U bent hier

De heer Vandaele heeft het woord.

We weten allemaal dat we hernieuwbare energie moeten stimuleren. Momenteel staan er in Vlaanderen ongeveer 280 windturbines op het land, intussen al iets meer, goed voor een jaarlijkse elektriciteitsproductie van ongeveer 900 gigawattuur. Om de klimaatdoelstellingen te halen zullen we alle zeilen moeten bijzetten.

In de omzendbrieven en afwegingskaders die in Vlaanderen bestaan voor grote windturbines, worden de principes van bundeling en koppeling met lijninfrastructuren vooropgesteld. Het zal dus een kwestie zijn om de nodige ruimte te vinden en de belemmeringen weg te werken. Er bestaan goede voorbeelden. Zo denk ik aan het duurzame regionale bedrijventerrein Evolis in Kortrijk. Daar werd van bij de inrichting in plaats voorzien voor windmolens. Ze worden daar de vier Daltons genoemd. Ook bij de realisatie van het Eilandje – een regionaal bedrijventerrein langs de E40 in Zwijnaarde – is het nog steeds de bedoeling om maximaal tien windturbines te plaatsen. Dat zei minister Turtelboom in de commissie alvast bij de bespreking van de conceptnota Fast Lane vorig jaar.

Sinds 2005 is hier ook nagedacht over de inrichting van het terrein. De vier grondeigenaren hebben daar een overeenkomst over getekend.

Minister, binnen welke planologische bestemmingen zijn grote windturbines mogelijk via een generieke regeling? Zijn hierop uitzonderingen? Ik stel u die vragen naar aanleiding van een paar concrete dossiers. Uiteraard zijn het algemene vragen die ook nuttig kunnen zijn voor andere projecten.

Zult u nadenken of en hoe windprojecten mogelijk zijn binnen andere planologische bestemmingen? Kunnen windturbines geplaatst worden op regionale bedrijventerreinen of havengebieden, voor zover deze geordend zijn binnen gewestelijke RUP’s, zonder dat daar uitdrukkelijk ruimte voor gereserveerd is of er uitdrukkelijke voorschriften zijn die ze toestaan?

– Bart Dochy treedt als voorzitter op.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Deze vraag om uitleg is eigenlijk een uitloper van een actuele vraag die ik wou stellen aan de minister-president naar aanleiding van een artikel in De Standaard, waarin hij zich wat liet gaan voor de windmolens. Hij zei dat de overregulering absoluut moet worden afgebouwd. Ik wou de vraag dus aan hem stellen, maar de wind is uit zijn molen weggenomen, en daarom richt ik me tot u.

Ik kan hem wel wat bijtreden. Hij twijfelde over de windplannen. De conceptnota Fast Lane werd hier voorgesteld. Ik heb soms de indruk dat het misschien wat ‘lame’ is. Het moet toch de bedoeling zijn om op het terrein zo veel mogelijk uit te voeren. We hebben geen nood meer aan procedures en plannen maar aan uitvoering.

Hoe ziet u dat? Hoe gaat u de concrete voorruitgang op het terrein realiseren? Met alle respect voor alle voorgaande discussies, hoe moeten we die invulling zien? Hoe kunnen we die overregulering afbouwen?

– Tinne Rombouts treedt als voorzitter op.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Aan de ene kant hebben we de omzendbrief, aan de andere kant de Codex Ruimtelijke Ordening. In de omzendbrief van 2014 staan een afwegingskader en randvoorwaarden voor de oprichting van windturbines. Er staat in dat ook zonder planologisch kader de bouw van windturbines mogelijk is. Het gaat over industriegebieden, maar ook aanverwante gebieden, en dan heb ik het over ambachtelijke zones, dienstverleningsgebieden, gebieden voor de vestiging van grootwinkelbedrijven, gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.

Er zijn ook bestemmingsgebieden die vergelijkbaar zijn en die onder andere in de gewestplannen voorkomen, en die daar ook voor in aanmerking komen. Dat zijn transportzones, regionale bedrijventerreinen met openbaar karakter, reservegebieden voor industriële ontwikkeling en aanverwante bestemmingen die eigen zijn aan havengebieden. Dus watergebonden bedrijven en zeehavengebieden komen daarvoor ook in aanmerking. In de Codex Ruimtelijke Ordening staat de mogelijkheid om windturbines te plaatsen in agrarisch en landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Je ziet dus dat er al heel wat potentieel is om die windmolens te plaatsen, dat er al heel wat mogelijk is.

Bijkomende mogelijkheden in andere bestemmingsgebieden komen vaak ook in conflict met sectorale regelgeving, onder meer met betrekking tot geluidshinder, slagschaduw, veiligheid, fauna en flora, maar ook monumenten en landschappen. Dat alles weet u echter.

Er werd ook gevraagd of windturbines kunnen worden geplaatst op regionale bedrijventerreinen of havengebieden, voor zover die geordend zijn binnen gewestelijke RUP’s. Dat kan vandaag, ook zonder een planningsinitiatief. Meestal zijn ze dus conform de bestemmingsvoorschriften, maar u weet dat die voorschriften ook wel heel specifiek kunnen zijn, dat ze bijkomende bepalingen kunnen bevatten. Binnen de bestemmingen die ik daarnet heb opgenoemd en ook de gewestelijke RUP’s is dat dus mogelijk, maar je moet natuurlijk ook altijd naar de inhoud van de specifieke voorschriften kijken.

