U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, uit uw beleidsbrief Landbouw en Visserij 2015-2019 blijkt dat u de rol van vrouwen in onze Vlaamse land- en tuinbouw wilt versterken. Er zijn beduidend minder vrouwen dan mannen die een land- of tuinbouwbedrijf leiden. Een studie uit 2011 leerde ons dat slechts 11 procent van de bedrijfsleiders in de professionele land- en tuinbouw een vrouw is, terwijl 37 procent van de regelmatig tewerkgestelden vrouwen zijn. Vrouwen ontvingen maar 7 procent van de waarde van de toeslagrechten. Ook gaan vrouwen in de land- en tuinbouw de laatste jaren meer buitenshuis werken.

Minister, in uw beleidsbrief stelt u dat u samen met Katholiek Vormingswerk van Landelijke Vrouwen (KVLV)-Agra een steunpunt voor vrouwen in de land -en tuinbouw zal uitbouwen. Het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) zal ook focusgroepen organiseren waarin zal worden gepolst naar de diverse problemen en uitdagingen waarmee vrouwen in de land -en tuinbouw worden geconfronteerd. Daarmee zouden dan gerichte acties kunnen worden opgezet.

Vormde de studie uit 2011 de basis voor de beleidsbrief of zijn recentere studies beschikbaar waaruit een objectieve vaststelling en cijfers zijn gebleken? Is meer onderzoek wenselijk of nodig? Wat zijn de krijtlijnen voor de uitbouw van een steunpunt voor vrouwen in de land- en tuinbouw? Werd een samenwerkingsovereenkomst met KVLV-Agra opgemaakt? Met welke wederzijdse engagementen? Werden de focusgroepen al opgestart? Op welke manier is dit geen dubbel lopen met het project met KVLV-Agra? Kwamen daar al concrete acties uit?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

De studie uit 2011 vormde inderdaad mede de basis om in de beleidsbrief en beleidsnota hierop een extra focus te leggen. Uit recentere gegevens van 2013 blijkt dat het aandeel vrouwelijke bedrijfsleiders 12,2 procent bedraagt. Het aandeel van vrouwen dat effectief is tewerkgesteld, bedraagt 34,6 procent. We zien geen grote schommelingen in deze cijfers. Meer of extra onderzoek op dat vlak lijkt ons dus niet nodig. We hebben de basis en moeten daarop voortwerken.

Op 25 februari 2016, binnenkort dus, wordt het steunpunt officieel gelanceerd. Het voorziet in de aanstelling van een vertrouwenspersoon voor de duur van twee jaar. De vertrouwenspersoon zal eerstelijnsadvies verstrekken, met een focus op het aanreiken van juridische informatie, en een luisterend oor bieden voor vrouwen die op hun landbouwbedrijf te maken hebben met financieel moeilijke situaties. Het engagement dat tegenover de financiële dotatie van 182.000 euro staat, is uiteraard gekoppeld aan voorwaarden die zijn opgenomen in een ministerieel besluit. Dat wordt op die manier verder uitgerold.

Er zijn heel wat voorwaarden gekoppeld aan de dotatie. Een kenniscentrum en een multidisciplinair netwerk moeten worden uitgerold. De beschikbare kennis moet worden gebundeld en beter samengebracht. Er komt eerstelijnsadvies. Er moet worden samengewerkt waar dat mogelijk is. In de aanloop naar de opstart wordt nagegaan welke dienstverlening er al is, alvorens die samen te brengen. Samenwerken is het ordewoord. De toegankelijkheid moet gewaarborgd zijn voor alle vrouwen in de land- en tuinbouw en voor iedereen die deze vrouwen wil ondersteunen. Er kan contact opgenomen worden met het steunpunt, ongeacht of je lid bent van de organisatie. Dat vind ik heel belangrijk. Er wordt proactief en preventief gewerkt, vertrekkend vanuit een positief imago. Het steunpunt wil een positief imago behouden en vermijden dat er een taboe ontstaat rond het contacteren van het steunpunt. Het meldingspunt moet groeien tot belangenbehartiging.

De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) volgt de activiteiten van het steunpunt op. Het is de bedoeling om een goed overzicht te hebben van alle vragen en waarover het precies gaat. Op die manier leer je veel en kunnen daar beleidsconclusies aan gekoppeld worden. Over twee jaar komt er een eindverslag.

De organisatie van de focusgroepen werd besproken tijdens een overleg tussen ILVO en KVLV-Agra. Hieruit bleek dat er niet direct een meerwaarde zou zijn van deze focusgroepen en dat de diverse problemen en uitdagingen waarmee vrouwen worden geconfronteerd in een eerste fase zullen worden gemonitord door dit project.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Die studie uit 2011 bracht inderdaad een aantal objectieve cijfers naar voren over de positie van de vrouw in de land- en tuinbouw, cijfers over tewerkstelling, veiligheid, verdeling van steun. Dat rapport werd nog voorgesteld door toenmalig minister Kris Peeters. U haalt nu zelf cijfers uit 2013 aan en u zegt dat de basis er is.

