U bent hier

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag bouwt voort op uw antwoord op een actuele vraag die ik u in het begin van dit jaar in de plenaire vergadering stelde, meer bepaald op 6 januari. U zei toen over de activering van asielzoekers en vluchtelingen op de arbeidsmarkt onder meer dat u eerst een beeld wilde krijgen van de competenties. Met name de loopbaanoriëntatie zou u, zo zei u toen, daar de komende dagen of weken meer inzicht in kunnen geven.

U zei ook dat het een complex verhaal is. Volgens u zijn er een heel aantal asielzoekers en vluchtelingen die “heel moeilijk bemiddelbaar zullen zijn”, terwijl er anderzijds ook vluchtelingen zijn “die we naar een job kunnen begeleiden voor jobs die we vandaag niet ingevuld krijgen vanuit Vlaanderen”. Dat betreft onder meer de knelpuntvacatures.

Een erkende vluchteling heeft inderdaad toegang tot de arbeidsmarkt. Hij is ook vrijgesteld van een arbeidskaart. Subsidiair beschermden kunnen ook aan het werk, namelijk met een arbeidskaart C. Ook asielzoekers kunnen nog tijdens hun procedure, na vier maanden, toegang krijgen tot de arbeidsmarkt met een arbeidskaart C indien het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) dan nog geen beslissing zou hebben genomen. De Federale Regering heeft de termijn immers recent nog verkort van zes tot vier maanden.

In uw beleidsbrief, waarin u het specifiek heeft over de aanpak van de asielcrisis, stelt u dat u: “een verhoogde aflevering voorziet van het aantal arbeidskaarten, beroepskaarten, …”. De beslissing van de Federale Regering om de toelating tot de arbeidsmarkt terug te brengen tot vier maanden zou dat proces volgens u nog kunnen versnellen. In uw beleidsbrief staat ook: “In elk geval willen we er binnen mijn bevoegdheid alles aan doen opdat nieuwkomers zo snel en zo duurzaam als mogelijk aan werk geraken”.

Enkele dagen na het debat in de plenaire vergadering stond in De Morgen dat u samen met VDAB een strategie op punt hebt gesteld. Uiteraard wil ik graag van u vernemen welke strategie u precies hanteert met betrekking tot de dienstverlening van VDAB aan asielzoekers en vluchtelingen om hen in te zetten op onze arbeidsmarkt.

Minister, ik heb daarover een aantal specifieke vragen. In de zomer van 2015 is er de massale instroom van asielzoekers geweest. Als we er rekening mee houden dat ze na vier maanden een arbeidskaart kunnen aanvragen, dan zijn er allicht eind vorig jaar al heel wat aanmeldingen geweest van asielzoekers en vluchtelingen bij VDAB. Kunt u daarvan een stand van zaken geven? Heeft de instroom zich al gemanifesteerd bij VDAB? Zo niet, wanneer verwacht u die? En hoeveel verwacht u er binnen welke termijn?

Hebt u inmiddels, zoals gezegd in de plenaire vergadering begin dit jaar, een duidelijk zicht op de competenties van de asielzoekers en vluchtelingen? Kunt u de situatie ook toelichten?

Welk beleid ontwikkelt VDAB momenteel ten aanzien van de asielzoekers en vluchtelingen? Neemt VDAB bijzondere initiatieven ten aanzien van hen? Hoe zorgt u ervoor dat ook de dienstverlening aan andere werkzoekenden niet in het gedrang komt?

In welk budget voorziet u dit jaar specifiek voor de dienstverlening aan asielzoekers en vluchtelingen? Zult u prioritair inzetten op hen of geeft u er de voorkeur aan in eerste instantie maatregelen te nemen voor het inschakelen van de reeds bestaande, vrij grote, reserve aan werkzoekenden in Vlaanderen?

Kunt u meedelen hoeveel asielzoekers en vluchtelingen naar een knelpuntberoep kunnen of zullen worden toegeleid?

