U bent hier

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Voorzitter, over de werktekst voor het witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) hebben we het uitgebreid gehad in de commissievergadering van 15 december 2015. Minister, ik was blij dat u me toen volgde in de stelling dat het zeker geen verplichting mag zijn voor lokale besturen en dat men niet continu met het vingertje moet wijzen dat men moet samenwerken, want dat alleen dan het proces een slaagkans zou hebben.

Op 27 januari heeft de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO) zijn advies op de werktekst van het witboek gegeven. De secretaris heeft dat aan iedereen overgemaakt. Iedereen heeft dat dus kunnen lezen. Daarom kan ik onmiddellijk overgaan naar mijn vragen. Daarin ga ik dieper in op een aantal pijnpunten die de SARO op deze werktekst van het witboek heeft geuit.

De SARO zegt in zijn advies dat hij voorstander is van een meer gebiedsgerichte en geïntegreerde werking maar wees op een aantal pijnpunten. Ook de rol van de verkenner roept vragen op bij de SARO. Minister, in hoeverre zult u rekening houden met de bemerkingen van de SARO?

Hoe zult u het gelijkwaardig partnerschap met de gemeenten precies invullen, want in de werktekst valt te lezen “dat een hogere overheid het initiatiefrecht van een gemeente tot gebiedsontwikkeling kan ontnemen”, dit in het geval wanneer processen niet opgestart geraken. Gaat u als minister akkoord met deze stelling? Bent u bereid om bij de verdere uitwerking van het witboek meer in te zetten op de motiveringsplicht dienaangaande? Bent u ook van plan om gemeenten rechtstreeks zowel praktisch als eventueel financieel te ondersteunen voor hun bijdrage in de realisatie van Vlaamse ruimtelijke beleidsdoelstellingen?

Het is vandaag nog erg onduidelijk hoe grondig het systeem van structuurplanning hervormd zal worden. Snelle duidelijkheid desbetreffende de geplande wijzigingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) betreffende de transitie van structuurplanning naar beleidsplanning is essentieel. Gaat u akkoord met het advies van de SARO dat het geen goede zaak is dat dit zou worden uitgesteld tot op het moment dat het BRV principieel is goedgekeurd door de Vlaamse Regering, maar dat men daar eigenlijk al vooraf werk van moet maken?

Hoe rijmt u het feit dat u in de commissievergadering van 15 december op mijn vraag de aanbevelingen van de tien gebiedswerkgroepen hebt opgesomd, maar als we dan kijken naar de beslissing van de Vlaamse Regering, dan is er nergens nog sprake van die quick wins en worden nergens de aanbevelingen van die werkgroepen opgenomen. Is dat geen tegenstrijdigheid? Hoe evalueert u de bottom-upapproach, die vorige week nog in de plenaire vergadering aan bod kwam? Is dat de manier van werken die u initieel voor ogen had?

De raad vraagt om een samenhangend, volwaardig en robuust financieel en flankerend kader uit te werken. Dat moet operationeel zijn zodra het BRV uitvoering krijgt. Gaat u akkoord met deze vraag? Hebt u al een inschatting gemaakt van de financiële middelen die nodig zijn voor de realisatie van het BRV en van de kosten daarvan voor de gemeenten?

De werktekst geeft volgens de SARO geen samenhangend en coherent beeld over hoe het stedelijk groeimodel er zal uitzien. Volgt u de redenering dat dit groeimodel geen alibi mag zijn voor een verdere verstedelijking van Vlaanderen?

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, ik heb het genoegen uw beleid te mogen opvolgen sinds september 2014. Wat me opvalt, is dat wij vandaag in Vlaanderen een ruimtelijk beleid voeren op basis van oude semantiek en oude concepten die de uitdagingen en noden van de realiteit van vandaag niet meer aankunnen. Dat is geen nieuwe vaststelling maar de aanleiding om te werken aan een BRV.

Minister Muyters heeft een degelijk groenboek gemaakt dat de uitdagingen heeft geschetst. Vandaag stellen mevrouw Peeters en ikzelf een vraag over uw werktekst witboek en het advies van de SARO.

Ik vind dat de tien grote beleidsmatige veranderingen die in uw werktekst witboek staan en die de body daarvan vormen, zeer sterk tegemoetkomen aan heel wat problemen die over partijgrenzen heen in deze commissie zijn geschetst. Die tien grote veranderingen worden goed geduid en geven de juiste richting aan. Of de tekst zelf nu als witboek mag worden beschouwd of niet – een van de cruciale punten in het advies van de SARO – lijkt me vandaag van ondergeschikt belang. Het lijkt me wel belangrijk om met alle actoren op een zeer ernstige manier die tien principes uit uw tekst verder uit te werken en goed te onderbouwen en na te gaan hoe zij kunnen worden vertaald in een BRV dat meer is dan een tekst die heel Vlaanderen inkleurt en waarvan we telkens opnieuw, vergadering na vergadering, moeten vaststellen dat we ervan afwijken.

