U bent hier

De heer Poschet heeft het woord.

De uitdagingen voor het Vlaams gemeenschapsbeleid in Brussel zijn groot. Vlaanderen heeft altijd maximaal zijn verantwoordelijkheid opgenomen en moet dat volgens ons ook blijven doen.

Rekening houdend met de demografische en sociaal-economische evolutie in Brussel moeten we daarbij vooral inzetten op jeugd en jonge gezinnen. We moeten blijvend investeren in een kwalitatief hoogstaand Nederlandstalig onderwijs, in een sterk uitgebouwd net van kinderopvang, voldoende ontspanningsmogelijkheden voor de jeugd, sportvoorzieningen, enzovoort.

Daarnaast verdienen ook de zwakkeren van onze samenleving bijzondere aandacht. Zoals iedere grootstad wordt ook Brussel gekenmerkt door een groot aantal arme gezinnen, alleenstaanden in crisissituaties, vereenzaamde ouderen enzovoort.

Daarnaast moet de Vlaamse Gemeenschap blijvend investeren in een kwaliteitsvolle Vlaamse aanwezigheid op het internationaal forum dat Brussel biedt. Die grote uitdagingen vergen een coherent beleid voor Brussel. Het Vlaamse regeerakkoord vertrekt daarom terecht van een positieve en constructieve relatie, met andere woorden van een echt partnerschap met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).

De relatie tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VGC moet worden verdiept en verstevigd waar nodig. Dat vinden we ook terug in uw bisconceptnota van 17 juli 2015 met betrekking tot het Vlaamse gemeenschapsbeleid in Brussel. Daarin is vastgelegd dat de ambtelijke basis en ondersteuning voor de politieke werkzaamheden rond die versterkte relatie zal worden gelegd door de heropstart van de ambtelijke Task Force  Brussel.

Minister, is de ambtelijke taskforce al opgericht? Zo niet, wanneer is de oprichting en operationalisering gepland?

Is er reeds een concrete aanpak voor de werkzaamheden van die taskforce uitgewerkt? In de hierboven vermelde nota van de Vlaamse Regering staat dat het aan het overleg tussen de Vlaamse Regering en het VGC-college toekomt om de agenda te bepalen. Het ambtelijke overleg moet dan de werkmethode afspreken.

Wat is de stand van zaken rond beide aspecten? Wat is de concrete planning qua timing van de werkzaamheden van de ambtelijke taskforce?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mijnheer Poschet, ik dank u alvast voor het stellen van de vraag om uitleg met betrekking tot deze problematiek. Als ik u dank, is dat helaas niet omdat ik op dit vlak al witte rook kan melden. Ik sta in dit dossier nog niet zo ver als ik had gepland en gehoopt. Dat frustreert enerzijds. Anderzijds is mijn antwoord gelukkig ook niet dat er niets gebeurd is en dat we nog altijd staan waar we bij het begin van de legislatuur stonden.

Het is geen evident dossier waarbij iedereen vindt dat we vooruit moeten gaan. Maar over de vraag hoe we vooruit moeten gaan, bestaan er evenveel meningen en standpunten als er betrokken actoren zijn. We moeten hierin eerlijk zijn: ook binnen onze partijen, de mijne incluis, leven er specifieke verwachtingen en worden er andere klemtonen gelegd naargelang de gesprekspartners dan wel uit de Vlaamse Gemeenschap of de VGC komen of spreken vanuit een parlementaire fractie of een kabinet.

Ik kom in mijn antwoord even terug op de historiek van het dossier, zal zelf enkele kanttekeningen maken én uiteraard de stand van zaken geven aan de hand van uw drie vragen.

In het midden van de vorige legislatuur was er inderdaad de afronding van de werkzaamheden van de Task Force Brussel. Er waren twee lijvige rapporten vol met generieke en beleidsdomeinspecifieke analyses en aanbevelingen. Er kwamen zeer goede reacties op.  Het werk was grondig en volledig. Maar zeggen dat de Task Force Brussel voor eens en voor altijd uitklaarde en de enige weg voorwaarts toonde hoe de VGC en de Vlaamse Gemeenschap in de toekomst moeten gaan samenwerken, is de waarheid enigszins geweld aandoen.

Dat is nooit de bedoeling geweest. De taskforce bestudeerde en detecteerde problemen en uitdagingen en schetste meerdere beleidsopties, vaak heel specifiek en in relatie tot specifieke dossiers. De rapporten waren met andere woorden geen groot masterplan over hoe het nu verder moest. Dat was trouwens ook niet de opdracht van de taskforce. De gemengde commissie van ambtenaren gaf zelf aan dat het geleverde werk onderbouw en input was, maar dat het aan het politieke niveau was om keuzes te maken.