Welke besprekingen zijn er eventueel al gevoerd of welke afspraken zijn er desgevallend gemaakt met de diverse economische sectoren met betrekking tot de tewerkstelling van asielzoekers en vluchtelingen?

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, mijnheer Janssens, u vroeg naar de te verwachten instroom. Wij verwachten de eerste instroom van betekenis vanaf maart 2016. In vergelijking met 2015 verwachten we in de loop van 2016 10.000 extra nieuwkomers. Er zijn altijd nieuwkomers, maar dit gaat over een surplus van 10.000 in vergelijking met 2015.

Voor asielzoekers die bemiddelbaar zijn naar werk of op korte termijn bemiddelbaar kunnen worden, overlegt VDAB met het Agentschap Integratie en Inburgering over het inburgeringstraject. Het is de bedoeling om deze mensen zo snel mogelijk te screenen in functie van hun afstand tot de arbeidsmarkt.

De Dienst Economische Migratie van het Departement Werk en Sociale Economie stelde in de loop van januari 2016 al een eerste stijging vast van het aantal aanvragen voor C-kaarten. Het is natuurlijk niet omdat een C-kaart werd aangevraagd dat er al sprake is van bemiddeling bij VDAB, daar zijn we nog niet aan toe.

Een eerste zicht op de competenties van de asielzoekers en vluchtelingen is er gekomen naar aanleiding van wat die mensen bij de asielaanvraag zelf hebben verteld over wat hun beroep was. Ik heb dat in de plenaire vergadering al verteld, en u hebt dit ook via een schriftelijke vraag opgevraagd. Voor de lijst verwijs ik naar die schriftelijke vraag. (Opmerkingen van Chris Janssens)

U hebt dat antwoord nog niet? Ik heb het bij. Voilà, hier ziet u het. Het is trouwens de lijst die ook volledig in De Morgen stond, ik had dus ook daarnaar kunnen verwijzen. De lijst is er dus.

Als we die een beetje vanop afstand bekijken, merken we dat deze mensen tegenover de huidige instroom asielzoekers gemiddeld lager geschoold zijn. 47 procent van hen heeft geen diploma of enkel een diploma lager onderwijs. Ik moet opmerken dat het over uitermate veel jonge mensen gaat: 54 procent is jonger dan 25 jaar. Dat is belangrijk, het betekent dat hun scholing wellicht door omstandigheden uitgesteld, onderbroken of afgebroken is. De aanpak wordt dus extra belangrijk. Het is immers niet zo dat ze per definitie het potentieel niet hebben om een aantal dingen te leren, dat weten we nog niet, maar ze hebben het diploma niet gehaald.

Voor een meer gedetailleerde screening van de competenties binnen VDAB is het wachten op die verhoogde instroom bij VDAB. Naar het beleid toe beschikt VDAB over een uitgebouwde reguliere werking voor screening, loopbaanoriëntatie, begeleiding, opleiding en bemiddeling voor werkzoekenden, waaronder ook een groep die bezig is voor de anderstaligen uit derde landen. Naast de basisdienstverlening heeft VDAB honderd bemiddelaars die het werken met anderstalige nieuwkomers als specialiteit hebben. We hebben 120 instructeurs Nederlands voor anderstaligen. Wat de instroom betreft, kunnen we ook een beroep doen op uitbesteding. Er is een extra budget voor beschikbaar gesteld. Bovendien zijn 35 extra bemiddelaars aangeworven met een contract van twee jaar om de instroom op te vangen. Die capaciteitsverhoging moet meer mogelijkheden geven, niet om hen een specifieke dienstverlening te geven, maar om hen dezelfde dienstverlening te kunnen geven. Ze krijgen geen prioritaire behandeling, maar als we dezelfde behandeling willen blijven garanderen aan iedereen, is er extra volk nodig en moeten we extra kunnen uitbesteden.