Het spreekt voor zich dat er in uw werktekst witboek heel wat tegenstrijdigheden staan over multifunctioneel of monofunctioneel gebruik van ruimte. Zo had mevrouw Peeters het in haar vraag over de geïntegreerde ontwikkeling en de rol van de verkenner, de planningscascade in besturen en wie daar welke bevoegdheid in heeft. Deze zorgen die ook in het SARO-advies staan en die blijken uit vragen van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, zijn legitiem. Zij zouden echter afbreuk doen aan het werk dat u en uw kabinet en administratie hebben verzet om een tekst te maken met tien moedige principes. Ik denk dat de uitwerking van die principes de hoogste prioriteit moet krijgen.

Minister, hoe gaat het verder met het participatieve proces? Hoe zult u voor elk principe trachten om met de nodige stakeholders de juiste uitgangspunten en conclusies te vinden? Hoe zult u overschakelen naar een BRV die naam waardig?

Minister Schauvliege heeft het woord.

De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om bottom-up en participatief te werken aan het opmaken van de definitieve beslissing van het BRV. Ik zal niet herhalen wat er allemaal is gebeurd. Er waren de gebiedsgerichte participatietrajecten waarbij een aantal van die maatregelen wel degelijk worden uitgevoerd, mevrouw Peeters. Intussen is er ook een wettelijke tekst van onze diensten die nu via een zeer levendig debat wordt getoetst op allerlei niveaus. Zowel de lokale besturen, alle entiteiten, alle beleidsdomeinen, als de adviesraden hebben hun adviezen bezorgd. Er bestaat ook een heel breed partnerschap binnen het maatschappelijk middenveld.

We hebben heel veel respons gekregen. Nu is het aan het politiek niveau om daar een beslissing in te nemen. We kunnen niet blijven inzetten op participatie: alle reacties zijn intussen binnen. Nu zal de tekst worden herwerkt en moet er een politieke beslissing worden genomen op basis van de ambtelijke tekst die is voorbereid. En dan komt het witboek op de proppen. We zullen alle suggesties en reflecties grondig bestuderen en tot een volwaardig witboek komen dat we zullen voorleggen aan de Vlaamse Regering.

Er waren heel wat vragen en suggesties over de gebiedsgerichte werking in de regio’s. Die zullen aan bod komen tijdens de politieke besprekingen. Het is logisch dat iedereen voorstander is van meer gebiedsgericht denken en van grensoverschrijdend nadenken over de ruimtelijke ordening. Maar dan komt men snel bij het bestuurlijk niveau waar er heel wat vragen zijn over de rol van de gemeentebesturen: moet dat intergemeentelijk gebeuren? Wat is de rol van de provincies? Ik denk dat het ene los moet worden gezien van het andere, en dat we dit zullen moeten verduidelijken in de definitieve beslissing.

Ik wil ook duidelijkheid scheppen over de decretale onderbouwing van de ruimtelijke beleidsplanning. Het BRV zal een decretale basis nodig hebben om goedgekeurd te worden. Dat maakt uiteraard deel uit van het vastleggen van dat BRV.

Mevrouw Peeters, u vraagt hoe het zit met het toetsen van de gebiedsaanpak op het terrein. Daar zijn een aantal heel terechte quick wins uitgekomen waar ook aan gewerkt wordt. Ik verwijs naar de proefprojecten over mogelijkheden en bestemmingen van leegstaande hoeves en dergelijke meer. Er zijn ook quick wins die eerder betrekking hebben op mobiliteit die niet vanuit ruimtelijke ordening worden uitgevoerd. Ze zijn wel meegedeeld aan de Vlaamse Regering.

Er zijn ook een aantal adviezen en bezorgdheden geformuleerd over het financiële kader. Aan de ene kant vraagt men een realistische raming binnen het BRV, aan de andere kant vraagt men een aantal vernieuwende instrumenten. We zullen dat verder verduidelijken bij de definitieve beslissing. Ik wil er echter op wijzen dat de uitvoering van het BRV niet alleen vanuit Vlaanderen zal gebeuren. Iedereen zal daaraan moeten meewerken, ook de lokale besturen. Op dat vlak is er geen verschil met het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Een klassiek, louter financiële raming zal dus wellicht een onvolledig inzicht bieden. Veel partners vragen ook om rekening te houden met de maatschappelijke kosten en baten. Daarover zijn in het verleden al een aantal vragen om uitleg gesteld. Mevrouw Pira heeft daar al een aantal suggesties of vragen over geformuleerd.

