U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Kinderen van asielzoekers zitten in een zeer precaire situatie. Ze zijn ver van huis en spreken bij aankomst onze taal niet. Ze hebben een moeilijke tocht achter de rug. Ze missen vrienden en familie. Ze hebben een onzekere toekomst, want ze weten vaak niet welk lot hun zal beschoren zijn. Ze moeten naar school in een vreemd land, in een vreemde taal. Bovendien is ook het wonen in een asielcentrum niet stabiel. Asielcentra sluiten waardoor mensen alweer moeten verhuizen enzovoort.

Met een aantal praktische maatregelen kunnen we de moeilijke en onzekere tijd die asielzoekers en kinderen van asielzoekers hier hebben, verbeteren. Een voorbeeld van zo’n praktische maatregel die al werd ingevoerd, is het leerlingenvervoer. Recent bereikte u een akkoord met federaal staatssecretaris Theo Francken om de kosten van het vervoer vanuit collectieve opvangcentra naar scholen voor leerlingen uit het kleuter- en basisonderwijs te verdelen. Die kost werd geraamd op 300.000 euro.

Het Katholiek Onderwijs trok vorige week echter aan de alarmbel voor de situatie van jongeren die in het secundair onderwijs schoollopen. Voor hun vervoer is er vooralsnog geen regeling, hoewel die dringend nodig blijkt te zijn. Een andere bezorgdheid die het Katholiek Onderwijs opwerpt, is het tijdelijke karakter van vele opvangcentra. Opvangcentra sluiten soms in het midden van een schooljaar en gezinnen worden verplaatst naar andere centra, vaak in een andere regio.

Scholen uit Oostende, Nieuwpoort en Veurne melden dat de vluchtelingen die worden opgevangen in de opvangcentra van Bredene en Lombardsijde er blijkbaar reeds voor het einde van de maand terug weg moeten. Voor Oostende betekent dit dat 65 jongeren die pas op 18 januari werden ingeschreven, binnenkort opnieuw de school zullen moeten verlaten.

Het is jammer dat kinderen, wanneer ze zich uiteindelijk terug een beetje kunnen settelen, in een vaste school, met schooldagen met structuur en zekerheid, terug uit die structuur worden getrokken. Ze moeten alweer opnieuw beginnen. Ook voor de leerkrachten, die met hart en ziel deze kinderen begeleiden, is het vertrek van ‘hun’ jongeren ontmoedigend. Een doordachter opvangbeleid en een betere communicatie en afstemming tussen Fedasil en het departement Onderwijs zou deze toestanden misschien kunnen vermijden.

Deze bezorgdheid ligt ook in de lijn van de vragen van Zonderwijs. Zonderwijs komt op voor geïntegreerde leerlingen die na jaren onderwijs in België worden uitgewezen. Ook Groen is voorstander voor een onderwijsverblijf voor deze jongeren en vraagt minimaal om jongeren toch op zijn minst het schooljaar te laten afmaken in België. Ook een betere communicatie met de school kan ervoor zorgen dat deze meer begeleiding kan bieden voor de kinderen en hun klasgenoten. Uit uw antwoord op schriftelijke vraag nr. 6 van collega Soens blijkt dat het overleg hierover wordt vervolgd.

Wat is de stand van zaken in het overleg met Zonderwijs, het Kinderrechtencommissariaat, vertegenwoordigers van de onderwijskoepels en de kabinetten van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie en van Onderwijs? Welke conclusies zijn genomen met betrekking tot de uitwijzing van minderjarigen tijdens het schooljaar?

Betreffende het leerlingenvervoer van minderjarige asielzoekers: komt er ook een regeling voor het secundair onderwijs? Wat zullen de kosten daarvan zijn? Is men zich bewust van de gevolgen voor schoolgaande kinderen en jongeren wanneer zij van asielcentrum moeten veranderen? Wordt ook dit opgenomen in het overleg met het federale niveau?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega Meuleman, u weet dat ik tijdens het overleg met Zonderwijs, de onderwijskoepels, het Kinderrechtencommissariaat en de kabinetten Asiel en Migratie en Welzijn in 2015 bepleit heb om leerlingen waarvan het gezin een bevel krijgt het grondgebied te verlaten, per definitie de kans te geven om het schooljaar te laten uitdoen. In de omzendbrief van 2003 is al een maatregel opgenomen die de mogelijkheid biedt aan de Dienst Vreemdelingenzaken om de beslissing van uitwijzing op te schorten tot het einde van het schooljaar als de beslissing valt in de periode vanaf de paasvakantie. Ook een verlenging in geval van tweede zittijd kan door de Dienst Vreemdelingenzaken overwogen worden. Deze maatregel kan enkel betrekking hebben op de leden van het kerngezin van het betrokken kind.