Volgens de eerste budgetramingen voor 2016 schatten we dat we 18,7 miljoen euro extra middelen nodig hebben. Specifieke budgetposten betreffen dat extra personeel, een verhoging van het provinciale werkingsbudget en de realisatie van centrale projecten met Onderwijs en het Agentschap Integratie en Inburgering. Daarnaast zijn er de specifieke uitbestedingen waar ik het daarnet over had, onder meer voor taal, leren en loopbaanoriëntering. Voor de geïntegreerde dienstverlening van VDAB zoals accountwerking, gebruik van bestaande interactieve databanken, de reguliere NT2- dienstverlening (Nederlands Tweede Taal), wordt de courante VDAB-dotatie aangewend. Daarnaast zijn er nog drie ESF-projecten (Europees Sociaal Fonds). Het eerste is beroepsgericht Nederlands, een NT2-taalopleiding, het tweede is een begeleiding van vluchtelingen naar job als zelfstandige en de derde is een tender naar innovatieve aanpak rond de integratie op de arbeidsmarkt. Het ESF-budget voor de drie oproepen bedraagt 3 miljoen euro over twee jaar. Het streefdoel is dat we die oproepen eind februari kunnen goedkeuren en dat we tussen juni en september kunnen starten.

Er wordt bij VDAB steeds een arbeidsmarktgericht beleid gevoerd, waarin een maatgericht traject zo snel mogelijk naar een job leidt. Dat is de generieke aanpak, voor iedereen en altijd. Voor elke werkzoekende kijken we naar wat iemand kent en kan en we proberen mensen op de kortste weg naar een job te begeleiden. Er wordt dus een evenwichtig beleid gevoerd. Als we al specifieke acties voeren, staan die altijd in relatie tot geconstateerde knelpunten.

Wat uw zesde vraag betreft, is het nog wat te vroeg om te zeggen hoeveel asielzoekers naar een knelpuntberoep kunnen gaan. Het zal afhangen van de competenties in de vacatures op dat moment en uiteraard van de vraag of de asielzoekers naar die job bemiddelbaar zijn. De toeleiding naar de knelpuntberoepen is een functionele doelstelling. Dat is dus een doelstelling die altijd wordt meegenomen in ons tewerkstellingsbeleid. Dat telt voor elke werkloze. We kijken altijd of hij of zij naar een knelpuntberoep kan gaan. De screening en de ondersteunende acties zullen ervoor moeten zorgen dat dit ook voor hen kan gebeuren.

Wat uw laatste vraag betreft, zijn er effectief wel wat werkgeverkoepels- en federaties die interesse hebben getoond voor aanwerving of voor andere engagementen zoals het aanbieden van een werkgerichte taalopleiding en werkstages. VDAB-accountwerking heeft de getoonde interesse opgepikt. VDAB gaat kijken welke samenwerking naar meer concrete acties met die partners kunnen worden opgezet. Als werkgevers open staan, telt dit niet alleen voor de asielzoekers, maar voor wie werkzoekende is, en het is belangrijk dat passende plaatsen worden gevonden voor werken of werkplekleren en dat we daar gebruik van maken.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, dank u voor uw omstandig antwoord. Het is een mooie nieuwe systematiek om antwoorden op schriftelijke vragen voor het aflopen van de antwoordtermijn mee te brengen naar de commissie. Ik hoop dat andere ministers daarin uw voorbeeld volgen. Ik zal in elk geval daarin het profiel van de asielzoekers kunnen bekijken. We hebben dat inderdaad ook al in de krant zien staan. Daaruit blijkt dat asielzoekers en vluchtelingen in elk geval geen eenduidig profiel hebben. In elk geval kan de hardnekkige fabel dat het in grote mate over hoogopgeleiden gaat, definitief naar de prullenmand worden verwezen. U hebt ook in uw antwoord gezegd dat bijna de helft geen diploma of enkel een diploma lager onderwijs heeft en dat het dus duidelijk helemaal niet in grote getale over hoogopgeleiden gaat.

