U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Het leeuwendeel van de licenties voor telecomoperatoren om bepaalde frequenties te gebruiken voor mobiele telefonie vervalt in 2021. Dat geldt voor de 900 megahertz en 1800 megahertz, 2G en 4G dus, maar ook voor de band 2100 megahertz, dat is dan 3G. De veiling van licenties voor mobiele telecom zouden een opbrengst generen van ministens 700 miljoen euro. Dat blijkt uit een rapport dat Analysys Mason opmaakte op vraag van het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT).

Het rapport adviseert een soort hybride verkoopsysteem. Zo behouden de mobiele operatoren het spectrum dat ze minimaal nodig hebben om hun diensten zonder onderbreking voort te zetten. De rest komt dan vrij en kan worden geveild. De huidige frequentiebanden zouden zo een opbrengst van minimaal 439 miljoen euro kunnen genereren. Verder kan van de gelegenheid gebruikgemaakt worden om twee nieuwe banden, de 700 megahertz en 1400 megahertz, in de etalage te zetten. Aan de hand van deze twee banden kunnen de operatoren extra capaciteit op hun 4G-netwerk genereren. Volgens het onderzoeksrapport zouden deze licenties nog eens 264 miljoen euro waard zijn. Samen zouden de telecomlicenties dus meer dan 700 miljoen euro kunnen opbrengen.

Door de beslissing in het Overlegcomité op 24 april 2013 deelde de Vlaamse Gemeenschap voor het eerst in de opbrengsten van de veiling van een frequentieband. We hebben er toen hard aan gewerkt om dat voor elkaar te krijgen. Het was een belangrijke beslissing omdat het een princiepsbeslissing is die ook van toepassing moet zijn op toekomstige veilingen van gelijkaardige frequenties, dus ook op die veilingen die ik net heb genoemd. Daarnaast werd ook beslist dat, met het oog op toekomstige veilingen, het gebruik van de frequenties de komende jaren gemonitord zou worden. Het veilen van de telecomlicenties is een federale aangelegenheid en voor zover die frequenties ook gebruikt worden voor telecomdoeleinden, zijn ze een federale bevoegdheid. We weten echter allemaal dat steeds meer gebruik gemaakt wordt van die frequenties voor mediatoepassingen. Dan hebben we het over een Vlaamse bevoegdheid. Vandaar dus ook de beslissing destijds om die opbrengsten principieel te verdelen.

Ook in uw beleidsbrief Media verwijst u naar dit dossier en zegt u dat de 700 megahertzband en de L-band, dus 1400 megahertz, zal worden verdeeld. Ik citeer: “In het licht van toekomstige veilingen wil ik met de federale overheid en de overige gemeenschappen duurzame en concrete akkoorden afsluiten over de verdeling van eventuele opbrengsten en de mogelijkheid tot monitoring. Ik verwijs hierbij naar het akkoord op het Overlegcomité van 24 april 2013.”

Minister, ik heb deze aangelegenheid in het verleden al aan bod gebracht en u hebt daar telkens goed op geantwoord. Omdat we nu zien dat een heel pakket frequenties opnieuw in de etalage komen in 2021 wil ik mijn vragen nog eens herhalen of verfijnen.

Bent u op de hoogte van de aankomende veilingen van de Federale Regering? In hoeverre bent u daarbij betrokken? Hebben uw federale collega’s het daar met u al over gehad?

In een vorige vraag om uitleg, op 13 mei 2015, gaf u aan dat het BIPT het verbruik en gebruik van het spectrum voor mobiel internet monitort, zoals destijds afgesproken. Biedt die huidige monitoring voldoende zicht op het gebruik van telecomfrequenties voor mediatoepassingen, dus voor dat Vlaamse aandeel? Is de monitoring, zoals die momenteel door het BIPT gebeurt, een voldoende krachtig instrument om in de toekomst tot meer objectieve verdeelsleutels te komen tussen de federale overheid en de gemeenschappen?

Welke stappen kunt u zetten om te bewerkstelligen dat de gemeenschappen op een rechtvaardige en proportionele manier kunnen delen in de opbrengsten van deze veilingen van telecomfrequenties, zoals ze zich nu aandienen, vooral met het oog op 2021? In hoeverre werden reeds duurzame en concrete akkoorden gesloten over de verdeling van deze opbrengsten?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik heb net als u kennis genomen van de studie van Analysys Mason van eind december 2015, die het BIPT via een mededeling van de Raad op 26 januari 2016 via zijn website heeft verspreid. Het rapport van Analysys Mason dat nu via het BIPT werd verspreid, geeft aan welke frequenties al geveild werden en welke licenties er toegekend werden, maar kijkt ook naar toekomstige frequenties. De frequenties die vermeld worden in de studie zijn de 700, de 800, de 900, de 1400, de 1800, de 2100, de 2300, de 2600 en de 3500 megahertzbanden. Op pagina 6 van de eigenlijke studie zult u met mij kunnen zien welke frequenties aan wie zijn toegekend. De 800 en de 2600 werden toegekend in respectievelijk 2013 en 2012, en daar gaat de studie verder nagenoeg niet op in.

