U bent hier

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, in essentie gaat mijn vraag over de lokale bestuurskrachtmonitoring, een project dat al een tijdje in voorbereiding is. Het is gebaseerd op een studie van het Steunpunt  Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (SBOV) dat een ondersteunend instrument wil creëren voor lokale besturen om hun bestuurskracht te beoordelen en daar nadien naar te handelen.

U hebt zelf een tijdje geleden aangekondigd dat u aan elke gemeente een standaardrapport hebt bezorgd en dat u een overheidsopdracht hebt uitgeschreven om een consultant op afroep ter beschikking te stellen van de lokale besturen voor het begeleiden van die onderzoeken. Dat is niet zonder belang.

In het rapport van het Steunpunt staat onder meer de aanbeveling dat de bestuurskracht van de gemeentebesturen en OCMW ’s zou moeten worden gemeten. We kennen het voornemen van deze Vlaamse Regering om het OCMW en de gemeente te integreren. Dan lijkt het logisch dat die OCMW ’s ook bij die oefening worden betrokken.

Er wordt ook een uitje gemaakt naar onze noorderburen. Zo wordt er een onlinemonitor voorgesteld: waarstaatjegemeente.nl. Ik heb die website eens bekeken en die is vergelijkbaar met onze gemeentelijke profielschetsen.

Belangrijk is ook de notie in het rapport dat SBOV duidelijk stelt dat het versterken van de lokale bestuurskracht niet alleen een zaak is van de beleidsverantwoordelijken op het lokale bestuursniveau, maar ook op het centrale bestuursniveau of omgekeerd.

Ik leg daarbij meteen de link met de bestuurskrachtmeting voor plattelandsgemeenten. Ik heb ook al een vraag gesteld aan minister Schauvliege in de commissie Landbouw over een andere bestuurskrachtmeting voor de plattelandsgemeten met een strengere selectie dan deze die het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) heeft gedaan. Daarbij vertrekt men van een bestuurskrachtmonitor. ABB zou basisgegevens voor die bestuurskrachtmonitor die zij hebben ontwikkeld, doorspelen naar de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) opdat deze niet opnieuw die oefening zou moeten maken. Bij de VLM-oefening zien we echter toch nog iets anders, men gaat daar namelijk met een visitatie achteraf werken.

Minister, bestaat er binnen de bestuurskrachtmonitoring die in uw handen ligt een initiatief om ook de OCMW ’s te betrekken bij die monitoring? Zo ja, hoe gebeurt dat? Zo neen, waarom niet of nog niet?

Ziet u die monitoring en de begeleiding door de consultant als een eenmalig initiatief, onder andere met het oog op het jaar van de waarheid als het erop aankomt, over de vrijwillige fusies? Ziet u dat als een eenmalig initiatief voor 2016, of zullen gemeenten die nu geen beroep hebben gedaan op de begeleiding of op uw voorstel, ook de volgende jaren nog die mogelijkheid hebben?

De lokale bestuurskracht lijkt mij een gedeelde verantwoordelijkheid van de lokale besturen en van de Vlaamse overheid. Hoe ziet u de samenwerking daaromtrent evolueren? Gaat die in de toekomst nog ruimer dan de begeleiding die u vandaag via de overheidsopdracht hebt aangeboden? Of denkt u misschien aan een traject na het onderzoek waarbij lokale besturen concreet begeleid worden bij initiatieven die zij kunnen nemen tot het versterken van die bestuurskracht? Dan hebben we het al heel snel over fusies of verregaande intergemeentelijke samenwerking. Bent u van plan om ook wat dat betreft in wat begeleiding te voorzien?

Dan is er ook nog de bestuurskrachtmeting voor de plattelandsgemeenten. Minister Schauvliege heeft duidelijk gezegd dat er heel goed wordt samengewerkt tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Vlaamse Landmaatschappij als het erop aankomt gegevens uit te wisselen en dergelijke meer. Minister Schauvliege heeft mij ook gezegd dat er gemeenten van de ene pot naar de andere worden overgeheveld als daar goede argumenten voor zijn. Klopt dat? Is dat al gebeurd? Welke gemeenten kwamen daarvoor in aanmerking?