Tot slot is er het geïntegreerde grondbeleidsinstrument waarover ik het daarnet al heb gehad.

Mevrouw Peeters, ik volg inderdaad de redenering dat het groeimodel geen alibi mag zijn voor een verdere verstedelijking van Vlaanderen. We willen net het omgekeerde: de verstedelijking tegengaan, en dat willen we met dit BRV bereiken. Er moet echter nog een beslissing worden genomen binnen de Vlaamse Regering waarop ik nu moeilijk kan vooruitlopen.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, we praten al heel lang over het BRV. In 2012 was er het groenboek, nu hebben we het al een hele tijd over de werktekst witboek BRV. U zegt dat dit straks op de tafel van de Vlaamse Regering zal liggen om daar finaal te worden goedgekeurd. Er zijn al heel wat bevragingen geweest over het witboek, maar misschien is het niet slecht om het ook in deze commissie nog eens toe te lichten zodat er nog een groter draagvlak ontstaat.

Er zijn al heel wat werkgroepen geweest en vanuit Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) Vlaanderen was er in elk provincie een vergadering. Op elke vergadering was er slechts een beperkte opkomst. Dat had wellicht vooral te maken met het moment waarop die vergaderingen plaatsvonden, namelijk in december, wat voor iedereen een drukke periode is.

We moeten voorkomen dat men straks geen zin meer heeft in het BRV. Daarom moeten we zorgen voor een zo groot mogelijk draagvlak en is het van belang zo snel mogelijk tot die werktekst te komen. Er zijn al heel wat opmerkingen en bedenkingen geformuleerd waarvan een aantal zeker deel mogen uitmaken van dat definitieve witboek dat uiteindelijk moet resulteren in het echte BRV. Het lijkt me interessant dat de commissie nog inspraak heeft in de finalisering van het witboek. Ik wil het project daarmee zeker niet vertragen, maar het lijkt me belangrijk om het daar in deze commissie nog eens uitgebreid over te hebben, los van de vragen om uitleg die daarover worden gesteld.

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, het valt me op dat u in uw antwoord telkens het woord ambtelijke tekst gebruikt wanneer het over de werktekst witboek gaat. Dat doet u niet zo vaak.

Wat de bovenlokale werking en de regiovorming betreft, gaat het louter om een vrijblijvende suggestie. Zou het dan niet nuttig zijn, zeker gelet op het feit dat het gaat over een van de basis- en sleutelelementen in het BRV, dat we daar de mogelijkheid bekijken om een aantal proefprojecten te organiseren? We zouden dat proeftuinen over regiovorming kunnen noemen. Ik denk dan aan de Westhoek, waar er het idee is om over de as Oostende-Veurne en de as Kortrijk-Ieper bedrijventerreinen te installeren. Dat is een mooi voorbeeld van regiovorming in de praktijk.

Ik ben een koele minnaar van wat uit de twaalf proefregio’s is voortgekomen, geen koele minnaar van wat daar is voorgesteld maar wel van het feit dat die zaken als insteek zouden kunnen worden gebruikt voor een vernieuwend BRV.

Minister, u hebt zelf in uw antwoord aangegeven dat het BRV niet enkel Vlaams zal zijn maar door alle stakeholders zal worden uitgewerkt. Het lijkt me dan ook raadzaam om na de politieke ontwarring van deze ambtelijke tekst zeker nog een aantal participatieve momenten met diverse stakeholders te organiseren.

In het advies van de SARO staat al in de situering dat er geen formele adviesvraag is geweest terwijl ze toch de moeite hebben gedaan om een degelijk advies te geven. We moeten voorzien in bijkomende participatie aangezien het draagvlak fundamenteel zal zijn in dit verhaal.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, u hebt het gehad over een breed partnerschap. Het is inderdaad zo dat het ontwerp van witboek aan zeer veel verenigingen en organisaties is doorgegeven en dat daar heel wat adviezen over zijn geformuleerd. Dat wordt heel erg geapprecieerd, sommige zeggen dat ook zo expliciet. Dat is een goede zaak, maar toch wil ik me aansluiten bij de vraag van mevrouw Peeters om het daar in deze commissie nog eens over te hebben. Ik zal straks tijdens de regeling van de werkzaamheden voorstellen om daarover een hoorzitting met expert te organiseren. Bij de stakeholders die u hebt bevraagd, zijn er misschien mensen die zich over het ontwerp van witboek en over de uitgebrachte adviezen willen buigen en die misschien willen terugblikken op het RSV. Het zou goed zijn daarover een discussie op te starten in deze commissie.