Maar ik ben toch een beetje bezorgd omdat de conclusies van toen nu naar de prullenmand lijken te worden verwezen. De focus op de vrouw als ondernemer-bedrijfsleider is weg. Dat bleek ook nog uit een schriftelijke vraag van de heer Vanderjeugd. De focus verschuift naar de landbouwcrisis en alle – overigens terechte – bekommernissen daarover. Maar die verengen tot vrouwelijke bekommernissen en ze wegstoppen in een steunpunt voor vrouwen, is volgens mij niet de juiste weg.

Minister, u hebt goede initiatieven genomen bij de crisis rond de bedrijfsadvisering. Het bedrijfsadviseringssysteem KRATOS is bijna operationeel. Eventueel zijn er daar mogelijkheden om het vrouwelijk leiderschap te belichten. De samenwerking met de vzw Boeren op een Kruispunt kan worden uitgewerkt. Mijn fractie vindt dat trouwens een zeer waardevolle samenwerking. Hulp op maat met betrekking tot alle aspecten binnen de land- en tuinbouw is belangrijk, met oog op de samenhang tussen bedrijf en gezinsleven, maar zonder dat genderstempeltje. Laat ons die initiatieven ten volle uitvoeren.

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Ik ben gelukkig dat mevrouw Joosen deze vraag stelt. Ik verheug mij over de antwoorden en de dialoog. Een tijdje geleden, toen ik aan de andere kant binnenkwam, waren er in de Kamer 6 vrouwen op de 212. Dat is 48 jaar geleden. Mijn eerste wetsvoorstellen waren van emancipatorische aard. Dat zal sommigen misschien verwonderen.

Het is mijn diepe, diepe overtuiging dat de vrouw een kapitale rol vervult in de landbouwsector, ook voor het voortbestaan van de sector. Wat mij betreft, is volgende verengde definitie van toepassing: de landbouwer is een mecanicien en zijn echtgenote is een computerspecialiste. Ik heb altijd het gevoel gehad dat, in welke sector ook, de vrouw altijd twee activiteiten heeft: die van haar beroep en die van moeder, partner, grootmoeder, noem maar op. Ik heb het eens met ironie gezegd, maar ik geloof er diep in dat 1 mei de dag van de werkende vrouw zou moeten zijn. Dat is al zestig jaar lang mijn overtuiging.

Het treft mij dat een aantal bedrijven, een aantal mogelijkheden en initiatieven verdampen omdat er geen partenariaat, samenwerking kan zijn, doordat men een bijberoep of een ander beroep heeft. Zo is men bijvoorbeeld leerkracht of ambtenaar, werkt men als kaderpersoneel of verpleegster én is men echtgenote of partner van een man die een landbouwbedrijf uitbaat. Soms zijn ze gespecialiseerd in een bepaalde richting. Zo ken ik gezinnen waarbij de vrouw zich met de varkenskweek bezighoudt en de man met de akkerbebouwing. Men moet iets vinden opdat ‘de landbouwer’ aantrekkelijk zou blijven voor ‘de landbouwdame’. Dat is een van de punten waaraan u als vrouwelijke minister bijzondere aandacht moet schenken.

Het opstellen van een inventaris kan nuttig zijn om een aantal zaken weer te geven. Is er een evolutie? Wat gebeurt er met de jonge landbouwgezinnen? Is er een samenwerking? Kunnen de schaalvergrotingen, de bijkomende diensten, de korte keten, het hoevetoerisme, waarbij de vrouwen worden ingeschakeld, een financiële en psychologische aanmoediging betekenen en ervoor zorgen dat die medewerking voltijds wordt ingevuld en vergoed? Ik ben er niet tegen – verre van – dat men daarbij denkt aan mogelijke ondersteuningen. Het aantal landbouwbedrijven daalt drastisch. De methodes voor uitbating zijn veel veeleisender.

Mevrouw Joosen, u hebt een heel interessant en boeiend onderwerp aangesneden. Ik dank u daarvoor.

De voorzitter

De heer Dochy heeft het woord.

Minister, ik ben blij dat u hiermee uitvoering geeft aan een belangrijk item in uw beleidsbrief. Vrouwen op het platteland is een punt dat daarin uitdrukkelijk wordt vermeld.

Ik weet dat het niet evident zal zijn om daaraan concreet vorm te geven. We spreken altijd over gezinsbedrijven en familiale landbouw. Wel, er zijn nog heel veel familiale landbouwbedrijven. Bij de discussie over de schaalverandering kwam ook een mogelijk overschot aan arbeid aan bod. Aangezien de kapitaalsbehoefte voor de tewerkstelling van een volwaardige arbeidseenheid dermate toeneemt, is op bepaalde bedrijven de stap gezet om een van beide gezinsleden buitenshuis te laten werken. Vroeger was het zeer evident dat dat de vrouw was. We zien daarin een evolutie: op bepaalde plaatsen wordt de vrouw de bedrijfsleider en gaat de man buitenshuis werken. Dat is een nieuwe trend.

