U bent hier

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

De Vlaamse Regering komt met een scherpe reflectienota van de Strategische Adviesraad (SAR) voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid. Met de zomermaanden in het verschiet zal de vluchtelingencrisis enkel maar nijpender worden. Dat zegt ook uw federale collega, staatssecretaris Theo Francken, in alle nieuwsberichten. Dit zal een negatieve impact hebben op de betaalbaarheid van woningen in Vlaanderen.

Wanneer er 35.000 of 40.000 mensen bij komen op de huisvestingsmarkt, dan kunnen zij natuurlijk niet in tijdelijke opvangplaatsen blijven. Het is de bedoeling dat die mensen doorstromen naar de gewone klassieke huisvestingsmarkt, meer bepaald de private of de sociale huurmarkt.

Minister, in Sijsele is veel filmmateriaal beschikbaar over deze kwestie. Daar verblijven vijfhonderd vluchtelingen maar we zien dat die mensen niet doorstromen naar de private huurmarkt. Hebt u zicht op alle mensen in Vlaanderen die vandaag in een tijdelijk opvanginitiatief verblijven en op de doorstroming?

Moet er op het vlak van woonbegeleiding geen tandje worden bijgestoken? Dat is een Vlaamse bevoegdheid. Er is sprake van extra personeel. Per provincie zouden tweehonderd extra gezinnen kunnen worden begeleid.

De SAR voor het Vlaams Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid stelt dat huisvesting de allereerste prioriteit is van de Vlaamse Regering en dat daar werk moet van worden gemaakt. Zijn er nieuwe budgetten aangevraagd? U hebt een extra budget van 10 miljoen euro gekregen om de huisvestingsproblematiek van asielzoekers aan te pakken. Ziet de Vlaamse Regering dit eensgezind als een prioriteit? Hoe zal dit zich manifesteren?

De SAR laakt een gebrek aan coördinatie bij de Vlaamse Regering. Hoe ziet u de bevoegdheidsverdeling tussen u en de minister-president op het vlak van huisvesting?

Er is al gezegd dat de vluchtelingen geen voorrang zullen krijgen wanneer het gaat over huisvesting of sociale huisvesting. Dat is een goede zaak, het kan immers niet de bedoeling zijn dat zij op de wachtlijsten voorrang zouden krijgen, niemand beweert dat overigens. Wanneer men echter wordt geconfronteerd met een extra problematiek, moeten er ook extra initiatieven worden genomen. Kunt u de stad die de regisseur is van het lokale woonbeleid daar beter bij betrekken? Zo zouden naast de doorstroomwoningen in het kader van een SVK meer initiatieven kunnen worden genomen. Men kan ook nagaan hoe de schepen van Huisvesting die mensen mee kan begeleiden naar de private markt. Verder moeten die mensen weten hoe ze zich kunnen inschrijven bij de sociale huisvestingsmaatschappijen. Ik heb op dat vlak altijd gepleit voor een centraal punt.

In mijn eigen stad zijn er twee sociale huisvestingsmaatschappijen maar mensen in nood worden meestal van de ene locatie naar de andere gestuurd. Zij moeten daarbij meestal een beroep doen op het openbaar vervoer wat een hele opdracht is. Wanneer zij zich inschrijven bij een maatschappij, gaan zij ervan uit dat ze bij alle maatschappijen zijn ingeschreven. Op dat vlak is dus ook wat meer begeleiding nodig.

Komt er een uitbreiding van het model van de SVK’s? Zijn er middelen voorhanden om de huursubsidies uit te breiden? Ik ben daar voorstander van. De vorige minister van Wonen heeft die subsidies uitgebreid naar mensen die 4 jaar op een wachtlijst staan omdat ervan uitgegaan wordt dat het de overheid is die in gebreke blijft. Is het mogelijk om die huursubsidies uit te breiden naar een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld de mensen die minder dan 15.000 euro hebben? Dat lijkt me een relatief kleine groep. Vroeger deed slechts 3 procent een beroep op die huursubsidies.

Wanneer de instroom groter wordt en er 120.000 gezinnen op de wachtlijst staan, terwijl er maar 2500 à 3000 woningen worden gebouwd, dan kan men niet langer de ogen sluiten voor de wachtenden. Bent u bereid om daar meer middelen voor uit te trekken?

Denkt u dat de woonbegeleiding van 200 extra gezinnen of mensen per provincie volstaat, terwijl er een spreidingsplan is voor 8000 mensen per provincie? Zult u de middelen uitbreiden en ziet u eventueel alternatieven?

An Christiaens (CD&V)

Minister, het feit dat hier opnieuw drie commissieleden een vraag over dit onderwerp hebben ingediend, toont aan dat de problematiek over de erkende vluchtelingen die een plaats zoeken op onze huisvestingsmarkt de gemoederen nog altijd beroert. Verschillende instanties hebben hun licht daar al over laten schijnen. Op 5 februari was er dan de reflectienota van de SAR over de impact van de nieuwkomers op verschillende beleidsdomeinen. De SAR heeft een aantal aanbevelingen en adviezen geformuleerd voor het beleidsdomein Wonen.

In de reflectienota erkent de SAR dat er in Vlaanderen op alle beleidsdomeinen tal van maatregelen en initiatieven werden uitgewerkt als antwoord op de komst van de vluchtelingen. Voor Wonen, dat slechts één bladzijde beslaat in de reflectienota, adviseert de SAR de Vlaamse Regering om een prioriteit te maken van huisvesting. Zij vragen geen voorrangsregeling voor de vluchtelingen, dat is ook niet wat wij vragen, maar wel een snelle oplossing voor de problemen.

Het feit dat de problematiek van de erkende vluchtelingen en het spreidingsplan nu acuut is, legt een aantal bestaande problemen op de private huurmarkt bloot, waaronder het vinden van een betaalbare en kwalitatieve woning op de sociale huurmarkt, maar ook op de private huurmarkt.

In de reflectienota wordt specifiek gepleit voor het oprichten van een huurwaarborgfonds, voor het uitbreiden van het model van SVK’s en voor het sensibiliseren van de private huiseigenaars. Er moet volgens hen ook nog verder worden ingezet op woonbegeleiding en er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt met de centra algemeen welzijnswerk (CAW’s) en de OCMW’s.

Minister, op 31 januari vroeg ik u in deze commissie op welke manier u als Vlaams minister van Wonen de ondersteuning van het huisvestingsproces van de erkende asielzoekers zou verzekeren. U hebt daarvoor 20 miljoen euro extra gekregen omdat de Vlaamse Regering terecht van mening is dat de lokale besturen het best geplaatst zijn om de lokale noden aan te voelen. Zij volgt daarin ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

Minister, hoe staat u tegenover de verschillende suggesties van de SAR over het woonbeleid?

In welke mate kunt u garanderen dat er maatregelen worden genomen om in te spelen op die huisvestingsproblemen? Is er al een plan voor die 20 miljoen euro? We kennen het voorstel van de VVSG over de verdeling daarvan. Hebt u daar al een beslissing over genomen en wanneer zal die ingaan?

