U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, al in 2010 stelde het agentschap Jongerenwelzijn het Kinderrechtencommissariaat op de hoogte van het plan een proefproject rond videoconferenties voor jongeren in de Vlaamse gemeenschapsinstellingen op te zetten. Men had de bedoeling om, in plaats van een persoonlijke verschijning voor de jeugdrechter, de jeugdrechter de mogelijkheid te bieden om via een videoconferentie contact met de jongere te hebben. Aan de oorsprong van dit project lag het idee dat zo de hoge kosten van verplaatsingen naar de jeugdrechtbank gedrukt zouden kunnen worden.

In antwoord op mijn schriftelijke vraag van 15 december 2014 stelde u dat het voorstel erin bestaat om voor elke nieuwe jongere die wordt opgenomen in De Hutten van gemeenschapsinstelling De Kempen in Mol of in de campus Beernem van gemeenschapsinstelling De Zande in Ruiselede en die wordt begeleid door de sociale dienst van de jeugdrechtbank Hasselt of Antwerpen, een contact via videoconferentie tussen de jongere en zijn consulent te organiseren.

Het gebruik dat thans wordt gemaakt van de videoconferentie in bovenvermelde instellingen zou door de lokale directies positief worden geëvalueerd. Een uitbreiding naar andere locaties wordt door hen dan ook mogelijk geacht, zo zei u in het antwoord op mijn schriftelijke vraag. In antwoord op een andere schriftelijke vraag, van 24 februari 2015, zei u echter dat het onderzoek naar de uitbreiding van het gebruik van videoconferenties naar bijkomende locaties nog niet werd opgestart aangezien de minister van Justitie daartoe eerst een wettelijke basis wenst te creëren. In de Kamer keurde de commissie Justitie op 6 januari – en als ik me niet vergis deed de plenaire vergadering dat vorige week ook – een wet goed waarbij de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling de mogelijkheid krijgen om in verdenking gestelde personen via een videoconferentie te laten verschijnen. De wet zou uiterlijk op 1 september 2017 in werking treden.

Ik heb hierover volgende vragen. In welke mate maakt men gebruik van videoconferenties in gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande? Kunt u daarover cijfers meedelen? Is ondertussen al onderzocht of het gebruik van videconferenties kan worden uitgebreid naar andere locaties? Wat is de stand van zaken hieromtrent? Welk gevolg heeft de wetswijziging op federaal niveau met betrekking tot het gebruik van videoconferenties in strafzaken voor het gebruik van videoconferenties in jeugdzaken en in jeugdinstellingen? Biedt de wet die in januari werd goedgekeurd in de Kamer, de nodige juridische basis voor de organisatie van het eerder vooropgestelde proefproject? Indien niet, overlegt u dan nog met de federale minister van Justitie om dit alsnog mogelijk te maken?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, collega’s, er zijn thans geen cijfers beschikbaar over het gebruik van videoconferenties in de gemeenschapsinstellingen De Kempen en De Zande. Nog deze maand is evenwel een evaluatievergadering gepland met beide instellingen over het gebruik van de bestaande videoconferentieapparatuur. Tevens zal worden onderzocht hoe deze apparatuur intensiever kan worden gebruikt. Zolang er geen wettelijke basis is om videoconferenties te gebruiken voor zittingen op de jeugdrechtbank, zal er geen initiatief worden genomen om videoconferenties uit te breiden naar andere locaties. Wel wordt er, naar aanleiding van een eerste contact van medio 2015 met de commissie jeugdadvocatuur van de Orde van Vlaamse Balies, onderzocht hoe Skype en gelijkaardige tools kunnen worden ingezet om het contact tussen de jongere en zijn advocaat te vergemakkelijken.

Het wetsvoorstel van 14 januari 2016, dat blijkbaar inmiddels ook door de plenaire vergadering is goedgekeurd, betreffende het gebruik van videoconferenties voor de verschijning van in verdenking gestelden in voorlopige hechtenis creëert een wettelijke basis voor het gebruik van videoconferenties in gevallen van voorlopige hechtenis. Het betreft hier een aanpassing van het Wetboek van Strafvordering en de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Deze aanpassing heeft geen betrekking op de procedure in jeugdzaken. Het creëert wel een wettelijke basis voor het gebruik van videoconferenties met uit handen gegeven jongeren in voorlopige hechtenis, bijvoorbeeld voor jongeren verblijvend in het Vlaams detentiecentrum De Wijngaard in Tongeren.

De Orde van Vlaamse Balies heeft zich negatief uitgesproken over het gebruik van videoconferenties in jeugdzaken, omdat het persoonlijk contact tussen de jeugdrechter en de minderjarige belangrijk is. Ook de kinderrechtencommissaris heeft een aantal reserves geuit over het gebruik van videoconferenties als alternatief voor face-to-facegesprekken, omdat het moeilijker zou zijn om de non-verbale communicatie waar te nemen. De Commissie voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde heeft in haar advies gewezen op de financiële haalbaarheid van de veralgemening van de videoconferenties in jeugdzaken.

