U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, veertien dagen geleden, twee dagen nadat wij wisten dat de uitvoeringsbesluiten voor het Maatwerkdecreet geschorst waren, hebben wij vanuit de verschillende fracties in de plenaire vergadering de vraag gesteld: wat nu?

Op dat ogenblik hebt u vooral uw kwaadheid geuit ten opzichte van degenen die beroep hadden aangetekend bij de Raad van State. Ik had vooraf al vragen om uitleg ingediend. Ik vond het toch wel belangrijk dat we eerst van u horen: wat nu met de bedrijven? Op welke manier gaan ze terug naar de situatie van voor het Maatwerkdecreet? Wat zijn daar de knelpunten? Hoe gaan we die oplossen? Tegen welke termijn zien we dat?

De Raad van State heeft de uitvoeringsbesluiten geschorst. Dat geeft aan dat er toch wel iets scheelde met het decreet en de combinatie met de uitvoeringsbesluiten, anders neemt de Raad van State die beslissing niet. Er moet dus op een of andere manier geremedieerd worden. Op welke manier zal die remediëring gebeuren? Op welke manier zal dat worden aangepakt?

Mijn laatste punt staat er wel een beetje los van, namelijk heel de toeleiding. De voorbije maanden hebben we vanuit de commissie allemaal aangegeven dat er toch wel een probleem was met de toeleiding via ICF (International Classification of Functioning, Disability and Health). Er is een rondetafel geweest op 15 januari, nu zes weken geleden, met de VDAB en de kabinetten van Werk en Sociale Economie en de sector. Ik heb vernomen vanuit de sector dat het verslag van die vergadering er nog altijd niet is. Aangezien we in het verleden vragen hebben gesteld over het ICF-instrument, lijkt het mij zinvol dat we ook hier in de commissie toelichting krijgen bij de cijfers die de VDAB daar gepresenteerd heeft en de afspraken die gemaakt zijn tussen de kabinetten Sociale Economie en Werk en de VDAB over op welke manier dat ICF-instrument verder zal worden geïmplementeerd in de VDAB.

Ik zou het belangrijk vinden dat, nu de schorsing van de uitvoeringsbesluiten van het Maatwerkdecreet er is, we toch verder mensen screenen. Ik ga ervan uit dat het draagvlak voor het Maatwerkdecreet zo groot is dat er een Maatwerkdecreet bis komt. Het zou wel belangrijk zijn dat er verder mensen gescreend worden zodat er ook een pool is van gescreende mensen waar men op dat ogenblik een beroep kan doen. Misschien kunnen we zelfs nu van deze probleemsituatie een opportuniteit maken. We merken immers dat een van de opmerkingen van de sector met het ICF-instrument was dat men twijfelde of de met ICF geïndiceerde mensen dezelfde zijn als de mensen die vroeger in de sociale werkplaatsen tewerkgesteld werden. Is het niet mogelijk dat we daarvan een opportuniteit maken? Kunnen we op het ogenblik dat we op een andere manier mensen toelaten tot de sociale economie, daar geen gebruik van maken om tot een nulmeting te komen?

– Willem-Frederik Schiltz treedt als voorzitter op.

Sonja Claes (CD&V)

Minister, welke gevolgen heeft de schorsing van de uitvoeringsbesluiten voor de verschillende maatwerkbedrijven en -afdelingen? Krijgen ze zekerheid in verband met hun huidige financiering? Hoe zal de terugkeer naar het nieuwe systeem eruitzien de komende maanden? Welke stappen moeten daarvoor gezet worden? Betekent dit dat ook de toeleiding en aanwerving opnieuw volgens het vroegere systeem zal werken?

Wat met criteria uit het vorige systeem? In het vorige systeem moesten mensen vijf jaar werkloos zijn en tussentijds werden mensen aangeworven die geen vijf jaar werkloos zijn. Hoe gaan we dat opvangen? Wat zult u ondernemen om tegemoet te komen aan het arrest om het nieuwe systeem opnieuw te laten werken? Is er een zicht op de timing waarop het nieuwe systeem weer in werking kan treden?

Kunt u ons een zicht geven op de cijfers die de VDAB op 15 januari heeft gebruikt en de afspraken die er gemaakt zijn?

Deelt u mijn mening dat het opportuun is dat de VDAB mogelijke medewerkers voor de sociale economie blijft screenen tijdens de procedure bij de Raad van State? Zijn daarover afspraken gemaakt met de VDAB?