In welke mate zullen de extra middelen waarin u voorziet een oplossing bieden voor de uitbreiding van de SVK’s?

Welke bijkomende maatregelen hebt u genomen of gepland om de bijkomende druk op de private huurmarkt te verlichten?

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, we hebben het in deze commissie en in die plenaire vergadering inderdaad al meermaals gehad over het probleem van de vluchtelingencrisis. We weten dat er tienduizenden extra op onze woonmarkt zullen komen en eigenlijk weten we vandaag nog altijd niet hoe we daarmee zullen omgaan. We weten nog altijd niet hoe we die problemen zullen aanpakken en hoe we er op die private huurmarkt die vandaag al een heel kwetsbare markt is, voor zullen zorgen dat mensen een betaalbare woning zullen vinden. De extra mensen die er bij komen, leggen een extra druk op de mensen die zich vandaag al op die markt bevinden.

We hebben er al meermaals over gedebatteerd, onder andere in de plenaire vergadering, waarbij al in november een consensus bestond om heel dringend structurele maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat we dat aanbod op die private huurmarkt en in het bijzonder op dat laagste segment dat het meest kwetsbare is, zouden aanpakken. We zouden een gecoördineerd plan van aanpak voorleggen zodat steden en gemeenten de problematiek van de huisvesting kunnen aanpakken.

Minister, u hebt al meermaals aangegeven dat u geen prioritaire behandeling wilt van vluchtelingen. Ik denk ook dat niemand dat heeft gevraagd, ik heb nog niemand horen zeggen dat er effectief voorrang moet worden gegeven. Welke maatregelen u dan wel zult nemen, is mij tot op heden in elk geval nog niet duidelijk. U hebt gezegd dat er 20 miljoen euro extra is vrijgemaakt voor die lokale besturen die de meeste instroom zullen krijgen. Intussen blijft echter de roep vanop het veld heel luid klinken en gaan steeds meer alarmbellen af. Steeds meer organisaties stellen dat er een groot probleem is op de woonmarkt. Er komen heel veel mensen binnen die terechtkomen in die opvanginitiatieven. Als ze worden erkend, slagen ze er niet in om in die twee maanden zelf een woning te vinden op de private huurmarkt.

De VVSG heeft gevraagd dat u extra zou investeren in betaalbare huisvesting, dat u de huurtoelages nog eens zou bekijken en dat u de SVK-werking versterkt.

Begin februari hebt u een radio-interview gegeven op Radio 1 en daar is heel veel reactie op gekomen. U hebt tijdens dat interview gezegd dat u de nood niet inzag van extra huursubsidies. U onderstreepte dat vluchtelingen vanaf hun erkenning dezelfde sociale rechten en een leefloon krijgen – dat hebt u allemaal herhaald – en dat zij dus hun plan moeten trekken op die private huurmarkt. U ziet de nood niet in om aan de roep van die verschillende organisaties tegemoet te komen.

U hebt in dat interview ook gezegd dat de eerste schijf van die aangekondigde 20 miljoen euro zou worden uitbetaald binnen ongeveer een maand, dat is dus nu.

Er was heel veel commotie over dat interview, heel wat middenveldorganisaties hebben daar verontwaardigd op gereageerd omdat ze vonden dat u de hete aardappel gewoon doorschuift naar de OCMW’s en het middenveld. Zij wijzen erop dat er noch vanuit Fedasil, noch vanuit de Vlaamse Regering wordt voorzien in begeleiding na die asielperiode waardoor mensen letterlijk en figuurlijk op straat worden gezet. Steeds meer mensen dreigen in de dakloosheid terecht te komen. Er moet heel dringend worden voorzien in extra middelen en in extra begeleiding.

Ook het Vlaams Huurdersplatform heeft gereageerd. De vorige sprekers hebben al verwezen naar de kritische nota van de SAR. Er was al een kritische nota van de Vlaamse Woonraad. In weerwil van alle adviezen die er vandaag zijn en waarin van u wordt gevraagd om de beleidsinstrumenten actiever te promoten en de mensen te begeleiden wanneer het bijvoorbeeld gaat over huursubsidies, doet u dat niet, meer nog, u zwijgt die instrumenten een beetje dood, zo luidt de kritiek.

Wat de 20 miljoen euro betreft voor de lokale overheden, antwoordde u op 21 januari op een vraag van mevrouw Christiaens dat een aanbestedingsprocedure en een projectoproep zouden zijn vertrokken naar de lokale besturen. Ik heb in mijn eigen stad Roeselare eens nagevraagd hoe het nu eigenlijk zit met die projectoproep en met de procedure waar u het over had, wat daar precies in staat, wat die inhoudt, tegen wanneer we daarop moeten reageren en wat de voorwaarden zijn.

In Roeselare viel men eigenlijk een beetje uit de lucht. Men wist niet waar ik het over had. Het is natuurlijk mogelijk dat de stad iets over het hoofd heeft gezien. Minister, ik herhaal dan ook mijn vraag: hoe zit het met die projectoproep en hoe zit het met die aanbestedingsprocedure waar u naar hebt verwezen in antwoord op de vraag van mevrouw Christiaens op 21 januari 2016? U zei daarin dat die projectoproep is vertrokken naar de steden en gemeenten en dat begin maart een eerste schijf zou worden uitbetaald.

Minister, wanneer zijn die aanbestedingsprocedure en die projectoproep vertrokken? Wat houden die precies in? Tegen wanneer moeten de lokale overheden daarop reageren? Hoeveel reacties hebt u intussen gekregen van de steden en gemeenten?

Wanneer wordt die voorziene 20 miljoen euro die sinds november in het vooruitzicht wordt gesteld, uitbetaald? U zei in het radio-interview op 4 februari dat die 20 miljoen euro binnen de maand zou worden uitbetaald. Vandaag zijn we een maand verder. Wanneer zal dat effectief gebeuren en volgens welke criteria zult u dat doen? Welke steden en gemeenten en welke initiatieven zullen aanspraak kunnen maken op die middelen?

Minister, u hebt aangekondigd dat er een plan van aanpak en structurele middelen zullen komen zodat de steden en gemeenten eindelijk de duidelijkheid krijgen waar zij naar vragen. Ook de VVSG klaagt aan dat er vandaag te veel moet worden geïmproviseerd. Wanneer zult u in samenspraak met minister-president Bourgeois met dat plan van aanpak komen?

Hoe interpreteert u zelf de kritiek van het middenveld en van de steden en gemeenten die aangeven dat er vandaag wel degelijk een aantal maatregelen en instrumenten zijn maar dat u daar veel te weinig mee doet?

Minister Homans heeft het woord.

Ik weet dat het een beetje vervelend wordt, maar ik wil nogmaals het verschil duiden tussen een asielzoeker die in procedure zit en een erkende vluchteling. Het is heel belangrijk om dat in dit debat nogmaals te doen.

De klachten die er nu komen vanuit de lokale besturen hebben niets te maken met de erkende vluchtelingen die instromen op hun grondgebied. Zij hebben te maken met het federale spreidingsplan en alle verantwoordelijkheden die de gemeenten in het kader van dit plan moeten nemen.