Vanuit pedagogisch en sociaal perspectief is het zeker niet wenselijk om leerlingen plots en midden in het schooljaar weg te halen uit de school. Dat is voor alle betrokkenen een traumatische ervaring. De mogelijkheid die vandaag al geldt voor leerlingen, wilde ik dus uitgebreid zien naar het hele schooljaar. U weet ook dat de staatssecretaris daar geen enkele ruimte voor zag. Zijn vrees was dat dit zou leiden tot een aanzuigeffect. Het is praktisch niet mogelijk – zo zei hij zelf – om alle uitwijzingen effectief in de korte periode van het zomerverlof te laten plaatsvinden en al deze gezinnen langer in het opvangsysteem te houden.

Op 22 januari heb ik opnieuw hierover met het kabinet van de staatssecretaris gesproken en bepleit dat het toch cruciaal is dat leerlingen hun schooljaar kunnen afwerken, maar voorlopig komt er geen enkele marge om een en ander uit te breiden. Vanuit onderwijsperspectief zal ik dat sowieso blijven bepleiten, ook binnen de overlegmomenten tussen het Kinderrechtencommissariaat, de onderwijsverstrekkers en Zonderwijs.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik ook begrip heb voor het standpunt van de staatssecretaris, maar als minister van Onderwijs moet ik uiteraard oog hebben voor de effecten van het plots weghalen van kinderen uit scholen. Veel kan natuurlijk opgelost worden door korter op de bal te spelen en mensen die hier op niet-legale wijze verblijven, heel snel zekerheid te bieden, waarna ze hier ook niet jarenlang zouden kunnen blijven.

Om de kinderen uit de collectieve opvangvoorzieningen zo snel mogelijk toe te leiden naar onderwijs en het spreidingsmodel maximaal te faciliteren, is het organiseren van een vlot vervoer vanuit deze voorzieningen een cruciaal sleutelelement. Voor het leerlingenvervoer voor het kleuter- en lager onderwijs is samen met het federale niveau een subsidieregeling uitgewerkt. Per collectief opvangcentrum wordt een vervoersregeling uitgewerkt. Dat kan gaan om diverse vervoersmodi, zoals het inzetten van een extra bus van een privémaatschappij, de inzet van fietsen, enzovoort.

De vervoersregeling wordt telkens uitgewerkt door een lokaal overlegplatform, waarvan mijn diensten, de scholen, het lokaal bestuur, Fedasil, het Rode Kruis en De Lijn deel uitmaken. Op dit overleg wordt gezocht naar een efficiënte en effectieve oplossing op maat.

Voor het secundair onderwijs wordt gebruikgemaakt van het regulier openbaar vervoer gezien de leeftijd van de kinderen en de bijhorende graad van zelfstandigheid, waarbij de kosten van de abonnementen – de Buzzy Pazz – worden gedragen door de federale overheid.

Op het vlak van capaciteit bij de bussen van De Lijn zijn er lokaal problemen gerezen van overbezette bussen. Het is van belang dat we daar echt oplossingen voor zoeken. Ik heb begrepen dat minister Weyts in een plenaire vergadering daar ook openingen voor heeft gemaakt. Het is natuurlijk van belang dat alle kinderen effectief op tijd op school geraken.

Dan was er de vraag of men zich bewust is van de gevolgen als er van asielcentrum geswitcht wordt. Collega Meuleman, uitgerekend gisteren nog bezocht ik een secundaire school in Oostende met een uitgebreid aanbod en heel wat expertise rond onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN). Deze school heeft door de sluiting van het asielcentrum in Bredene zo’n 60 OKAN-leerlingen minder.

