U bent hier

Mevrouw Pira heeft het woord.

Minister, in het kader van de besprekingen in het onderhandelingscomité C met betrekking tot het dossier ‘Voorontwerp van decreet houdende de vrijwillige samenvoeging van gemeenten’ heeft de Vereniging Vlaamse Provincies (VVP) een protocol van niet-akkoord getekend. Volgens eigen zeggen brengt de VVP dit dossier in verband met het ontwerp van decreet inzake de afslanking van de provincies. In beide dossiers, zowel dat van de fusie als dat van de afslanking, heeft men het onder meer over het personeel. De VVP stelt vast dat in het dossier over de fusie bij de overdracht van de personeelsleden de garantie van het behoud van het volledige statuut verzekerd wordt. Bij het afslankingsdecreet is er echter onduidelijkheid inzake het behoud van de rechten van de personeelsleden die overgeheveld zullen worden naar gemeenten of Vlaamse overheid. Als voorbeelden worden hier de hoogte van de maaltijdcheques en de tweede pensioenpijler voor contractuelen gegeven. Het gaat mij uiteraard niet over de concrete maatregel, maar over de verschillende behandeling van de twee groepen personeelsleden.

Volgens het protocol van niet-akkoord is er onduidelijkheid over het behoud van verworven rechten in het Afslankingsdecreet. In het Fusiedecreet is dat niet het geval. Deelt u die lezing? Hoe verklaart u de verschillen ter zake in de twee ontwerpen van decreet?

Minister, ik zal aanvullend meteen mijn vragen stellen. Klopt het dat er in het dossier betreffende de afslanking van de provincies geen duidelijkheid is over het statuut en de rechten van het overheidspersoneel bij de provincies? Daar is veel ongerustheid over ter plaatse. En wat is de achterliggende reden dat dat in het voorontwerp van decreet rond de fusie wel het geval is?

Wat is uw standpunt omtrent het protocol van niet-akkoord vanwege de VVP?

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Collega’s, bij voorbaat mijn excuses, want dit wordt een uitgebreid en zeer technisch antwoord. Ik kan meteen al zeggen dat er helemaal geen protocol van niet-akkoord is, maar laat ik bij het begin beginnen.

Er komen in uw beider vragen twee zaken aan bod. U brengt aan dat de VVP heeft gezegd dat er onduidelijkheid zou zijn over het statuut en de rechten van het personeel bij de provincies en dat er verschillen zouden zijn in de manier waarop we met de rechten omgaan in het decreet op de afslanking van de provincies enerzijds en het Fusiedecreet anderzijds.

Ik begin met de vermeende onduidelijkheid – en ik gebruik hier zeer bewust het woord ‘vermeend’. Er is absoluut geen enkele onduidelijkheid over het behoud van verworven rechten, in het Afslankingsdecreet noch in het Fusiedecreet. In beide ontwerpen van decreet heeft de Vlaamse Regering uitgebreide garanties ingeschreven ten aanzien van de betrokken personeelsleden, wat absoluut normaal is en ook billijk en wenselijk.

Ik ga even in op een aantal artikels van beide ontwerpen van decreet. In het Afslankingsdecreet gaat het over artikel 5, waarbij voor de betrokken personeelsleden garanties zijn ingebouwd wanneer ze naar het lokale niveau zouden overgaan of naar het Vlaamse niveau zouden worden overgedragen. Het gaat dan ten eerste om het behoud van de hoedanigheid: is men statutair of contractueel? Ten tweede gaat het over het behoud van de graad of het verkrijgen van een gelijkwaardige graad. Ten derde: het behoud van de administratieve en geldelijke anciënniteit. Ten vierde: het behoud van het salaris op de datum van de overdracht of het verkrijgen van een gelijkwaardige salarisschaal als men wordt overgedragen. Ten vijfde gaat het over het behoud van de functionele loopbaan, en ten slotte over het behoud van de toelagen en vergoedingen waarop het personeelslid op de datum van de overdracht op reglementaire basis recht heeft, als de voorwaarden van toekenning blijven bestaan en als aan die voorwaarden blijft voldaan.

