U bent hier

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, het onderwerp transgenders en de welzijnscomponent rond hen en hun omgeving is al eerder aan bod gekomen. Toch vond ik het relevant om daar even opnieuw bij stil te staan, onder andere naar aanleiding van een vrij recent rapport, geïnitieerd vanuit Gelijke Kansen maar niet minder relevant voor een aantal andere beleidsdomeinen waaronder Welzijn. Het rapport heet ‘Gezinnen in transitie. De invloed van een transgenderouder op het algemeen welzijn van het kind’.

Het rapport stipt onder andere aan dat de evolutie waarbij naar transgenders niet meer exclusief wordt gekeken vanuit een medische context maar veel meer vanuit een welzijnscontext, waarbij ook wordt gekeken naar werk, naar onderwijs enzovoort, uiteraard een positieve evolutie is. Het dringt ook aan om die inspanning vol te houden maar legt ook heel concreet richting Welzijn een aantal sporen voor die verder zouden moeten worden bewandeld. Een van die tekortkomingen waar men op wijst, is dat de zelfhulp niet altijd optimaal is, zowel wat betreft de transgenderpersoon zelf als zijn omgeving. De vraag is dus of er vanuit Welzijn bijkomende initiatieven kunnen worden genomen of moeten worden genomen.

Een ander punt is de vaststelling dat de expertise die bij het brede veld aanwezig is, ook niet altijd optimaal is. Het gaat dan over de zorgverstrekkers in centra algemeen welzijnswerk (CAW’s), over begeleiders van centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s), over huisartsen, over alle welzijnswerkers die in contact komen of kunnen komen met transgenders en hun omgeving.

Minister, hebt u of hebben uw diensten al de kans gehad om kennis te nemen van het rapport en van de aanbevelingen, vooral die die gerelateerd zijn aan het welzijnsbeleid dat u al hebt geïnitieerd rond transgenders? Ziet u ook een noodzaak om verder overleg te plegen met collega’s?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, op de studiedag van het Transgenderinfopunt in maart 2014 over het ontwikkelde Transgenderzorgpad hebben we er reeds voor gepleit om naast de bijstand en zorg voor de transgender, die in dit zorgpad centraal staat, ook aandacht te hebben voor de ondersteuning van de familie en het netwerk van de transgender – niet alleen omdat dit netwerk een belangrijke steunfactor betekent voor de transgender, maar evenzeer omdat zij evenzeer nood kunnen hebben aan ondersteuning. Ik kan dan ook alleen maar verheugd zijn dat dit onderzoek voor het eerst in Vlaanderen de focus legt op de gevolgen van deze transitie voor de directe omgeving van de transgender en meer bepaald de kinderen. Net zoals u onderschrijf ik de conclusies in het onderzoek dat zorg niet stopt bij de patiënt, maar evenzeer aandacht heeft voor de familiale en sociale context. Ook dit kracht- en contextgericht werken is een aspect van de vermaatschappelijking van de zorg, dat al te vaak en ten onrechte wordt herleid tot de inzet van niet-professionelen in de zorg.

Het onderzoek werd nog maar zeer recent uitgevoerd en openbaar gemaakt, en de aanbevelingen verdienen zeker nog een grondig onderzoek over hoe ze in concrete acties kunnen worden omgezet. In deze optiek is het nogal voorbarig om nu reeds te oordelen of bijkomende onderzoek al dan niet nuttig of nodig is.

Samen met de zorg- en welzijnssector werken we aan een kwalitatieve en participatieve zorg. Dit gaat verder dan een toegankelijke, betaalbare en klantvriendelijke zorg, maar vertrekt ook vanuit een inclusief model waarin iedereen zich volwaardig kan ontplooien in onze samenleving. Dit vraagt van onze zorg- en hulpverleners een attitude van openheid, bewust zijn van hun eigen normatief kader en empathisch handelen, om een kwalitatieve zorg- en hulpverlening te bieden, die ik dagelijks op het werkveld ervaar.