Een gemeentebestuur krijgt per asielzoeker 1300 euro om te voorzien in brood, bad en bed. De lokale besturen klagen ook niet over de financiële ondersteuning die ze van Fedasil krijgen voor de opvang van de asielzoekers. Er zijn natuurlijk wel randproblemen waar ze zich zorgen over maken. Wanneer u nu verwijst naar alarmerende signalen vanuit de lokale besturen, dan hebben die betrekking op het spreidingsplan van de asielzoekers, mensen die nog in procedure zitten en die nog altijd onder de verantwoordelijkheid en de bevoegdheid van de federale overheid vallen. Ze vallen pas onder de verantwoordelijkheid van de deelstaten als ze erkend zijn.

De instroom is nog niet begonnen. Doordat de procedure almaar langer duurt, is de instroom van de erkende vluchtelingen in de Vlaamse steden en gemeenten nog niet begonnen. Tot op de dag van vandaag heeft dan ook nog geen enkel lokaal bestuur me gesignaleerd dat er problemen zouden zijn met de instroom van erkende vluchtelingen.

Mevrouw Van Volcem, u hebt zelf verwezen naar de SAR voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid. Het gaat over een uitgebreide reflectienota waar slechts een heel klein stukje over wonen in staat. Mevrouw Christiaens heeft er de twee juiste suggesties uitgehaald.

Het gaat eigenlijk allemaal over Welzijn: woonbegeleiding, toegankelijkheid tot gezondheidszorg en hoe we dat het best organiseren in het kader van de vluchtelingencrisis. Dat is allemaal mijn bevoegdheid niet. Daarover zijn we het eens. Het gaat wel over het Huurwaarborgfonds en het versterken van de SVK’s. Ik kom daarop terug wanneer ik de concrete vragen van mevrouw Christiaens beantwoord.

Mevrouw Van Volcem, u zegt dat de Strategische Adviesraad stelt dat huisvesting de allereerste prioriteit moet zijn. U vraagt of er concrete budgetten zijn aangevraagd. U weet dat er in het kader van de budgetopmaak 2016 in een provisie is voorzien van 120 miljoen euro en dat dit werd toebedeeld aan verschillende beleidsdomeinen. In het woonbeleid maak ik inzake structurele maatregelen geen onderscheid tussen mensen die al langer op een wachtlijst staan en nieuw erkende vluchtelingen. U juicht dat toe, waarvoor dank. Ik denk dat het veel beter is om maatregelen te nemen die de gehele woningmarkt verbeteren, of het nu de private huurmarkt is of de socialehuisvestingsmarkt. Dat komt iedereen ten goede en niet specifiek één doelgroep.

Ziet de Vlaamse Regering dit eensgezind als prioriteit? Als ik u zeg dat er een provisie van 120 miljoen euro is ingeschreven, waar eigenlijk ei zo na elke minister bij betrokken is geweest, dan is hier toch wel sprake van het feit dat we ons bewust zijn van de problematiek en dat we in onze begroting onmiddellijk in de nodige middelen hebben voorzien.

Hoe zal dit zich manifesteren? U weet dat we ook een Vlaams minister van Financiën en Begroting hebben. Tijdens de begrotingsopmaak 2016 werd heel duidelijk afgesproken dat zodra iemand van de collega’s aanspraak wil maken op een deel van die provisie, wij het voorafgaande akkoord zullen moeten hebben van de minister van Financiën en Begroting. Hij beslist wanneer en of een bepaald deel van de provisie kan worden vrijgegeven.

De bevoegdheidsverdeling tussen mezelf en minister-president Bourgeois is zeer duidelijk. Minister-president Bourgeois is coördinerend minister. Ik weet dat ik heel veel coördinerende bevoegdheden heb, maar dit valt niet onder mijn coördinerende bevoegdheid. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik met mijn bevoegdheden voor Huisvesting en Lokale Besturen wel betrokken ben. We bespreken dit regelmatig, ofwel in de schoot van de Vlaamse Regering ofwel in de schoot van een IKW. Maar er bestaat ook zoiets als een interministerieel comité dat is opgericht specifiek naar aanleiding van de vluchtelingencrisis. Dat comité wordt voorgezeten door minister-president Bourgeois. Daar zijn de verschillende bevoegde ministers ad hoc aanwezig, naar aanleiding van de dossiers die worden besproken.

Met betrekking tot de vraag of vluchtelingen voorrang zullen krijgen bij huisvesting, vraagt u of ik ervan uitga dat zowel de huisvesting van de huidige Vlaamse bevolking als de huisvesting van de vluchtelingen exclusief bij mij zal liggen. Ik vind ‘exclusief’ in dezen een beetje te verregaand omdat de indeling van de provisie Huisvesting veel meer betreft dan alleen een woonst. Bijvoorbeeld woonbegeleiding is hier ook zeer belangrijk. U weet dat dat een bevoegdheid is van minister Vandeurzen, die bijkomende middelen heeft gekregen om deze bevoegdheid goed te kunnen uitvoeren. Ook de OCMW’s hebben hier een zeer belangrijke taak. Die taken worden dan weer grotendeels gefinancierd vanuit de federale overheid en de Programmatorische Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI).

Ik heb inderdaad een zeer grote verantwoordelijkheid voor wat huisvesting betreft. Maar er zijn natuurlijk nog andere ministers die hierin een grote verantwoordelijkheid dragen. Het gaat ook om woonbegeleiding, OCMW’s, CAW’s en samenlevingsopbouw, die worden vanuit het departement Welzijn gefinancierd. Daar kom ik straks misschien nog op terug wanneer ik antwoord op de vraag van mevrouw Hostekint, of ik mijn verantwoordelijkheid zou doorschuiven naar het middenveld.

De oprichting van het Huurwaarborgfonds werd vorige week al uitvoerig besproken tijdens de bespreking van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA).

Mevrouw Van Volcem, u vroeg of er een uitbreiding komt van het model van de sociale verhuurkantoren. Op die vraag heb ik daarnet al heel uitgebreid geantwoord. Natuurlijk is het de bedoeling om met die 10 miljoen euro niet alleen de bestaande SVK’s verder te professionaliseren, maar ook om zo veel mogelijk private panden in het beheer van SVK’s onder te brengen. En dan moeten we die natuurlijk een impulssubsidie geven en moeten prospectiemedewerkers en dergelijke worden aangetrokken.

Laat het duidelijk zijn dat deze beslissingen al waren genomen, lang voordat we geconfronteerd werden met de asielcrisis/vluchtelingencrisis. Dit is geen specifieke maatregel die we hebben genomen in het licht van deze kwestie.

U vroeg ook of er middelen voorhanden zijn om de huursubsidie uit te breiden, of dat een beleidsoptie is. Als we natuurlijk extra investeren in SVK’s, namelijk 10 miljoen euro in 2016, dan is het nogal evident dat ook de huursubsidies zullen toenemen. U weet ook dat iedereen die huurt of verhuurt via een SVK, automatisch recht heeft op een huursubsidie. De toename van de huursubsidies zit ook in die 10 miljoen euro. Ik herhaal dat dit niets te maken heeft met de huidige crisis.

