U bent hier

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, minister, ook in dit geval gaat het erover dat de sector zich in de startblokken wil zetten voor de implementatie van het ontwerp van decreet. Ik ben in ieder geval al blij dat u stelt dat u de rol van het parlement niet wilt minimaliseren. Dat is trouwens ook nooit onze indruk geweest. Recent werd onze fractie echter gecontacteerd door omnisportclubs, en dat precies met vragen over de implementatie van het toekomstige Sportfederatiedecreet.

De situatie is als volgt: de recreatieve sporters van die clubs zijn aangesloten bij een grote multisportfederatie, omdat die een redelijk lidgeld vraagt en ook alle sporttakken verzekert die men wil beoefenen. De competitiesporters van deze omnisportclubs worden wel aangesloten bij hun respectieve unisportfederaties, zoals die voor volleybal, zaalvoetbal, tafeltennis, badminton en gymnastiek, omdat ze anders niet kunnen deelnemen aan competities en stages.

De badmintonfederatie eist nu dat die clubs ook hun recreatieve sporters bij haar zouden doen aansluiten. Dat betekent dat alle leden meer lidgeld moeten betalen enkel en alleen omdat deze clubs ook competitiebadminton aanbieden. Tussen haakjes, dat is een vrees die mijn fractie en een aantal experts ook hebben geuit tijdens de hoorzittingen.

Deze sportclubs betreuren dat ten zeerste, omdat het indruist tegen hun clubfilosofie, die gebaseerd is op het principe dat de recreanten niet meer lidgeld moeten betalen om de duurdere competitieafdeling te financieren. De hele clubwerking komt daarmee in gevaar. De badmintonfederatie rechtvaardigt dit door uitdrukkelijk te verwijzen naar het nieuwe Sportfederatiedecreet in opmaak, dat aan de sportfederaties oplegt dat ze het evenwicht tussen hun recreatieve en hun competitieve leden moeten herstellen, zodat federaties van sportclubs eisen dat alle leden bij hen aansluiten. De unisportfederaties zullen door het nieuwe decreet immers worden verplicht om een aanbod van a tot z te ontwikkelen voor hun sporttak, en blijkbaar willen een aantal van die federaties die doelstelling realiseren door de clubs van multisportfederaties die hun sporttak aanbieden, onder druk te zetten.

Hopelijk zal het recreatieve aanbod binnen de unisportfederaties niet beperkt blijven tot het lidmaatschap van recreatieve sporters alleen, maar zullen de unisportfederaties ook een daadwerkelijk aanbod ontwikkelen voor de recreatieve sporters. De badmintonfederatie gaat daarbij wel heel erg ver: ze legt sancties op aan clubs die weigeren om zich met al hun leden, dus ook de recreatieve leden, aan te sluiten. Zo zal ze bijvoorbeeld de jeugdsportsubsidies niet uitbetalen, mogen de leden van die clubs niet meer deelnemen aan toernooien en krijgt de club het verbod om toernooien te organiseren als ze zich niet hieraan conformeert. Het resultaat zal zijn dat de multisportfederaties door de unisportfederaties worden ‘uitgekleed’ en dat het sportclublandschap verarmt, wat toch niet de bedoeling kan zijn van het nieuwe decreet. Of deze actie zal bijdragen tot de doelstelling om meer Vlamingen aan het sporten te krijgen, is ook maar zeer de vraag.