Nog twee bijkomende vragen. U hebt gezegd dat de arbeidskaart C kan worden aangevraagd na een procedure van vier maanden, maar dan zijn ze nog niet meteen bemiddelbaar. Hoelang schat u de termijn in tussen de aanvraag van de arbeidskaart en het moment dat men effectief bemiddelbaar is, of kan worden ingezet op de arbeidsmarkt?

Er wordt natuurlijk een screening gedaan over het meten of schatten van de afstand tot de arbeidsmarkt van elke asielzoeker of vluchteling afzonderlijk. Daarbij zal uiteraard allicht ook rekening worden gehouden met hun diploma, maar over de erkenning van de buitenlandse diploma’s heeft de heer Leroy van VDAB gezegd dat hij de procedures daarvoor sneller wil laten verlopen. Hoe gaat dat in zijn werk? Kunt u daar wat meer toelichting over geven?

De heer Hofkens heeft het woord.

Jan Hofkens (N-VA)

Minister, dank voor uw antwoord. Het is inderdaad een verder bouwen op de discussies die we in de plenaire vergadering en in vorige commissievergaderingen hebben gehad en waarbij duidelijk is dat die toestroom van vluchtelingen een uitdaging is voor VDAB. Ik steun volledig uw benadering dat ze alle kansen moeten krijgen, niet meer, niet minder, dan een Vlaamse werkzoekende: geen prioriteit, maar een volwaardige aanpak ten aanzien van die groep. Ik ga daar volledig mee akkoord. Het blijkt dat uit de inspanningen die u doet, de budgetten die er zijn en de extra aanwervingen, dat er geen interen is op capaciteit ten nadele van andere werkzoekenden, maar dat u instrumenten ter beschikking stelt om die toevloed op een goede, correcte en degelijke manier te verwerken, zonder afbreuk te doen aan de dienstverlening aan alle andere werkzoekenden.

Ik moet toch aan uw antwoord wat betreft het profiel toevoegen dat er geen al te hoge verwachtingen moeten worden gecreëerd over wat zij op onze arbeidsmarkt als toegevoegde waarde zullen kunnen realiseren. Als ik de eerste cijfers over de profielschets van u hoor, heb ik het gevoel dat dat niet de oplossing zal zijn voor de knelpuntberoepen op onze arbeidsmarkt. Daar moeten we toch een zeker realisme aan de dag leggen. In die context hebt u gezegd dat er de ESF-oproepen zijn waar de werkgevers op willen inschrijven om met bepaalde middelen en steun daar wat meer op in te spelen. De vraag is heel cruciaal. Er is een vraag bij de werkgevers. We lezen in de pers dat werkgevers geïnteresseerd zijn om ook vluchtelingen aan te werven. Hebt u er een zicht op wat die ESF-middelen betreft, wat de concrete projecten zijn bij de kleinere ondernemingen? U hebt gezegd dat het een van de twee pijlers is dat bij kleine ondernemingen vluchtelingen gemakkelijker integreren en dat die hen gemakkelijker ondersteunen. Het zou me benieuwen te weten wat precies de ondersteuning zou kunnen zijn die daar geboden wordt.

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Minister, het is een evidentie dat asielzoekers en vluchtelingen zo snel mogelijk moeten worden geactiveerd. Dat zal uiteraard extra inspanningen vergen van VDAB. De Vlaamse Regering heeft een budget gereserveerd en ze wil ook een geïntegreerde aanpak van deze problematiek. Maar vragen als “wordt er prioritair ingezet op asielzoekers en vluchtelingen?”, lijken me nogal tendentieus en niet ter zake doende. Ik ga ervan uit dat, zoals u ook zegt, iedereen die zich aanbiedt bij VDAB, dezelfde begeleiding krijgt en dat men als gelijken wordt beschouwd binnen dezelfde doelgroep. Dat moet de essentie zijn.