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Claes, los van het feit dat we op 3 februari de actuele vragen hebben gehad in de plenaire vergadering, is het inderdaad goed dat u die vragen hier nog eens stelt. Ze waren blijkbaar al op voorhand ingediend, maar dat maakt niet uit. Zo kunnen we toch iets meer tijd nemen om deze zeer complexe problematiek te bespreken, want dat gaat niet binnen het tijdsbestek van een actuele vraag.

U weet, u hebt het zelf ook aangegeven, dat het arrest van de Raad van State het uitvoeringsbesluit schorst, niet het decreet op zich. De schorsing is ons officieel betekend op 8 februari 2016. Het is wel heel belangrijk dat we zes jaar onderhandeld hebben, en ik denk dat ik het in het kader van die actuele vragen ook heb gezegd. Sommigen zeggen dat haast en spoed zelden goed is, maar degenen die dat ooit hebben beweerd, zijn hier niet aanwezig. Ik ben er in dezen niet van overtuigd dat wanneer zes jaar onderhandeld wordt, men kan spreken over haast- en spoedwerk. We hebben dus zes jaar met de sociale partners onderhandeld over maatwerk, en ook in het bijzonder met de twee sectorfederaties, het toenmalige VLAB, nu Groep Maatwerk en Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling (SST).

Ik zal u een aantal belangrijke data meegeven die in de context van het algehele debat belangrijk zijn. Op 13 januari 2009 is tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners een princiepsakkoord gesloten voor een eengemaakt kader voor de beschutte werkplaatsen en de sociale werkplaatsen. Op 21 oktober 2011 heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gegeven aan de conceptnota Maatwerk bij collectieve inschakeling. Op 12 juli 2013 is het decreet Maatwerk bij collectieve inschakeling aangenomen door het Vlaams Parlement, waarvan ik toen ook deel uitmaakte. Op 19 december 2014 heeft de Vlaamse Regering haar goedkeuring gegeven aan het uitvoeringsbesluit Maatwerk bij collectieve inschakeling en op 1 april 2015 zijn het decreet en de uitvoeringsbesluiten in werking getreden.

In dit rijtje van belangrijke data, wil ik u nog meegeven dat de Vlaamse Regering op 18 december 2015 overgegaan is tot de rechtzetting van de atypische dossiers. Ik heb dan binnen mijn eigen begroting Sociale Economie, die toch niet al te ruim is, 2,7 miljoen euro vrijgemaakt om grotendeels tegemoet te komen aan de verzuchtingen uit het veld.

Op 3 februari hebben we in het Vlaams Parlement een debat gehouden over de actuele vragen. De dag nadien had ik een afspraak met de SERV, waar een zeer ruime vertegenwoordiging van de SERV aanwezig was. Dat is goed, want het is een belangrijke problematiek, waaraan wij ook ruimschoots tijd hebben besteed. Zelf heb ik anderhalf uur het debat gevoerd en op vragen geantwoord. Daar wil ik even op wijzen omdat we de verzuchtingen van de sector wilden horen. Ik denk dat bepaalde federaties de gevolgen van hun daden eigenlijk niet zo goed hadden ingeschat. Dat is ook gebleken tijdens het overleg met de SERV.

Waarover gaat dit? Ik beperk mij tot de essentie. Toen we overschakelden naar maatwerk hebben we gezien dat er vooral bij de sociale werkplaatsen een potentieel probleem was, en dat er veel arbeidsplaatsen verloren zouden gaan. Ik wil dat niet, en ik denk dat niemand hier aanwezig vragende partij is om tewerkstellingsplaatsen van sociaal zwakkeren verloren te laten gaan, mensen die het al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. In de plaats van hen allemaal individueel te laten indiceren, hebben we toen beslist de zittende populatie, dus niet degenen die daarna nog begeleid zijn naar een voormalige sociale werkplaats, gewoon allemaal in te schakelen in de hoogste categorie. Dat betekent dat ze de hoogste vorm van begeleiding krijgen. Tot zover de sociale werkplaatsen.

De beschutte werkplaatsen vonden dat niet rechtvaardig. Blijkbaar is er enige concurrentie tussen de twee soorten werkplaatsen. Ik vind dat jammer, want hun doel in hetzelfde, namelijk de meest kwetsbaren in onze samenleving een kans geven om arbeid te kunnen verrichten, wat volgens mij toch zeer belangrijk is.

