U bent hier

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Dit is hier bijna een themacommissie over scholenbouw aan het worden. Mijn vraag gaat heel concreet over de gevolgen van de verminderde btw voor scholenbouw. In het Belgisch Staatsblad van 15 december 2015 werd het besluit gepubliceerd. In de circulaire van 27 januari 2016 gaf de btw-administratie meer duiding over de concrete uitwerking. Het gaat daarbij zowel om het bouwen van een school als om werken in onroerende staat. Ook onroerende financieringshuur en leasing van schoolgebouwen vallen onder de verlaagde 6 procentregeling.

In deze circulaire lees ik een passage die belangrijk is, mede in het licht van het debat dat wij gisteren hadden over multifunctionele inzet: “Niet alleen de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderricht (klaslokalen, zorglokaal, sportzalen, aula, wetenschaps-, computerlokalen e.d., werkplaatsen, enz.) zijn bedoeld, doch ook al de andere plaatsen die worden gebruikt door de studenten (refters, lees- en recreatiezalen, studiezalen, bibliotheken, gebedsruimte, buitenschoolse kinderopvang, enz.), alsmede lokalen bestemd voor het personeel (leraarslokaal, enz.), de technische lokalen (keukens, kelders, bergplaatsen, enz.), de administratieve lokalen (het secretariaat, enz.), de lokalen die gebruikt worden door de CLB’s en de zogenaamde ‘mini-ondernemingen’ of ‘leerbedrijven’. Worden eveneens beoogd: de afsluitingen, de (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, het sportterrein, de fietsenstalling, de parking, de toegangsweg, de serre enz. die deel uitmaken van het terrein waarop het schoolgebouw is opgericht.”

De circulaire is zeer gedetailleerd: wij kunnen daar vanuit Onderwijs alleen maar blij om zijn.

In de circulaire staat een opmerkelijk gegeven: als de verlichting is ingebouwd, is het 6 procent, maar als de lampen aan het plafond hangen, dan is dat geen 6 procent. Ik heb mij daar heel sterk over verbaasd, maar blijkbaar denken ze bij de btw-administratie dat dat een onroerend goed is. Maar een ingebouwde lamp kun je niet inpakken en meenemen naar je andere gebouw, terwijl we blijkbaar allemaal dagelijks een opgebouwde armatuur afvijzen en terug meenemen naar huis. Dat is blijkbaar de filosofie die men daar hanteert. Ik denk dat de scholen daarmee bezig zijn.

Er is één uitzondering: de gebouwen van de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's) kunnen nog niet genieten van het verlaagde tarief omdat er geen feitelijk onderricht gebeurt. Federaal minister van Financiën Van Overtveldt werkt aan een initiatief om dit probleem op te lossen. Het verlaagd tarief gaat in voor facturen vanaf 1 januari 2016.

Minister, u had het daarnet over minister Jambon. Ik heb het even nagekeken, het is minister Van Overtveldt. Hij heeft erop gewezen dat btw-regelingen die in de toekomst zouden moeten worden aangepast omdat Europa ons toch in gebreke zou stellen er niet toe kunnen leiden dat de btw-minderontvangst uit het verleden door de betrokken belastingplichtigen moet worden gerecupereerd omdat zij voldaan hebben aan de nationale btw-regelgeving. Dat is inderdaad een goed gegeven.

Minister, mijn vragen zijn vrij operationeel omdat een aantal scholen vragen stellen over hoe dat nu in zijn werk gaat, nu er ruimte is.

Wat is het gevolg van deze maatregel voor de budgetten van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) en voor de infrastructuurbudgetten van het gemeenschapsonderwijs (GO!)? Kan er nu versneld werk worden gemaakt van het inperken van de wachtlijst voor scholenbouw door de aanwending van de gelden die begroot waren voor btw en nu niet dienen gebruikt te worden? Indien die budgetten aangewend kunnen worden, welke criteria zullen daarvoor gebruikt worden? Dezelfde, of andere?

