U bent hier

Commissievergadering

donderdag 10 maart 2016, 14.10u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, geachte leden, het gebeurt regelmatig dat de politie een drugsrazzia houdt in een school. In februari was dat het geval in Bazel in Kruibeke, maar dat is geen alleenstaand geval. In die school werden geen drugs gevonden, maar de honden gaven wel alarm bij een aantal leerlingen. Er werden ook urinestalen genomen.

Er waren voor de controle in die school blijkbaar niet echt problemen met drugs geweest. De directeur benadrukte dat er geen sprake is van een problematiek. Niets wijst erop dat die ingreep noodzakelijk was. Ik citeer de directie: “De school telt meer dan 780 leerlingen en het percentage dat positief testte, is kleiner dan in veel andere scholen. Het is vooral een signaal dat wordt gegeven. Deze controle zal zeker nog een hele tijd in de hoofden van onze leerlingen blijven hangen en dat is net de bedoeling.”

Met deze redenering lijkt men voorbij te gaan aan het feit dat een school een instelling is die een vertrouwensfunctie heeft ten opzichte van haar leerlingen. Er worden echter urinestalen afgenomen en kinderen worden door de politie ondervraagd zonder de aanwezigheid van ouders of bijstand. Of dit juridisch allemaal zomaar kan, is nog maar de vraag. Ook de Privacycommissie had toch wel een aantal bedenkingen. Een politiecontrole is een repressief middel, dat een allerlaatste noodinstrument kan zijn. Drugspreventie en sensibilisatie dienen alleszins uitgewerkt te zijn op een school alvorens men dit soort ingrijpende acties, zeker met die honden daarbij en zo, kan verantwoorden. Natuurlijk moeten we verslaving bij jongeren niet minimaliseren, moeten we ervoor zorgen dat dealen op school wordt vermeden en helemaal niet meer voorkomt, moet er over de gevaren van drugs worden gesproken in de klas, maar de gevolgen voor de jongeren die op deze manier – sommigen onterecht – uit de rij werden gehaald, zijn toch wel onaanvaardbaar.

Minister, bestaan er cijfers over het aantal keren dat dit soort politiebezoeken aan scholen voorkomt in Vlaanderen? Hoeveel keer per jaar en in hoeveel scholen? Kunt u me die cijfers bezorgen? Is er zekerheid over of dit juridisch allemaal sluitend is? Is dit wettelijk? Het gaat over ondervragingen zonder bijstand, over urinestalen waarvan de resultaten zomaar worden meegedeeld aan buitenstaanders. Is er een beleid hieromtrent van de Vlaamse overheid ten behoeve van de scholen? Bestaat er een kader voor politie op school of voor drugsbeleid op school? Wat zult u ondernemen om dergelijk politieoptreden bij kinderen fors te ontmoedigen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Meuleman, het ministerie verzamelt de gegevens over het aantal keren niet, en de scholen delen die gegevens ook niet mee. Ik zal u ook uitleggen waarom. De politie werkt binnen een eigen wettelijk kader, zoals de wet op het politieambt, en staat onder de controle van onder meer het Comité P en de Privacycommissie. Het onderwijsministerie controleert het optreden van de politie niet.

De school kan individueel wel een protocol van samenwerking met de lokale politie sluiten, met afspraken hierover. Dat wordt aangeraden. Ik kan u niet zeggen of dat in het concrete geval zo was geregeld. Zo kan bijvoorbeeld een huiszoeking met de toestemming van de directeur of met een bevel van de onderzoeksrechter plaatsvinden. Op basis van de Drugwet kunnen ook de officieren van de gerechtelijke politie een huiszoeking doen. Die mogelijkheden zijn allemaal wettelijk geregeld.

Hoe zit het nu met het beleid? Op 7 juli 2006 heeft de minister van Binnenlandse Zaken de ministeriële omzendbrief  PLP 41 uitgevaardigd. Dat is dus ook al wat ouder. Dat is een ministeriële omzendbrief tot versterking en/of bijsturing van het lokaal veiligheidsbeleid en de specifieke aanpak van jeugdcriminaliteit. Dat is de fameuze omzendbrief waarin staat dat elke lokale politiezone een aanspreekpunt moet – ik benadruk ‘moet’ – aanduiden voor de scholen in die zone en dat er een partnerschap met de scholen moet worden aangegaan. De procedures voor doorverwijzing en samenwerking moeten worden vastgelegd in een overeenkomst. Die omzendbrief wordt verder besproken in een omzendbrief van het onderwijsministerie van 20 december 2013, getiteld ‘Krijtlijnen inzake de verhouding vast aanspreekpunt lokale politie – school in het kader van omzendbrief PLP 41 en de verhouding tussen school/CLB-Dienst voor de Veiligheid van de Staat’.