Ik vind het ongezien dat een partner die zes jaar mee aan de onderhandelingstafel heeft gezeten, en elke keer zijn akkoord heeft gegeven, tussenbeide komt in een procedure die loopt bij de Raad van State. U weet dat twee voormalige beschutte werkplaatsen naar de Raad van State zijn gestapt. Ik begrijp met de beste wil van de wereld nog altijd niet dat één van de twee koepelorganisaties die zes jaar mee aan de tafel heeft gezeten, actief is tussenbeide gekomen in de procedure. Dat is ongezien.

In het hele verhaal, ook in mijn beleid rond sociale economie, denk ik dat we altijd moeten blijven vooropstellen wat het nut is voor de doelgroepmedewerker op zich. Moeten we rekening houden met de bedrijven? Ja, natuurlijk wel. Toch denk ik dat de doelgroepmedewerker centraal moet staan, en dat was ook de filosofie van heel het Maatwerkdecreet.

In het kader van de atypische dossiers heb ik zeer creatief naar een oplossing gezocht, samen met de mensen van de administratie en van mijn kabinet. We hebben niet het volledige bedrag kunnen geven dat extra gevraagd werd, maar 2,7 miljoen euro zoeken in een toch wel redelijk krappe begroting getuigt wel van enige goodwill van onze kant.

We hebben dat gedaan op 18 december 2015 en het is wel degelijk tegen mij gebruikt in de procedure bij de Raad van State. Die heeft als volgt geargumenteerd: het feit dat minister Homans 2,7 miljoen euro vrijmaakt voor de atypische dossiers toont eigenlijk aan dat de regeling niet zo goed in elkaar zit. Ze hebben dus mijn goodwill tegen mij gebruikt. Ik heb daaruit mijn lessen getrokken, het zal de eerste en de laatste keer geweest zijn, ik zal dat nooit nog doen.

Nu is het uitvoeringsbesluit geschorst, maar wellicht zal een vernietiging volgen. Ik wil niet vooruit lopen op de zaken, maar ik vermoed dat het besluit volledig vernietigd zal worden. Dat betekent dat alles retroactief van kracht is, wat ook zal betekenen dat die 2,7 miljoen euro teruggevorderd zal worden bij die atypische bedrijven die een tegemoetkoming hebben gekregen.

Ik vind het ook jammer dat de twee beschutte werkplaatsen en de koepelorganisatie als argumentatie hebben aangevoerd dat het hun om de overgangsmaatregelen gaat. Voor alle duidelijkheid, er was in een overgangsperiode voorzien van vier jaar. Dat lijkt me toch billijk. Ik betreur ten zeerste dat ze niet enkel de artikelen uit het uitvoeringsbesluit hebben laten schorsen die met de overgangsmaatregelen te maken hadden, maar gewoon alle artikelen hebben laten schrappen. Ik stel me dus de vraag of ze wel achter het principe van maatwerk staan.

Na zes jaar mee aan tafel gezeten te hebben en geloofd te hebben in het principe van maatwerk, dan had men evengoed alleen die artikelen kunnen laten schorsen die betrekking hebben op de overgangsmaatregelen en bepalingen en niet alle artikelen uit het uitvoeringsbesluit. Ik blijf geloven in het principe van maatwerk. Dat is voor mij heel belangrijk, en ik hoop dat ik hiervoor een meerderheid vind, hetzij bij de meerderheidspartijen, hetzij bij de oppositie, en dan kijk ik richting de heer Beenders.

Het systeem is gestart nog voor ik bevoegd was voor die materie. De N-VA-fractie heeft het altijd heel actief ondersteund. We moeten uitgaan van wat de concrete afstand is van een individu tot de arbeidsmarkt, dat is een heel goed principe. Ook de financiering op basis van het rugzakprincipe, dus in functie van het rendementsverlies en de begeleidingsnood, is een bewijs dat we willen uitgaan van de doelgroepmedewerker, op maat van de persoon.

Ook de ondersteuning van de allerzwaksten binnen de sociale economie en de andere ondersteuningsmaatregelen voor sterkere personen komen duidelijk naar voren in het geschorste Maatwerkdecreet, dat nu niet meer van toepassing is.

Ik vind het ontzettend jammer dat net die zwakkere medewerkers het slachtoffer zijn van heel die historie.