Mijn voorganger heeft geprobeerd om op basis van de resultaten van de taskforce een politiek kerntakendebat op te starten. We weten allemaal dat hij er niet in is geslaagd een consensus te vinden tussen de Vlaamse Regering en het VGC-College, waarschijnlijk omdat het kerntakendebat een beetje de heilige graal is en dat het qua abstractie redelijk hoog ligt. Dit is – voor alle duidelijkheid – geen vingerwijzing naar hem. Het wijst er alleen maar op hoe moeilijk het kan zijn.

De onderliggende reden waarom die kaarten zo complex liggen en lagen, heeft uiteraard te maken met het feit dat de VGC anno 2016 niet zomaar een ‘doorslagje’ meer is van de historische Nederlandse Cultuurcommissie (NCC) en sterk geëvolueerd is sinds haar ontstaan in 1989. We weten dat er over de grenzen van meerderheid en oppositie van alle onze politieke partijen heen meningen zijn die vinden dat de VGC te autonoom van Vlaanderen wordt, terwijl andere partijen vinden dat de autonomie van de VGC niet ver genoeg gaat.

Als ik dit zeg, is dat niet om me hierachter te verstoppen. Het wil ook niet zeggen dat ik na anderhalf jaar legislatuur tot de conclusie kom dat het een onmogelijke opdracht is. Integendeel, ondanks de verschillende basisvisies en vertrekpunten van de verschillende partijen merk ik toch de wil om te landen. Ik merkte dit op bij de meerderheid aan de kant van de Vlaamse Gemeenschap toen we in het voorjaar van 2015 besprekingen voerden die uiteindelijk uitmondden in de nota van de Vlaamse Regering waarnaar u in uw vraag verwijst. Ik merkte dit ook in het najaar van 2015 toen die nota werd teruggekoppeld met de collega’s van het VGC-College. Er is in elk geval qua principieel uitgangspunt geen vuiltje aan de lucht. De situatie is ingewikkeld, maar niet onmogelijk.

“Hoe moeten we dan te werk gaan om te kunnen komen tot dat effectief partnerschap tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, met duidelijke aansturingslijnen en klare taakafspraken?” Dit citaat komt letterlijk uit het regeerakkoord.

De opstelling moet vooral pragmatisch zijn: kijken wat ons bindt en proberen daarop door te werken. De laatste keer dat we dit onderwerp aangekaart hebben in de commissie was mei 2015, niet veel later kwam er de nota voor de Vlaamse Regering die we hebben besproken met de VGC.

Intussen heeft mijn kabinet een concreet werkplan uitgewerkt met acties en timing. Daarover is er intensief overleg met de kabinetten binnen het VGC-College. Het is een tactisch en pragmatisch plan om in 2016 de nodige stappen vooruit te zetten. Er worden een aantal doelstellingen geformuleerd, er wordt een interpretatiekader met betrekking tot de Brusselnormen aangegeven en uiteraard bouwt alles verder op de nota van de Vlaamse Regering van juli 2015. De gesprekken lopen goed, maar ze vorderen iets te traag.

Aangezien de bespreking nog bezig is, stel ik voor om vandaag nog niet verder in te gaan op de inhoud en de standpunten. Wat ik wel kan zeggen, en zo kom ik tot de concrete vragen van de heer Poschet, is dat de doorstart van de Task Force Brussel in een nieuwe gemengde ambtelijke commissie een van de punten is in deze planning voor 2016. Daarover bestaat trouwens weinig discussie meer, noch aan de kant van de Vlaamse Regering noch aan de kant van het VGC-College.

De ambtelijke taskforce is nog niet formeel opgericht maar staat in de steigers. De vorm van deze commissie zal sterk gelijken op wat we hierover bepaalden in de nota van de Vlaamse Regering van juli 2015. De samenstelling zal dus ook lijken op de Task Force Brussel uit de vorige legislatuur.

Ik hoop hier snel in te gaan, maar ben voorzichtig met concrete timings. Het zou geen goede zaak zijn als we er niet in slagen om dit voorjaar met deze gemengde commissie van start te gaan.

De concrete aanpak moet door de leden van de commissie bepaald worden. Het komt wel, zoals u terecht opmerkt, aan de Vlaamse Regering en aan de VGC toe om de agenda te bepalen. Mijn voorstel om dit eerste jaar te werken is tweeledig. Ik denk dan aan een actualisering van de financiële stromen vanuit de Vlaamse Gemeenschap naar Brussel. Dit werd trouwens gevraagd in de motie van het Vlaams Parlement in december 2014. Ik verwacht immers dat er ook voldoende politieke consensus is over de juiste interpretatie binnen die bestaande financiële stromen van de 30 procent bevolkingsnorm en de 5 procent begrotingsnorm.