Hoe gaan we daarmee aan de slag? Ik denk dat die vraag ook aan de minister-president werd gesteld, maar uiteraard is het antwoord ook met hem afgestemd, voor zover daaraan zou worden getwijfeld. Ik zie echter dat mevrouw Turan al weg is. We willen die overregulering dus absoluut aanpakken. Eén stap hebben we al gezet, namelijk de omgevingsvergunning. Vroeger – en nu ook nog altijd, maar in december zal dat veranderen – moest je zowel een bouwvergunning als een milieuvergunning aanvragen. We maken dus winst op dat punt. Dat zal dus ook sneller kunnen vooruitgaan.

Een tweede maatregel, die de minister-president heeft genomen, is die van de extra rechters bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, om de procedures sneller te doen verlopen, want vaak zit het daar ook vast. Mijnheer Doomst, er is inderdaad ook de Fast Lane, waarnaar u hebt verwezen. Het is de bedoeling om ter zake te voorzien in een mogelijkheid van tendering, om een aantal mogelijkheden qua grondrechten te onderzoeken, zodat diverse windturbines tegelijk kunnen worden gerealiseerd. We hebben hier daarover al een aantal discussies gehad. Er zijn een aantal technische werkgroepen bezig om dat in de praktijk ook sneller vooruit te doen gaan. Het is ook de bedoeling dat het vooruitgaat met die Fast Lane, dat dit geen praatbarak zal zijn waar men oeverloos bezig blijft.

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. U zegt dat clichering in agrarisch gebied kan. Dat weten we. U zegt dat het ook kan voor industriegebieden, regionale bedrijventerreinen enzovoort, voor zover dat zo geregeld is in een gewestplanbestemming. Nu, ik twijfelde er zelf aan of dat ook kon in gewestelijke RUP’s, maar u lijkt te zeggen dat dat volgens u wel kan, dat ook bij die bestemmingen in een gewestelijk RUP, bijvoorbeeld van regionaal bedrijventerrein, windturbines zomaar kunnen, ook als er geen specifieke voorschriften in dat RUP staan die zeggen dat het kan. Ik ging ervan uit dat, als er niet in staat dat het kan, het niet kan in RUP’s, wel in gewestplanbestemmingen. Dat is toch wel belangrijk. Ik ben begonnen met een paar concrete dossiers. Een daarvan is bijvoorbeeld dat van het Eilandje. Ik denk dat we daar zo’n geval hebben. Daar zit men met een gewestelijk RUP rond het stedelijk gebied Gent en blijkbaar loopt men daar vast wat die windturbines betreft, omdat daar niet uitdrukkelijk in is voorzien in de voorschriften. Kunt u daar wat meer over zeggen? In uw redenering zou het daar immers wel kunnen, denk ik.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, wat Fast Lane betreft: ik hoop dat weer een werkgroep inzake planning en juridische obstakels toch weer geen motief zal zijn om mensen met dossiers net naar een traject te duwen dat iets te lang duurt. Ik verwijs ook naar de ervaringen in Wallonië. Daar had men van 2004 tot 2009 geen plan, maar heeft men wel obstakels binnen de decreetgeving en op het terrein weggewerkt. Ik denk dat dat onder minister Antoine was. Van 2009 tot 2014 had minister Henry wel een windplan en heeft men ook proberen te tenderen, maar zonder veel resultaat. Ik voel dat men met een geactualiseerd codex en VLAREM eigenlijk genoeg instrumenten heeft, en dat we op basis daarvan vooral moeten voortwerken aan het eruit halen van de knelpunten. De timing van de procedures wordt bijvoorbeeld vaak niet gerespecteerd. Ik denk dus dat we eigenlijk al heel wat middelen hebben die, wanneer we ze uitzuiveren, op het terrein tot de nodige resultaten kunnen leiden.

Ik wil er bij u op aandringen om dat enorme probleem van die Raad voor Vergunningsbetwistingen, die vooral vertragingsmanoeuvres inhoudt voor heel veel mensen, en waardoor veel dossiers vastzitten, soms meer dan een jaar, aan te pakken. Het klopt dat het nu al versterkt is, maar we kunnen nog altijd niet zeggen wanneer een dossier rond kan zijn. We weten het gewoon niet. Dat zou moeten worden gereduceerd tot een heel strikte timing. Ik zeg maar iets: binnen zes maanden zou er toch een uitspraak moeten zijn. Ik dring aan op voldoende personeel om de vertraging zoveel mogelijk te beperken.

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Ik dank de vraagstellers voor hun pleidooi om de overregulering inzake windturbines aan te pakken. We hebben dit al onder de aandacht gebracht met vragen over de Raad voor Vergunningsbetwistingen waar de heer Doomst naar verwijst.