Concreet houdt dit in dat we door de schorsing moeten terugvallen op de oude regelgeving. Het Maatwerkdecreet bestaat wel, maar er kan geen uitvoering aan worden gegeven omdat de uitvoeringsbesluiten zijn geschorst.

Er moet niet alleen teruggegrepen worden naar de oude regelgeving op basis van prestatiestaten, maar er is ook de administratieve rompslomp.

Ook voor de financiering moet er teruggegrepen worden naar de oude regelgeving. Het kan niet anders, want de uitvoeringsbesluiten zijn geschorst. Ik ben de laatste om het oordeel van het hoogste rechtscollege, de Raad van State, in twijfel te trekken. Ik zal morgen wel aan de regering een besluit voorstellen om de voorschotten te kunnen uitbetalen voor de maand maart. Daarmee begeef ik me juridisch op glad ijs. Ik heb nog altijd geen rechtsgrond om dat ordentelijk te kunnen regelen, maar het laatste wat ik wil, is dat de werkplaatsen geen voorschotten krijgen.

Degenen die dit hebben veroorzaakt, zien waarschijnlijk ook niet in dat het 1 miljoen euro kost om het ICT-systeem dat voor het maatwerk werd ontwikkeld, opnieuw om te schakelen naar het oude ICT-systeem. Dat is wraakroepend, want met dat geld kon een en ander verwezenlijkt worden binnen de sociale economie.

Er is ook een grote impact op de doelgroepmedewerkers zelf. ICF bestaat niet meer. We vallen terug op het oude systeem. Dat betekent dat men bij de beschutte werkplaatsen een attest recht op beschutte werkplaats moet hebben. Het afleveren van dat attest is geen probleem, maar de rechtsgrond van dat attest bestaat niet meer. Dat impliceert dat de mensen van de groep maatwerk dit eigenlijk niet goed hadden ingeschat. Men kan een attest afleveren, maar als er geen rechtsgrond bestaat, kan er niemand nog toegeleid worden tot een beschutte werkplaats. Elke medewerker die het moeilijk heeft in het normaal economisch circuit, kan toegeleid worden. Geen enkele beschutte werkplaats kan dus nog zwakke medewerkers aannemen. Vroeger was een van de vereisten dat men minstens vijf jaar werkloos en tegelijkertijd laaggeschoold diende te zijn.

Momenteel zijn er in die sociale werkplaatsen mensen tewerkgesteld op basis van ICF maar die niet meer voldeden die geen vijf jaar werkloos zijn, maar dat moest ook niet omdat maatwerk van kracht was. Wat moet ik met die mensen doen? Op straat zetten? Ik denk dat niemand hier aanwezig daarvoor pleit, daar ga ik van uit. Maar dat is natuurlijk wel een probleem. Misschien geef ik nog voer aan aanwezigen – ik bedoel geen parlementsleden – om hier ook nog allerlei procedures op te starten, maar ik zou het in ieder geval niet op mijn geweten willen hebben dat ook die mensen op straat komen te staan omdat ze niet meer aan de huidige, zijnde de oude regelgeving beantwoorden en geen vijf jaar werkloos waren.

Wat de uiterst kwetsbaren betreft, is het helemaal problematisch. Dat zijn de zogenaamde invoegbedrijven. Die zijn door mijn voorganger – ik vond dat een goede zaak – in uitdoof gezet. Die bestaan niet meer! Dus die mensen kunnen nergens nog terecht op dit moment. Ik vind dat zeer jammer.

Ik heb dit nooit gewild. Ik denk het merendeel van de mensen hier aanwezig ook niet. Dat hoop ik althans. Ik hoop absoluut dat de twee bedrijven en de koepelorganisatie die dit in gang hebben gestoken, goed beseffen wat de consequenties zijn. Wil dat dan zeggen dat we nu niet aan de slag moeten, mevrouw Claes? Neen. Natuurlijk moeten we dat doen. Gelet op het feit dat onder andere de atypische dossiers tegen mij zijn gebruikt in de procedure bij de Raad van State, hoop ik dat u mij gelijk geeft dat we geen enkele juridische fout meer mogen maken. Ik ga dat ook niet doen. De oude regelgeving is dus opnieuw van kracht, dat kan ook niet anders.

Dat heeft natuurlijk ook absoluut een impact op mijn administratie. Bij dezen geef ik ook een pluim aan de mensen van de administratie Sociale Economie die echt wel heel veel werk hebben verricht op heel korte termijn.