Minister, bent u op de hoogte van deze als agressief gepercipieerde acties van unisportfederaties ten opzichte van multisportclubs? Welke unisportfederaties verbieden de dubbele affiliatie van sportclubs? Bent u bereid om een oplossing te zoeken en het nieuwe Sportfederatiedecreet alsnog aan te passen in de geest van vragen uit de wetgevende assemblee, zodat de toekomst van de multisportclubs wordt gevrijwaard? We denken daarbij aan een bepaling waardoor de dubbele affiliatie van sportclubs bij twee federaties mogelijk wordt.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Poschet, ik ben zeker op de hoogte van die communicatie. Mijn kabinet werd er door de Koninklijke Antwerpse Vereniging van Vriendenclubs (KAVVV) van op de hoogte gebracht dat veertig badmintonclubs met een dubbele affiliatie bij KAVVV en Badminton Vlaanderen door die laatste werden gecontacteerd met de vraag om al hun leden te doen aansluiten bij Badminton Vlaanderen. Die communicatie van Badminton Vlaanderen staat wat mij betreft heel duidelijk los van het ontwerp van decreet betreffende de sportfederaties. Het ontwerp van decreet legt immers geen verplichting op aan clubs om al hun leden bij eenzelfde sportfederatie te doen aansluiten. Dat staat niet in dat ontwerp. Wel behoort het tot de autonomie van de sportfederatie om de regels te bepalen inzake het al dan niet toelaten van dubbele affiliatie. Gegevens over de Vlaamse sportfederaties die een dergelijk verbod hanteren, worden momenteel dan ook niet door mijn administratie geregistreerd. Het zijn zij die zelf die dingen in hun reglementen kunnen opnemen.

Vandaag al stelt Badminton Vlaanderen in haar reglement van inwendige orde dat elke aangesloten badmintonclub verplicht is al haar leden te doen aansluiten bij Badminton Vlaanderen. Dat staat dus nu al in haar eigen reglement, en ook vroeger ook al. Dat is niet iets dat nu door het ontwerp van decreet naar voren komt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het, vanuit het oogpunt van uniformiteit van beleid, efficiënt ledenbeheer en gerichte clubondersteuning, op zich nog niet onbegrijpelijk vind dat een sportfederatie ervoor opteert om een club te vragen alle leden bij haar te doen aansluiten, als die club zich bij die sportfederatie wenst aan te sluiten.

Bovendien kunnen clubs ook genieten van diverse voordelen door hun aansluiting bij een bepaalde sportfederatie, bijvoorbeeld van subsidies via de facultatieve opdracht jeugdsport. In die zin past het schrijven van Badminton Vlaanderen eerder in de vraag naar de clubs die bij hen zijn aangesloten om het huishoudelijk reglement na te leven. Het staat elke club natuurlijk vrij om daarop in te gaan of om ervoor te opteren al hun leden aan te sluiten bij een andere sportfederatie die een aanbod heeft voor die sport.

Ik ben geen voorstander om de mogelijkheid op dubbele affiliatie van een sportclub bij twee sportfederaties via een decretale bepaling afdwingbaar te stellen. Dit zou naar mijn oordeel strijdig zijn met de autonomie van de verenigingen binnen de vzw-wetgeving. Het is de vzw die de regels bepaalt van toetreding en die bepaalt aan welke voorwaarden de leden – hier de clubs – dienen te voldoen.

Zoals u zelf opmerkt, zal de unisportfederatie door het nieuwe decreet verplicht worden om een aanbod van a tot z te ontwikkelen, dat is altijd mijn bedoeling geweest. Dat zal zich vertalen in een aanbod voor zowel de zuiver recreatieve sporter, als de sporter van hoog niveau, evenals een aanbod voor alle mogelijke leeftijdsgroepen en doelgroepen. Dit aanbod van a tot z richt zich met andere woorden naar alle leden van de bij haar aangesloten sportclubs.

Niets zal verhinderen een verschillend lidgeld in te voeren. In het ontwerp van decreet zal daarover niets staan. Men zal een verschil van lidgeld kunnen maken. Dat komt al veel voor. Jongeren die nog niet werken en werkenden kunnen bijvoorbeeld een ander lidgeld betalen. Dat bestaat al bij de federaties. Ik laat hen daar totaal vrij in, de federaties en de clubs.

We mogen natuurlijk – en dat vind ik heel belangrijk – niet de perceptie creëren alsof de op dit ogenblik 1 miljoen aangesloten leden bij de unisportfederaties allemaal zuiver competitieve sporters zijn en enkel de 400.000 leden van de recreatieve sportfederaties aan recreatieve sportbeoefening doen. Het huidige aantal recreatieve leden bij de unisportfederaties is in de meeste gevallen reeds groter dan bij de recreatieve sportfederaties. De nieuwe a-tot-z-verplichting voor de unisportfederaties moet er vooral voor zorgen dat de zwakkere leerlingen van de klas orde op zaken stellen in hun aanbod en mag niet worden gezien als een bedreiging voor de multisportfederaties.