Ik blijf erbij dat het niet altijd zin heeft om twee aparte oefeningen in stand te houden, tenzij natuurlijk blijkt dat de beide een totaal fundamenteel verschillende invalshoek hebben en niet geïntegreerd kunnen worden. Maar mij lijkt het niet dat dit niet mogelijk is en dan denk ik dat het interessant zou zijn om beide trajecten te integreren, om één model te creëren dat de bestuurskracht meet en in begeleiding en zo meer voorziet voor alle gemeenten in Vlaanderen. Ik denk dat dat de toekomst zou kunnen zijn. Bent u van hetzelfde oordeel? Zo ja, welke stappen ziet u daar mogelijk?

De heer De Loor heeft het woord.

Ik dank collega Maertens voor deze mooie inleiding en de mooie schets van de lokale bestuurskracht. Minister, ‘lokale bestuurskracht’ was de voorbije jaren misschien wel het populairste begrip in deze commissie, maar sinds anderhalf jaar moet het misschien toch de duimen leggen voor het woord ‘besparingen’.

De bestuurskrachtmonitor werd in juni 2015 voorgesteld. Het is de bedoeling dat elk lokaal bestuur op de website van het agentschap een rapport kan downloaden. Er is ook een reeks richtvragen tot zelfevaluatie ter beschikking gesteld. Eind november 2015 hebt u de lokale besturen nog een bijkomend aanbod gedaan. We hebben het daar bij de bespreking van uw beleidsbrief ook uitvoerig over gehad. U geeft aan een 25-tal besturen de mogelijkheid om zich te laten begeleiden door een externe consultant, om workshops te organiseren die de gemeenten moeten helpen bij onder andere het interpreteren van de indicatoren en de antwoorden op de richtvragen, het trekken van relevante conclusies, het formuleren van aanbevelingen en het opstellen van een actieplan. Als ik me niet vergis, hebt u daar een bedrag van 85.000 euro voor uitgetrokken.

Steden en gemeenten die zich kandidaat wensten te stellen om op dat aanbod in te gaan, moesten dat uiterlijk op 8 januari van dit jaar doen. Afhankelijk van het feit of het aantal kandidaturen hoger ligt dan 25 en of men boven het beschikbare budget zit of niet, zou een stuurgroep de ingediende kandidaturen beoordelen, om zo tot een definitieve selectie te komen.

Minister, hoeveel steden en gemeenten hebben zich uiteindelijk kandidaat gesteld voor die oefening? Is de selectie al gebeurd? Zo ja, in welke steden en gemeenten zal de externe consultant aan de slag gaan? Hoeveel steden en gemeenten gingen reeds aan de slag met de richtvragen tot zelfevaluatie? Krijgt de projectverantwoordelijke bij het agentschap daar feedback over? Ik weet dat het niet verplicht is om feedback te geven aan het agentschap, maar gebeurt dat? En zo ja, hoeveel hebben er al feedback gegeven? Kunnen er al lessen getrokken worden uit de eerste zes maanden dat de bestuurskrachtmonitor en de rapporten ter beschikking zijn? Bent u van oordeel dat de waarde van het instrument al voldoende bekend is bij de lokale besturen? Plant u een vervolgopdracht voor het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie?

Het rapport van Audit Vlaanderen over de structurele bevindingen uit de eerste reeks organisatieaudits, dat half december 2015 werd voorgesteld, bevat ook een aantal aanbevelingen die betrekking hebben op de bestuurskracht. Overweegt u om de evaluatie van de bestuurskracht in de toekomst te integreren in de organisatieaudits van de lokale besturen, om zo tot de bestuurskrachtvisitaties te komen waarvan sprake is in het eindrapport van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie?

Minister Homans heeft het woord.

Collega’s, bedankt voor de vragen. Het is een opportuniteit om een en ander te verduidelijken, want ik heb de afgelopen weken een aantal artikelen gelezen in de media, waarin de link werd gelegd tussen bestuurskrachtmonitoring en eventuele consultancy enerzijds en fusies anderzijds. Dat staat compleet los van elkaar, collega’s. Er zijn nu een aantal lokale besturen geselecteerd, maar dat staat los van een eventueel fusietraject. Ik heb niet gezegd dat iemand hier aanwezig die geruchten de media heeft ingestuurd, maar die zijn wel verschenen. Ik wou dus nog even de puntjes op de i zetten: het een heeft absoluut niets met het ander te maken.