U stelde dat er bij de asielaanvraag een eerste screening van de competenties was. Dat zal uiteraard nog dieper moeten gaan en het zal voor VDAB een uitdaging worden om de juiste competenties in kaart te brengen en die mensen naar een passende job toe te leiden. Een belangrijk element voor ons is ook dat we vaststellen dat er nogal wat ondernemende mensen tussen zitten. We moeten daar zeker voldoende aandacht voor hebben. U sprak ook over projecten om daar uw beleid op in te zetten zodat we op verschillende pistes kunnen werken.

Ik wil in de rand hiervan verwijzen naar het VIER-programma ’De bril van Martin’, waarin we een blik op de realiteit krijgen. We zagen dat heel wat van die mensen heel dankbaar zijn en dat ze zich spontaan aandienen voor vrijwilligerswerk. Het is natuurlijk casuïstiek en alle beetjes helpen, maar hoe staat u tegenover die eerste stap, namelijk dat vrijwilligerswerk, als een opstap naar volledige integratie?

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, bij de voorgaande grote instroom van vluchtelingen, naar aanleiding van de oorlog in ex-Joegoslavië, hebben we al heel wat ervaring kunnen opbouwen en data kunnen verzamelen om te zien hoe die instroom op de arbeidsmarkt eigenlijk gebeurt. We hebben gezien dat de OCMW’s daar een heel cruciale rol in hebben gespeeld. Ik ken alleen de cijfers van het OCMW in Antwerpen. Daar werd twee derde van de nieuwkomers geactiveerd, weliswaar via de toepassing van artikel 60 en dies meer. Zijn er concrete afspraken gemaakt met de OCMW’s die de vluchtelingen, zodra ze erkend zijn, vaak opvangen en begeleiden? Het is aangewezen dat men niet naast elkaar werkt maar dat men goed samenwerkt. Is daarover specifiek iets afgesproken? Is daarover samengezeten? Ik had daar graag wat meer toelichting bij.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Minister, het is belangrijk dat de vluchtelingen zo snel mogelijk geactiveerd worden zodat ze kunnen bijdragen aan onze samenleving en dat we dat doen op een manier waarbij Vlamingen en vluchtelingen op compleet dezelfde manier begeleid en behandeld worden.

Dat dat nu 18 miljoen euro meer zou kosten, is niet het probleem. Als we nu niets zouden doen, zou het ons op termijn nog veel meer kosten. Het is goed dat we de inspanning nu leveren. Dat is de best mogelijke manier om het aan te pakken.

Ik heb twee vragen over de cijfers die u gegeven hebt. Als ik het goed gehoord heb – ‘correct me if I’m wrong’ – gaan de cijfers over het opleidingsniveau over de informatie die de asielzoekers zelf gegeven hebben bij hun aanvraag. Als ik u goed begrijp, gaat het over de asielzoekers en niet over de erkende oorlogsvluchtelingen. Het is heel belangrijk om het verschil te maken, ook omdat u gewezen hebt op het feit dat er een hele groep zeer jonge mensen bij zijn. Uit cijfers weten we dat dat eerder gaat over landen waar de kans op erkenning veel kleiner is. Als ik me goed herinner, kunnen asielzoekers zich vrijwillig inschrijven bij VDAB. Pas als ze erkend zijn, zijn er trajecten waarin ze verplicht worden.

Het is belangrijk om een zicht te krijgen op het verschil in opleidingsniveau tussen de asielzoekers waarvan een belangrijk deel, ongeveer de helft, geen erkenning zal krijgen en dus niet zal kunnen blijven, en de oorlogsvluchtelingen, die wel zullen worden erkend, en die wel, minstens in het begin, een tijdelijk verblijfsrecht zullen krijgen. (Opmerkingen van Matthias Diependaele)

Nee? Zit ik op het verkeerde spoor?