Mevrouw Peeters, u had het over moeheid. Er is misschien wel moeheid bij de vele verenigingen, organisaties en administraties die daar al lang mee bezig zijn, maar bij de publieke opinie is het thema ruimtelijke ordening door dossiers als Uplace en Essers eigenlijk aangewakkerd. Minister, u krijgt nu met het BRV dat de nieuwe ruimtelijke Bijbel wordt genoemd, een kans uw geloofwaardigheid inzake ruimtelijke ontwikkeling te tonen. Dat wordt volgens mij extreem belangrijk voor de publieke opinie. U krijgt daarmee de mogelijkheid om aan de buitenwereld te tonen dat het u menens is met het Vlaanderen van morgen en dat u nieuwe spelregels zult uittekenen die er effectief voor zullen zorgen dat de fouten van het verleden worden gewist.

Op dat vlak wordt in de verschillende adviezen, onder meer van de SARO, gewezen op een aantal pijnpunten. Uw beleidsplan zou niet bindend zijn. Ik heb ook al herhaaldelijk gezegd dat er geen concrete doelstellingen zijn en dat er vage zinnen sluipen in het BRV zoals: we breiden niet verder uit tenzij er nood aan is. Verschillende verenigingen nemen daar aanstoot aan. Jammer genoeg is het concept ruimteneutraliteit dat wel te vinden was in het groenboek, verdwenen uit het witboek. Minister, ik denk dat uw geloofwaardigheid die op de proef wordt gesteld, nu een nieuwe kans krijgt. Ik hoop dat u er met ons voor zult zorgen dat het BRV de twijfel die nu bestaat, wegneemt.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Wanneer de Vlaamse Regering op basis van alle opmerkingen die over de tekst zijn geformuleerd, een politieke beslissing neemt, dan moet die beslissing nog een formeel traject doorlopen. Er komt nog een formele advisering waarbij de verschillende adviesraden worden gehoord.

Mijnheer Ronse, de werkgroepen hebben hun werk gedaan. Als u dus zegt dat er misschien nog een aantal proefprojecten kunnen komen, is me niet echt duidelijk wat u precies voor ogen hebt en wat die proeftuinen zouden moeten doen. Ik sta echter open voor alle suggesties.

Ik ben ervan overtuigd dat het BRV niet los kan worden gezien van het Mobiliteitsplan Vlaanderen. Ik hoop uit de grond van mijn hart dan we beide plannen op hetzelfde moment kunnen vastleggen en dat we ze samen kunnen laten sporen. Het gaat over een belangrijke beslissing waarmee we niet te lang moeten wachten. We moeten die knoop doorhakken zodat op het terrein tot de uitvoering van dat BRV kan worden overgegaan.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik wil gewoon nog even verduidelijken waarom ik dat zei. Ik wil absoluut geen vertragingsmanoeuvre doen. Ik meen dat we inderdaad snel moeten landen, en zeker ook in samenhang met dat mobiliteitsplan. Nu komt er hier echter telkens opnieuw ad hoc een vraag over het BRV, over dit, over dat aan bod. We blijven daar telkens in vervallen. Het lijkt me dan beter om daar eens één grote commissievergadering aan te wijden, in plaats van telkens opnieuw ad hoc al die vragen te stellen. Dat was vooral mijn insteek. Er mag zeker geen vertraging zijn, integendeel. Bij heel veel mensen zal er straks opnieuw die moeheid zijn, dus we moeten zeker vooruit wat dit betreft.

De heer Ronse heeft het woord.

Minister, het is fijn dat u openstaat voor alle suggesties inzake proefprojecten. Zoals ik net heb aangehaald, zou een voorbeeld van een proefproject de Westhoek kunnen zijn, waar men in niet-stedelijk gebied en overschrijdend langs de mobiliteitsas een bedrijventerrein zou kunnen inplanten. Dat zou een mooi voorbeeld zijn. Dan stappen we af van die klassieke afbakening tussen regionaalstedelijk gebied en niet-regionaalstedelijk gebied. Minister, u staat open voor alle suggesties. Ik kijk uit naar de actie op het terrein. Ik denk dat we daar heel wat boeiende lessen uit kunnen trekken.

Collega’s, het klopt dat we hier vandaag verscheidene vragen hebben die verbonden zijn met heel die thematiek van de ruimtelijke ordening. We hebben in het verleden al afgesproken dat we daar eens een ruimer debat over zouden voeren. We moeten dan toch eens bekijken en bespreken in de regeling van de werkzaamheden hoe we dan met ingediende vragen omgaan. We moeten zien hoe we dat op elkaar kunnen afstemmen. We zullen dat verder bespreken tijdens de regeling van de werkzaamheden.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.