Ik wil misschien afsluiten met een positieve noot. Maar sta me toe om mensen die hiervoor verantwoordelijk zijn toch wel bewust te maken van wat er eigenlijk gebeurd is. Misschien konden ze de gevolgen niet zo goed inschatten. Mijn hoofdbekommernis is de continuering van de tewerkstelling van de zwakkeren in onze maatschappij die niet in het normale economische circuit terechtkunnen. Maar ik kan niet anders dan de letter van de wet naleven. Ik kan me geen enkele juridische fout permitteren. Ik ga ook niet meer pragmatisch zijn, dat wordt mij niet in dank afgenomen. Ik ga ook geen uitzonderingsprocedures meer toepassen, want dan lopen we het risico dat er opnieuw naar de Raad van State wordt gestapt.

Ben ik me ervan bewust dat we zo snel mogelijk binnen de schoot van de Vlaamse Regering tot een oplossing moeten komen, onder andere wat de toeleiding betreft? Ja. We gaan dat ook doen. We zijn nu volop met de administratie en met juridische experten aan het onderzoeken hoe we dat moeten doen. Ik moet los van het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van morgen om de voorschotten van maart te kunnen uitbetalen, nog minstens met twee andere BVR’s komen om de toeleiding, zowel naar de sociale werkplaats als naar de beschutte werkplaatsen, in de toekomst zo snel mogelijk mogelijk te maken. Maar ik zeg nogmaals: dat is allemaal juridisch goed onderbouwd. Dat kan dus niet van vandaag op morgen.

Mevrouw Claes, u stelt allerlei vragen over ICF, terechte vragen, maar momenteel kan ik niet meer over ICF praten want dat bestaat niet meer, toch niet in sociale economie. Dat is niet meer van toepassing. Ik ben teruggevallen op de oude regelgeving. Het indiceringsinstrument wordt niet meer gehanteerd. Ik heb u daarnet gezegd wat de twee toeleidingsmechanismen waren onder het huidige systeem, eigenlijk het systeem voor maatwerk in gang is getreden. Ik kan moeilijk op die vragen antwoorden. Ik kan dat wel, maar eigenlijk is dat niet meer van deze tijd, want ze zijn wettelijk niet meer van toepassing.

Collega’s, ik hoop echt dat we kamerbreed in deze commissie aan een constructieve oplossing kunnen werken en dat u mij de tijd geeft – de tijd is kort en de nood is hoog – om met een goed juridisch onderbouwd dossier naar buiten te komen. We moeten absoluut alle tandjes bijsteken, voor zover dat in onze macht ligt, om diegenen die eventueel nog procedures willen aanspannen, toch te overtuigen van het tegendeel. Als er iemand bijvoorbeeld van plan is om mij terug te fluiten omdat ik morgen een BVR neem – op juridisch glad ijs – om toch de beschutte en de sociale werkplaatsen hun voorschotten te laten betalen, dan zou ik dat zeker niet in dank afnemen. Het is natuurlijk in een rechtstaat een recht om dat te doen, maar ik zou het jammer vinden.

Mevrouw Claes heeft het woord.

Sonja Claes (CD&V)

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Ik heb na de plenaire de beslissing van de Raad van State opnieuw nagelezen om te zien waaruit u afleidt dat uw beslissing over de atypische bedrijven vervat zit in het besluit van de Raad van State. Ik heb dat niet teruggevonden. Ik ga daar nu niet verder over discuteren, maar ik zou wel graag hebben dat u mij eventueel schriftelijk aangeeft waaruit u dat afleidt.

In mijn redenering was er met de originele uitvoeringsbesluiten een probleem omdat er in het decreet staat dat er geen schade mag zijn bij de bedrijven. Het uitvoeringsbesluit zorgde wel voor schade, maar u hebt dat gecorrigeerd door uw besluiten over de atypische bedrijven. In de debatten bij de Raad van State is dat element niet ingebracht. Mijn redenering was eigenlijk dat de oorspronkelijke uitvoeringsbesluiten samen met het besluit van de atypische bedrijven, een andere situatie is dan waarover het debat bij de Raad van State gegaan is. Kan dat niet nog worden ingebracht in de procedure, want er is een soort beroepsprocedure, waardoor we op die manier wel uit het probleem geraken? Ik vond dat als je die twee samen neemt, er wel een goede oplossing was, ook al waren die twee bedrijven het er niet mee eens. Ik vond dat eigenlijk wel een goede oplossing omdat alle bedrijven de kans zouden gehad hebben om aan te tonen dat hun situatie atypisch was. U hebt dat op dat moment ook geremedieerd.