In het Fusiedecreet gaat het over de artikelen 28 en 29, waarin garanties zijn ingebouwd voor het personeel wanneer twee of meer gemeenten fusioneren: de personeelsleden behouden na overdracht aan de nieuwe gemeente de aard van het dienstverband, hun graad, hun administratieve en geldelijke anciënniteit, hun prestatieregeling en hun salarisschaal. De personeelsleden blijven, conform artikel 29, na de overdracht naar de nieuwe fusiegemeente onderworpen aan de rechtspositieregeling die op hen van toepassing was in de oorspronkelijke gemeente, tot aan de inwerkingtreding van de rechtspositieregeling van de nieuwe fusiegemeente.

De twee decreten garanderen dus eigenlijk net hetzelfde voor de twee soorten van personeelsleden, of het nu gaat over personeelsleden van de provincie die overgaan naar een lokaal bestuur of naar de Vlaamse overheid, of over personeelsleden die overgaan in een andere samenstelling van gemeente in het kader van het Fusiedecreet.

Het is ook belangrijk om aan te stippen dat er in het decreet betreffende de afslanking van de provincies enkele specifieke elementen zijn opgenomen met het oog op de overheveling van personeelsleden naar het Vlaamse niveau, en dit omdat het personeelsstatuut op Vlaams niveau nu eenmaal verschilt van het statuut van de provincies. Dat is de realiteit, maar we hebben er in ons decreet echt wel rekening mee gehouden. Zo wordt de garantie gegeven op het behoud van de functionele loopbaan, wat de provincies nu in de rechtspositieregeling van het personeel hebben ingeschreven, maar dat vandaag eigenlijk niet bestaat op Vlaams niveau.

In de onderhandelingen met de vakorganisaties hebben we afgesproken dat de contractuelen recht hebben op een tweede pensioenpijler, ook iets wat bij de contractuelen op Vlaams niveau niet bestaat en wel bij de provincies. We hebben dat dus wel degelijk afgesproken met de syndicale organisaties, als het gaat over personeelsleden die vanuit de provincies zouden worden overgeheveld naar het Vlaamse niveau.

Voor alle duidelijkheid: de functionele loopbaan en de tweede pensioenpijler zijn twee zaken die we niet hoeven op te nemen in het Fusiedecreet, omdat het daar gaat over de overheveling van ambtenaren van het ene naar het andere lokale bestuur, namelijk minstens twee gemeenten die worden samengevoegd tot één gemeente. De problematiek speelt in dezen dus niet tussen de lokale besturen.

Wat betreft de vermeende verschillen tussen beide decreten, is het belangrijk om hier even de puntjes op de i te zetten. De VVP laat in mijn ogen onterecht uitschijnen dat er een verschil zou zijn tussen beide decreten. Dat is absoluut niet het geval. Zij zeggen dat het personeel bij fusies meer garanties zou krijgen dan het personeel bij de afslanking van de provincies, quod non. Beide voorontwerpen van decreet garanderen hetzelfde, namelijk de hoedanigheid, de graad, de administratieve en geldelijke anciënniteit, en de salarisschaal.