Deze opmerkingen indachtig en rekening houdende met de steeds wijzigende mogelijkheden van digitale communicatie investeren we in het draagvlak voor videoconferenties en zijn we – zoals hierboven gesteld – het gesprek met de advocatuur aangegaan. Uiteraard hopen we dat ook in het federale parlement een draagvlak kan worden gecreëerd voor het gebruik van videoconferenties in jeugdzaken. We hebben het kabinet van de minister van Justitie alle beschikbare informatie bezorgd en uiteraard willen we – rekening houdend met de budgettaire context – met hen de mogelijkheden hiervoor bespreken.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik dank u voor het antwoord. Videoconferenties zijn voor verschillende soorten van contact mogelijk – voor contacten tussen jongeren en consulenten, tussen jongeren en advocaten, tussen jongeren en de jeugdrechters. Ik denk dat de evaluatie zal aantonen dat het gebruik ervan een aantal voordelen heeft. Wat betreft de contacten met jeugdrechters moeten we inderdaad heel goed de rechten van de jongeren bewaken. Wel stel ik me voor dat de verplaatsingen van en naar de rechtbank en het soms urenlange wachten daar niet altijd even positief zijn.

Het is goed dat er omzichtig mee wordt omgesprongen. Ik hoor dat er heel binnenkort een evaluatie van het huidige gebruik is gepland. Kan de commissie daarvan op de hoogte worden gebracht en kunnen we daarover een discussie voeren? Natuurlijk had ik ook gezien dat de onlangs goedgekeurde wet gaat over de voorlopige hechtenis en dus geen gevolgen heeft voor jeugdzaken. Wel heeft ze gevolgen voor jongeren die uit handen worden gegeven en ook op dat vlak moeten we dus de effecten monitoren.

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

Ik zal het niet over strafzaken hebben. Op dat punt is het antwoord van de minister heel duidelijk en de regelgeving laat op het moment inderdaad weinig ruimte. Wel zijn twee andere aspecten belangrijk. Met onze fractie zijn we zeker voorstander van de mogelijkheden die videoconferentie biedt, maar zoals mevrouw Schryvers zegt, blijven face-to-face-contacten belangrijk voor de relatie van de jongere op twee terreinen, waarop videoconferentie wel een aanvulling kan bieden. Ten eerste geldt dat voor de relatie van de jongere met zijn advocaat. We hebben in het verleden in het federale parlement heel sterk en lang gewerkt om aan de balies een echte specialisatie jeugdadvocatuur te krijgen, met mensen dus die een speciale interesse hebben voor en kennis van werken met jongeren en de regelgeving daarrond. Videoconferentie kan op dit vlak als aanvulling bij de face-to-face-contacten een meerwaarde bieden. Ten tweede zijn er de contacten met de consulent van de jongere. In het verleden kreeg de kinderrechtencommissaris veel klachten dat die contacten te beperkt zijn. Ook op dit vlak kan videoconferentie dus een meerwaarde bieden. Ik dring er dan ook op aan dit verder in het oog te houden.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Net zoals de twee vorige sprekers ben ook ik ervan overtuigd dat videoconferenties een meerwaarde kunnen bieden, zeker in aanvulling bij wat er vandaag gebeurt. Op een vraag van mij antwoordde de minister dat er in 2014 ongeveer 1665 verplaatsingen vanuit een gesloten gemeenschapsinstelling naar een rechtbank waren. Samen zijn die goed voor meer dan 680.000 euro aan transportkosten. Dat is toch iets om in rekening te brengen, uiteraard met de nodige rechtswaarborgen.

Ik heb een aanvullende vraag, minister. Het is daarnet al gezegd. Het gaat over jongeren in hun relatie tot de rechter, maar ook in hun relatie tot hun advocaat en consulent. Uit de cijfers die ik heb opgevraagd, blijkt een opmerkelijk en groot verschil tussen het aantal videoconferenties tussen consulent en minderjarige vanuit de verschillende instellingen. In 2014 was er maar één vanuit De Hutten, ook maar één vanuit Beernem met Brugge, maar wel zes vanuit Beernem met Antwerpen en twee met Hasselt en Tongeren. Heeft dat te maken met een verschillende politiek die de instellingen eventueel hanteren?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Dat heeft er inderdaad mee te maken. Sommige instellingen gaan anders om met de actoren bij Justitie dan andere. Daarom ook moeten we na evaluatie op een bepaald moment beslissen of we het systeem veralgemenen en dan moet er met de Orde van Balies en met magistraten op het hogere niveau een afspraak worden gemaakt. Anders blijven we hangen in een systeem ad hoc dat gebaseerd is op contacten en afspraken in een bepaalde setting. Dat laatste moeten we op een bepaald moment verlaten en we moeten overstappen naar een hoger kader. Ik ken die problematiek nog wel vanuit een vorig leven. De meeste advocaten hechten veel belang aan de interactie met hun cliënt, ook de non-verbale, om goed te kunnen pleiten en een goede bijstand te kunnen bieden. Ook voor rechters is dat belangrijk. Er zijn echter ook andere momenten van overleg en contact waarin dat misschien minder belangrijk is. Als de evaluatie klaar is, zal ik ze aan de commissie bezorgen en ik nodig u allen uit contact te nemen met uw federale collega’s om na te gaan of er voor videoconferenties een wettelijk kader kan worden gecreëerd.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

De investering in dit proefproject dateert van enkele jaren geleden. Het is goed dat nu de evaluatie wordt gemaakt en dat we voor de toekomst concluderen voor welke instellingen en welke soorten contacten videoconferenties kunnen en voor welke niet, om dan verder te kijken welke verdere afspraken, op federaal niveau, maar ook met de Orde van Balies, kunnen worden gemaakt.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.