Ik ben ook erg tevreden dat er morgen een beslissing komt, zodat de voorschotten uitbetaald worden en dat de bedrijven niet in de problemen komen. We willen natuurlijk niemand van die medewerkers treffen, maar als we bedrijven treffen, treffen we ook medewerkers, want die verliezen hun job meer als men het bedrijf niet meer kan leiden. Ik vind het aanpassen van het ICT-instrument, dat 1 miljoen euro kost, weggegooid geld.

Minister, ik begrijp nu dat u voor de maatwerkbedrijven zegt dat vijf jaar werkloos en laaggeschoold zijn opnieuw de rechtsgrond is waarop men mensen kan aanwerven. Voor de voormalige sociale werkplaatsen is er geen probleem, maar voor de mensen die met een attest tewerkgesteld worden, moet er wel een oplossing gevonden worden.

U zegt dat ICF niet meer bestaat. Ik ben daar niet helemaal zeker van want dat zit in het besluit van de VDAB. De VDAB heeft een besluit gemaakt over de manier waarop ze mensen kunnen screenen. Dat zit vervat in het Maatwerkdecreet, maar uiteindelijk is dat een beslissing van de VDAB. Als u overeenkomt met minister Muyters, die verantwoordelijk is voor de VDAB, kan er volgens mij nog wel verder gescreend worden op basis van ICF. Die mensen kunnen natuurlijk niet tewerkgesteld worden op basis van ICF, maar het was juist mijn pleidooi om de screening verder te doen, omdat men toch wel een groot contingent heeft bij de VDAB van mensen die zwak zijn op de arbeidsmarkt en waarvan men vermoedt dat ze in de sociale economie terechtkunnen, om op die manier een voorsprong op te bouwen.

Het was juist mijn pleidooi om deze mensen verder te screenen. Op basis van ICF kunnen ze immers niet worden aangenomen, ook dat is vervat in het decreet. De screening op zich kan volgens mij wel verder worden gedaan. Ik vind dat we verder moeten nadenken over de manier waarop we een opportuniteit kunnen maken van het feit dat er nu geen Maatwerkdecreet is en dat we het probleem van de screening daarmee wat vooruitschuiven.

De heer Beenders heeft het woord.

Rob Beenders (sp·a)

Minister, ik denk dat het inderdaad correct is dat het decreet op zich geen vragen meer oproept, ook niet bij de koepels en al helemaal niet bij de politieke partijen, gelet op de stemmingen in het verleden en de uitspraken op de actuele vragen tijdens de plenaire vergadering begin februari. Ik denk dat dit geen probleem mag zijn en dat we nu vooral maximaal de sector perspectief moeten geven op een oplossing.

Ik vond het logisch dat we u na 3 februari even met rust hebben gelaten om de complexiteit van het dossier ten gronde te bestuderen. U hebt een aantal overlegvergaderingen gehad. Ik heb gehoord dat de sector dit heel erg apprecieerde. We zijn nu een maand verder en ik had op iets meer positivisme gehoopt in uw antwoord.

Begin februari was iedereen terecht kwaad. De gevolgen en de impact van het arrest zijn zeer groot. We hebben ze begin februari al gehoord en we horen ze vandaag nogmaals. Ik had eigenlijk gehoopt dat uw antwoord eerder uitzicht zou geven op een oplossing, een perspectief en een tijdspad naar herstel, in plaats van opnieuw een analyse van de impact van het arrest. Die kennen we allemaal jammer genoeg wel.

Na het lezen van het arrest denk ik – en ik sluit mij daarmee aan bij collega Claes – dat u nu vooral moet zorgen dat het besluit van 19 december 2014, waarop de Raad van State zich baseert, zo snel mogelijk hersteld wordt. Ik denk dat dit de enige stap is om vooruit te kunnen gaan. Ik weet niet hoeveel tijd nog rest om daarop in te spelen.

Zoals we in de plenaire vergadering al hebben aangegeven, willen wij u echt helpen vanuit de oppositie. We hebben in het verleden immers ernstig meegewerkt aan het Maatwerkdecreet, en het is voormalig minister Van den Bossche die het decreet in de plenaire vergadering heeft gebracht. We willen u dus echt helpen om dit probleem op te lossen, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. Ik wil met plezier naar uw kabinet komen om te proberen de huidige problematiek op te lossen, om zo snel mogelijk een perspectief te geven aan de sector, zodat we opnieuw kunnen vooruitgaan. Ik hoor vandaag immers dat we meer achterstand hebben opgelopen dan ik had verwacht. Neem dus mijn uitnodiging aan, zodat we de sector op korte termijn meer positief nieuws kunnen geven.