Mevrouw Van Volcem, op uw laatste vraag over de woonbegeleiding, kan ik echt geen antwoord geven. Het is een exclusieve bevoegdheid van minister Vandeurzen. Ik ben ervan overtuigd dat hij graag antwoord zal geven op uw vragen.

Mevrouw Christiaens, ik heb al verwezen naar het lijvige rapport van de strategische adviesraad. Ik heb u al verteld dat er eigenlijk twee suggesties instonden: een huurwaarborgfonds en het versterken van SVK’s. Ik meen dat ik daarnet al voldoende uitgebreid heb geantwoord op die twee aspecten.

Wat me een beetje verbaast, is dat in het rapport staat dat huisvesting de prioriteit moet worden. Dat zeggen ze inderdaad, ik zal dat niet ontkennen. De twee concrete voorstellen die ze doen, het huurwaarborgfonds en het versterken van SVK’s, leiden er echter niet toe dat er meer woningen komen op de huurmarkt. Er komen wel meer SVK-woningen die aan sociale tarieven verhuurd kunnen worden, maar u weet ook dat dan moet worden voldaan aan een aantal toelatingsvoorwaarden en dergelijke. De private huurmarkt versterken, vind ik er nergens in terug. Dat vind ik een beetje jammer.

U vraagt ook hoe ik kan garanderen dat de vluchtelingencrisis de huisvestingsproblemen in Vlaanderen niet acuter zal maken en welke maatregelen al werden genomen. Bij de aanvang van mijn antwoord heb ik gezegd dat ik van nog geen enkel lokaal bestuur het signaal heb gekregen dat er nu, met de instroom van de erkende vluchtelingen – en ik hamer op dat verschil, het betreft erkende vluchtelingen – problemen zijn.

Ontken ik dat er zich in de toekomst misschien problemen zullen manifesteren? Neen. Vandaar dat de Vlaamse Regering een belangrijke som geld, namelijk 120 miljoen euro, heeft uitgetrokken om dit vanuit verschillende beleidsdomeinen te kunnen aanpakken.

In deze commissie en ook in de plenaire vergadering zijn hier al meerdere debatten over gevoerd. U weet dat we wel degelijk extra inspanningen hebben gedaan in het verleden, los van deze crisis. De noden zijn immers hoog, de wachtlijsten groeien nog steeds aan, net als in het verleden. Ik verwijs nogmaals naar het record aantal investeringen in sociale huisvesting ten belope van 1,3 miljard euro en naar het recordbedrag dat aan huurpremie en huursubsidies werd uitgekeerd. Ik verwijs ook naar het record aantal woningen in beheer van SVK’s. Het kan allemaal beter, vandaar dat we in 10 miljoen euro extra hebben voorzien.

Ik heb ook een meervraag op tafel gelegd om nog sneller te kunnen bijbouwen wat sociale woningen betreft. Het is een meervraag in het licht van de budgetcontrole 2016. Ik zal bekijken wat mijn collega van Financiën en Begroting daarover zegt. Ik moet hier wel meegeven, collega’s, dat het niet is omdat er meer middelen zijn, dat die woningen er ook onmiddellijk staan. De gemiddelde doorlooptijd van een sociale woning is vier jaar en de kostprijs bedraagt 160.00 euro per woonentiteit. Ik vind het dus heel jammer dat in deze adviesnota geen enkele stimulans staat om de private huurmarkt te versterken, dat betreur ik toch een klein beetje.

Mevrouw Hostekint, het zal u misschien verbazen, maar ik ben ontzettend blij met uw vraag. Staat u me toe te zeggen dat ik op uw eerste drie vragen al heb geantwoord in de commissie Binnenlands Bestuur van 2 februari 2016, op een vraag van de heer De Meulemeester. Ik zal de grote lijnen nog eens herhalen, dat kan geen kwaad. Eigenlijk gaat het om de 20 miljoen euro voor lokale besturen, en dat onderwerp is ook al ruimschoots aan bod gekomen in de commissie Binnenlands Bestuur.

U weet dat bij het bedrag van 20 miljoen euro dat we hebben vrijgemaakt in de provisie, mijn belangrijkste zorg is, dat het geld gaat naar de steden en gemeenten waar een effectieve instroom van nieuwe vluchtelingen komt. Dat is heel belangrijk. Het lijkt me ook heel goed om de lokale besturen autonoom te laten beslissen op welke noden ze willen inspelen.

Bijvoorbeeld als een lokaal bestuur met een grote instroom zegt dat het nood heeft aan nog meer woonbegeleiding dan de woonbegeleiding die het al krijgt vanuit Welzijn, dan staat het dat lokaalbestuur vrij om daar middelen op in te zetten. Als een lokaal bestuur zegt dat het eigenlijk wel een aantal transitwoningen zou kunnen gebruiken, dat het mee wil financieren met OCMW’s en dergelijke, dan staat het het lokaal bestuur vrij om daar zo over te beslissen. Dat lijkt me goed.

Wat heel belangrijk is, want daar hoor ik wel alarmkreten over, mevrouw Hostekint, is dat die 20 miljoen euro aan de lokale besturen, losstaat van het heel ruime budget waarin is voorzien voor inburgering en integratie. Als ik de gemeenten en steden bezig hoor over vluchtelingen, gaat het er vooral over dat we die allemaal een inburgeringstraject moeten geven en dat we daar de middelen niet voor hebben en ‘blablabla’.

We hebben in 83 miljoen euro voorzien waarvan 63 miljoen euro in 2016 voor de verplichte inburgering. Ik vind dat goed, want we leggen vanuit de Vlaamse Regering een verplichte inburgering op. Ik vind het niet meer dan logisch dat we daar dan ook de nodige middelen tegenover zetten. Het zou redelijk hypocriet zijn om dat niet te doen.

Ik heb gisteren ook overleg gehad met de VVSG. Zij hebben inderdaad ook een voorstel gedaan. We hebben een consensus bereikt. De VVSG gaf toe dat er in hun voorstel misschien wel een aantal hiaten zaten. Zo was er geen ondergrens bepaald voor het aantal vluchtelingen dat moet instromen in een gemeente. Dat zou leiden tot een enorme versnippering van de 20 miljoen euro. Sommige gemeenten zouden daardoor een subsidie kunnen krijgen van 4500 euro, maar daar kan een gemeente niets mee doen, helemaal niets. De VVSG heeft toen ook gezegd dat een ondergrens inderdaad belangrijk is en dat er een moet worden vastgelegd.

De VVSG was het ermee eens dat het aantal leefloners in totaliteit als parameter was gebruikt. Ook mensen die in eerdere vluchtelingencrisissen waren ingestroomd, werden meegeteld. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. De bedoeling is om die 20 miljoen euro voor de lokale besturen – dat is een klein deeltje van het totale bedrag van 120 miljoen euro – te gebruiken voor de nieuwe instroom, niet voor andere zaken waarmee de steden in het verleden werden geconfronteerd, al dan niet in het licht van een collectieve regularisatie.