Om dat een plaats te geven en om binnen die gezinsbedrijven, de familiale landbouw, naar een goede toekomstvisie te gaan, is het heel belangrijk om die analyse wat verder te doorgronden, om daarover wat data te verzamelen. Dat is niet evident.

Het zal een bijzondere uitdaging zijn om dit Steunpunt vorm te geven en om daarvan iets goeds te maken. Ik ben ervan overtuigd dat, met de deskundigheid van KVLV-Agra en met hun goede bedoeling om dat open te stellen voor de hele sector, hiermee een absolute meerwaarde kan worden gecreëerd. Ik wens u en de medewerker die zijn of haar schouders daaronder zal zetten, veel succes bij de voorstelling van dit Steunpunt op 25 februari. Het wordt een uitdaging.

Jos De Meyer (CD&V)

Ik wil kort mijn suggestie van een paar weken geleden herhalen. Enerzijds zijn er de vrouwen die bedrijfsleiders zijn en anderzijds de vrouwen die meewerken op het bedrijf. Zeker in periodes van crisis is het van uitzonderlijk belang dat er voldoende aandacht wordt besteed aan een volwaardig statuut van meewerkende echtgenote.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, het gaat natuurlijk heel ruim.

Mevrouw Joosen, het gaat om een uitvoering van de beleidsnota. Ik denk dat u een denkfout maakt. Het gaat niet alleen over de crisis en problemen. Het gaat veel ruimer: het gaat ook over het in de picture plaatsen en promoten van het vrouwelijke ondernemerschap in de landbouw. Aan de andere kant kunnen er ook aspecten aan bod komen die op andere plaatsen niet zo evident zijn.

U verwijst naar KRATOS en Boeren op een Kruispunt. Die leveren allemaal fantastisch werk. Onderzoek toont echter aan dat er voor meewerkende echtgenotes in een landbouwbedrijf, als ze buitenshuis gaan werken, maar ook als ze fulltime op het landbouwbedrijf werken, een bijzondere verstrengeling is van de landbouwactiviteit, de commerciële activiteit op de boerderij en wat er gezinsmatig gebeurt.

Heel wat dames winnen graag eens juridische informatie in, zodat ze weten wat hun rechten en plichten zijn, maar zijn met handen en voeten gebonden aan het bedrijf en kunnen nergens terecht zonder dat hun echtgenoot weet dat ze die stappen zetten en die informatie inwinnen. Er is een grote nood aan vertrouwenspersonen waarbij men eens zijn hart kan luchten, waaraan men kan vragen wat de rechten en plichten zijn en ook dat niet alles naar schuldeisers zou gaan, maar dat een stuk naar het gezinsbudget kan gaan zodat ze thuis een boterham kunnen eten. Heel wat vrouwen zitten met die concrete vragen en kunnen daarmee nergens terecht zonder dat de rest van het gezin dat weet. Dat maakt hen psychologisch bijzonder kwetsbaar. Het zijn die vragen die daar gemakkelijker aan bod kunnen komen omdat die contacten er zijn, omdat dat netwerk er is en het op een vertrouwensmanier kan gebeuren. Daarin ligt volgens mij de meerwaarde van wat wij hier ondersteunen.

Er is dus zeker nood aan. Het is op basis van de noden die leven op het veld dat we proberen de dames op die manier weerbaarder te maken. We proberen hen goed te informeren over hun rechten en plichten, over de consequenties van bepaalde keuzes die worden gemaakt en beslissingen die worden genomen in het gezin.

Het zijn die zaken die specifiek beantwoord kunnen worden op een vertrouwelijke manier, zonder dat iedereen daarvan op de hoogte hoeft te zijn, zodat je ook meer bewust die keuzes kunt maken, als meewerkende echtgenote of deel uitmakend van het bedrijf. Dat is de meerwaarde van wat wij hier doen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat alle andere initiatieven ook volledig openstaan voor vrouwen. Waar wij kunnen, promoten wij onze sterke dames, die vaak ook achter de schermen werken, op het platteland.

De voorzitter

Mevrouw Joosen heeft het woord.

In de beleidsbrief en in antwoorden op eerdere schriftelijke vragen lag de focus duidelijk op de landbouwcrisis. Ik ben blij om nu te horen, minister, dat er toch plaats zou zijn om ook die ondernemende rol in de kijker te zetten. Ik ben zeer benieuwd. Het bleek in elk geval niet uit de beleidsbrief en de antwoorden op schriftelijke vragen.

Ik wil ook benadrukken dat nu de schijn wordt gewekt dat bijvoorbeeld de vzw Boeren op een Kruispunt discretie niet hoog in het vaandel zou dragen. Dat is absoluut niet het geval. Ook daar kan in discrete omstandigheden een beroep op worden gedaan. Ik ben het wel eens met collega Dochy dat het nodig is om een analyse te maken, maar of het opportuun is om dat allemaal in aparte hokjes te gaan stoppen, betwijfel ik sterk.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.