Wat ICF betreft, of u nog gelijk hebt of niet, of het nu bestaat of niet, gaat u er het best van uit dat het juridisch niet bestaat. In die veronderstelling bestaat het wel nog in de praktijk. Er zijn wat problemen met ICF en de toeleiding. Ook daar hebben we het in de plenaire vergadering en in de commissie al geregeld over gehad. Laat ons proberen om van dit probleem een opportuniteit te maken.

Laat ICF vooral doorlopen, blijf het gebruiken, doe de toeleiding op de oude manier, laat het parallel lopen zodat u kunt zien of er een mismatch is met betrekking tot de niveaus van profielen die toegeleid worden naar de sector. Misschien is dit het ideale moment om vast te stellen waar er problemen zijn. U kunt dat evalueren, zodat we dat probleem tegelijkertijd kunnen oplossen. We mogen ICF niet helemaal aan de kant schuiven om het over zes maanden of een jaar opnieuw op te starten en dan weer problemen te krijgen met de profielen die niet op de juiste manier doorgestuurd worden.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik denk dat ieder van ons ervan overtuigd is dat u een zeer goede oplossing gevonden hebt voor de atypische referteperiode op basis van een objectieve parameter. Daarover bestaat er totaal geen discussie. Ik begrijp dus ook de vraag van mevrouw Claes dat er misschien niet voldoende rekening mee is gehouden in de debatten over de betekende schorsing. Dan stel ik mij de vraag of er in de toekomst debatten komen over de vernietiging. Als de werkplaatsen hun beroep intrekken, is het probleem dan opgelost? Ik vind het een zeer jammere zaak dat dit niet verder kan worden opgenomen.

Ik was maandag op het netwerk Samen Stromen. Daar heb ik heel wat werkplaatsen gesproken. Daaruit blijkt dat hun allergrootste probleem op dit ogenblik inderdaad de toeleiding is, dat er dus geen nieuwe mensen kunnen binnenkomen. Daarvoor moeten dus dringend overgangsmaatregelen of oplossingen worden gevonden, maar dan op een juridische basis, en niet met het pragmatisme dat u aan de dag hebt gelegd.

Minister Homans heeft het woord.

Collega Claes, wat het al dan niet meenemen van mijn pragmatische aanpak met de atypische bedrijven betreft, staat letterlijk in het arrest van de Raad van State dat het bestaan van een atypische situatie in strijd is met de coherente en de geleidelijke overgang. Mevrouw Vermeulen heeft er ook naar verwezen. De Raad van State heeft inderdaad geen uitspraak gedaan over het feit dat ik 2,7 miljoen euro heb gegeven. Ik heb dat echter wel met veel plezier gedaan – ik vond het op dat ogenblik ook gerechtvaardigd – en ook op verzoek van heel veel parlementsleden hier aanwezig. Het feit dat de Raad van State zegt dat erkend wordt dat er atypische bedrijven zijn, betekent dat het in strijd is met de coherente en geleidelijke overgang zoals bepaald in het Maatwerkdecreet. Het is dus wel degelijk tegen mij gebruikt.

Wat de toeleiding betreft, zijn we het er allemaal over eens dat we zo snel mogelijk opnieuw de zwakkeren in de maatschappij naar de sociale economie willen toeleiden. Ik hoop dat u ook begrijpt dat we geen juridische fouten meer kunnen maken, maar er is nog altijd wel degelijk een probleem.

U hebt verwezen naar de sociale werkplaatsen, mevrouw Claes. Dan gaat het natuurlijk alleen over die mensen die ondertussen in dienst zijn genomen en dus niet voldoen aan de voorwaarde van minstens vijf jaar werkloosheid. Daarmee heb ik een probleem. Ik kan wel nieuwe medewerkers toeleiden naar sociale werkplaatsen op basis van het criterium dat ze vijf jaar werkloos zijn, laaggeschoold en dergelijke meer. Dat is niet het probleem voor de toekomstige populatie, maar wel voor de zittende populatie. Zij werken immers in een sociale werkplaats, en eigenlijk zou dat niet mogen.