Uiteraard wordt in het ideale scenario onderwijs al bij de inplanting van asielcentra meegenomen als belangrijke factor. Scholen geven kinderen en jongeren immers structuur, een daginvulling, een zinvolle tijdsbesteding. Ik herhaal ook nog eens mijn pleidooi om idealiter gezinnen met schoolgaande kinderen rechtstreeks naar een lokaal opvanginitiatief (LOI) te laten gaan en niet naar een collectieve opvang.

Vanochtend stond weer een artikel in de pers waarbij een burgemeester zegt dat hij een lokaal opvanginitiatief heeft, waarbij er een huis klaarstaat voor opvang, maar er komt niemand. De federale diensten geven dan als antwoord dat de stroom plots is verminderd. Maar tegelijk zitten er heel veel gezinnen met kinderen in collectieve centra. Ik vind dat echt niet kunnen en ik begin mij er echt over op te winden. Er zijn genoeg lokale besturen die lokale opvanginitiatieven hebben. Ze hebben plaats en ze willen meer doen dan het spreidingsplan oplegt. Ze vragen: geef ons de gezinnen met kinderen zodat ze hier naar school kunnen gaan. Als de mensen worden erkend, kunnen ze zich hechten en deel uitmaken van de gemeenschap. Laat ons daar alle middelen voor inzetten.

Ik geef geen kritiek op Fedasil omdat het allemaal niet zo makkelijk is. Het opvangmodel van Fedasil voorzag ook in andere elementen waarmee rekening zou worden gehouden, zoals het komen tot een mix van alleenstaande asielzoekers en gezinnen met kinderen. In eender welke hypothese of scenario, vind ik dat gezinnen met kinderen zoveel mogelijk moeten worden doorverwezen naar lokale opvanginitiatieven. In de huidige context is de uitdaging om voor iedereen een plaats te vinden al bijzonder groot.

Ik kan dus wel enigszins begrip opbrengen voor het feit dat Fedasil er niet in slaagt om bij de inplanting van nieuwe asielcentra, onderwijs als element te laten doorwegen. Maar u hebt gelijk, mevrouw Meuleman, dat het op het terrein inderdaad zorgt voor moeilijke situaties, en verhuisbewegingen van het ene naar het andere collectieve centrum zouden al helemaal moeten worden vermeden.

Wij hebben er wel sterk op aangedrongen om voldoende zorg te besteden aan de communicatie naar scholen. Bij de opening van de opvangcentra in Bredene en Lombardsijde was van bij de aanvang gecommuniceerd dat dit tijdelijke centra waren. Alle betrokkenen wisten dit dus vooraf.

Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) heeft wel aan Fedasil gevraagd om bij sluitingen van bestaande opvangcentra zo snel mogelijk te laten weten naar welke nieuwe collectieve centra of lokale opvanginitiatieven de leerlingen worden getransfereerd zodat ze de scholen hierover kunnen informeren. Het is immers in het belang van de kinderen dat zij zo snel mogelijk terug naar school kunnen. Ik heb gisteren moeten vaststellen dat de school in kwestie zegt dat ze van heel veel leerlingen niet weet waar ze naartoe zijn. Dat is natuurlijk een depreciatie voor de inspanningen die de mensen hebben geleverd. Ik hoor dat kinderen soms drie maanden Frans leren omdat ze in een Franstalig collectief centrum wonen en dan plots naar Vlaanderen moeten komen om dan in het OKAN-onderwijs Nederlands te moeten leren. We moeten er wat orde in proberen te krijgen.

Fedasil bevestigde dat zij bij de sluiting van een centrum, gezinnen met kinderen steeds tracht toe te wijzen aan een LOI in de buurt van het centrum. Bij de sluiting van het centrum in Bredene waren er echter geen vrije plaatsen in de LOI in de buurt. Bij de sluiting van het centrum in Lombardsijde zullen verschillende gezinnen wel toegewezen kunnen worden aan een LOI in de buurt.