Ik heb het daarnet al even gehad over de tweede pensioenpijler en de sociale voordelen zoals de maaltijdcheques. Op dat vlak zijn de garanties niet minder, maar ook niet meer uitgebreid in het Fusiedecreet dan in het Afslankingsdecreet. Het principe dat in het Fusiedecreet in artikel 29 staat ingeschreven, is dat de personeelsleden na de overdracht aan de nieuwe gemeente in eerste instantie onderworpen blijven aan de rechtspositieregeling die op hen van toepassing was in de oorspronkelijke gemeente, tot aan de inwerkingtreding van de rechtspositieregeling van de nieuwe gemeente, die binnen het jaar vastgesteld moet worden. Dat wordt bepaald in artikel 31, tweede lid, van het Fusiedecreet. Dat laat de gemeente toe om, maximaal binnen een jaar, één nieuwe rechtspositieregeling uit te werken die van toepassing is op alle personeelsleden. U begrijpt dat het raar zou zijn dat bij een fusie van twee gemeenten de personeelsleden aan verschillende rechtspositieregelingen onderworpen zouden zijn. Dat gaan we niet doen. Daarom hebben we een overgangsperiode van maximaal een jaar ingebouwd.

De nieuwe rechtspositieregeling van de gefuseerde gemeente zal het voorwerp uitmaken van sociale onderhandeling. Dat is absoluut belangrijk, en we zullen dat ook honoreren. De nieuwe rechtspositieregeling zal de gemeente ook toelaten om tot een harmonisatie van de regelingen te komen. Eventueel, wanneer de gemeente dat zelf beslist, kan men daar als overgangsmaatregel bepaalde regelingen, zoals het bedrag van de maaltijdcheques of de tweede pensioenpijler, ten persoonlijke titel garanderen.

Ik denk dat het verstandig is een fusiegemeente toe te laten om met één rechtspositieregeling te werken, waardoor er geen twee of meer soorten pensioenpijlers zijn, of twee of meer verschillende soorten maaltijdcheques of andere sociale voordelen. De stelling van de VVP dat in het Fusiedecreet het bedrag van de maaltijdcheques of de tweede pensioenpijler oneindig decretaal gegarandeerd zou zijn, terwijl dat niet het geval is in het Afslankingsdecreet, klopt absoluut niet. Ik heb u daarnet gezegd dat het over een overgangsperiode van een jaar gaat. Dat het oneindig gegarandeerd zou zijn, klopt dus niet. Er is in mijn ogen dus geen verschil.

Dan kom ik tot slot bij de vraag over het protocol van niet-akkoord. We hebben nog altijd een federale regelgeving, collega’s, en volgens die federale regelgeving maakt noch de VVP, noch de VVSG officieel deel uit van het Comité C1. Enkel de Vlaamse Regering en de vakorganisaties maken daar deel van uit. Het is dus nogal moeilijk om een protocol van niet-akkoord te hebben, als ze geen deel uitmaken van het officiële overleg. De VVP en de VVSG tekenen geen protocollen in dezen. Wel is er een eindverslag van de zogenaamde voorvergadering. Wij vinden het namelijk goed om de VVP en de VVSG te betrekken bij voorgaderingen. Daar is dan een eindverslag van gemaakt, maar dat is niet de eindconclusie van Comité C1 geweest. Over een protocol van niet-akkoord heeft de VVP dus eigenlijk niets te zeggen, want ze maken officieel geen deel uit van Comité C1. Wij vinden het wel belangrijk om hen op voorhand te betrekken, en dat hebben we ook gedaan.

In dat eindverslag hebben ze inderdaad de opmerking meegegeven die u beiden hier hebt aangehaald. Maar dat is iets anders dan een protocol van niet-akkoord. Het is misschien iets puur technisch, maar het is wel belangrijk.

Ik begrijp de reactie van de VVP niet zo goed. Ik denk dat ik u heb kunnen overtuigen van het feit dat er eigenlijk weinig – om niet te zeggen geen – verschillen zijn tussen de beide regelingen. Ik hoop dan ook dat ik voor beide decreten op zowel de VVP als de VVSG kan rekenen om dat zeer vlot te laten verlopen, dat alles in het belang van de betrokken personeelsleden.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Minister, of de VVP er nu officieel deel van uitmaakt of niet, men is het er niet mee eens, en dat heeft men willen laten weten. U bent bijzonder duidelijk in uw antwoord. U zegt dat er geen onduidelijkheid is en dat de twee decreten hetzelfde garanderen en er dus geen verschillen zijn. U ontkent dus gewoon wat de VVP zegt. U zegt zelfs dat de VVP onterecht laat uitschijnen dat er een verschil is. U haalt daarbij twee voorbeelden aan, de maaltijdcheques en de tweede pensioenpijler, waaruit blijkt dat er geen verschillen zijn.

