U bent hier

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, overeenkomstig de bijzondere wet van 13 juli 2001 behoort exportpromotie en het aantrekken van buitenlandse investeringen tot de bevoegdheid van de deelstaten. Die feitelijkheid botst een beetje op het vermeende beleid van het Bureau International des Expositions (BIE) om bij internationale tentoonstellingen enkel paviljoenen van specifieke landen toe te laten. Ik weet niet of dat helemaal klopt, want ik zie in Milaan ook een paviljoen van McDonalds, een machtige speler in de wereld, maar tot nader order geen onafhankelijke staat. Ik verwijs ook naar het plan dat in Milaan uiteindelijk niet is gerealiseerd om een paviljoen te maken met de meest innovatieve regio’s. Ik weet niet waarom dat niet is gerealiseerd. Die regel is dus niet zo heel strikt, maar laten we ervan uitgaan dat die toch bestaat.

Voor 2011 werd er telkens op ad-hocbasis een samenwerking tussen de regio’s opgezet. In 2011 besliste de Federale Regering eenzijdig om een permanente organisatiestructuur op te richten ter vervanging van de ad-hocaanpak van voordien. De regio’s werden daar niet bij betrokken, maar kregen achteraf wel een deel van de factuur toegeschoven.

De situatie werd in 2013 geformaliseerd met een samenwerkingsakkoord. Intussen kreeg het Belgisch Commissariaat-Generaal een vaste rubriek in het blunderboek van het Rekenhof, al zijn die problemen intussen achter de rug.

We zitten nu in een periode van relatieve luwte. De eerstvolgende grote tentoonstelling, de tuinbouwtentoonstelling in Peking, is gepland in 2019 en wordt gevolgd door de wereldtentoonstelling in Dubai in 2020. We hebben dus een paar jaar de tijd om de structuren te bekijken. Keren we terug naar de ad-hocstructuur of behouden we de permanente structuur, en zo ja, welke vorm krijgt ze dan?

Tijdens de vergadering van het Overlegcomité van 28 oktober 2015 bleek dat er belangstelling is om ten minste aan de wereldtentoonstelling in Dubai deel te nemen. Er werd beslist dat het federale niveau tegen begin 2016 een voorstel zou formuleren. Ik citeer: “Het overlegcomité noteert dat de federale regering een reorganisatie van het Commissariaat-Generaal voor Expo’s voorbereidt en een voorstel zal neerleggen tijdens het eerste kwartaal van 2016.” Dat is dus het lopende kwartaal. “Pas na een akkoord over de reorganisatie van het Commissariaat-Generaal voor de Wereldtentoonstellingen zal de onderhandeling opgestart worden over het toekomstig samenwerkingsakkoord voor de deelname aan Dubai 2020.” Hieruit leid ik af dat ervoor gekozen is het Belgisch Commissariaat-Generaal als permanente organisatiestructuur te behouden.

Dat brengt me tot mijn vragen, minister-president. Hoe evalueert u de werking van dat Commissariaat-Generaal als permanente structuur met een commissaris-generaal, een adjunct-commissaris-generaal en een aantal personeelsleden? Laten we daarbij de problemen die het Rekenhof in het verleden signaleerde en die intussen dan wel grotendeels zijn opgelost, even buiten beschouwing laten.

Bij elke deelname betalen wij een aanzienlijk deel van de factuur. Welke inbreng moet Vlaanderen volgens u hebben en welke reorganisaties acht u wenselijk of noodzakelijk om tot een goede deelname van Vlaanderen aan internationale tentoonstellingen te komen?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

De samenwerking met het Belgisch Commissariaat-Generaal voor Expo’s verloopt, zoals u weet, via Flanders Investment & Trade (FIT). Dat is aangesteld als centraal aanspreekpunt in verband met de Vlaamse deelname aan de wereldtentoonstelling in Milaan, zowel voor de bedrijven, als voor het Belgisch Commissariaat-Generaal. FIT heeft na afloop van de wereldtentoonstelling de Vlaamse sponsors en partners bevraagd en gaf een debriefing met de leden van de Vlaamse taskforce, de overheden, de provinciebesturen en de bedrijfsorganisaties. Daaruit zijn positieve en minder positieve elementen naar voren gekomen. Positief voor het bedrijfsleven en Vlaanderen in het algemeen waren vooral de grote zichtbaarheid van onze voedingsindustrie en aanverwante sectoren, de talrijke netwerkopportuniteiten, de uitwisseling van kennis en ideeën, het commerciële succes van diverse food units, zoals bier, chocolade, frieten enzovoort. De contacten met de commissaris-generaal verliepen in een ‘constructieve sfeer’, maar het dagelijks beheer van het Belgisch paviljoen en de algemene communicatie tussen het Commissariaat-Generaal en de diverse partners en sponsors verliepen eerder stroef. Dat werd veroorzaakt door interne problemen, een vrij groot personeelsverloop, onduidelijke financiële afspraken en gebrek aan overleg. Ik heb daarover al tekst en uitleg verschaft naar aanleiding van een eerdere vraag om uitleg van u. Globaal waren de Vlaamse partners echter tevreden. De ondernemers bleken ook interesse te hebben voor deelname aan de expo in Dubai in 2020.

Op basis van die terugkoppeling en met het oog op een Vlaamse aanwezigheid in Dubai lijkt het ons aangewezen in de toekomst te opteren voor een betere, nauwere en meer gestructureerde samenwerking tussen Vlaanderen en het Commissariaat-Generaal voor Expo’s, met vooral veel meer overleg en veel meer duidelijke afspraken.