U weet dat wij met deze Vlaamse Regering absoluut geloven in de autonomie en de sterkte van de lokale besturen. Dat is heel duidelijk in zowel mijn beleidsnota als mijn beleidsbrief. Wij willen meer ondersteunen in plaats van alles van bovenaf op te leggen. Wij willen af van de betuttelende keizer-kostermentaliteit.

Door de oprichting in 2014 van de externe audits van de lokale besturen willen we de lokale besturen meer ondersteunen bij hun interne organisatiebeheersing. We verzamelen en publiceren tal van indicatoren, zowel financiële als niet-financiële, die de lokale besturen moeten helpen bij het beter beoordelen, het beter formuleren en het opvolgen van noodzakelijke beleidsmaatregelen. Dat is de verantwoordelijkheid van het lokale bestuur. Dat doen zij doorgaans op een voortreffelijke wijze. Wij willen natuurlijk de gemeenten ondersteunen in hun evaluatie van de eigen bestuurskracht en in de mogelijke maatregelen die nodig zijn om die bestuurskracht te verhogen. Ik ga mij niet uitspreken over de bestuurskracht van een lokaal bestuur. Het kan niet beter zijn dan die verantwoordelijkheid in handen van het desbetreffende lokale bestuur te geven. Zij kunnen dat als geen ander goed inschatten. Dat neemt niet weg dat we ook een aantal instrumenten willen aanreiken om als een soort van tool te gebruiken bij die meting.

We hebben dit op verschillende manieren gedaan, bijvoorbeeld door middel van een wetenschappelijk rapport van het Steunpunt, met de indicatoren en de verdere richtvragen. Ook door het rapporteren op maat van elke gemeente. Er bestaat niet zoiets als de doorsnee Vlaamse gemeente, er is geen enkele Vlaamse gemeente gelijk aan een andere. We moeten dus echt maatwerk kunnen leveren. Er was ook het aanbod van externe consultancy, waarvoor de besturen zich voor 8 januari 2016 kandidaat moesten stellen.

Mijnheer De Loor, er hebben zich dertig gemeentebesturen kandidaat gesteld. De kandidaturen worden momenteel beoordeeld door een stuurgroep. Er zijn er negentien geselecteerd die aan de criteria voldeden en in aanmerking kwamen.

Mijnheer Maertens, u vroeg naar het concrete project van de VLM. Bij die dertig zaten er een paar die niet in aanmerking kwamen voor onze openstelling maar wel voor het VLM-project. Wij hebben vier gemeenten doorgestuurd. Ik zal meteen zeggen welke.

Het is de bedoeling dat de Stuurgroep de selectie van de besturen op korte termijn afrondt. Vervolgens zullen de geselecteerde besturen hiervan op de hoogte worden gebracht. Die mededelingen zullen op korte termijn gebeuren.

Mijnheer De Loor, mijn administratie heeft de afgelopen maanden grote inspanningen geleverd om zowel het rapport van het Steunpunt als de rapporten per gemeente bekend te maken bij de lokale besturen. Op 27 november 2015 heeft ieder college nog een uitnodiging ontvangen om in te stappen in een mogelijk traject met een externe consultancy. Het project is ondertussen genoegzaam bekend. Het is bij elk lokaal bestuur doorgedrongen dat er zoiets bestaat als wat wij nu aanbieden.

Noch mijn kabinet noch mijn administratie heeft op dit moment zicht op hoeveel gemeenten er hiermee aan de slag zijn gegaan en op welke manier. Ik geloof in de autonomie en in de daadkracht van de lokale besturen. Ik vind het constante betuttelende optreden met het vingertje niet goed. De instrumenten zijn goed, voldoende en ruim bekend. Het is de verantwoordelijkheid van de lokale besturen om daar nu mee aan de slag te gaan.