Speciale aandacht dient daarbij te gaan naar de meest kwetsbaren en diegenen die minder gemakkelijk bereikt worden of waarvan de noden niet onmiddellijk zichtbaar zijn, zoals de directe familieleden van transgenders. In deze optiek hebben we het Transgenderinfopunt gefinancierd voor een project dat een buddywerking uitbouwt voor partners of ex-partners van de transgender. De partner of ex-partner wordt ondersteund door een ervaringsdeskundige buddy. Dit aanbod is complementair aan de reguliere hulp binnen welzijn en gezondheid en aan de meer gespecialiseerde hulp aan transgenders. Partners of ex-partners herkennen zich, voelen zich erkend, begrepen en gesteund en minder geïsoleerd. Uiteindelijk kan deze ondersteuning ook de relatie tussen de partner of ex-partner en de transgender en de eventuele kinderen versterken.

In het project worden minimaal tien buddy’s opgeleid en begeleid. De informatie gericht naar partners wordt op de bestaande website van het Infopunt uitgebreid, zodat ook niet-deelnemende partners hieruit kunnen putten. Het bereik van het project wordt daardoor aanzienlijk vergroot. Samenwerkingsbanden met CAW’s, cgg’s, Buddywerking Vlaanderen, onder andere voor de vorming van ervaringsdeskundigen, en andere hulpverleningsorganisaties worden verder geoptimaliseerd. Vanuit Buddywerking Vlaanderen kan de expertise ingebracht worden om te werken met niet-professionelen in de hulpverlening. De CAW’s en de cgg’s hebben in hun reguliere werking reeds aandacht en expertise voor gezinnen in transitie binnen hun aanbod relatieondersteuning en ondersteuning van jongeren, waarmee zij met dezelfde beschermingsfactoren werken als beschreven in het onderzoek.

Dit project kan de informatiedoorstroming en expertise van de hulpverleners bevorderen en de doorverwijzing sterk verbeteren waardoor de toegankelijkheid van de CAW’s en cgg’s voor partners, kinderen en naaste omgeving van de transgenders verhoogt.

Verder wil ik nagaan op welke manier de kennis omtrent transgenderpersonen nog verder verspreid kan worden. Ik zal ook onderzoeken of Trefpunt Zelfhulp een ondersteunende rol kan spelen voor het opstarten van zelfhulpgroepen voor transgenderpersonen zelf en voor partners en kinderen. Maar zoals ik reeds aanhaalde, verdienen het onderzoek en de aanbevelingen een grondigere kijk over hoe ze in concrete acties kunnen worden omgezet.

Binnen het kader van het horizontaal gelijkekansenbeleid, waarvan het doelstellingenkader door de Vlaamse Regering op 17 juli 2015 werd goedgekeurd, zullen wij met minister Homans binnen de schoot van de Vlaamse Regering hierover overleg plegen.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, ik dank u. U gaf een opsomming van de gelanceerde initiatieven. Ik hoop ook dat wanneer die initiatieven moeten worden geëvalueerd, de degelijkheid ervan voldoende bewezen zal zijn, zodat ze een structurele plaats in het aanbod van hulpverlening en zorg voor transgenders kunnen opnemen. Ik ben bijzonder gecharmeerd door het Buddyproject omdat ik geloof dat op die manier kennis en expertise op een relatief eenvoudige manier aan een grote doelgroep kan worden overgedragen. Ik hoop dat het project verder de steun en de aandacht van de minister zal kunnen genieten.

Het Trefpunt Zelfhulp is voor mij een nieuw spoor. Ik denk dat het zeker zinvol is omdat daar heel wat expertise aanwezig is over een breed gamma aan thematieken. Het zou goed zijn dat het trefpunt een ondersteunende rol zou kunnen spelen om vooral de zelfhulporganisatie rond gezinnen en personen in transitie verder te professionaliseren.

Verder ben ik ervan overtuigd dat we in detail moeten kijken naar de studie. Ik sluit niet uit dat ik nog verdere vragen zal stellen over de concrete plannen en acties die eraan komen.    

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.