Wat is het gevolg van deze maatregel voor het DBFM-project (Design, Build, Finance, Maintain) Scholen van Morgen? Dan spreek ik zowel over de projecten van het verleden als over de projecten die nog moeten worden opgestart als over de projecten die lopende waren maar waarvan al delen zijn opgeleverd voor 1 januari 2016.

En dan een vraag die, denk ik, bij heel veel scholen leeft: wat is nu het gevolg voor de terbeschikkingsvergoedingen die scholen moeten betalen in het kader van DBFM-projecten opgeleverd na 1 januari 2016? Zullen die terbeschikkingsvergoedingen nu dalen door de btw-verlaging? Of blijven ze gelijk en zal het budget dat vrijkomt worden gebruikt om nieuwe scholen te doen in de DBFM? 

Minister, wat gaan we doen in de totaliteit van de budgetten van de DBFM Scholen van Morgen? Gaan we daarin nieuwe scholen laten instromen? Welke criteria zullen daar al dan niet voor gebruikt worden? Werd daarvoor al een oproep gelanceerd?

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Het garanderen van voldoende capaciteit in het onderwijs is een bezorgdheid die we allemaal delen. De btw-verlaging inzake scholenbouw kan hierop uiteraard een positief effect hebben. De impact van deze verlaging voor 2016 werd geschat op 11 procent extra investeringen en dus om en bij de 12.000 stoeltjes en 470 klassen. Minister Van Overtveldt zond recent de specifieke richtlijnen met betrekking tot de btw-verlaging rond en dus kan er nu een concreter beeld worden gegeven van de capaciteitsverhoging ten gevolge van de investeringen door de Vlaamse overheid, in combinatie met de federale btw-verlaging.

Tot onze tevredenheid – en de heer Daniëls alludeerde er ook al op – is de interpretatie van schoolgebouwen voldoende ruim om niet tot absurde situaties te komen waarbij het ene deel wel en het andere deel van de school niet onder de nieuwe btw-regeling zou vallen. Er blijven blijkbaar nog voldoende absurditeiten over, bijvoorbeeld wat verlichting betreft.

Wel is het opvallend dat de Federale Regering een meerinkomst van 30 miljoen euro inschrijft ingevolge bijkomende uitgaven door de btw-verlaging op scholenbouw voor geheel België. Het is dan ook duidelijk dat de federale collega’s verwachten dat de deelstaten in ruil voor de btw-verlaging een aanzienlijke verhoging van het budget voor schoolinfrastructuur zullen realiseren.

Minister, kunt u voorafgaand een beeld geven van de investeringen in 2015, zowel in termen van middelen als van daardoor gecreëerde plaatsen? Wat zal de concrete impact zijn van de btw-verlaging voor scholenbouw vanaf 2016? Hoeveel extra plaatsen zullen hierdoor gecreëerd worden? Kunt u aangeven wat de impact van deze bijkomende ruimte zal zijn op de wachtlijst van aanvraagdossiers op korte en lange termijn? Kunt u aangeven hoe Vlaanderen concreet zal bijdragen tot het realiseren van de federale 30 miljoen euro meerinkomst in de begroting?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, als ik de vergelijking maak met onze vorige discussie over de btw-verlaging, ben ik blij met het voortschrijdend inzicht en de toch wel andere teneur.

Gedurende vele jaren is ervoor gepleit om het btw-tarief voor scholenbouw te verlagen van 21 naar 6 procent. Op 15 december 2015 werd het besluit dat deze maatregel bekrachtigt, gepubliceerd. Uit de recente omzendbrief van de federale minister van Financiën blijkt dat het voordeeltarief bovendien maximaal kan worden toegepast.

Volgens het gezamenlijke persbericht van de Vlaamse minister van Onderwijs en haar federale collega van Werk op 11 oktober 2015 zou deze lastenverlaging door diverse terugverdieneffecten, samen met andere uit te werken maatregelen in de bouwsector, voor de federale overheid zelfs 30 miljoen euro opleveren tegen de horizon 2019.