Mijnheer Maertens, neen, ik zal geen initiatief nemen ten aanzien van de OCMW’s. Dat is misschien een heel kort antwoord, maar ik zal er nog enkele zinnen aan breien. U weet dat in het onderzoek van het Steunpunt de focus ‘bestuurskracht’ op de gemeenten lag. Er zijn in de individuele bestuurskrachtrapporten per gemeente geen gegevens opgenomen wat de OCMW’s betreft. In de andere instrumenten worden de OCMW’s natuurlijk niet over het hoofd gezien.

Ik geef u enkele voorbeelden. Bij de vele informatie op de website van het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) worden de OCMW’s wel degelijk meegenomen. Zo bevatten de financiële informatie uit de BBB-rapporten (Beter Bestuurlijk Beleid) en de niet-financiële informatie heel wat indicatoren met betrekking tot de OCMW’s. Ik ben er absoluut van overtuigd dat in de workhops die Idea Consult zal geven bij de geselecteerde besturen zeker zal worden bekeken in welke mate de OCMW’s betrokken kunnen worden. Maar dat is natuurlijk afhankelijk van de lokale wensen en de wensen van de desbetreffende lokale besturen.

Mijnheer De Loor, ik zal niet voorzien in een vervolgopdracht voor het Steunpunt. Mijn antwoord is heel kort, en ik zal er geen verdere zinnen aan breien.

Zal het aanbod van begeleiding bij het onderzoek inzake bestuurskracht een eenmalig initiatief zijn voor 2016? We mogen niet op de zaken vooruitlopen. De begeleiding van de lokale besturen door het externe consultancybedrijf moet nog starten. Het is best om af te wachten wat dat allemaal concreet oplevert, om dan op basis van een evaluatie van de resultaten uit te maken of er een vervolg nodig is. Maar ik zeg nu niet per definitie neen. Ik wil niet vooruitlopen enerzijds op hoe het loopt en anderzijds op een eventuele evaluatie van die zaken.

Mijnheer Maertens, de lokale bestuurskracht is een gedeelde verantwoordelijkheid van het Vlaamse en het lokale bestuursniveau. Is de samenwerking ruimer dan de aangeboden begeleiding door ABB? U verwijst in die vraag zelf naar fusies. Ik heb in het begin van mijn antwoord heel duidelijk gezegd dat er absoluut geen verband is tussen de twee. Het is niet zo dat een van de negentien geselecteerde gemeenten die instappen in die externe consultancyronde per definitie fusieplannen hebben. Laat dat duidelijk zijn. Het is ook niet zo dat ik per definitie van hen verwacht dat ze fuseren. Dat is een ander debat. Het ene staat los van het andere. Het is wel belangrijk dat nog eens te zeggen omdat ook de heer Maertens er een vraag over stelt.

Het resultaat van externe consultancy bij de betrokken besturen moet in mijn ogen een soort stappenplan zijn voor de verbetering van het bestuursplan. Het moet vooral door het lokale bestuur worden gedragen. Zij moeten daarvoor zelf de verantwoordelijkheid opnemen. Dat kadert in de globale aanpak of in onze visie op hoe wij moeten omgaan met lokale besturen: niet meer van bovenaf maar meer ondersteunen omdat wij zelf vinden dat zij meer verantwoordelijkheid moeten en ook mogen nemen in dezen. Wij vinden ook dat zij een stappenplan moeten uitwerken dat door henzelf wordt gedragen.

Overweeg ik de evaluatie van de bestuurskracht in de toekomst te integreren in de organisatie-audits? Zal ik eventueel komen tot bestuurskrachtvisitaties? Ik koppel aan deze vraag van de heer De Loor meteen de vraag van de heer Maertens of ik van plan ben het Nederlandse model van de online gemeentemonitor te ontwikkelen. Het aantal ondersteunende maatregelen vanuit de Vlaamse Regering aan de lokale besturen is redelijk groot. Het is goed om stap voor stap te werk te gaan en om eerst volop in te zetten op de ondersteuningsinstrumenten die er zijn vooraleer we een hele batterij nieuwe initiatieven en ondersteuningsinstrumenten ontwikkelen. Misschien heb ik tijdens de bespreking van de beleidsbrief gezegd dat we tegen de zomer van 2016 een evaluatierapport hebben gevraagd omtrent het algemene ondersteuningsaanbod inzake bestuurskracht. Het is goed om deze rapporten af te wachten vooraleer nu vooruit te lopen op de zaken.