Er werd een krijtlijnennota gemaakt om te verduidelijken hoe die samenwerking in de praktijk concreet vorm kan krijgen. Die nota is ook verspreid onder alle scholen en alle lokale politiezones. Voor de scholen is er dan nog eens een samenvattende tekst gemaakt.

Voor de scholen is het ook van belang dat het protocol aansluit bij de visie op zorg die werd ontwikkeld binnen de school, de leerlingenbegeleiding, het drugsbeleid, de spijbelpreventie... De samenwerking met de politie staat niet op zich, maar past binnen de algemene visie en het beleid.

Dat is zo’n beetje het kader. Er is ook heel veel informatie beschikbaar. Mevrouw Meuleman, ik vind het wat moeilijk om me te mengen als het gaat over afspraken die zijn gemaakt tussen scholen en de politie, of in de werking van de lokale politie. Ik ga dat ook niet doen. Ik moet op hun oordeel vertrouwen als het gaat over de vraag of een controle noodzakelijk is of niet.

Ik kan u wel dit melden. Als scholen vinden dat er dingen gebeuren die niet kunnen, kunnen ze er een overeenkomst maken met de politie; dat staat duidelijk in de omzendbrief. Ik raad dan ook aan om voluit gebruik te maken van die mogelijkheid.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Een aantal vragen zijn nog onbeantwoord gebleven. Ik weet niet of u er geen oordeel over kunt geven of geen antwoord kunt geven. Ik verwijs onder andere naar de vragen en bedenkingen die de Privacycommissie had bij het optreden. Kunt u niet zeggen of die bedenkingen terecht zijn?

Ik weet niet of het feit dat er overeenkomsten en protocollen zijn, Onderwijs ervan ontslaat om, als er inderdaad problemen waren, dat verder te onderzoeken of daar navraag naar te doen. Hebt u dat gedaan? Hebt u zich verder geïnformeerd over wat daar precies gebeurd is? Als zulke protocollen bestaan en er omzendbrieven met richtlijnen zijn verschenen en krijtlijnen bekend zijn, en als er inbreuken zouden zijn, zou u daar toch van op de hoogte moeten zijn. Hebt u zich verder geïnformeerd? Dat zou ik graag weten.

De voorzitter

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Ingeborg De Meulemeester (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, verslaving bij jongeren moeten we inderdaad niet minimaliseren. Uit de leerlingenbevraging van het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, beter bekend als het VAD, blijkt dat in 2014-2015 15,3 procent van de jongeren tussen twaalf en achttien ooit cannabis gebruikt. 11,3 procent gebruikte het voorbije jaar. We zien verschillen tussen het aso, tso en bso. Vanaf het derde middelbaar gebruikte ongeveer 20 procent van de leerlingen in het tso en bso het afgelopen jaar cannabis, in het aso is dat slechts 11 procent.

Uit de bevraging blijkt duidelijk dat cannabis een deel vormt van de leefwereld van jongeren. Meer dan de helft van de 15- tot 16-jarigen heeft minstens één vriend die cannabis gebruikt, bij de 17- tot 18-jarigen stijgt dat tot 65 procent. We kunnen en mogen die cijfers niet onder de mat schuiven. We dienen te voorkomen waar kan, helpen waar nodig en bestraffen waar moet. We moeten investeren in efficiënte preventie.

Een drugscontrole op school is helemaal niet vergelijkbaar met een razzia in een discotheek. We moeten het beeld doorprikken dat het een soort razzia is waarbij kinderen of jongeren gefouilleerd en gecontroleerd worden. Er vallen geen para’s met machinegeweren binnen op school. Bovendien past de drugscontrole altijd in de bredere strategie van de school tegen middelenmisbruik, waarbij de school ook steeds zorg draagt voor de leerlingen. De redenen voor die controles moeten dan ook aan de leerlingen geduid worden, wat in dezen zeker gebeurd is.