Minister, bijkomend wil ik stellen dat we een kader hebben. We hebben de Codex Ruimtelijke Ordening en de omzendbrief van 2014 die toch al heel wat mogelijkheden biedt. De heer Vandaele vroeg binnen welke planologische bestemmingen grote windturbines worden geplaatst. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid. Ik dacht dat hij andere bestemmingsgebieden wilde aanduiden, want in de omzendbrief staat inderdaad een niet-limitatieve lijst. U hebt die opgesomd, minister.

Het is een niet-limitatieve lijst, dus er zouden andere locaties kunnen worden aangeduid. We moeten daar eens serieus over nadenken.

Ik heb ook bedenkingen bij de omzendbrief als zodanig. Als men effectief naar een versoepeling wil gaan om windturbines in te planten, dan moet de omzendbrief worden aangepast. De omzendbrief zegt enerzijds dat er een lokalisatienota moet worden opgesteld, wat op zich begrijpelijk is. Men mag niet in de onmiddellijke nabijheid van hoogspanningskabels zitten. Men moet rekening houden met de woongebieden en dergelijke. In die lokalisatienota wordt ook altijd gewag gemaakt van de provinciale windplannen die er al dan niet gelden. Als men in de lokalisatienota moet verwijzen naar een provinciaal windplan – dat momenteel weliswaar niet bindend is – dan gaat men daar al heel vaak op een njet stoten.

Anderzijds doet de omzendbrief een oproep voor het clusteren van windturbines. Ik maak het zelf mee in mijn eigen gemeente. Men heeft daar een locatie waar één windturbine kan komen maar geen drie, zodat men een njet krijgt van Ruimte Vlaanderen want men moet gaan voor de clustering.

Wil men tot een versoepeling komen, dan zal men de omzendbrief er eens bij moeten nemen. Misschien kan men daar soepeler voorwaarden opnemen, en men moet zeker afstappen van de clustering van minstens drie of vier windmolens. Dat is heel vaak niet mogelijk. U hebt het zelf al gezegd, er is de sectorale wetgeving. Heel vaak heeft men ook te kampen met de ankerplaatsen en met Monumenten en Landschappen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het realiseren van windmolens is altijd een afweging. Het is niet evident om het evenwicht te vinden en te bewaren tussen hernieuwbare energie en natuurregelgeving, de Vogelrichtlijn, veiligheid, slagschaduw en geluidshinder. Het blijft een moeilijke afweging.

Om de knelpunten die u ook opsomt, mevrouw Peeters, goed in kaart te brengen en daaraan te remediëren zonder de Far West te organiseren en overal windmolens toe te staan, moeten we snel zorgen voor een kader en rechtszekerheid.

Dat is net wat er gebeurt in de Fast Lane. Dat wordt opgelijst bij alle verschillende diensten en administraties die erbij betrokken zijn. Het is inderdaad versnipperd en het klopt dat een van de conclusies wellicht zal zijn dat die omzendbrief misschien op een andere manier moet worden bekeken of aangepast. Hetzelfde geldt voor de Codex Ruimtelijke Ordening.

Mijnheer Vandaele, er is momenteel een heel juridische discussie gaande. U hebt dat waarschijnlijk ook gelezen in het Tijdschrift voor Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw, waar onder andere advocaat Bouckaert een heel artikel aan die discussie wijdt. De vraag wordt gesteld of de clichering enkel geldt voor gewestplannen of ook voor ruimtelijke uitvoeringsplannen. Volgens sommigen is het enkel voor de gewestplannen. Volgens onze diensten geldt het ook voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Daarover worden momenteel grote juridische discussies en procedures gevoerd. Ik stel voor dat ik nog eens een uitgebreide, goed onderbouwde nota vraag aan de diensten Ruimte Vlaanderen om hun denkkader te staven. Ik zal u die dan bezorgen. Deze discussie geeft momenteel inderdaad stof voor heel wat artikels in ruimtelijke tijdschriften. Het is voer voor juristen. Laat ons hopen dat dit snel voorbij is en dat er snel duidelijkheid en rechtszekerheid komt. Dat is waarschijnlijk ook uw terechte zorg. Ik stel voor om het proberen op te lossen met een betere onderbouwing vanuit onze diensten.

De heer Vandaele heeft het woord.

Ik zie die nota tegemoet. In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening staat uitdrukkelijk dat de clichering geldt voor het gewestplan, meer niet. Het is nuttig om dit uit te zoeken, want het lijkt me niet onbelangrijk.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik hoop dat het ‘fast’ gaat. Hoe ‘faster’, hoe beter. Ik voer nogmaals de bede om iets te doen aan de ‘Raad voor Vertragingsberustingen’. Dat zou het best bestede bedrag zijn in Vlaanderen van de voorbije maanden en jaren. Er moet echt voldoende personeel zijn om de zaken te doen vooruitgaan. Dit is een geweldige frustratie van heel wat mensen die willen ondernemen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

van Bart Van Malderen aan minister Joke Schauvliege
881 (2015-2016)
van Hermes Sanctorum-Vandevoorde aan minister Joke Schauvliege
892 (2015-2016)
van Piet De Bruyn aan minister Joke Schauvliege
991 (2015-2016)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.