Via het nieuwe ontwerp van decreet is er immers voor gezorgd dat de toekomst van zowel de unisportfederaties als de multisportfederaties wordt gevrijwaard. In tegenstelling tot het huidige decreet op de subsidiëring van de sportfederaties zijn de subsidiemechanismen voor zowel de unisportfederaties als de multisportfederaties identiek. Dat is toch ons voorstel. De basisopdrachten van de uni- en de multisportfederaties zijn verschillend. Het is dan ook aan de sportclub om een keuze te maken om toe te treden tot de een of de ander.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Minister, op dit punt zitten we niet op dezelfde lijn. Als u één sportfederatie erkent en subsidieert, kunt u wel degelijk sturing geven inzake het huishoudelijk reglement of de statuten van de vzw. Dan kunt u voorwaarden stellen en vragen om dubbele affiliatie toe te staan. Dat heeft niets te maken met de vrijheid van vereniging. Die vrijheid van vereniging kunt u ook toepassen op de sportclubs zelf. Die kunnen zich vrijelijk aansluiten bij deze of gene of bij allebei de sportfederaties. Dat vind ik dus geen argument. Wat is uw principieel argument om daar tegen te zijn?

Tussen haakjes, het gaat niet om een efemeer fenomeen. Het is van toepassing bij FROS, de gezinssportfederatie, en bij Sporta, en dat zijn niet de eerste de beste.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik zie niet in waarom ik daar een verplichting van zou maken. Ik zie geen reden om te zeggen dat ze mogen kiezen welke leden bij welke federatie aansluiten. Dat lijkt me niet logisch. Ik vind het niet logisch dat ze zich zowel bij uni als bij multi kunnen aansluiten. De clubs kunnen toch niet bepalen dat ze sommige leden hier en andere daar gaan inschrijven? Waarom zou ik dat decretaal gaan vastleggen? Ik vind de vrijheid van vereniging belangrijker en dat de clubs zelf kunnen kiezen op welke manier ze werken.

De federaties bieden iets aan aan hun leden. Ik denk niet dat het wijs zou zijn om hen zoiets op te leggen.

Joris Poschet (CD&V)

De vrijheid van vereniging geldt ook op het niveau van de clubs. Ze kunnen kiezen wie ze waar aansluiten. Wat we nu gaan zien, vrees ik, het is al bezig, is dat clubs zich gaan ontdubbelen. Club A zal in A1 en A2 worden opgesplitst en ze zullen bij verschillende federaties aansluiten.

Bart Caron (Groen)

Minister, we mogen het perverse effect niet creëren dat een club in twee gaat splitsen. Dan zou het ene deel bij federatie A aansluiten en het andere bij federatie B. Dat is toch geen wenselijk scenario.

Neen, voor mij mag dat, maar het kan toch ook niet de bedoeling zijn dat bij één club tien leden aansluiten bij de unisportfederatie om daarmee van alle voordelen te kunnen genieten en dat duizenden anderen bij de andere club aansluiten omdat het goedkoper is. Ik stel voor om dat vrij te laten. Ik zie een decretale verplichting om aan te sluiten bij de twee echt niet zitten.

Het was niet in het verleden, mijnheer Poschet. Het zou vandaag al zo moeten zijn. In de badmintonfederatie mochten de clubs alleen aangesloten zijn bij de unisportfederatie. De clubs moesten met al hun leden aangesloten zijn. Eigenlijk hadden ze er toen nog meer voordeel van dan nu. Als het nieuwe decreet is goedgekeurd, zullen niet alleen de kwantitatieve, maar ook de kwalitatieve elementen de subsidie bepalen.

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

Joris Poschet (CD&V)

Het enige en grote verschil is dat met het nieuwe decreet maar één sportfederatie zal worden gesubsidieerd, terwijl nu nog de verschillende federaties worden gesubsidieerd.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.