Mevrouw Hostekint, u verwijst naar de kritiek van het Vlaams Huurdersplatform. Daar trekken ze aan de alarmbel over de problematiek van huisvesting van erkende vluchtelingen. Ze stellen dat die op een structurele manier moet worden aangepakt.

Wat ik vooral heb onthouden van de reactie van het Vlaams Huurderplatform is dat het eigenlijk zegt dat de 20.000 erkende vluchtelingen en de 27.000 leefloners onmiddellijk een huursubsidie moeten krijgen. Zo staat het erin.

Ik noem dit wel degelijk ‘voorrang’. Daarvoor wordt gepleit. Ik zal u uitleggen waarom. Het gaat over 27.000 leefloners. Ik weet niet waar ze dit aantal vandaan halen, want momenteel zijn er 56.500 leefloners in Vlaanderen, enkel en alleen in Vlaanderen. Men spreekt over 27.000 leefloners. Wil dat zeggen dat ze zich beperkten tot een equivalent leefloners? Gaat het om mensen die uit derde landen komen? Ik weet het niet, het is me niet duidelijk.

Bovendien moet men blijkbaar een leefloon krijgen om het moeilijk te hebben op de huisvestingsmarkt. Wat doen we met mensen die de moeite doen om te gaan werken, maar die een heel laag inkomen uit arbeid hebben? Volgens het Vlaams Huurdersplatform komen ze niet in aanmerking voor een huursubsidie, ze krijgen niets. Wat met mensen die een andere uitkering hebben, voor invaliditeit bijvoorbeeld, of mensen met een laag pensioen? Ook die mensen kunnen het heel moeilijk hebben op de huisvestingsmarkt, maar ze krijgen niets.

Ik zie dat u het hoofd schudt, mevrouw Van den Brandt, maar in de tekst worden enkel leefloners en vluchtelingen vermeld, over andere categorieën wordt niet gesproken.

Ik ben dus blij, mevrouw Hostekint, dat u mij deze vraag stelt. Regelmatig wordt er hier inderdaad gezegd dat niemand pleit voor voorrang. Dit is pleiten voor voorrang. Hier doe ik absoluut niet aan mee.

Wat me natuurlijk ook nog heel erg stoort aan het pamflet van het Vlaams Huurdersplatform, is dat in het pleidooi voor het toekennen van een huursubsidie aan 27.000 leefloners, – dus niet aan alle leefloners – en aan de 20.000 vluchtelingen, blijkbaar totaal geen rekening wordt gehouden met de woningkwaliteit. Wij moeten gewoon een huursubsidie toekennen, los van de kwaliteit van een woning. Ik dacht dat het onze gezamenlijke bekommernis was dat die mensen niet in de handen vallen van huisjesmelkers en dergelijke. U weet dat een huursubsidie wordt toegekend, of via een SVK, of op de private huurmarkt aan personen die uit een onbewoonbare of uit een ongeschikte woning worden gezet. Dat heeft te maken met de woningkwaliteit. Maar het Vlaams Huurdersplatform stelt voor om gewoon aan al die mensen een huursubsidie te geven zonder dat de woning wordt gecontroleerd op de kwaliteit ervan. En daarna zullen ze ons wellicht komen verwijten dat die mensen in handen van huisjesmelkers zijn gevallen. Dat vind ik een toch wel heel rare redenering van het Vlaams Huurdersplatform, maar ik neem er akte van.

Met de voorstellen van het Vlaams Huurdersplatform zal er trouwens geen enkele extra woning worden gebouwd of gecreëerd. De schaarste neemt alleen maar toe.

Ik ben er ook van overtuigd dat gewoon openlijk pleiten om een groep van 47.000 mensen – maar ik weet nog altijd niet op basis waarvan die leefloners worden gekozen – zo maar een huursubsidie te geven, marktverstorend werkt. U weet toch ook dat de private eigenaars en verhuurders, als ze weten dat er een automatische toekenning is van de huursubsidies, ze die gewoon zullen doorrekenen in hun huurprijs! (Opmerkingen van Mercedes Van Volcem)

Mag ik even uitspreken? Ze zullen die zeker doorrekenen als er bovendien geen kwaliteitsnormen meer aan gekoppeld worden.

Ook heel belangrijk is dat de tegemoetkoming in de huurprijs, de huursubsidie waarvoor wordt gepleit, wordt verengd tot een aanvullend inkomen voor die 47.000 mensen en dat er geen enkele beleidsmatige of sturende component meer in zit.

Er wordt me verweten, dat staat er ook in, dat ik de verantwoordelijkheid doorschuif naar het middenveld. Vanuit de Vlaamse Regering geven we meer dan 100 miljoen euro subsidies aan het middenveld. We doen dat met veel plezier, want we hebben die mensen nodig. Maar ik dacht dat het eigenlijk een samenwerking betrof. Ik begrijp niet hoe kan worden gezegd dat het gaat over het doorschuiven van de verantwoordelijkheid. We werken hand in hand. We steken de hand uit naar elkaar en we werken samen. Het zijn de mensen van het middenveld die het op lokaal niveau zullen moeten doen. Het zijn mensen van de CAW’s, mensen van samenlevingsopbouw, maatschappelijk assistenten van OCMW’s en dergelijke. Gewoon botweg zeggen dat wij als Vlaamse Regering de verantwoordelijkheid collectief doorschuiven naar het middenveld, dat vind ik een brug te ver. Ik stel me ook de vraag waarvoor de meer dan 100 miljoen euro aan subsidies – die we dus met heel veel plezier geven omdat we ook van oordeel zijn dat we niet zonder het middenveld kunnen –, dan eigenlijk dienen.

Ik vind het ook heel jammer dat het Vlaams Huurdersplatform allerlei dingen poneert, maar geen enkel voorstel lanceert waardoor de private huurmarkt effectief wordt versterkt, waardoor er meer woningen bij komen en dergelijke meer. Het Vlaams Huurdersplatform investeert dan weer wel heel veel energie in het organiseren van studiedagen onder de titel ‘Afbraak in de steigers’. Ik vind dat heel betreurenswaardig. Het komt het debat absoluut niet ten goede. 

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Minister, ik ben het eigenlijk niet volledig met u eens. (Gelach)

Ik heb de indruk dat u altijd een beetje probeert te leven van een controverse die er niet is. U stelt het debat altijd zo voor alsof we u zouden dwingen om meer te doen voor de erkende vluchtelingen dan voor de mensen van hier die al zo lang op de wachtlijst staan of die niet op de private huurmarkt terechtkunnen. U zegt aan mevrouw Hostekint dat u zeer blij bent dat ze die vraag stelt. U beklemtoont dat ze leefloners en vluchtelingen bevoordeelt.