Voor infrastructuurwerken in het onderwijs betekent dit uiteraard dat met eenzelfde budget meer kan worden gerealiseerd.

Minister, welk effect zal de btw-verlaging hebben op de wachtlijst voor subsidiedossiers bij het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)? Welke impact is mogelijk op de DBFM-dossiers rond bouwwerken, maar ook rond de beschikbaarheidsvergoedingen?

Minister, uit uw communicatie heb ik begrepen dat ook de scholen die in nuttige volgorde stonden voor wat betreft DBFM maar die toen, wegens het budget, niet meer konden inschrijven, opnieuw gecontacteerd zijn en dat ze bovendien al hebben gereageerd of ze er al of niet wensen op in te gaan. Uit een van uw antwoorden in de plenaire zitting heb ik ook begrepen dat Antwerpen daar niet slecht bij bedeeld is.

Welke impact is mogelijk op de internaten?

Welke impact wordt voorzien op de onderwijsniveaus buiten het leerplichtonderwijs?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, dank u voor deze vragen, die mij ook de kans geven om een en ander te verduidelijken in verband met die 6 procent btw.

Mijnheer Daniëls, ik zag uw verrassing toen ik zei dat de minister gisteren in de Kamer een uitspraak had gedaan. U bent dat gaan opzoeken. Het was inderdaad minister Van Overtveldt. Ik heb het anders gezegd opdat u het niet meteen zou terugvinden. Maar u hebt het toch gevonden, uiteraard. U weet dat wij ‘just in time’ opvolgen wat waar gezegd wordt. U probeert dat natuurlijk ook te doen, en u doet dat ook goed.

Voor mij was dat wel een zeer geruststellende boodschap. Ik vind het belangrijk om in dit Vlaams Parlement nog eens te onderstrepen dat, mocht er effectief een probleem zijn, het nooit tot een situatie kan komen waarin scholen plots moeten bijbetalen. We moeten deze boodschap echt nog eens duidelijk aan de scholen geven. Die verlaging kan nooit tot gevolg hebben dat er moet worden bijbetaald. Dat zou natuurlijk heel vervelend zijn.

Collega’s, de btw-verlaging op scholenbouw van 21 procent naar 6 procent heeft een positief effect op de beschikbare budgetten van zowel AGIOn als het GO! en de lokale onderwijsverstrekkers, bijvoorbeeld gemeentebesturen en private inrichtende machten.

Wat betekent dit in miljoenen? Door de btw-verlaging kunnen dit jaar, in 2016, ten bedrage van ongeveer 33 miljoen euro bijkomende schoolbouwprojecten worden goedgekeurd binnen de reguliere investeringen. Dat is 25,86 miljoen euro binnen de reguliere subsidiëring van AGIOn, en 7,18 miljoen euro binnen de reguliere financiering van het GO! Als we daarbij het effect in rekening brengen op het eigen aandeel van de scholen in het gesubsidieerd onderwijs – het eigen aandeel dat scholen nog extra moeten betalen bedraagt 30 procent in het basisonderwijs en 40 procent in het secundair onderwijs – betekent dat nog eens 13,93 miljoen euro.

Dat brengt het globale effect van de btw-verlaging binnen de reguliere subsidiëring en financiering op ongeveer 47 miljoen euro. Daarvan heeft de Vlaamse Regering gezegd dat ze die voluit zal inzetten voor nieuwe schoolprojecten waar dat kan. Dat is de ruimte die vrijkomt. Het zijn natuurlijk extra middelen die scholen niet moeten uitgeven, ze zijn vrij om te kijken hoe ze het doen. Maar voor heel veel scholen is dat toch aangenaam.

De schoolbouwprojecten die in het verleden nog aan 21 procent werden vastgelegd, maar die pas vanaf 1 januari 2016 opgeleverd worden, genieten ook van het 6 procenttarief. Dat is niet te onderschatten.