Het is vreemd dat we het normaal vinden dat jongeren in het uitgaansleven op verboden middelen en alcohol worden gecontroleerd, maar dat sommigen het blijkbaar vreselijk vinden dat hetzelfde kan gebeuren in een toch erg veilige omgeving, de school. Druggebruik kan niet op een school en niet daarbuiten. Leerlingen moeten dat beseffen. Ze brengen heel wat tijd van de dag en week door in dat schoolgebouw.

De eigenlijke controle op school gebeurt steeds na een aanvraag van de school zelf. Bij een dergelijke drugscontrole sensibiliseer je de jongeren bovendien nog eens over de drugsproblematiek. Het is wettelijk toegestaan dat jongeren ondervraagd worden door de politie. Dat wordt hen ook gezegd. Het afnemen van urinestalen is enkel toegestaan indien de jongere zelf instemt, wat in dezen gebeurd is. Daarbij is de politie niet verplicht om de resultaten van het onderzoek bekend te maken of over te maken aan de school. In dit kader is het recht op privacy van de jongeren niet geschonden. De jongeren kunnen zelf aangeven of de resultaten van hun urinestaal worden doorgegeven aan de ouders of de school. Als ze dat niet wensen, wordt dat niet gedaan.

Dat de resultaten van een drugscontrole bij een school in Bazel bekendgemaakt werden, was een keuze van de directeur. Dat gebeurt in nog meer scholen in Beveren. Ik ben voorzitter van het beheercomité Drugpunt Waas. Die school valt onder mijn voorzitterschap. Als de directeur daar niets over zegt, gebeurt dat binnen de school. Enkel met de goedkeuring van de leerlingen worden de resultaten kenbaar gemaakt. De politie is niet verplicht om de resultaten over te maken. Als men de jongere moet of wil arresteren, worden de ouders uiteraard op de hoogte gebracht. Dat is verplicht. Dan wordt er ook ondervraagd met bijstand.

Om het riskante of problematische middelengebruik zo vroeg mogelijk te identificeren, kunnen jongeren op vroeginterventie. Met ‘vroeg’ wordt bedoeld dat de interventies plaatsvinden op een moment dat er nog geen sprake is van een gediagnosticeerde stoornis – misbruik of afhankelijkheid –, ondanks tekenen, klachten en symptomen van potentieel problematisch middelengebruik. Het doel van vroeginterventie is het reduceren van de risico’s op schade bij het voortzetten van dat gebruikspatroon. Dat is geheel vrijwillig en met instemming van de jongeren, en kan plaatsvinden zonder medeweten van de ouders of de school, dit opnieuw in het kader van het recht op privacy van de jongeren. Momenteel hebben wij iemand in vroeginterventie, van wie niemand van de ouders of de school dat weet.

Het is belangrijk om inzake de drugsproblematiek een open dialoog met de jongeren te voeren. Er moet goede communicatie bestaan rond druggebruik. Preventie in scholen dient te primeren. We kunnen immers beter voorkomen dan genezen. In het Verdrag inzake de Rechten van het Kind werd expliciet een artikel – artikel 33 – opgenomen dat het een recht is van het kind om te worden beschermd tegen het illegale gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen, en om de inschakeling van kinderen bij de illegale productie van en de sluikhandel in deze middelen en stoffen te voorkomen.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, ik ben blij dat collega De Meulemeester het debat een beetje opentrekt en in zijn juiste perspectief plaatst. De cijfers die ze geeft, zijn kernachtig.

Ik wil nog twee zaken onderstrepen.

Ik raad ten eerste aan om de omzendbrief van de politie erbij te nemen. Dat heet inderdaad ‘community policy’. Die school heeft in goede relatie met de politie en de sociale dienst gewerkt aan de triadepreventie en grijpt in. Die directeur en die school voeren een beleid in het licht van wat mevrouw De Meulemeester hier aan het toelichten is. Als we dat gaan verbieden, zeggen we eigenlijk tegen scholen die hun taak ter harte nemen, en tegen al die welzijnswerkers en het Drugpunt, dat dat wordt tenietgedaan. Dat kan nu toch niet de bedoeling zijn van scholen die optreden.

Ten tweede, het gebeurt niet allemaal in een vorm van ‘Far West’, als een inval van speciale eenheden met bivakmutsen. De politie zegt ook dat er afspraken zijn en concreet opgestelde aanspreekpunten. We moeten aan directeurs en scholen die een beleid voeren zeggen dat het goed is dat dit een onderdeel is van het beleid dat zij voeren.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik ga niet in op het individuele dossier. Dat is niet mijn taak.