Daarnaast wil ik ook een Brusseltoets ex ante op de regelgevingsagenda’s van de Vlaamse Gemeenschap plaatsen. Het vertrekpunt hierbij zijn de regelgevingsagenda’s die zijn opgenomen in de beleidsnota’s en beleidsbrieven van mijn collega’s met gemeenschapsbevoegdheid. De VGC is trouwens sterk vragende partij om ook een toets ex ante te hebben die verder gaat dan decreten.

Ik zeg dit omdat het mogelijk is dat we voor 2016 nog een derde opdracht geven aan de gemengde commissie, met name een onderzoek en een advies van hoe de beleidsafstemming ex ante tussen de Vlaamse Gemeenschap en VGC kan worden verbeterd.

Ik ben voorzichtig met timings, maar de Gemengde Ambtelijke Commissie Brussel zou dit voorjaar geïnstalleerd moeten worden. Die commissie moet dan binnen het kader dat de Vlaamse Gemeenschap en de VGC hebben geschetst, zelf de werkzaamheden en de timing voor haar opdrachten bepalen.

De heer Poschet heeft het woord.

Minister, uw antwoord kan me niet volledig bevredigen, maar het is wel een helder antwoord. Het is positief dat ook aan de taskforce zou worden gevraagd om ex ante de beleidsafstemming te bekijken tussen de verschillende beleidsniveaus. Dat zou een goede zaak zijn.

Ik herinner me dat u in uw nota over de uitvoering van het Vlaams gemeenschapsbeleid in Brussel van 17 juli 2015 een timing in grote lijnen had uiteengezet. Daarin was opgenomen dat er in de herfst een aantal afspraken zouden worden gemaakt tussen het VGC-College en de Vlaamse Regering. Die afspraken hebben vertraging opgelopen, en dat betreur ik. Ik weet niet precies wat de reden daarvoor is, maar ik vrees wel dat daardoor het hele traject zou kunnen opschuiven. Ik dacht dat het de bedoeling was om voor de periode 2018-2020 gezamenlijke doelstellingen vooruit te schuiven en afspraken te maken over wie wat doet op welk niveau. Ik heb bij de bespreking en de discussie over de nota van 17 juli al gevraagd waarom dat niet vroeger kan gebeuren. U hebt toen geantwoord dat dit wat tijd nodig heeft. Ik hoop alleen dat er een voldoende buffer is en dat die eerste periode wordt gehaald.

Er is dus nog geen witte rook. Mijn vraag is dan ook waar het concreet spaak loopt. U zegt dat er principieel geen vuiltje aan de lucht. Is het dan toch de discussie over de rol en de positie van de VGC waar het fout loopt?

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik sluit me aan bij de vraag van de heer Poschet.

In januari 2015 hebben wij een debat gevoerd over de taskforce en het verslag dat in de vorige legislatuur is neergelegd. Ik heb dat verslag opgezocht, daarin staat dat die taskforce tijdens de tweede helft van 2015 een nieuwe doorstart zou krijgen maar intussen zijn we een halfjaar verder. U kunt dan ook begrijpen dat de heer Poschet en ikzelf teleurgesteld zijn dat er nog geen echte doorstart is gekomen en dat die taskforce zelfs nog niet geïnstalleerd is.

We kennen de discussie uit 2012 over de kerntaken: wie doet dat?

Minister, ik hoorde u zeggen dat iedereen vooruit wil gaan, maar op welke manier dat moet, blijft onduidelijk. U zegt dat er een werkplan is met acties, timing, doelstellingen, kader, Brusselnorm en dat de gesprekken goed maar traag verlopen. Het zijn nog maar gesprekken over de installatie zonder dat we inhoudelijk aan het discussiëren zijn. Waarom duurt het zo lang? Waar zitten de knelpunten? Het gaat alleen nog maar over de opstart. Dat het moeilijk loopt wanneer de taskforce zou zijn gestart, dat zou ik kunnen begrijpen. Maar ik begrijp niet goed waarom de opstart, de installatie zo moeilijk verloopt.

Minister, uw antwoord verdient het voordeel van de eerlijkheid. U antwoordt meestal vrij duidelijk en correct. Het kan niet dat dit zo lang duurt. Dit is Brussel onwaardig. De Brusselaars zitten te wachten op een hele hoop afspraken en concretiseringen. Dat zo’n werkgroep niet opgestart geraakt… Ik sluit me aan bij de vragen van de voorgaande sprekers die dit, zij het beleefd en vriendelijk, maar toch duidelijk hebben gesteld. Dit is verbazingwekkend.