In het kader van de begrotingsaanpassing 2016 bekijken wij of de vrijgekomen betalingskredieten, dus de ordonnanceringskredieten, opnieuw vastgelegd kunnen worden in functie van nieuwe schoolbouwprojecten. Het zou een bijkomende meerwaarde zijn als we deze al vastgelegde maar niet meer uit te betalen middelen ook kunnen herinvesteren in scholenbouw. Dit voorstel hebben we op tafel gelegd in het kader van de begrotingsaanpassing 2016. De bedragen voor nieuwe schoolbouwprojecten die vanaf 1 januari 2016 formeel worden vastgelegd, hebben sowieso het 6 procent btw-tarief. De Vlaamse Regering heeft beslist om de ruimte die er komt, maximaal te investeren. Ik ga ervan uit dat dat voorstel het ook zal halen bij de begrotingsaanpassing.

Dankzij die btw-verlaging kan er met hetzelfde budget meer schoolgebouwoppervlakte worden gerealiseerd en kunnen dus ook meer schoolbouwdossiers worden goedgekeurd. Dat heeft uiteraard een impact op de wachtlijsten. De btw-verlaging vormt een toch wel substantieel element, ook om een stukje inhaalbeweging te doen.

De schoolbouwdossiers die bijkomend goedgekeurd kunnen worden dankzij de btw-verlaging, zijn nog niet bekend. Het zal in grote mate gaan om wachtlijstdossiers die de verbetering en modernisering van onze schoolgebouwen tot doel hebben, al dan niet gecombineerd met een stuk capaciteitsuitbreiding. Ik kan nu onmogelijk al correct inschatten welke projecten dat zijn en hoeveel extra plaatsen daarmee gecreëerd worden.

Collega Daniëls, AGIOn geeft aan dat de budgetten die door de btw-verlaging ter beschikking komen, aangewend worden conform de geldende regelgeving en subsidieprocedures. Er zullen geen andere voorwaarden voor toewijzing zijn dan de manier waarop we op dit ogenblik aan het werken zijn.

Het GO! heeft al meegedeeld dat de vrijgekomen budgetten in de algemene planning rond schoolpatrimonium worden opgenomen en via goedkeuring door de Raad van het GO! zullen worden aangewend.

Collega’s, wat DBFM betreft, zitten we met een ander verhaal. Door de btw-verlaging daalt de totale investeringskost binnen het DBFM-programma Scholen van Morgen voor de projecten met een oplevering vanaf 1 januari 2016 met ongeveer 160 miljoen euro. We kunnen dat niet tot in detail zien. Gelet op de zeer omvangrijke wachtlijsten voor renovatie van schoolgebouwen, de verwachte noden aan extra capaciteit en de belangstelling op het terrein, heeft de Vlaamse Regering in december 2015 beslist om onderhandelingen te starten met de DBFM-vennootschap Scholen van Morgen, niet over een uitbreiding maar een inbreiding van het DBFM-programma ten bedrage van 160 miljoen euro, goed voor een bijkomende schoolbouwoppervlakte van ongeveer 75.000 tot 80.000 vierkante meter. Hiertoe werden reeds een aantal schoolbesturen aangeschreven vanuit de beschikbare reservelijsten voor het huidige DBFM-programma Scholen van Morgen. Er bestaat een officiële reservelijst per onderwijsnet. Door de btw-verlaging zullen wij hoogstwaarschijnlijk een twintigtal bijkomende DBFM-projecten kunnen realiseren.

Wat de impact van de btw-verlaging op de verdere uitvoering van het DBFM-programma betreft, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de DBFM-scholen die voor 1 januari 2016 opgeleverd werden en deze die vanaf 1 januari 2016 opgeleverd worden. De scholen met een opleveringsdatum voor 1 januari 2016 hebben een btw-tarief van 21 procent betaald op de kosten voor Design en Build, zijnde de investeringscomponent in de beschikbaarheidsvergoeding. Dat is dus al betaald. De btw-verlaging heeft voor deze projecten wel een impact op de onderhoudscomponent in de beschikbaarheidsvergoeding. Voor de 25 DBFM-projecten die voor 1 januari 2016 werden opgeleverd, blijkt op basis van een objectieve doorrekening van de btw-tariefverlaging op de onderhoudsdiensten dat de beschikbaarheidsvergoeding die de school periodiek moet betalen, gemiddeld daalt met 2,3 procent met ingang van 1 januari 2016.