U zei zelf al dat het een zeer technisch antwoord was. Ik kan dat niet meteen allemaal beoordelen, maar feit is dat u het niet eens bent met de VVP. Dat zal nog wel een vervolg krijgen. Ik zal uw antwoord rustig nalezen en eens horen waar de verschillen zitten. U hebt blijkbaar niet dezelfde lezing. Als u zelf niet weet waar de verschillen vandaan komen, zullen wij het moeten onderzoeken. Dat zullen we dan ook doen.

Minister, bij de fusie is het logisch dat als je een nieuwe gemeente creëert, je binnen het jaar een nieuwe rechtspositieregeling kunt creëren. Dat begrijp ik. Ik ben vooral tevreden dat u stelt dat de functionele loopbaan en de tweede pijler – de voordelen van het provinciale statuut – voor die mensen behouden kunnen blijven. Het is een goede zaak dat u dat hier duidelijk hebt gesteld.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, u spreekt over vermeende onduidelijkheid en vermeende verschillen, maar ik denk dat er in dezen, wat betreft de verworvenheden van werknemers, absolute duidelijkheid moet zijn en dat er voor hen absolute zekerheid moet zijn. Een gelijke behandeling lijkt mij daar het minimum minimorum, of het nu gaat over het Fusiedecreet of het Afslankingsdecreet. Maar er is die vraag, ook van de syndicale organisaties, om die zaken allemaal decretaal te verankeren.

Als ik het goed begrijp, onder andere uit de reacties die ik heb ontvangen, is dat echter niet het geval en wordt het beperkt tot, in het geval van het Afslankingsdecreet, de memorie van toelichting. Daarom pleit sp.a ervoor dat decretaal te verankeren zodat die verworven rechten zeker behouden blijven en dat dat altijd streng wordt bewaakt.

U zegt dat er een overgangsperiode is van één jaar. Die garanties gelden dan ook voor die overgangsperiode van dat jaar. Maar wat gebeurt er nadien? Voor nadien is er in geen enkele garantie voorzien.

De heer Doomst heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitvoerig antwoord. Er is duidelijk gezegd dat noch de fusie, noch de afslanking aan het gewicht van het statuut raakt. Blijkbaar blijft er op het terrein onrust en misschien onwetendheid.

Minister, wordt dat nog ‘uitgeprotocold’ met de VVSG en de VVP? 

De heer Kennes heeft het woord.

Bij overdracht van personeel is er altijd onrust. We hebben dat ook gezien in het kader van de zesde staatshervorming. De debatten daarover zijn op een bepaald moment stilgevallen. Er is geen algemene consensus bereikt. Als je alles in de weegschaal legt, blijkt het niet evident te zijn om alles te vergelijken. De verschillende statuten hebben soms een voordeel in de ene richting en dan weer een minpunt in de andere richting. Het gaat dan vaak over premies, maaltijdcheques enzovoort.

Het is belangrijk om de zaken zo duidelijk mogelijk, met alle partijen, uit te praten. Ik heb dat pas op heel kleine schaal gedaan rond een buitenschoolse gemeentelijke kinderopvang die werd overgedragen naar een private organisatie. Dat heeft heel lang geduurd. We hebben al die zaken bijna tot op individueel niveau uitgeklaard, tot alle mensen duidelijkheid hadden en een antwoord hadden op hun vragen.

Het is onvermijdelijk dat dit altijd gepaard gaat met onrust en onzekerheid.