Minister, ik heb u ook gevraagd of de VDAB cijfers bijhoudt specifiek gericht op vluchtelingen. In de schriftelijke antwoorden die ik toen op reguliere wijze heb gekregen, stond dat jullie dat niet bijhouden. Ik heb daar wel begrip voor, maar ik zou in de toekomst toch graag cijfers hebben over de erkende oorlogsvluchtelingen. Moeten wij dan vragen stellen in de trend van cijfers over de nieuwkomers komende van buiten de Europese Unie, waarvan een belangrijk deel vluchtelingen zullen zijn? Of houdt u effectief bij wat de vluchtelingenstroom is?

Dat zijn de twee praktische vragen die ik heb. Ten eerste, gaan de cijfers over de opleiding die u hebt gegeven over alle asielaanvragen of over de erkende oorlogsvluchtelingen? Als er een verschil is, wanneer zullen we weten wat dat verschil is?

Ten tweede, kunnen wij u vragen stellen die gaan over de vluchtelingen of moeten wij het telkens hebben over de nieuwkomers komende van buiten de Europese Unie?

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Van Rompuy, ik wilde u niet van de wijs brengen. Ik ken de cijfers niet en hoop dat de minister verder toelichting zal geven. Het lijkt mij echter logisch en ik begrijp ook het antwoord van de minister dat het net omgekeerd was, dat net in de groep van asielzoekers die kans hebben om te blijven het opleidingsniveau het laagste is, omdat hun opleiding blijkbaar onderbroken was, naar ik aanneem door de conflicten die zijn uitgebroken in die landen.

Sinds 2011 – en afhankelijk van het gebied ook 2012 – zijn die conflicten uitgebroken. Ik had begrepen dat die scholingen daardoor zijn stilgevallen. Dat lijkt mij perfect logisch. Daardoor is de groep van asielzoekers die het meeste kans hebben om te blijven, het laagst geschoold.

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Van Rompuy, we zullen proberen de vluchtelingenstroom apart te monitoren. U kunt de vragen dus daarop toespitsen.

Ik beschik vandaag nog maar over weinig gegevens in verband met erkende vluchtelingen. Er zijn er namelijk nog niet veel die erkend zijn. De cijfers die ik heb gegeven, gaan over de asielzoekers. Ik kan die uitsplitsing nog niet maken. Ik kan niet vooruitlopen op een beoordeling en zeggen: ‘Ik denk dat die zoveel kans maakt en die andere zoveel.’ Dat wil ik niet doen. Voor alle duidelijkheid: vandaag gaat het over de asielzoekers.

Het gaat, zoals de heer Hofkens zegt, vaak om laaggeschoolden. Maar zoals de heer Diependaele zegt en zoals ik daarnet zelf zei, is een heel deel van die mensen – het is een voordeel dat er heel wat jongeren bij zijn – waarschijnlijk ‘gestoord’ in hun opleiding. Door de conflictsituatie in hun thuisland moesten ze hun opleiding onderbreken. Daarom is het essentieel dat er een screening gebeurt die het potentieel van die mensen inschat. Het kan zijn dat je heel intelligent bent, maar nooit een opleiding hebt kunnen volgen omdat je je in een gebied bevond waar die opleiding niet meer werd gegeven, de school gesloten was enzovoort. Dat is een belangrijk aspect. We moeten niet hoog van de toren blazen. Het gaat niet meteen om hooggeschoolden die onmiddellijk inzetbaar zijn, maar misschien is er wel nog potentieel. Het is essentieel dat we dat uitzoeken, maar dat betekent inderdaad niet dat die mensen meteen inzetbaar zijn.

Mijnheer Janssens, voor alle arbeidskaarten duurt het ongeveer drie tot zes weken vooraleer ze worden toegekend. Zodra die zijn toegekend, kun je je inschrijven bij de VDAB. Na die eerste serieuze stijging in januari, duurt het dus drie tot zes weken vooraleer ze een kaart krijgen. Nadien kunnen ze naar de VDAB en worden ze opgenomen in de trajecten van de VDAB.