Dit loopt traag, maar het heeft een impact op de cijfers in het vorige rapport van de taskforce. Dat rapport is heel veel waard omdat het een goed overzicht geeft van het aanbod, de tekorten, waar het goed loopt enzovoort. Aan het tempo waarop de taskforce samenkomt, moeten we geen snel nieuw rapport verwachten. Wilt u dan inzetten op het updaten van het huidige rapport? De cijfers die erin staan op een relatief korte termijn updaten, zou een zicht geven op de invulling van de gemeenschapsbevoegdheden in Brussel en op hoe de verschillende bevoegdheden worden opgenomen, zodat we er beleidsmatige conclusies uit kunnen trekken. Anders lopen we het risico dat we een hele legislatuur doorlopen zonder goede cijfers. In uw eigen beleidsbrief zegt u dat u jaarlijks of tweejaarlijks de cijfers over de Brusselnorm wilt updaten. Ik hoop dat u daarop wilt inzetten.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

De samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VGC in het kader van individuele dossiers over de gemeenschapsbevoegdheden heen verloopt normaal tot zeer goed. Er is geen argwaan.

Het traject schuift niet op in functie van de grote start in 2018. We hebben een gat van ongeveer zes maanden misschien niet verloren, maar we liggen in elk geval achter op het schema. Dat hoeft wat mij betreft niet te betekenen dat we de doelstelling van 2018 niet zouden halen.

Mevrouw Van den Brandt, uw punctuele vraag over de cijfers vind ik pertinent. Ik wil samen met de eigen administratie kijken hoe we die zaken, al was het maar gedeeltelijk, kunnen blijven monitoren. Het is niet zo dat de cijfers in de lucht hangen en dat we ze niet kennen. Ik wil de vinger aan de pols houden om uit te zoeken wat we daarmee kunnen doen. Sta me toe daar later op terug te komen.

De vraag is waar het spaak loopt. We zijn op zoek naar een nieuw evenwicht. Het evenwicht bij het werken aan concrete dossiers is er, dat lukt best aardig. Ondanks het feit dat ieder orgaan een specifieke taak heeft – de VGC sui generis als ondergeschikt bestuur van de Vlaamse Gemeenschap waar we voor de helft de voogdij over hadden, maar dat voor de andere helft onderdeel was van een derde gewest –, ligt de verhouding juridisch vast. Politiek proberen we die verhouding structureel te verbeteren. Daar is de vraag hoe we na een aftastende fase tot concrete zaken willen komen. Moeten de sectordecreten – zoals in Vlaanderen bijvoorbeeld voor Jeugd en Cultuur, Sport – al ingekanteld zijn in het Gemeentefonds? Is dat bespreekbaar voor de VGC of niet? Wat staat daar tegenover? In de vragen proberen we nu de juiste volgorde te vinden.

Ik kan er niet concreter over zijn omdat het ook niet concreter is. Ik neem wel akte van jullie ongeduld, dat ook het mijne is. Dat is geen negatieve opstelling ten aanzien van de VGC. We moeten wel zien dat we concrete stappen kunnen zetten, die niet zo abstract zijn als wat de taskforce met het kerntakendebat heeft geprobeerd, maar die rond een aantal duidelijke assen toch een vooruitgang in het scharnier betekenen. We zoeken een nieuw scharnier tussen een deur en een lijst, en ik laat in het midden wat de deur en de lijst is.

Ik wil jullie dus niets onthouden, maar we moeten nu wel bijkomende stappen zetten. In de voorbije weken gingen we alvast sneller in de goede richting. Dat is het goede nieuws, maar het is nu tijd om de volgende stap effectief te zetten.

De heer Poschet heeft het woord.

Minister, het is positief dat u vasthoudt aan uw timing om de eerste periode 2018-2020 uit te voeren. Mevrouw Van den Brandt doet een goede suggestie. In de Rand is het de bedoeling om een stand van de Rand te hebben. Misschien kunnen we het rapport updaten en een stand van Brussel maken. Ik zoek naar een woord en kom uit bij ‘brouillon de Bruxelles’, maar dat klinkt misschien te Frans.

Ik kan u alleen maar aanmoedigen om voldoende olie te gieten op de scharnieren om geen schurend scharniertje te krijgen, maar een vlotte samenwerking. Ik ga ervan uit dat u dat van harte blijft proberen, en daarvoor kunt u op onze steun rekenen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.