Maar u bent de bevoegde minister. U zegt dat u betreurt dat er niets wordt gedaan, dat in het advies niet wordt aangekaart dat de private markt moet worden versterkt. Wat hebt u echter al gedaan als bevoegd minister om die private huurmarkt te versterken? We hebben een heel zwakke private huurmarkt. U zegt dat we die zouden moeten versterken. Doe er iets aan als bevoegd minister, zeker als u weet dat er straks 35.000 mensen bijkomen. Het is vijf voor twaalf. De private markt is slecht. Ik vraag niet dat u aan hokjesdenken doet en voor bepaalde groepen meer doet, absoluut niet, maar doe gewoon iets aan het probleem dat u zelf aankaart. U zegt zelf dat u een advies heeft. De private huurmarkt moet versterkt worden. Wel, doe dat voor iedereen. Er zijn oplossingen voor.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Ik ga even uit de controverse stappen. Ik had dezelfde vraag als collega Van Volcem. Het is inderdaad jammer dat in het advies van de SAR maar twee suggesties worden opgenomen over wonen, en niets concreet over de private huurmarkt. We zijn hier al een jaar aan het babbelen over de conceptnota over de private huurmarkt. We zijn er allemaal van overtuigd dat we de private huurmarkt moeten versterken. Ik wil gewoon nog eens vragen naar de timing daarrond, zodat de initiateven en de eventuele middelen van start kunnen gaan. Concreet: wanneer kunnen we uw conceptnota daarrond verwachten? Wat het bedrag van 20 miljoen euro betreft waarin is voorzien, ben ik tevreden te horen dat er een akkoord is bereikt.

U geeft terecht aan dat het niet is omdat er vandaag middelen zijn of beslissingen zijn genomen dat er morgen nieuwe woningen op de huurmarkt zijn. Het is toch wel belangrijk om, liever gisteren dan morgen, de beslissingen uit te voeren. Nu er een consensus is, hoe is de verdere aanpak? Zal er opnieuw een oproep worden gelanceerd aan de lokale besturen wat de verdeling van de 20 miljoen euro betreft? Wanneer zal de eerste uitbetaling gebeuren? Er was gezegd dat dat vóór 1 maart zou gebeuren, die datum is nu verstreken. Hoe is de verdere timing en de praktische aanpak van de uitwerking?

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, ik vind het zeer spijtig dat ik maar 2 minuten heb, want ik ga ook niet akkoord met wat u hebt gezegd – en dat is zeer zacht uitgedrukt. U hebt zich uitgeput en u hebt zeer veel energie gestoken in verwijzen naar uw collega’s die niet doen wat ze moeten doen. U hebt verwezen naar de VVSG die alle soorten hiaten heeft in haar voorstellen. U hebt geschoten op het Huurdersplatform dat voorrang zou willen verlenen aan vluchtelingen. Ik heb dat daar niet in gelezen, maar ik laat dat voor u. Ik ga mijn energie en mijn 2 minuten spreektijd niet aan die discussie besteden. Het is zeer vergaand wat u hier hebt gezegd, en zeer grof. Ik heb dat daar in elk geval niet in gelezen. Ik heb vandaag nog niemand horen pleiten voor een voorrang.

U steekt heel veel energie in het schieten op mensen, maar wat u niet doet, is antwoorden op mijn vragen. Ik heb u drie heel concrete vragen gesteld. U hebt op 21 januari in deze commissie gezegd dat er een oproep is vertrokken naar de gemeenten. Ik citeer u: “Een hele aanbestedingsprocedure en een projectoproep zijn nu vertrokken naar die lokale besturen.” Dat hebt u op 21 januari gezegd, in antwoord op een vraag van mevrouw Christiaens. Ik heb dat nagevraagd. Niemand heeft dat blijkbaar ontvangen. Zijn wij slordig? Wanneer hebt u die oproep precies verstuurd? Wat houdt hij precies in? Tegen welke datum moeten de lokale besturen antwoorden? Wanneer gaat u de eerste schijf van 20 miljoen euro uitbetalen? In een radio-interview op 4 februari hebt u gezegd dat dit binnen ongeveer een maand zou zijn. Dat is een heel concrete vraag, maar ik heb er geen antwoord op gekregen. Tot slot, wanneer komt u met een gecoördineerd plan van aanpak? U bent de minister van Wonen.

U kunt blijven verwijzen naar anderen en de hete brij blijven afschuiven en zeggen dat een ander het moet oplossen. U verwijt de collega’s dat wij naar u kijken als minister van Wonen, maar zeg me eens, als het over wonen, de woonmarkt en betaalbaar wonen gaat, naar wie moeten we dan kijken? U ontloopt uw verantwoordelijkheid. Dat werkt blijkbaar niet alleen de oppositie op de zenuwen. Ik hoor van mijn collega’s dat het zelfs de meerderheid op de zenuwen begint te werken.

Minister, het is vijf voor twaalf. De problemen zijn enorm. Als u zegt dat u geen signalen krijgt vanuit het middenveld over de erkende vluchtelingen, dan liegt u pertinent. Het gaat over de erkende vluchtelingen. Het gaat over het feit dat mensen, als ze uit de lokale opvanginitiatieven (LOI’s) komen, niet binnen de twee maanden een betaalbare huurwoning vinden. U zegt dat u geen klachten krijgt van lokale besturen. Ik ga u een voorbeeld geven uit Roeselare. We zijn ondertussen zes procedures tot uithuiszetting gestart tegen mensen in een LOI. Dat lijkt misschien niet ontzettend veel, maar ik heb het eens nagevraagd. De laatste keer dat dat is gebeurd, was 2011. Weet u hoe dat komt? Omdat mensen geen woning vinden op de private huurmarkt. Dat is uw verantwoordelijkheid.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik sluit me aan bij alle vorige sprekers omdat u in het antwoord dat u geeft, ongelooflijk het zonlicht ontkent. U zegt dat u geen klachten hebt gekregen van de gemeenten, u discrediteert de SAR, en ga zo maar door.

Er is een probleem. Dat probleem zal de komende maanden toenemen en u doet te weinig. Ik weet niet welk signaal, welke rapporten, analyses of aanbevelingen u nog nodig hebt om dat op te pikken en iets anders te doen in plaats van anderen te discrediteren, anderen woorden in de mond te leggen die ze niet hebben gezegd, of anderen aan te vallen, en zelf uw verantwoordelijkheid op te nemen en zelf uw bevoegdheden ten volle in te gaan zetten.

Sinds november komt dit probleem op tafel. U hebt aan mevrouw Moerenhout, telkens wanneer ze vragen op de agenda wou zetten, systematisch gezegd dat ze voorrang wil geven aan asielzoekers, in het nadeel van de eigen mensen. Ik heb dat regelmatig gehoord. Dat is niet de oproep die iemand hier doet. We hebben nood aan een globaal plan dat asielzoekers en erkende vluchtelingen – we kennen allemaal het onderscheid – zal helpen. Dat zal ook de andere mensen, die al op de huurmarkt zitten, helpen. U wilt extra oplossingen horen, u geeft kritiek op anderen, maar ik wil nog enkele suggesties doen.

