindtermen voor alle leerlingen in het secundair onderwijs, of ze nu in ‘harde’ technische richtingen zitten of in het aso. Daarin bestaat context 1, lichamelijke gezondheid en veiligheid eindterm 11: “De leerlingen passen veiligheidsvoorschriften toe en nemen voorzorgen voor een veilige leef- en werkomgeving.”

Werken rond veiligheid en ervoor zorgen dat leerlingen een correcte attitude ontwikkelen rond arbeidsveiligheid maakt deel uit van de leerplannen. Scholen werken sterk aan deze doelstellingen. Vaak kunnen ze hier rekenen op ondersteuning door bedrijfssectoren. Ik denk bijvoorbeeld aan de koffers rond veiligheid en milieu die EDUCAM ter beschikking stelt of het boekje met veiligheidsfiches dat VOLTA opmaakte.

Ook binnen de commissie Preventie en Bescherming in het Vlaams onderwijs, waar de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) met zijn inspectiediensten, de onderwijsverstrekkers en mijn administratie en inspectie samenzitten, wordt het thema veiligheid nauw gevolgd.

Wat nu specifiek het VCA-attest betreft: hier heeft de bouwsector in het kader van zijn convenantwerking met het onderwijs aangegeven vooralsnog het VCA-attest voor een beperkte groep leerlingen te willen aanbieden. Samen met de bouwsector zijn daarom een aantal studierichtingen afgebakend waarbinnen het VCA via het convenant aangeboden wordt. Prioritair gaat het dan om de leerlingen van de derde graad in het bso ruwbouw, tso bouwtechnieken, tso hout- & bouwkunde en, in de kwalificatiefase buso, de opleidingen metselaar en werfbediener ruwbouw. Zo hebben we een haalbare oplossing.

U haalt aan dat het geen officieel studiebewijs is. Ik stel de vraag natuurlijk wegens de bezorgdheid van de leerkrachten. Ze zeggen dat ze het VCA-attest altijd hebben afgeleverd en dat het in de bedrijven goed is ingeburgerd. Ze vinden dat ze hun leerlingen volwaardiger afleveren als ze zeker zijn dat ze inderdaad de veiligheid en de gezondheid van hun job kennen. Doordat het behalen van het attest werd aangeboden, was VCA een apart vak en waren de leerlingen ermee bezig, zowel individueel als onder elkaar. Het was iets dat leefde en waar elke leerkracht op terugkwam bij de verschillende lessen. Het was een meerwaarde dat studenten die afstudeerden in de job meteen wisten dat het, zowel voor hun eigen veiligheid als voor de veiligheid van hun collega’s, belangrijk was VCA te beheersen. Het is jammer dat het niet is opgenomen in de beroepskwalificatie. Dat is natuurlijk een andere discussie.

De leerkrachten willen toch nog eens benadrukken dat zo’n veiligheidsattitude het best op school wordt aangeleerd. Als dat een eindterm is, gebeurt dat over de vakken heen, maar als het een apart attest is waarmee wordt aangeduid welke aspecten je allemaal beheerst, ook al heeft dat attest niet de waarde van een diploma of een getuigschrift, dan mogen bedrijven die die studenten aannemen ervan uitgaan dat die nieuwe werknemer de veiligheid beheerst, ook al gaat het om het basisattest. Men betreurt toch dat die verrijking, die men graag aan de studenten had meegegeven, er op die manier is uitgehaald.

Ik wil kort citeren uit uw brief, wanneer u stelt dat er gebleken zou zijn “dat de VCA-attestering niet meer het best geschikte middel is om de ontwikkeling van een correcte veiligheidsattitude aan te leren.” Bij het lezen daarvan vroeg ik me af waaruit dat dan gebleken is. De scholen zijn daar heel positief over. Bedrijven zijn blij wanneer studenten dat attest bij zich hebben. Het is ook wel dubbel dat het in de hout- en bouwkunde nog wel kan, wat goed is, maar dat het in al die andere richtingen zoals mechanica, metaalbewerking en lassen, waar het veiligheidsaspect ook heel belangrijk is, niet meer kan. Daarover heerst dus een dubbel gevoel op de werkvloer dat ik hier onder de aandacht wou brengen.     

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik heb alle begrip voor dat dubbele gevoel. We moeten natuurlijk wel consequent zijn. De beroepskwalificaties worden opgemaakt door de sociale partners. Ze hebben daar alle middelen toe. Als men dat vanuit de sectoren zelf niet wil opnemen in de beroepskwalificaties, kun je van mij niet verwachten dat ik 175.000 euro ga blijven stoppen in het ondersteunen van de RTC’s om dat af te leveren. Van twee zaken één.

Als de bouwsector het wel wil blijven aanbieden via het convenant, is dat voor mij ook prima. We moeten daarin wel consequent zijn, en het is het ene of het andere. Ik weet dat over die beroepskwalificaties binnen onderwijs niet altijd even enthousiast gereageerd wordt om zeer begrijpelijke redenen. Ze gaan uit van iemand die volwaardig geoefend is, en dat kun je niet zomaar omzetten in onderwijskwalificaties. We merken nu de problemen op bij het implementeren van duaal leren. We moeten er wel van vertrekken. U mag van mij niet verwachten dat die ondersteuning even omvangrijk en onveranderd blijft bestaan als niet iedereen ervan overtuigd dat het in de beroepskwalificatie moet zijn opgenomen.    

De voorzitter

Mevrouw Krekels heeft het woord.

Vooral de leraar heeft het gevoel dat hij een stukje minder kwaliteit aan zijn leerling kan meegeven. Dat was toch een bekommernis die hier aan bod mocht komen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

van Kathleen Helsen aan minister Hilde Crevits
1501 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.