De btw-verlaging heeft voor de projecten binnen het DBFM-programma Scholen van Morgen met een opleveringsdatum vanaf 1 januari 2016 een impact op zowel de investeringscomponent als de onderhoudscomponent in de beschikbaarheidsvergoeding. Hierdoor daalt de periodieke beschikbaarheidsvergoeding die de school moet betalen met ongeveer 10 procent ten opzichte van een beschikbaarheidsvergoeding vastgesteld aan een btw-tarief van 21 procent. Er zijn dus ook hier voor de scholen vrij omvangrijke effecten, die zeker een positieve impact kunnen hebben wat betreft besparingen op werkingsmiddelen en dergelijke.

Wat de federale begroting betreft, collega Gennez, heb ik geen weet van een doelstelling die opgelegd zou zijn aan Vlaanderen. Ik ben ook niet verantwoordelijk voor de opmaak van de federale begroting. Ik ben vooral zeer blij dat de btw op scholenbouw eindelijk is verlaagd. Wij hebben er zeer lang op aangedrongen, en het is gelukt. Ik heb al herhaaldelijk gezegd dat ik ook zeer tevreden ben met de moed die is betoond om het te doen, want het is een beslissing die gedragen is over alle partijgrenzen heen. Het is een beslissing waar het veld al heel lang op zat te wachten.

Ik verwijs wel even naar het jaarverslag van de Nationale Bank van België van 2015. Mevrouw Gennez, ik was daar best wel trots op. U mag daar ook trots op zijn, maar u moet dat dan nog wel zeggen. In het jaarverslag staat geschreven: “De overheidsinvesteringen zijn tijdens het verslagjaar aanzienlijk toegenomen. De bruto-investeringen in vaste activa zijn zelfs de enige uitgaven die sneller stijgen dan het gemiddelde verloop tijdens de afgelopen vijftien jaar. Deze forse toename is enerzijds toe te schrijven aan belangrijke bouwprojecten inzake schoolgebouwen, met name in de Vlaamse Gemeenschap (...).” Dit staat uitdrukkelijk in het verslag en ik vind dat wel een mooie vermelding.

Ik kan nog geen exacte cijfers geven van alle vastgelegde kredieten inzake schoolinfrastructuur. Daarvoor verwijs ik graag naar de toekomstige verslagen die zullen worden opgemaakt.

Mijnheer De Meyer, wat de internaten en de btw betreft, verwijs ik graag naar de bepalingen van het KB dat betrekking heeft op de btw-verlaging voor schoolgebouwen en vooral naar de toelichtende nota van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit. Op het einde van paragraaf 2.3.2 van deze nota staat heel expliciet: “Voor zover internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen, vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek (zie punt 22 van voormelde circulaire AAFisc Nr. 50/2013) kunnen de in punt 1 bedoelde handelingen onderworpen worden aan het btw-tarief van 6 procent”. Collega De Meyer, ook de internaten kunnen dus genieten van het verlaagd btw-tarief.

Voor de andere internaten, die niet gelinkt zijn aan onderwijsinstellingen, blijft het vroegere btw-regime van toepassing. U weet dat er voor deze laatste internaten al een gevarieerd en deels verlaagd btw-regime van toepassing was, namelijk 12 procent voor nieuwbouw, 21 procent voor werken aan gebouwen die minder dan 10 jaar oud zijn en 6 procent voor gebouwen die meer dan 10 jaar oud zijn. We hadden daar dus al een gunstig regime.

Tot slot, de btw-verlaging heeft betrekking op gebouwen die hoofdzakelijk gebruikt worden door een onderwijsinstelling. Een expliciete verwijzing naar het leerplichtonderwijs is er niet. Dat betekent dat ook instellingen in het hoger onderwijs kunnen genieten van het verlaagd btw-tarief van 6 procent.

