U bent hier

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en socialemediaburo.be deden einde 2015 een bevraging bij 739 lokale besturen naar het gebruik van sociale media. Uit die bevraging blijkt dat negen op tien gemeenten actief zijn op de sociale media, vooral dan via Facebook en Twitter. Zeven op tien gemeenten beantwoorden ook vragen van bewoners via sociale media. Louter kwantitatief gezien, zitten we dus goed.

Maar op kwalitatief vlak blijkt er nog veel werk aan de winkel. Uit het onderzoek blijkt dat er vaak een gebrek is aan een sociale mediastrategie. Een gebrek aan dergelijke strategie maakt het moeilijk om te groeien richting een meer converserende overheid, naar de burger toe. Zo blijkt dat lokale besturen vandaag sociale media nog niet of te weinig gebruiken om te luisteren wat leeft bij de doelgroep op sociale media, om burgers met elkaar in contact brengen, om sociale media in te zetten voor beleidsparticipatie of om sociale media uit te bouwen als een volwaardig dienstverleningskanaal.

Minister, onderschrijft u het nut van het gebruik van sociale media door lokale overheden? Plant u eventueel initiatieven om dit gebruik verder te stimuleren en vooral kwalitatief te versterken bij de lokale besturen? Wat denkt u concreet daartoe te kunnen ondernemen?

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer De Meulemeester, net zoals u denk ik dat het gebruik van sociale media door lokale besturen absoluut een meerwaarde heeft, om verschillende redenen. Wat echt belangrijk is, is dat inwoners op die manier veel sneller worden bereikt en dat je op een veel efficiëntere manier feedback kunt krijgen van de inwoners en de bevolking.

Het is goed dat die evolutie er is. Wanneer er vroeger communicatie was van een lokale overheid, van een lokaal bestuur, ging het veeleer om eenrichtingsverkeer, eenrichtingscommunicatie van de gemeente of de stad. Doordat de lokale besturen veel meer met sociale media als Twitter, Facebook en andere kanalen communiceren, krijgt de burger veel meer de kans om in debat te gaan met de lokale besturen. Dat wordt geapprecieerd, zowel door de burger als door de lokale besturen. Vooral het in dialoog kunnen treden, heeft absoluut een meerwaarde. Net zoals u onderschrijf ik dus echt wel het belang van het gebruik van sociale media.

U vraagt of ik nog iets extra zal doen. U weet – en anderen hier aanwezig ook – dat ik  absoluut geloof in de lokale autonomie. U hebt zelf de cijfers geciteerd. Ik denk dat die redelijk goed zitten. Ik ben niet te vinden voor de keizer-kostermentaliteit, waarbij we vanuit Vlaanderen tegen de lokale besturen zouden zeggen hoe ze het moeten aanpakken. Ten eerste zijn de cijfers goed. Ten tweede vind ik dat we de lokale besturen de autonomie moeten geven om ermee om te springen op de manier die ze zelf verkiezen.

De lokale besturen zijn genoeg vertrouwd met het rapport van de VVSG en de aanbevelingen daaromtrent rond de sociale media en dergelijke. Het was een goed rapport en het waren goede aanbevelingen. Ze kunnen daarmee aan de slag gaan.

Begin december 2015 werd er een praktijkdag sociale media georganiseerd voor en door de lokale besturen. Ik heb gehoord dat dat een groot succes was. Het is goed dat de lokale besturen, ondanks het feit dat ze al heel veel gebruikmaken van de sociale media, toch nog geïnteresseerd zijn om deel te nemen aan praktijkdagen enzovoort. We kunnen die evolutie alleen maar toejuichen. Ik hoop dat we dat collectief kunnen doen.