Mevrouw Meuleman, ik deel heel wat van uw zorgen. Wij proberen zo goed mogelijk in te spelen op de noden die er zijn. Ik wil echt mijn appreciatie uitdrukken voor de manier waarop het onderwijs omgaat met de situatie. Dat is gisteren nogmaals bevestigd. Alle vacatures die er zijn voor leerkrachten, worden onmiddellijk opgevuld. Er zijn heel veel leerkrachten, ook ervaren leerkrachten, die vragen om minstens tijdelijk te kunnen lesgeven binnen OKAN. Er wordt heel veel expertise gedeeld. Maar de instroom kan het onderwijs niet beheersen. De federale overheid bepaalt waar mensen prioritair worden toegewezen. We proberen alle zeilen bij te zetten. Volgende week is er opnieuw overleg op mijn kabinet, ook met de mensen van het federale niveau, om na te gaan hoe het beter kan en waar er moet worden bijgestuurd. Mevrouw Meuleman, we zullen uw opmerkingen ook zeker meenemen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, het is heel belangrijk om uw stem te laten horen. U bent minister van Onderwijs maar ook als mens is het uw taak om voor de kinderrechten op te komen. Er is een groep gekwetste en getraumatiseerde kinderen die al een hele geschiedenis met zich meedragen. Op een aantal vlakken moet het hen toch wel gemakkelijker worden gemaakt.

Het is jammer dat zelfs het schooljaar uitmaken voor kinderen die na Pasen moeten terugkeren, nog niet verworven is. Het is belangrijk dat u dat op tafel van de Federale Regering blijft leggen. Ik vind andere eisen ook terecht. Het is gelegitimeerd om kinderen die hier geworteld zijn, hier geïntegreerd zijn en hier al langer zijn, hun schoolcarrière helemaal te laten afmaken.

Ik ben het met u eens dat er goede en snelle asielprocedures moeten zijn en dat mensen snel, voor ze zich settelen, kunnen worden uitgewezen als ze hier niet kunnen blijven. Dat is evident en daar is het verkeerd gelopen. Maar als ze eenmaal hier zijn en ze op school beginnen, moeten we er toch voor kunnen zorgen dat ze het schooljaar en daarna de schoolcarrière voor mensen die hier gesetteld zijn, kunnen afmaken.

Ik blijf die eisen van Zonderwijs ondersteunen. Ik hoop dat er nog een overleg komt. Ik had genoteerd dat er op 10 juni 2015 een overleg was geweest en dat u op de vraag van Tine Soens had geantwoord dat er in oktober nog een overleg zou komen. Ik hoor nu dat u in januari nog eens hebt samengezeten. Er is blijkbaar nog steeds geen vooruitgang geboekt. Ik vind het jammer. Ik zal inderdaad aan mijn federale collega’s vragen om ook een vraag te stellen aan de minister van Asiel en Migratie om dit toch proberen te realiseren. Het is een teleurstelling dat zelfs een schooljaar uitmaken, nog steeds niet tot de mogelijkheden behoort.

Het busvervoer behoort wel tot de Vlaamse bevoegdheid. Daarvoor moet u aan collega Weyts zijn mouw trekken. Het incident was bijzonder pijnlijk: men wilde niet dat die kinderen met te veel op één bus zaten. Hoe moet je je voelen als kind? Je moet al naar school in een vreemd land en dan mag je nog niet eens op de bus. Ook dit is schrijnend en moet worden opgelost.

Ook het verblijf in de asielcentra moet met de federale overheid worden geregeld, maar ik deel hierover uw standpunt. We moeten vermijden dat die kinderen in die grote centra terechtkomen. We moeten ervoor zorgen dat ze zoveel mogelijk naar een LOI kunnen. Het is onbegrijpelijk dat dit niet gebeurt.