Ik kan u met plezier een uittreksel bezorgen van de uitspraken in de Kamercommissie. Voor wie daarin geïnteresseerd is, geef ik ook zeer graag de omzendbrief die door de federaal bevoegde minister gepubliceerd is over de volledige praktische impact van dat verlaagde btw-tarief van 6 procent. Het is een zeer interessant document omdat u daar alle informatie in vindt. Het is ook op de website te vinden. Ik zal deze documenten overmaken aan het commissiesecretariaat.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw toelichting. Als ik het goed begrijp is het zo: 160 miljoen euro van DBFM en 47 miljoen euro van AGIOn en GO! Dat geeft samen 207 miljoen euro, die we extra kunnen besteden aan infrastructuurbouw.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

De 160 miljoen euro is over de hele duur en de 47 miljoen euro is per jaar, dat is enkel voor 2016. Het wordt dus meer.

Ik stel de vraag omdat we hier moeten opletten. Die 160 miljoen euro is uw vermindering.

Minister Hilde Crevits

Het hangt ervan af. Er is de investeringscomponent en de onderhoudscomponent. Die 160 miljoen euro gaat over een langere periode. De projecten waar we extra in voorzien, gaan ook over een langere periode. Maar de 47 miljoen euro is enkel nu. Als dat blijft duren, kan je dat ook in de komende jaren als extra budget aanrekenen. Je kunt ze niet gelijkschakelen, je mag ze dus niet optellen.

Ik heb nog een aantal concrete vragen. U hebt net gezegd dat er op de reservelijst van DBFM nog een twintigtal projecten staan. Wil dat zeggen dat er ook nieuwe projecten kunnen worden ingediend? Er zijn een aantal scholen die dat hoorden en zich afvroegen of ze nieuwe projecten konden indienen. In het verleden waren er projecten die intekenden, dan zagen dat ze er niet bij waren en dan zelf gestart zijn. Kunnen er van die twintig projecten die nog op de reservelijsten staan, nog projecten afvallen?

Dan is er de verlaging van de beschikbaarheidsvergoeding. Die beschikbaarheidsvergoedingen worden wat betreft het gesubsidieerd onderwijs, betaald uit de reguliere AGIOn-middelen. Wil dat dan zeggen dat in de vrijgekomen budgetten van AGIOn het aandeel gedaalde beschikbaarheidsvergoedingen al is meegenomen? Die beschikbaarheidsvergoedingen worden betaald uit AGIOn. Dat zit in één pot. Is dat dubbel geteld of niet?

Ik weet niet zeker of collega De Meyer ons bedoelt. Ik denk het niet want wij zijn nooit tegen een btw-verlaging geweest, integendeel. Wie de partijprogramma’s van de N-VA leest, ziet dat sinds het ontstaan van de partij dat altijd op één stond, omdat de btw op schoolgebouwen nog eens een transfermechanisme is omdat wij in Vlaanderen veel meer volume bouwen en ook veel meer bijdragen. Wat ons principe wel was, is een voorzichtigheidsprincipe. We zijn blij dat er nu federaal duidelijkheid is.

Europa heeft geantwoord op een vraag van de heer Belet wat betreft bijlage 10 dat het eigenlijk niet kan. Als Europa toch aan de rem zou trekken, maar laat ons hopen van niet, dan hebben we nu duidelijkheid voor de scholen dat ze niet moeten vrezen om nu berekeningen te maken aan 6 procent en alsnog een factuur te krijgen om bij te betalen. Daar zijn we toch wel blij voor.

Minister, wat DBFM betreft, zegt u dat het daar daalt met 10 procent. Wat betreft de kosten voor dienstverlening, blijft 21 procent gelden, dus op de architectenlonen en de studiebureaus. Moet ik dan begrijpen dat het maar 10 procent daalt door het aandeel gerelateerde diensten aan 21 procent die in die kost blijven? Als we van 21 procent naar 6 procent gaan, is dat natuurlijk een grotere daling dan de 10 procent die u hier nu naar voren brengt.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Uiteraard zijn we allemaal trots op de investeringen in scholenbouw. In 2015 zijn er immers heel wat DBFM-Scholen van Morgen opgeleverd. We zijn blij dat die eindelijk gerealiseerd worden.