Zal ik zelf nog concrete acties ondernemen? Neen. Dat staat namelijk haaks op het principe van geloof in de autonomie, in de draagkracht van de sociale besturen op zich. Dat neemt natuurlijk niet weg dat we een aantal ondersteunende maatregelen kunnen nemen. Zo heeft de Vlaamse overheid een handleiding sociale media opgemaakt voor de lokale besturen. We kunnen goedepraktijkvoorbeelden geven aan de lokale besturen. Zij kunnen dan zelf autonoom beslissen hoe ver zij willen gaan in het gebruik van de sociale media. Die documenten zijn zeer nuttig. Op www.bestuurzaken.be staat ook een hele handleiding over hoe sociale besturen kunnen omgaan met sociale media.

Ik rond af. Uw vraag is terecht. Het is een goede evolutie dat meer lokale besturen gebruikmaken van die sociale media. Je hebt op die manier veel meer een opendebatcultuur met de inwoners van uw gemeente of stad. We geloven en hebben vertrouwen in het kunnen van de gemeenten en steden. We willen ze bijstaan en handleidingen geven. Ik zal ze echter niet verplichten, omdat dat haaks staat op de definitie van het geven van meer autonomie aan de lokale besturen.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is uiteraard allesbehalve mijn bedoeling om betuttelend op te treden en u die aanbeveling te geven. Dat bent u niet gewoon van mij, verre van.

Het klopt dat de evolutie goed is. De inwoners worden sneller bereikt. Hoe langer hoe meer kan er een dialoog tot stand worden gebracht tussen enerzijds die lokale besturen en anderzijds de burger. Dat is goed. Vroeger werden de sociale media meer eenzijdig gebruikt, door de burgers zelf. Hoe langer hoe meer treden de lokale besturen zelf in dialoog. Ze zijn daar wat meer offensief in. Dat vind ik ook goed.

Het is voor mij belangrijk dat er op een vrij korte tijdspanne zaken kunnen worden geobjectiveerd vanuit het lokaal bestuur en in een juiste correcte context kunnen worden geplaatst. Er doen vaak vele verhalen de ronde, ook in de pers. Daarop kan nu onmiddellijk worden ingespeeld vanuit het lokale bestuur, via Facebook, Twitter enzovoort zodat de zaken in een goede context worden geplaatst en worden geobjectiveerd.

Ik kan alleen maar vragen dat er misschien bij gelegenheid, zonder betuttelend op te treden natuurlijk, vanuit het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB), die dit waarschijnlijk op de voet volgt, een aanbeveling zou kunnen gaan naar die lokale besturen, met eventueel goedepraktijkvoorbeelden. Er kunnen een aantal positieve – ik zeg wel: positieve – aanbevelingen worden gedaan met betrekking tot hoe die sociale media het best worden gehanteerd. Dit moet gebeuren zonder dat er les wordt gegeven aan de lokale besturen. Er is nood aan kwalitatief goede voorbeelden. De lokale besturen moeten daar goed, op een positieve en correcte manier, mee omgaan. Minister, ik wil u de suggestie doen om bij gelegenheid de lokale besturen zo goed mogelijk te informeren hoe ze met sociale media kunnen omgaan.

De heer Maertens heeft het woord.