Wat de organisatie van het Commissariaat betreft, is het van belang dat wordt ingezet op efficiënt beheer ter plaatse, met een duidelijke aansturing, ook op de site zelf, met gedegen personeelsmanagement en een betere follow-up van de contracten en evenementen. Het Commissariaat-Generaal heeft ter zake geen voorstel gedaan, maar op initiatief van Vlaanderen vindt er op 24 februari voor het eerst een overleg plaats met de commissaris-generaal en Flanders Investment & Trade. Daarbij zullen we terugkijken op de positieve en negatieve punten van Milaan, maar ook vooruitblikken naar Dubai 2020, met het formuleren van onze Vlaamse wensen om te komen tot betere afspraken en een betere aanpak op het terrein.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Dank voor uw antwoord, minister-president. Ik denk dat we allemaal vaststellen dat er inderdaad meer overleg moet zijn om dan ter plaatse tot een efficiënter beheer te komen. Het is een beetje vreemd dat het Commissariaat-Generaal, dat de motor van het hele gebeuren zou moeten zijn, zelf nog geen voorstellen heeft geformuleerd.

Internationale expo’s hebben niet alleen een economische component, heel belangrijk voor het bedrijfsleven, maar zouden er ook voor moeten zorgen dat Vlaanderen en de andere gewesten als bevoegde entiteiten een stuk politieke zichtbaarheid als regio krijgen. We kregen zelf de kans om het Belgisch paviljoen in Milaan te bezoeken, met heel veel interessante zaken, maar de zichtbaarheid van de deelentiteiten stond er niet in verhouding tot het deel van de factuur dat ze te betalen krijgen. Ik herinner me nog het zwart-geel-rode interieur. Dat is allemaal heel leuk en interessant, maar als buitenstaander krijg je niet de indruk dat de regio’s bevoegd zijn voor buitenlandse handel en dat zij het contactpunt zijn. Nu het overleg is opgestart, biedt dat misschien een gelegenheid om daar wat meer aandacht aan te besteden. Die zichtbaarheid moet er toch zijn, eigenlijk a rato van onze bevoegdheden, maar ten minste a rato van het deel van de factuur dat we betalen.

Ik verneem ook dat er plannen zijn tot samenwerking tussen de drie Benelux-landen. Misschien kunt u dat meenemen en nagaan in welke mate zoiets een structureel karakter kan krijgen.

In de nota ter voorbereiding van het overlegcomité lees ik ook dat het Commissariaat-Generaal knowhow en personeelsuren ter beschikking van de regio’s wil stellen wanneer die op eigen initiatief, los van het Commissariaat-Generaal, aan expo’s zouden deelnemen. Mijn vraag is dan meteen of dit een gratis dienstverlening is. Of krijgen de regio’s die het initiatief nemen om los van de federale structuur op internationale expo’s aanwezig te zijn, voor de geleverde knowhow en uren ook de factuur gepresenteerd?

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, ik wil enkel onderstrepen wat collega Van Overmeire zegt, namelijk dat er ook in het Beneluxparlement, met collega Marc Hendrickx als een van de voortrekkers, geregeld wordt gesproken over de mogelijkheid om als lage landen aan internationale expo’s deel te nemen. We lopen op dergelijke evenementen immers verloren tussen het grote aantal deelnemende landen en een hele reeks ngo’s en organisaties. Het komt er dus op aan te zorgen voor de nodige zichtbaarheid, afhankelijk van de thema’s. Dat laatste is natuurlijk belangrijk. We moeten niet aan alles in dezelfde mate willen deelnemen, maar als de thema’s van de expo’s zich daartoe lenen, kunnen we heel wat winnen aan efficiëntie en uitstraling door samen met onze meest naaste buren deel te nemen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik zal deze punten mee opnemen en we zullen kijken welk concreet aanbod we krijgen, bijvoorbeeld om een beroep te doen op mensen van het Commissariaat-Generaal. Als dat tegen betaling is, dan moeten we wel goed afwegen of dat voor ons een meerwaarde inhoudt. We zijn natuurlijk actief met Flanders Investment & Trade.

Zichtbaarheid is een zeer belangrijk aspect, omdat het heel veel bezoekers lokt.

Het feit dat onze deelname via FIT gebeurt, wijst op zich al op de doelstellingen die we hebben: dat is vooral om handel te kunnen drijven, handelsbetrekkingen te kunnen aangaan, contracten te kunnen sluiten en contacten te kunnen leggen. Dat wil ik toch wel meegeven. FIT heeft daar ook een missie naartoe gebracht met Business-to-Businesscontacten (B2B), wat natuurlijk het belangrijkste aspect is daar, namelijk dat je toont aan een breed publiek wat je te bieden hebt. Het is vooral belangrijk om daar contacten te kunnen hebben en om die opdracht te kunnen vervullen, wat de missie is van FIT. In het licht daarvan kunnen we eens kijken of het belangrijk zou kunnen zijn om daar in een samenwerkingsverband te gaan. Andere entiteiten in België moeten daar natuurlijk ook in mee willen gaan.

Wat zichtbaarheid betreft, zou je misschien kunnen zeggen dat je een grotere ruimte krijgt. Anderzijds zit je ook met concurrenten die daar naartoe gaan. We weten ook van de gezamenlijke handelsmissies met Nederland dat het niet voor elk van de sectoren evident is om gezamenlijk naar het buitenland te gaan. Ik ga die suggestie meenemen. Maar als we er met FIT in investeren, is het wel de bedoeling om ‘return on investment’ te krijgen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.