Uiteraard hopen we dat Europa de btw-verlaging laat voor wat ze is, maar hebt u enig zicht op de stand van zaken in de aanmeldingsprocedure?

Minister, u zegt dat u de eerder aanbestede projecten die opgeleverd worden vanaf 1 januari 2016 ook wilt laten genieten van het verlaagd btw-tarief. Dat is uiteraard positief, dat is ook herhaaldelijk door collega’s en door ondergetekende gevraagd. Hebt u er enig zicht op over hoeveel middelen dat gaat?

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

De collega’s hebben de aanvullende vragen reeds gesteld die ik eventueel wou stellen. Met een knipoog – ik viseer niemand –: zolang je niet over alle kennis beschikt, is het een compliment dat er gezegd wordt dat er voortschrijdend inzicht is.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, wat betreft de geestesverruiming: het is niet goed om het leven te bekijken door een achteruitkijkspiegel, maar we moeten nu vooruit kijken. Ik zal ook proberen om me eraan te houden, maar soms kriebelt het nog een beetje om het anders te doen. De geschiedenis heeft natuurlijk ook haar rechten, en daar bestaan eindtermen voor.

Collega Gennez, er is geen aanmelding nodig, je mag gewoon beslissen wat een btw-tarief is. Als daar ingegrepen wordt, zal dat gebeuren, maar aanmeldingen hoeven niet te gebeuren. Ik weet wat daar binnen Europa over gezegd, gedacht en geschreven is, maar in het kader van de acute noden die er zijn en ook de gerechtvaardigde vragen naar een verlaging van dat tarief, is de beslissing genomen en moeten we nu ‘full force’ bouwen. Dat is het enige advies dat ik overal kan geven: spades in de grond en proberen te bouwen.

Ik heb geprobeerd om te melden dat wij zo weinig mogelijk ingrijpen op de gebruikelijke procedures vanwege die middelen. Het zijn extra middelen, dus we kunnen extra investeren en we laten alles zijn gang gaan.

Wat de doorrekening per project betreft: de vennootschap moet dat per project bekijken. In die beschikbaarheidsvergoeding over dertig jaar zit de bouwkost en zit de onderhoudscomponent. Dat moet worden uitgesplitst. Het heeft ook een impact op de financiering. Er zal ook een kostencomponentje aan verbonden zijn. Dat zit nog in volle onderhandeling, daar kan ik nog niet zo veel details over geven. De daling zit vooral in de bouwkost en iets minder in de onderhoudskost. Mocht het allemaal onderhoudskost zijn, dan zou ik mijn hart vasthouden over de kwaliteit van het gebouw. Het is logisch dat het minder in de onderhoudskost zit.

U hebt goed gezien dat de daling bij de beschikbaarheidsvergoeding bij AGIOn nog niet volledig doorgerekend is. Dat zal nog een extra bonusje opleveren. Maar ik speel graag op veilig als ik cijfers noem. Ik weet dat jullie daar ook heel gevoelig voor zijn. Wat ik nog niet uitgeklaard en berekend heb, meld ik ook niet om die veiligheidsmarge te houden. Uw vragen zijn terecht. Er lopen ook onderhandelingen over. Dat is ook voor de scholen een verandering, zeker voor de contracten die al lopen waarbij er dan plots een daling is. Nog eens, die financiering moet ook deels herbekeken worden. Dat is best wel complex, maar we proberen hen daar zo goed mogelijk in te begeleiden.