De studie gaat evenmin in op de 2300 en 3500 banden, die mogelijks banden zijn voor de verre toekomst. De 2G- en 3G-frequenties, zijnde de 900, de 1800 en de 2100 megahertzbanden, zijn nu uitgereikt via licenties die vervallen in 2021.

Waar de studie over gaat, is een toekomstige waardebepaling van de in de toekomst mogelijks vrij te geven 700 en de 1400 frequenties en de aflopende licenties. Uiteraard volg ik die materie op, aangezien de gemeenschappen in dit land bevoegd zijn voor de transmissie van radio-omroep en televisie, of anders gezegd audiovisuele en auditieve mediadiensten, zoals dit nu officieel heet sinds de zesde staatshervorming. De Vlaamse Gemeenschap is net als de andere gemeenschappen betrokken bij de toekomstige veilingen van de 700 en de 1400 megahertzfrequenties en de aflopende licenties omdat de wetten en uitvoeringsbesluiten die deze toekomstige toekenning mogelijk zullen maken, voorgelegd worden aan het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie en aan het Overlegcomité.

Artikel 9, paragraaf 2 van het samenwerkingsakkoord van 17 november 2006 tussen de federale staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap betreffende het wederzijds consulteren bij het opstellen van regelgeving inzake elektronische communicatienetwerken, het uitwisselen van informatie en de uitoefening van de bevoegdheden met betrekking tot elektronische communicatienetwerken door de regulerende instanties bevoegd voor telecommunicatie of radio-omroep en televisie bepaalt: “Het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie heeft tot taak om in onderling overleg en met respect voor ieders bevoegdheid, volgens de modaliteiten en procedures zoals vastgelegd binnen het Overlegcomité, de wederzijdse consultatie te organiseren omtrent mekaars initiatieven inzake het opstellen van ontwerpregelgeving met betrekking tot omroep en telecommunicatie.”

De federale overheid en de gemeenschappen hebben in het verleden afgesproken om de bepalingen van hun wetgevende projecten met betrekking tot de gemeenschappelijke infrastructuur voor telecommunicatie en radio-omroep ook voor te leggen op het Overlegcomité. Vandaar dat wij dus in twee stadia bij de toekenning zullen worden betrokken.

Het BIPT heeft in het verleden ook publieke consultaties georganiseerd over voorstellen van wetgeving en van uitvoeringsbesluiten over de toekomstige vrij te geven frequenties. Via die weg worden we dus zoals iedereen ook op de hoogte gebracht. Maar voor alle duidelijkheid: tot op heden is er geen agenda vooropgesteld voor die veilingen. Een van de belangrijkste redenen is dat de gemeenschappen nog frequenties hebben in de zogenaamde 700-band.

In antwoord op uw vraag om uitleg van 13 mei 2015 heb ik gesteld dat een toewijzingsperiode voor de zogenaamde 700-band waarschijnlijk leek voor het jaar 2018, en dit met het oog op een ingebruikname in 2020. Voor de 1400-band of de zogenaamde L-band heb ik toen gesteld dat deze vermoedelijk pas zou worden vrijgegeven wanneer daar vraag en noodzaak toe was.

Er zijn geen verdere afspraken gemaakt over de 900- en 1800-band. We hebben samen de tekstexegese van het Overlegcomité gedaan om te zien wat er precies in staat en wat er moet gebeuren. Het blijkt een dynamischer gegeven te zijn dan we op het eerste gezicht zouden denken. We moeten het open end dat het Overlegcomité in de formulering had gelaten, opnieuw vernauwen. De monitoring gebeurt, wat al een goede zaak is. De gesprekken lopen en we zullen de nodige waakzaamheid tentoonspreiden.

De notulen van het Overlegcomité van 24 maart 2013 stelden enerzijds de verdeling voor van de opbrengsten van de 800-band. Anderzijds werd beslist dat met het oog op toekomstige veilingen het gebruik van de frequenties de komende jaren permanent zal worden gemonitord. Het BIPT doet dat nu, en gaat in het kader van zijn wettelijke taken in verband met het beheer van de vergunningen van de mobiele operatoren na wat de verschillende evoluties zijn op de mobiele markt en houdt heel wat indicatoren bij.

Ik geef er enkele om een goed zicht te krijgen. Een: het BIPT houdt het aantal breedbandsimkaarten nauwkeurig bij. Dit geeft reeds een goede indicatie van de penetratie van het mobiele internet. In 2014 steeg dit aantal op jaarbasis met 720.250 tot bijna 6,5 miljoen, al was er sprake van groeivertraging – wat ook niet onbelangrijk is – plus 13 procent ten opzichte van 75 procent in 2013. De penetratie van mobiele breedband bereikte 57,5 procent in 2014. De cijfers voor 2015 zijn nog niet gekend.

Twee: de totale trafiek op de mobiele netwerken. Deze mobiele data nemen jaarlijks flink toe. Er werden bijvoorbeeld 23,5 miljoen gigabytes in 2014 verbruikt ten opzichte van een goede 10 miljoen gigabytes in 2013.