Mijnheer Van Rompuy, het gaat dan niet om erkende vluchtelingen, maar het kunnen gewone asielzoekers zijn. De termijn is van zes maanden naar vier maanden gebracht. Het kan dus zijn dat iemand bemiddelbaar wordt en dan toch nog wordt uitgezet.

Wat de erkenning van de diploma’s betreft, verwijs ik naar de minister van Onderwijs. De procedure loopt daar en niet in het domein Werk. Ik weet dat er gesprekken plaatsvinden om uit te zoeken of het kan worden versneld, aangezien er een hoge stroom vluchtelingen is. Dat is ook de vraag vanuit het domein Werk.

Mijnheer Hofkens, ik heb mij wellicht slecht uitgedrukt. Het ESF-project is geen project om asielzoekers of vluchtelingen naar de kmo’s te brengen, maar wel om ze zelfstandig te maken. Dat is dus wel iets anders. In de beroepenlijst zijn er – ik zeg maar wat – 1416 handelaars, winkeliers en kleine zelfstandigen. Kunnen we hen hier ook aan een zelfstandige job helpen? Dat is de achtergrond. Ik heb mij allicht slecht uitgedrukt.

Mevrouw Talpe, u vroeg naar het vrijwilligerswerk. In een traject naar werk kan dat zeker worden meegenomen. Ik denk dat de VDAB dat automatisch doet. Wij beginnen pas met de bemiddeling wanneer zij zich inschrijven bij de VDAB, wanneer ze een arbeidskaart hebben of erkend vluchteling zijn. Dat is logisch. Dan is er altijd een traject naar werk, liefst op maat. Dat is de manier van werken van de VDAB, voor iedereen. We komen daar tijdens de volgende weken wellicht nog op terug.

Mevrouw Kherbache, ik ben het er helemaal mee eens dat de OCMW’s mee een belangrijke rol kunnen spelen, maar ik weet dat er heel wat overleg is. Ik denk niet dat er specifieke afspraken zijn, maar ik heb het ook niet meteen nagevraagd. We hebben volgende week overleg met de VVSG-werkgroep en daar komt ook dat aspect van OCMW en VDAB alleszins aan bod. Ik meen ook dat die samenwerking tussen OCMW en VDAB alleen maar is verbeterd, en zij zullen ook dit zeker meenemen.

De heer Janssens heeft het woord.

Ik geef een aantal elementen ter afronding. Als we naar het profiel en de scholing kijken, dan mogen we ervan uitgaan dat de lacunes op de arbeidsmarkt die er nu reeds bestaan, niet meteen zullen worden ingevuld door de instroom van de asielzoekers. Er zijn bovendien in Vlaanderen op dit moment al meer dan tienduizend niet- of laaggeschoolden. Collega Talpe, mijn bekommernis gaat naar hen uit. Zij mogen in geen geval worden benadeeld door die instroom van asielzoekers. Dat lijkt me geenszins tendentieus: dat is gewoon logisch en een kwestie van gezond verstand.

Minister, u hebt al een aantal keren gezegd dat de reeds bestaande reserve aan werkzoekenden, en met name zeker de laaggeschoolden en de langdurig werklozen, in geen geval het slachtoffer mag worden van de focus die nu wordt gelegd op de activering van die tienduizend extra nieuwkomers die in de loop van de komende weken bij VDAB worden verwacht. Nu gaat het inderdaad nog over asielzoekers. Na verloop van tijd gaat het over vluchtelingen, tenminste indien ze worden erkend. De Federale Regering heeft die mensen in feite een tijdelijk statuut gegeven.

We gaan er dus van uit dat die mensen inderdaad tijdelijk in ons land zullen zijn. Intussen loopt de kostprijs voor allerlei soorten dienstverlening echter wel hoog op. Er is niet alleen de opvang, maar ook de inburgering, het leren van de taal, de inzet en bemiddeling bij VDAB en dergelijke meer. Minister, mijn bekommernis is dat de eigen mensen daardoor in geen geval door de Vlaamse Regering mogen worden benadeeld.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.