Over de lijst van projecten is ook een opmerking gemaakt. Hoe zit dat in elkaar? Er is een wachtlijst voor de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG), een voor het vrij gesubsidieerd onderwijs en een voor het GO!. Elk moet nu op de eigen lijst naar de projecten kijken. De focus gaat het liefst naar een beetje serieuze projecten. Ik heb ook graag dat er wat extra stoeltjes mee gecreëerd worden. Wat de stad Antwerpen betreft, zitten alle projecten op de wachtlijst van het officieel gesubsidieerd onderwijs. Het is de koepel die daar de reserveprojecten DBFM mee moet selecteren. Het is de Vlaamse Regering die de lijst zal vastklikken. We laten iedereen nu wel een voorstel doen. Sommige projecten zijn wat verouderd. Die scoorden vroeger hoog, maar moeten nu geüpdatet worden.

Het vrijgekomen aandeel dat naar het onderwijsnet ogo gaat volgens ODII is 12.000 vierkante meter maal 2000 euro. Dat is de reden waarom ik daarnet zei dat Antwerpen nog een grote hap zal krijgen. Dat is de berekening voor ogo volgens ODII. Het gaat dus over 24 miljoen euro en 12.000 vierkante meter extra. Ik hoop echt dat dit projecten zijn die verder gaan dan gevelrenovaties, maar dat ze ook tot extra plaatsen leiden omdat dat prioritair is. We laten wel toe dat oude voorstellen worden geactualiseerd. Totaal nieuwe voorstellen liggen een beetje moeilijk omdat we dat ook niet toelaten aan anderen. De lijsten zijn lang genoeg.

Er zijn scholen die zeggen dat ze er nu wel in willen stappen, maar dan moet er een nieuwe oproep gebeuren en ben ik heel veel tijd kwijt. Ik wil eerst en vooral kijken of ik mijn doos kan vullen met projecten die nog actueel genoeg zijn en die op de lijst staan.

Als we de vierkante meters nemen, dan zal dit voor het vrij gesubsidieerd onderwijs 50.000 vierkante meter extra opleveren. Dat kost ongeveer 100 miljoen euro. Voor het GO! gaat het over 11.500 vierkante meter, ook nog eens goed voor 24 miljoen euro. Het is dus echt niet te onderschatten hoeveel zuurstof hiermee wordt gecreëerd.

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Ik vind het goed dat u de marge op de terbeschikkingsvergoeding wilt meenemen. Allicht komt er nog een beetje bij. Elke 100.000 euro is absoluut meegenomen als ik zie wat de noden zijn.

Wat betreft de herberekende contracten vraag ik u om alstublieft de scholen goed te begeleiden. De Scholen van Morgen werken echt professioneel. Ik werp er zeker geen steen naar. Het project geeft ook een zeer goed rendement over 30 jaar. Dat rendement is afgesloten. Iedereen kan daar met de 0,11 procent op spaarboekjes alleen maar van dromen. Pacta sunt servanda, maar ik hoop dat u goed bewaakt dat de btw-maatregel er niet toe leidt dat de winst nog een beetje naar boven wordt aangezuiverd voor de verschillende partners. We moeten proberen om elke euro die de btw-verlaging met zich meebrengt, terug in te zetten voor de scholen, hetzij in verlaging van budgetten, hetzij in bijkomende capaciteit.

De marge zit in hoe het onderhoud wordt berekend en welk onderhoud in de component ‘maintain’ is vastgeklikt als onroerend onderhoud en wat onderhoud is in het kader van geen onroerend onderhoud. Zelfs een getal na de komma kan zeer grote fluctuaties geven. Daarom vraag ik om dat goed op te volgen en de scholen en de koepels daarin goed te ondersteunen. Ze kunnen op dat vlak wel wat hulp gebruiken.

Wat betreft de reservelijst van DBFM heb ik gehoord dat het voor scholen geen nut heeft om nog nieuwe projecten op te sturen.

We zullen dit blijven opvolgen.

Ik neem aan dat de eventuele cijferreeksen die u hebt gegeven, als bijlage bij het verslag kunnen worden gevoegd.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik ben ervan overtuigd dat de minister dit samen met haar medewerkers en uiteraard met het kritische oog van het parlement op een schitterende manier verder zal opvolgen.

De voorzitter

Dat is een positieve verwachting.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.