Wat de beschutte werkplaatsen betreft, gaat het over een ander probleem. Ik kan niemand toeleiden naar een beschutte werkplaats om de eenvoudige reden dat de rechtsgrond, recht op een beschutte werkplaats, niet meer bestaat. Dat betekent niet dat we het niet kunnen herstellen, want dat zullen we zeker wel doen.

ICF vind ik zelf een waardevol instrument. We zouden het uiteraard willen blijven gebruiken als het maatwerk in ere hersteld is. ICF verliep niet altijd vlot, maar misschien kunnen we van deze periode gebruikmaken om het ICF door de VDAB onder de loep te laten nemen, om na te gaan waar er nog kinderziekten zijn, zodat we aanpassingen kunnen doorvoeren. Ik wil het instrument niet loslaten, maar op dit ogenblik kan ik het niet gebruiken omdat ik terugval op de oude regelgeving.

Mijnheer Beenders, u zegt – en ik geloof dat oprecht – dat er bij de verschillende politieke partijen een groot draagvlak was voor het maatwerk. Uw eigen minister heeft het ook uitgerold en ik denk dat het toen ook zo goed als kamerbreed werd goedgekeurd. Ik kan me echter toch niet van de indruk ontdoen dat er misschien wel bij de politieke partijen een zeer groot draagvlak was, maar daarom niet binnen de sector. Ik herhaal wat ik daarnet heb gezegd, namelijk: als men dan toch zo’n grote fan was van het Maatwerkdecreet, waarom heeft men dan niet enkel en alleen de bepalingen die te maken hadden met de overgang, laten schorsen, en gewoon alle artikelen uit het uitvoeringsbesluit. Dan denk ik toch dat u niet anders kunt dan daar enkele vraagtekens bij te plaatsen, want het was perfect mogelijk. Men had zich perfect kunnen beperken tot het vragen van de schorsing van de twee of drie artikelen die te maken hadden met de overgangsmaatregelen, en de rest van het decreet gewoon laten uitvoeren. Toch heeft men ervoor gekozen het volledige uitvoeringsbesluit te laten schrappen.

Wat nu de prioriteit is, is de vraag of ik toeleiding wil. Ik heb zonet geschetst dat de toeleiding naar een beschutte werkplaats problematisch is. Niemand kan nog worden toegeleid. In de toekomst is wel toeleiding mogelijk naar een sociale werkplaats, daar heb ik alleen een probleem met de zittende populatie.

De omschakeling naar de oude regelgeving is nu een absolute prioriteit, zodat de beschutte werkplaatsen verder kunnen werken. Zodra dat is afgerond, of zelfs tegelijkertijd, moeten we werk maken van reparaties en BVR’s.

Ik nodig de heer Beenders uit om een bezoek te brengen. U zegt dat we positiever signalen moeten geven aan de sector. Maar ik zal morgen zonder enige rechtsgrond een BVR laten goedkeuren door de Vlaamse Regering om de voorschotten te kunnen vrijwaren. Dat is toch een positief signaal. Ik hoop dat de twee koepels constructief willen meewerken, zodat de allerzwaksten op de arbeidsmarkt naar de sociale economie kunnen worden toegeleid.

Sonja Claes (CD&V)

Minister, we hebben meerderheidsoverleg gevraagd, maar u hebt het toen geweigerd.

Ik vind het nu wel straf dat u de sp.a uitnodigt, maar de meerderheid niet vraagt om overleg te plegen.

U verwacht dat het uitvoeringsbesluit vernietigd zal worden. Wanneer verwacht u die vernietiging? Hoeveel tijd heeft de overheid nog om een herstelbesluit te regelen?

De bedrijven hebben gevraagd twee artikelen te schorsen, maar de Raad van State heeft geoordeeld dat de problematiek ruimer moest worden gesteld dan die twee artikelen.

De Raad van State bepaalt de termijn. Een gegronde schorsing leidt meestal tot een vernietiging. Ik hoop van niet, maar ik ga er toch van uit.

Verontschuldig me voor het misverstand, mevrouw Claes, u hebt inderdaad een meerderheidsoverleg gevraagd de dag van de actuele vragen. We waren toen zelf nog in onderhandeling met de administratie.

Sonja Claes (CD&V)

Dat is niet waar.

Ik kan u verzekeren dat we binnen een heel korte termijn een meerderheidsoverleg zullen organiseren.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.