Een derde indicator is het relatieve aandeel dat door 3G-netwerken wordt getransporteerd en het relatieve aandeel dat door 4G-netwerken wordt getransporteerd. In het tweede semester van 2014 genereerde 23 procent van het aantal datasimkaarten een internettrafiek op een 4G-netwerk.

Vier: de ratio tussen het gebruik van smartphones en tablets. Mobiel breedband wordt meer gebruikt via smartphones dan op tablets en pc’s, al groeit dit laatste segment fors.

Vijf: het maandelijks gemiddelde gebruik per simkaart. Per actieve simkaart werden er in 2014 maandelijks gemiddeld 166 sms-berichten verstuurd, 105 minuten gebeld, en 160 megabyte data verbruikt.

Zes: het BIPT publiceert op zijn website een atlas van de dekking die de mobiele telecomoperatoren in België bieden. De gegevens van de telecomoperatoren werden verzameld en, na controles op het terrein, samengebracht in een publieke en vrij te consulteren atlas. Ik zal de volledige link niet voorlezen, maar toevoegen aan het verslag.

Dat is allemaal goed nieuws, mijnheer Vandaele. Als men al die dingen kan weten, dan kent men ook het antwoord op uw vraag, zou u kunnen denken: het verschil tussen telecom en het breedbandgebruik, dat veeleer tot de gemeenschapsbevoegdheden behoort. Volgens het BIPT is het echter technisch onmogelijk om exacte gegevens te verkrijgen van het type data – e-mails, uitwisseling van files, streaming van YouTube-filmpjes enzovoort – dat een bepaalde gebruiker vanaf zijn mobiele telefoon of zijn tablet verzendt of ontvangt.

Bovendien behoren deze zaken tot de privésfeer van elke gebruiker. Het is voor de overheid dan ook problematisch om, zelfs indien dit technisch mogelijk zou zijn, exacte statistieken te eisen van de inhoud van het type data dat een gebruiker downloadt of verstuurt, aldus het BIPT. Het BIPT stelt dan ook dat er geen nadere cijfers kunnen worden gegeven.

Vandaag hebben we in ieder geval onvoldoende zicht op welk deel van het mobiel internetverkeer nu voor de omroep wordt gebruikt, maar op zich is dit vandaag ook geen probleem. Met betrekking tot de 800Mhz-band is de verdeling van de inkomsten tussen de federale overheid en de gemeenschappen vastgelegd op het Overlegcomité van 24 maart 2013 op 20 procent van de inkomsten tot 360 miljoen euro voor de gemeenschappen en 50 procent van de inkomsten boven dat bedrag. Aangezien de veiling van de 800 megahertzfrequenties eind 2013 de verwachte 360 miljoen euro opleverde, zal conform het akkoord op het Overlegcomité hiervan 20 procent naar de gemeenschappen gaan. Tussen de gemeenschappen zijn er gesprekken aan de gang hoe de interne verdeling moet gebeuren. Ik heb daarover recent nog contact gehad met minister Marcourt.

Vandaag zijn er ook geen frequenties die op korte termijn naar de markt zullen worden gebracht. Er werd dan ook nog geen akkoord gesloten over hoe de toekomstige verdeling zal gebeuren van toekomstige opbrengsten van nieuwe licenties voor mobiel spectrum dat ook voor omroeptransmissie wordt gebruikt. Ik onderhoud hierover het nodige contact met mijn federale collega bevoegd voor de telecommunicatie.

De contacten lopen en we zullen tot een vergelijk komen. Ik zal daar geen datum op plakken, mijnheer Vandaele, wanneer en hoe we de 20 procent van de veiling exact kunnen verdelen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, ik begrijp dat u de vinger aan de pols houdt, wat mij geruststelt. Ik begrijp ook dat monitoring nu al gebeurt, maar niet de resultaten oplevert die we gehoopt hadden en geen uitsluitsel geeft over het type van gebruik. De monitoring zegt evenmin welk aandeel zuiver telecom is en dus federaal, en welk aandeel media is, en dus gemeenschap. Dat is een beetje een domper op de vreugde.

Daartegenover stelt u dat de sleutel die destijds werd afgesproken, de 20 procent, overeind blijft. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het aandeel Media, een bevoegdheid van de gemeenschappen, toeneemt. Mensen gaan steeds meer filmpjes bekijken en mediatoepassingen gebruiken op die frequenties. Maar goed, die 20 procent is toch al iets.

Laten we proberen ook in de toekomst een assertieve houding aan te nemen, minister, vanuit de Vlaamse Gemeenschap. Het is niet alleen belangrijk omdat het nu eenmaal een Vlaamse bevoegdheid is, er is ook een flink bedrag mee gemoeid, 700 miljoen euro voor de toekomstige veilingen. In 2014 heeft de veiling van 3G en 4G ons zo’n 41 miljoen euro opgeleverd. Dat is toch al de moeite om het been stijf te houden en nog eens extra aan tafel te gaan zitten met de partners.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.