Collega, dank u voor die vragen want dit thema zal in de toekomst steeds belangrijker worden. Lokale besturen, maar ook de Vlaamse en andere overheden, zullen zich in de bestuurlijke wereld enkel kunnen handhaven als zij inzetten op beleidsparticipatie van de burger. Dan heb je middelen nodig om met die burger in contact te komen. De sociale media zullen daarin alleen maar belangrijker worden. De lokale besturen moeten inderdaad een strategie ontwikkelen. Zij moeten die instrumenten leren hanteren. Dat zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden. De Vlaamse overheid heeft al enkele initiatieven genomen. Er is online een ‘handreiking sociale media’ te vinden. Maar we mogen de sociale media niet afzonderlijk bekijken. We moeten dat echt in een communicatiemix bekijken. Elke gemeente kan daar zelf initiatieven rond en een visie over ontwikkelen. Maar, minister, het zou handig zijn indien wij die expertise en kennis zouden delen. Ik heb daarover een vraag gesteld die uiteindelijk door de minister-president werd beantwoord. Ik weet dat er een overkoepelende strategie in opmaak is met betrekking tot hoe de Vlaamse overheid zich als geheel wil presenteren op de sociale media. De lokale besturen kunnen daarvan leren. Het zou goed zijn dat de experten van de Vlaamse overheid die zich daarmee bezighouden ook aan bod kunnen komen op congressen met bijvoorbeeld Kortom, de Vlaamse vereniging voor overheidscommunicatie, maar ook met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Daardoor kunnen de lokale besturen leren van elkaar maar zeker ook van de Vlaamse overheid, die toch wat meer capaciteit biedt op dat vlak.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Ik vind het goed dat u daarop de nadruk legt, mijnheer Maertens. We zijn allemaal ter plaatse bezig met de kloof tussen de politiek en de burger. Sociale media zijn daarin een belangrijk element, dat we moeten koesteren. Maar we moeten het inderdaad breder bekijken. Daarom vind ik dat de gemeenten niet te groot mogen worden, zodat de afstand niet te groot wordt. Je moet met de mensen contact hebben om het te kunnen corrigeren. We moeten niet betuttelen, maar wel ondersteunen. Het moet inderdaad open blijven, mijnheer De Meulemeester. Het ondersteunen blijft belangrijk. Vandaar het belang van die goede voorbeelden en initiatieven.

Ik denk wel dat de besturen het – om het op zijn Eddy Wally’s te zeggen – ‘liken’. Ze zijn er echt mee bezig. We moeten elkaar daarin vinden. Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten kunnen een goede zaak zijn om inzichten daarover met elkaar te delen. 

De heer De Loor heeft het woord.

Ik wil mij gedeeltelijk aansluiten bij de heer Doomst. Ook sp.a is van oordeel dat we vanuit de lokale besturen moeten inzetten op sociale media en Facebook. Het is natuurlijk een veel vluchtigere manier van communiceren. Het is weliswaar tweerichtingsverkeer, maar het moet deel kunnen uitmaken van de communicatiestrategie van gemeenten. Daarom, minister, pleit ik voor de ondersteuning van gemeenten die daarop durven in te zetten door middel van die best practices. De lokale besturen kunnen dat goed gebruiken, en zijn er voorstander van om dat op die manier te kunnen voortzetten.

Minister Homans heeft het woord.

Er zijn niet veel bijkomende vragen gesteld.

Mijnheer Doomst, de vermenging die u maakte tussen het debat over de fusies en deze vraag vond ik heel origineel. Ik had het deze keer niet zien aankomen.

Collega’s, ik denk dat we hier allemaal het nut onderschrijven van de sociale media voor lokale besturen. Zo kun je de dialoog met de burger versterken. Inspraak en dergelijke zijn belangrijk. De VVSG heeft met de praktijkdag in december bewezen dat hier een heel belangrijke rol is weggelegd voor initiatieven van de VVSG en van Kortom, het voorbeeld dat door de heer Maertens werd aangehaald. Ik denk niet dat wij vanuit de Vlaamse overheid nog iets extra moeten doen. Maar het is wel goed dat initiatieven die door de Vlaamse overheid worden gefinancierd daar aandacht aan besteden. Er is inderdaad nood aan het delen van goedepraktijkvoorbeelden. In de praktijk gebeurt dat. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. We zullen er wel op blijven toezien dat er genoeg informatiemomenten zullen blijven georganiseerd in de toekomst, zodat lokale besturen met betrekking tot dit thema alleen nog maar van elkaar zullen kunnen leren.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, ik dank u dat u mijn aanbeveling in aanmerking wilt nemen. Wanneer we het hebben over sociale media, moeten we heel voorzichtig zijn met vluchtige boodschappen. Het is aan het lokale bestuur om die boodschappen en initiatieven ten gronde aan de burger te communiceren. Er mogen geen te vluchtige boodschappen worden verspreid.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.