Minister, ik wil u vragen om er tijd voor te maken en administratie ter beschikking te stellen om dat heel gedetailleerd en gewetensvol met de betrokkenen op te nemen. Want als je het in grote lijnen doet, herkennen mensen zich daar niet in. Het gaat over hun job. Het mag niet onzeker blijven.

Het is voor de provincies ook niet evident om al die mensen te zien vertrekken. We moeten vermijden dat de sociaalrechtelijke bescherming die we willen bieden, op een of andere manier de inzet kan zijn van een politieke strijd. Dat zou niet goed zijn.

Ik pleit er enorm voor te investeren om dit punt goed uit te klaren en te voorkomen dat dit punt een politiek hangijzer wordt in het debat rond de afslanking van de provincies. Ik hoop dat beide niet met elkaar vermengd geraken. Dat zou namelijk niet zo’n goede zaak zijn.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Mijnheer De Loor, u zegt dat er absolute duidelijkheid en zekerheid moet worden gegeven. Ik ben het daarmee eens. In mijn antwoord heb ik aangegeven dat ik dat zeer belangrijk vond. Ik heb dat ook uitgebreid geduid.

U vraagt verder wat er gebeurt na de overgangsperiode van één jaar. Mijnheer De Loor, een lokaal bestuur, een gemeente kan haar rechtspositieregeling (RPR) altíjd aanpassen. Het zou niet billijk zijn om in een situatie terecht te komen dat we personeelsleden die onderwerp of voorwerp – hoe je het ook noemt – zijn van een fusie meer garanties en zekerheden geven dan gelijk welk ander gemeentepersoneel. Dat lijkt mij toch niet de bedoeling.

Een gemeente kan op eender welk ogenblik haar RPR aanpassen. Die overgangsmaatregel van één jaar lijkt mij dus goed.

We moeten zeker vermijden twee categorieën overheidspersoneel te creëren. Moeten we dezelfde garanties bieden? Ja, absoluut. Speelt hierin de lokale autonomie? Ja, absoluut. Maar we mogen zeker geen twee soorten categorieën van gemeentepersoneel creëren.

Mijnheer Doomst, ook al moesten we het niet, omdat ze niet officieel deel uitmaken van Comité C1, toch hebben we vooraf overleg gepleegd, zowel met de VVSG als met de VVP. Het zit nu bij de Raad van State en dan wordt het definitief goedgekeurd in de schoot van de Vlaamse Regering.

Misschien kan ik u of uw fractie – gezien de vraag van de heer Kennes – geruststellen met het volgende: we hebben in de beide decreten de garantie ingeschreven dat, zowel bij een fusie als bij de overdracht van personeelsleden van de provincie naar een lokaal bestuur of naar de Vlaamse overheid, er onderhandelingen zullen moeten blijven plaatsvinden met de vakorganisaties.

We vinden het uiteraard heel belangrijk om die vakorganisaties te blijven betrekken. Dat is goed voor het geheel, maar zeker ook voor het personeel, of het nu personeel is dat van de provincie wordt overgeheveld of personeel dat van gemeente A naar gemeente B wordt overgeheveld in het kader van een fusie. De Vlaamse Regering zal erop toezien dat dit op een zeer goede en ordentelijke manier gebeurt, met garanties voor het personeel. 

Mevrouw Pira heeft het woord.

Minister, u bent opnieuw duidelijk. U zegt dat er geen onderscheid mag zijn, dat er geen twee verschillende soorten personeelsleden mogen zijn, dat er duidelijkheid en zekerheid moet zijn. Ik overdrijf toch niet? U hebt dat allemaal gezegd. (Minister Liesbeth Homans knikt bevestigend)

Aangezien er duidelijk een verschillende lezing is van hetzelfde decreet, lijkt het overleg mij zeer noodzakelijk. U weet wellicht dat er binnen de provincies veel ongelukkige mensen rondlopen. Het is van het uiterste belang om zeer, zeer duidelijk te zijn.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.