Men is waarschijnlijk bang dat ze te geïntegreerd zouden geraken en aan school zouden beginnen. Die visie kunnen we niet ondersteunen. We moeten het leed van de mensen die hier zijn aangekomen, een beetje verzachten. Ik hoop dat u op dat eerste en laatste punt nog wat gedaan krijgt in overleg met staatsecretaris Francken. Het andere punt is Vlaams op te lossen. Er is in elk geval nog werk aan de winkel.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik wil nog iets zeggen over de duidelijkheid die wordt geschapen aan de ouders. Mensen registreren zich soms in bijvoorbeeld Duitsland en komen dan naar België. Er zijn ook mensen die worden uitgewezen. De regelgeving is duidelijk en die duidelijkheid wordt ook geschapen voor de ouders. Is het jammer voor de kinderen dat ze die verhuis moeten meemaken? Ja, absoluut. Als mensen goed weten hoe iets in elkaar zit en het toch anders doen, dan kunnen we daar echter niets aan doen. Er wordt soms kritiek gegeven op staatssecretaris Francken die duidelijkheid schept, maar voor die mensen is het cruciaal dat het duidelijk is. Ze hebben al zoveel zaken meegemaakt, maar duidelijkheid voor de ouders en kinderen is cruciaal. Liever dat dan valse hoop te geven want dat is nog veel nefaster.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik heb geen probleem met duidelijkheid, maar de vraag is of het kind daar de dupe van mag zijn. Er zijn kinderen die perfect Nederlands spreken en hoger onderwijs willen volgen, maar blijkbaar geen identiteitskaart hebben. Ik vind het heel vreemd dat zoiets gedurende zoveel jaren kan. Het sleept blijkbaar allemaal vrij lang aan. Dat is problematisch, maar dat was niet de teneur van de vraag van mevrouw Meuleman.

De kanalen zijn helder van hoe iemand zich moet registreren. Als iemand correct is geregistreerd en in de fase zit van wachten op de erkenning, dan zou het ideaal zijn dat gezinnen met kinderen maximaal naar de lokale opvanginitiatieven kunnen gaan en de anderen naar een collectief centrum. Het is belangrijk dat men niet te veel moet switchen. Dat is de vraag van mevrouw Meuleman en ik heb heel veel begrip voor de situatie.

Minister Weyts doet alles wat hij kan aan die vervoersproblemen. Ik geef een voorbeeld dat ik ken. Er is een opvangcentrum in Wingene, een landelijke gemeente. Dat is een collectief centrum en er is enkel een belbus naar de scholen. Door de toevloed van mensen volstaat die belbus niet meer. Dat vraagt reorganisatie bij De Lijn. Je kan onmogelijk aan die kinderen zeggen dat ze maar 2 uur langer moeten wachten op de volgende belbus want zo geraken ze niet op school. Dat soort situaties moet worden opgelost. Het kader is daarvoor beschikbaar. Ik ben ervan overtuigd dat minister Weyts dat wil en zal oplossen.

Ik probeer geen kritiek te geven, maar ook straks in het huisvestingsdebat dat op ons afkomt, zit je met een groot voordeel als gemeenten na de registratie al gezinnen krijgen. Op die manier kan de toeleiding naar een woning, werk, school en de integratie al een pak beter lopen. Het is een win-winsituatie als dit zorgzaam gebeurt vanaf het begin.

De voorzitter signaleerde me net nog iets. Het OKAN-aanbod werkt schitterend, maar ook op vlak van de vervolgcoaches is er nog werk aan de winkel. Nu krijgt men een vervolgcoach, maar daar staan daar geen aantallen kinderen op. Het is altijd 22 uur. Sommige scholen hebben een enorme instroom en we weten nu al dat één vervolgcoach niet genoeg zal zijn. Ook dat moeten we bekijken. Scholen vragen niet dat de kinderen worden gespreid over Vlaanderen, maar zeggen dat één coach geen zestig kinderen kan begeleiden. Dat is onmogelijk. Binnen de administratie worden daartoe voorstellen uitgewerkt.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Zou het mogelijk zijn om een lijst te krijgen zodra duidelijk is welke maatregelen er bijkomend worden genomen om het vervoer van kinderen naar secundaire scholen te regelen?

Minister Hilde Crevits

Volgende week is er opnieuw asieloverleg op mijn kabinet. Van het Rode Kruis en Fedasil krijgen we een mooi overzicht van waar de collectieve centra liggen en wat de knelpunten zijn. Die verslagen kunt u gewoon inkijken. U zult het verslag van de vergadering daar vinden. U hebt er mij trouwens ooit iets uit geciteerd. Hoe transparanter we zijn, hoe sneller de oplossing in  zicht komt. 

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.