Het Huurwaarborgfonds is hier al aan bod gekomen. U hebt dat vorige week afgeschoten. U hebt niet gezegd dat u het zou doen. Het is een vraag die van verschillende kanten komt. Het is ook een vraag die de private huursector, waar u zo graag extra voorstellen voor wil, ten goede kan komen. Zo’n Huurwaarborgfonds zorgt ervoor dat elke huurder, ongeacht wie, terecht kan op de private huurmarkt en dat het samenstellen van zo’n huurwaarborg haalbaar wordt. Het is een oproep die van Groen komt, maar ook van het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid en van de Gezinsbond, die pleit voor een financiële instelling om de huurwaarborg te laten beheren, die letterlijk zegt dat zo’n beheer zichzelf in stand kan houden door de intrestopbrengsten en dat investeringen in de private huursector op basis van vastgestelde behoeften daarmee mogelijk worden. U krijgt dus instrumenten aangereikt, maar u moet ze willen zien, u moet ze willen gebruiken.

Naast het Huurwaarborgfonds is er het debat over de huursubsidies. U zegt dat als we iedereen een huursubsidie geven, de prijzen omhoog gaan. U kunt natuurlijk de huursubsidies gaan koppelen aan huurrichtprijzen. Op die manier is er een richtprijs en kun je de huursubsidie daaraan koppelen. Er zijn instrumenten om ervoor te zorgen dat dat geen perverse effecten heeft. U moet ze gewoon willen toepassen. Als er een oproep is om de huursubsidie toe te passen, niet enkel voor mensen die vier jaar op een wachtlijst staan of voor asielzoekers, dan moet u niet kwaad zijn omdat in de nota niet letterlijk alle doelgroepen staan opgesomd, maar dan kunt u effectief zorgen dat iedereen ze krijgt. Vraag dus niet aan het huurdersforum en aan de middenveldorganisaties waarom ze niet alle lage inkomens opnemen. Wat houdt u tegen om dat wel te doen? Trek de doelgroepen open als u vindt dat de subsidie naar iedereen moet worden opengetrokken. Doe dat dan. Het is mogelijk.

Er zijn heel veel kleinschalige initiatieven. U verwijst naar minister Vandeurzen. Hij heeft de CAW’s een beetje versterkt. De noden zijn enorm. Kom met een plan, kom met een constructief, een volledig plan van aanpak en stop met het zonlicht te ontkennen.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Het is een beetje jammer dat we over zo’n problematiek al zoveel hebben gepraat, maar eigenlijk weinig hebben gezegd. Minister, ik vind het eigenlijk ook een beetje vreemd dat u niet verwijst naar het advies van uw eigen Woonraad. Op 15 oktober heeft de Vlaamse Woonraad een heel duidelijk advies aan de minister-president en aan uzelf gegeven waarin hij zegt dat het huidige instrumentarium en de bestaande rechten moeten volstaan, maar gewoon beter moeten worden benut.

Het gaat dan bijvoorbeeld over de federale installatiepremie of de Vlaamse huursubsidie. Daarin zeggen ze ook dat de belangrijkste nood is een brug te slaan tussen opvang en de uitstroom uit die opvang. OCMW’s spelen daarin een heel belangrijke rol. Ze geven aan dat die periode te kort is en dat er moet worden ingezet op begeleiding. Ze zeggen verder heel uitdrukkelijk dat er geen aparte uitzonderingsmaatregelen moeten komen omdat dat leidt tot een ongelijke behandeling tegenover huishoudens die nu al worden geschonden in hun woonrechten. Niemand vraagt een uitzonderingsmaatregel. Uw eigen Vlaamse Woonraad vraagt echter wel dat er zou worden ingezet op de bestaande middelen. Daarom lijkt het mij heel gerechtvaardigd om u te vragen daarover duidelijkheid te geven.

Lokale opvanginitiatieven zijn een bevoegdheid van het OCMW, ze zijn federaal gesubsidieerd. Het lijkt mij aangewezen daarover een overleg te organiseren en te bekijken op welke manier de overgang tussen de opvang en de uitstroom moet worden georganiseerd. Dat is een heel sereen advies van de Vlaamse Woonraad: geen uitzonderingen, geen extra’s, maar gewoon het bestaande instrumentarium gebruiken.

De heer Anseeuw heeft het woord.

Björn Anseeuw (N-VA)

Ik wil eerst iets rechtzetten ten aanzien van mevrouw Van den Brandt. Voor alle duidelijkheid: in september 2015 heeft een andere partij dan Groen het voorstel gedaan van de verkapte voorrangsregeling voor het verhogen van het contingent van de versnelde toewijzing voor sociale woningen. Die partij komt daar nu niet meer op terug. Dat vind ik zeer goed.

De minister heeft daar aan mevrouw Moerenhout altijd bij gezegd, wanneer er vragen kwamen, dat het inderdaad niet Groen was die dat vroeg. Dus nu beweren dat Groen altijd het verwijt krijgt dat ze dat wel heeft gevraagd... Neen. (Opmerkingen van Elke Van den Brandt)

Ik wacht wel netjes op mijn beurt. Dat vindt u blijkbaar niet zo prettig.

Die rechtzetting wilde ik toch maken. Ik vind het vervelend wanneer u de waarheid geweld aandoet.

Ik was bijzonder verheugd over het betoog van mevrouw Christiaens. Zij beaamde dat u antwoord hebt gegeven op vragen. Mevrouw Hostekint zegt dat er niets gebeurt en komt steeds terug met dezelfde vragen. De minister heeft nochtans heel duidelijk aangegeven dat er pas gisteren nog een heel goed overleg heeft plaatsgevonden met de VVSG en dat er concrete afspraken werden gemaakt. U blijft echter Oost-Indisch doof, om nadien te zeggen dat u niets hebt gehoord. Dat is natuurlijk de keuze die u maakt.

Mevrouw Christiaens was dus toch wel positief over het antwoord. Mevrouw Partyka heeft daarover dan weer een heel andere mening. Ik vind dat wat moeilijk.

Mevrouw Van Volcem, ook u bent eigenlijk Oost-Indisch doof gebleven tijdens het uitvoerige antwoord van de minister.

Ik heb eigenlijk een vraag voor u. (Opmerkingen van Mercedes Van Volcem)

U hoeft er niet op te antwoorden, maar ik wil de vraag toch stellen, al is het als retorische vraag. U hebt vorige week nog maar een voorstel gedaan in een andere commissie. Ik vraag me af op welke manier dat voorstel de woonnood waarover u het nu hebt, zal lenigen. U hebt er in een betoog ten aanzien van minister-president Bourgeois voor gepleit dat de Vlaamse overheid er misschien ook wel eens over moet nadenken op welke manier ze illegalen die uit Calais komen, zou kunnen huisvesten. Ik citeer uit het verslag: “Als de tentenkampen worden verhinderd en die mensen worden opgepakt, moeten ze ergens worden ondergebracht.” U vraagt dan aan de minister-president: “Hebt u er zicht op waar u die mensen zult huisvesten?” (Opmerkingen van Mercedes Van Volcem)

Dat zal zeker niet bijdragen tot een oplossing. Ik vraag me af hoe u dat ziet. Op welke manier zou dat wel kunnen bijdragen tot een oplossing?