Mevrouw De Meulemeester, ik onderschrijf in globo wat u hebt gezegd.

Na de verhoogde niveaus van terreuralarm heb ik de ontstellende vaststelling gedaan dat die omzendbrief PLP 41 wel bestaat, dat er eigenlijk overeenkomsten moeten zijn tussen de zone en de scholen, maar dat dat op veel plaatsen niet het geval is. Dat kan natuurlijk alles oplossen. Wij weten waar die overeenkomsten wel bestaan en waar ze niet bestaan. Maar als er een overeenkomst bestaat, en er is een contactpersoon, zul je niet voor onverwachte toestanden geplaatst worden.

We hebben er ook al vaak met de administratie over gediscussieerd. Wat verwachten we precies van die scholen? Moeten de scholen Sherlock Holmes spelen om alles op te sporen? Of kunnen de politiediensten vragen stellen aan de scholen? Het staat in de PLP 41. Natuurlijk moet de privacy worden gerespecteerd en als je iets bekendmaakt, moet dat met medeweten van iedereen gebeuren. Ik ben het daar allemaal mee eens, maar het staat allemaal goed beschreven. Ik heb hier trouwens ook een heel draaiboek voor scholen mee, mevrouw Meuleman, waarin u alles kunt nalezen. Er bestaat dus een heel uitgebreid plan van hoe het moet gebeuren. Mochten wij inderdaad vaststellen dat er bepaalde zaken gebeuren die niet kunnen, en dat wordt door de school gemeld, dan gaan wij dat uiteraard onderzoeken. Maar hier ziet het er toch wel naar uit dat de afspraken en de samenwerkingen op de meest optimale wijze gebeurd zijn.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Het is een gevoelig thema. In de context van radicalisering denk ik dat we met min of meer dezelfde vragen worden geconfronteerd. Daar is er de spanning tussen enerzijds de veiligheid en anderzijds het toch niet willen uitmonden in een politiestaat waarin we ons ook niet meer comfortabel voelen.

Dit zit een beetje op hetzelfde snijvlak. We moeten absoluut iets doen. We moeten onze jongeren ontmoedigen om drugs te gebruiken. Velen kunnen de gevaren niet inschatten. De stap van softdrugs naar ander materiaal is voor jongeren zeer gevaarlijk. Er is veel drugsgebruik bij jonge kinderen. We moeten alles doen wat we kunnen, ook in een ketenaanpak waarbij preventief wordt gewerkt. Als er aanwijzingen zijn, moet men krachtdadig optreden. Ik stel mij vragen bij wat er in deze school gebeurd is. Ik heb gehoord dat dat wel met vrij veel machtsvertoon is gebeurd. De directeur zelf zei dat het disproportioneel was in vergelijking met wat daar eigenlijk gaande was. Die school kampte niet met zeer grote problemen op dat vlak.

De vraag is of dat de manier is waarop wij willen dat men ontmoedigt. Moet dat door schrik aan te jagen? Ik heb zelf een vijftien- en een dertienjarige op school. Ik wil voor hen dat de school nog echt een veilige en vertrouwde omgeving is, waar ze zich op hun gemak voelen. We zeggen het zo vaak hier: met leren gaat ook welbevinden gepaard. De kinderen moeten zich comfortabel en op hun gemak en in een vertrouwde omgeving voelen om goede leerresultaten te kunnen boeken. Hetzelfde geldt voor de omgang met de politie. Ik zou willen dat mijn kinderen de politie nog als een bondgenoot kunnen zien.

Toen ik die avond dat bericht las, beeldde ik mij in dat dat op de school van mijn kinderen zou gebeuren, dat ze daar met veel machtsvertoon en met honden zouden binnengevallen zijn. We moeten die afweging maken. De overheid moet inzetten op preventie en doen wat nodig is en ingrijpen waar nodig, maar we mogen niet overdrijven omwille van een beeld dat we ten aanzien van die school willen uitdragen, of ik weet niet wat er achter zit. En dat dan ook nog eens communiceren in de pers. Ik weet niet of dat nodig is. Ik weet niet of dat de juiste aanpak is.

Ik zal die omzendbrief en de andere krijtlijnen en partners en dingen waarnaar u hebt verwezen erop nalezen. Maar mogelijk moeten die richtlijnen nog wat worden aangepast, om ervoor te zorgen dat toestanden die toch wat overdreven zijn niet meer voorkomen. Minister, ik denk dat daar nog een taak voor u wacht.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.