Ik heb vooral goed geluisterd naar de minister. Zij is inderdaad wel op zoek naar oplossingen, samen met de lokale besturen. Mevrouw Hostekint en collega’s, misschien moet u de volgende keer wel luisteren naar het antwoord, want dan zou u niet elke week opnieuw met dezelfde vragen komen.

Minister Homans heeft het woord.

Ik zal niet ingaan op alle zaken.

Mevrouw Van den Brandt, de waarheid heeft haar rechten. Ik heb mevrouw Moerenhout nooit beschuldigd van het feit dat zij of iemand van uw partij heeft gepleit voor voorrang. Ik hoop dat dit bij dezen is rechtgezet.

Collega’s, wat jullie misschien niet weten, is dat ik bepaalde instrumenten heb in mijn woonbeleid. Ik heb u erop gewezen dat 2015 een recordjaar is geweest, zowel qua huursubsidies als huurpremies. Ik heb u gewezen op het recordbedrag aan investeringen, zowel het energetisch zuinig maken van sociale woningen als het bijbouwen ervan voor een bedrag van 1,3 miljard euro. Ik heb u gewezen op het recordaantal SVK-woningen in beheer, wat ook implicaties heeft voor de Vlaamse begroting.

In tegenstelling tot de financieringsmogelijkheden die andere collega’s wel hebben, zijn dit geen openendfinancieringen. Ik heb dit allemaal moeten opvangen binnen mijn eigen budget Wonen. Ik ben echter zeer verheugd dat een partijgenote van de minister van Financiën en Begroting terecht vraagt om een financiële meervraag.  Ik heb die gisteren op tafel gelegd. Blijkbaar bestaat er hierover consensus en vindt ook Open Vld – die de minister heeft – dat ik de middelen moet krijgen. (Opmerkingen van Mercedes Van Volcem)

U moet er ook niet op antwoorden.

Ik heb al heel wat opgevangen binnen mijn eigen begroting Wonen. Als er nog financiële meervragen op tafel worden gelegd – ik zeg niet dat ze allemaal onterecht zijn –, ga ik ervan uit dat ik de middelen ook zal krijgen. Als dat niet het geval is, ga ik ervan uit dat ik daarover nog wel eens een vraag zal krijgen, weliswaar met een andere insteek, ook in deze commissie.

Mevrouw Christiaens, volgende week is er een overleg gepland tussen het kabinet en de administratie over de conceptnota Private Huur. We hopen om redelijk snel – misschien nog vóór de paasvakantie – naar de regering te gaan.

Ik ga over op het dossier van de 20 miljoen euro en de lokale besturen. Mevrouw Hostekint, u hebt inderdaad een aantal vragen gesteld. Het is goed om te waken over welke bevoegdheid er in welke commissie moet worden besproken. Ik zeg dat omdat die vraag al is beantwoord op 2 februari in de commissie Binnenlands Bestuur. Dat heb ik ook al in mijn initieel antwoord gezegd. Dat neemt niet weg dat u die opnieuw mag stellen.

Alles wat u nu vraagt, heeft te maken met mijn bevoegdheid Binnenlands Bestuur. U mag mij die vragen stellen, maar ik denk, voorzitter, dat ze moeten worden gesteld in het forum waar ze eigenlijk thuishoren. Als we zo beginnen, kunnen we misschien beter één keer per week één gemeenschappelijke commissie houden waarin alle vragen over alle bevoegdheden die ik heb – en dat zijn er wel wat – kunnen worden beantwoord.

Mevrouw Van den Brandt, het Huurwaarborgfonds is inderdaad verleden week ter sprake gekomen in het kader van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA). Ik heb dat niet afgeschoten. Ik heb gezegd wat mijn voorlopige reserves waren. Ik heb zelfs gezegd dat ik openstond voor een debat in deze commissie over het fonds. Nu zeggen dat ik het per definitie heb afgeschoten, klopt echt niet. “Ik sta open voor een debat”, heb ik gezegd. 

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Minister, u bent de bevoegde minister. U schuift de problemen door. Daar ga ik niet mee akkoord. We zitten met een specifiek probleem. U zegt dat de Vlaamse Regering 120 miljoen euro heeft uitgetrokken. U zegt dat er geen acute problemen zijn: “Ik heb geen kennis via lokale overheden dat die er zouden zijn.”

Minister, ik vraag u om vooruitziend te zijn. Regeren is vooruitzien. Ik verwacht dat u met een plan van aanpak komt, een taskforce samenroept tegen dat de problemen zich voordoen. Dát is wat u moet doen, en niet altijd maar de verantwoordelijkheid afschuiven. U doet iets wat ik als minister niet zou durven. Aan een gewoon lid van uw commissie, aan mij, zegt u dat het mijn schuld zal zijn wanneer u straks slecht onderhandelt of altijd wilt nemen en niets wilt geven aan de onderhandelingstafel. (Opmerkingen)

Dat is een brug te ver! (Opmerkingen van Björn Anseeuw)

Ik luister niet? Ik heb wel geluisterd!

Minister, zorg ervoor dat u inzake woonbeleid niet het zwakke zusje wordt van deze regering.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Als slotbeschouwing kan ik stellen dat deze thematiek levend is, niet alleen in deze commissie, maar zeker ook bij de lokale besturen. Minister, ik denk dat u dat ook erkent. 

Ik kijk uit naar de conceptnota, vóór of kort na de paasvakantie.

Wat de verdeling van de 20 miljoen euro betreft, lijkt het mij correct dat u een onderscheid wilt maken tussen de bevoegdheden. We kunnen namelijk misschien niet alles behandelen.

Maar zoals u daarstraks ook zei, als we nu iets beslissen, is het probleem daarom nog niet meteen morgen opgelost. Daarom moeten we de beslissingen zo snel mogelijk uitvoeren en eventuele problemen op het terrein voorzien.

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, aangezien u geen antwoord geeft op de vragen die ik heb gesteld, en waarbij ik heb verwezen naar uw antwoord op vragen in de commissie Wonen van 21 januari, ga ik ervan uit dat er geen oproep is vertrokken en dat u niet, zoals aangekondigd in een radio-interview, de eerste schijf van 20 miljoen euro zult uitbetalen. Als u niet op concrete vragen wenst te antwoorden, dan dien ik mijn vraag opnieuw in en stel ik ze volgende week in de commissie Binnenlands Bestuur. Dan kunt u nog eens uitleggen op welke datum u die projectoproepen, waarover u hier sprak, hebt verstuurd.

Het is zonneklaar, u bent de minister van Wonen, u hebt de bevoegdheid om ervoor te zorgen dat mensen een betaalbare woning vinden, zeker op de private huurmarkt. U bent degene die de private huurmarkt moet versterken. Er zijn nu tal van instrumenten aangereikt. Er is al meermaals, ook door mijzelf, gepleit voor een huurwaarborgfonds. Er bestaan instrumenten. Het is vijf voor twaalf. Zeggen dat er geen problemen zijn, minister, toont aan dat er maar één iemand Oost-Indisch doof blijft en dat bent u. Het middenveld heeft niet één, niet twee, maar tientallen noodkreten geslaakt.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.