U weet dat voor de dertien centrumsteden een driejaarlijkse Stadsmonitor bestaat met allerlei zeer interessante informatie: statistieken over de dertien centrumsteden, inclusief indicatoren met betrekking tot de betrokkenheid, de participatie en het gedrag van de stedelingen. Ik heb mijn administratie gevraagd om na te gaan in hoeverre een soortgelijke monitor er zou kunnen komen voor de 295 andere Vlaamse lokale besturen.

De administratie is wat dit betreft momenteel bezig met een haalbaarheidsonderzoek. Als ik me niet vergis, was het vorig jaar dat we de vernieuwde Stadsmonitor hebben voorgesteld. De dertien centrumsteden zijn absoluut heel blij met dit nieuwe instrument. Ze vinden het heel gebruiksvriendelijk en handig.

Mijnheer Maertens, u stelde vragen over de VLM. Ik heb natuurlijk al veel beantwoord, dus als u het mij toestaat, zal ik de algemene principes niet herhalen. Dat is ook niet de bedoeling.

Ik heb u gezegd dat van de dertig gemeenten die hadden ingetekend op het project van ABB – laten we het gemakkelijkheidshalve zo noemen – er vier geweest zijn waarvan we hebben gezegd dat ze eigenlijk beter zouden passen in het VLM-traject. We hebben die informatie doorgegeven aan de VLM. We hebben niet gewoon gezegd: “Trek uw plan.” Het waren de gemeenten Kortessem, Lierde, Peer en Pepingen.

Op het instrument van de VLM ga ik niet concreet in. U hebt zelf al aangegeven dat u de vraag ook al aan minister Schauvliege hebt gesteld. U weet dat het instrument een heel andere focus heeft. Het concentreert zich op een beperkte doelgroep met heel specifieke problemen: de plattelandsgemeenten. ‘Problemen’ is in dezen geen goede woordkeuze; ‘uitdagingen’ vind ik beter. Het zijn dus gemeenten die voor andere uitdagingen staan dan de andere lokale besturen.

Ik kan u ook nog meegeven dat ook vanuit het Agentschap Binnenlands Bestuur initiatief is genomen inzake het ondersteunen van lokale besturen in een bestuurskrachtonderzoek. Maar ik kan u ook meegeven dat we alle expertise die we daar hebben opgebouwd, ook hebben gedeeld met en complementair hebben gemaakt aan wat de VLM al had gedaan. De bestuurskrachtmeting van de VLM is immers reeds aan zijn vierde oproep toe. Dat is goed, en ik heb absoluut geen signalen opgevangen dat dit initiatief van de VLM en dus van minister Schauvliege, niet zou worden geapprecieerd door de doelgroep van de plattelandsgemeenten.

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord op onze uitgebreide vragen. Ik noteer een aantal interessante dingen. Ik denk dat het uiteraard goed is dat we eerst evalueren, dat we eerst bekijken hoe deze oefening nu loopt, om dan te beslissen of we ermee verder gaan. Dat u nu niet per definitie ‘neen’ zegt tegen een vervolgtraject de komende jaren, maar dat u eerst wilt evalueren en afwachten, lijkt me het correcte standpunt.

Het verheugt me dat er vandaag een haalbaarheidsonderzoek gebeurt bij het Agentschap Binnenlands Bestuur om te bekijken of we iets zoals de Stadsmonitor, dat een heel interessant instrument is voor de steden, maar ook voor de Vlaamse Regering en voor het Vlaams Parlement, kunnen uitrollen over meer gemeenten dan de centrumsteden alleen.

Mijn heel concrete vraag is wanneer u een antwoord, een resultaat van uw administratie verwacht. We zullen dan zien wat we kunnen doen, zeker indien we het haalbaarheidsonderzoek samenleggen met de evaluatie van de bestuurskrachtmetingen. Misschien is het een opstapje naar een uitrol over heel Vlaanderen. Misschien wordt het het opstapje naar die ene geïntegreerde bestuurskrachtoefening, waar – naar ik vermoed – nog enig werk en overleg voor nodig is. Als we een efficiënte overheid willen zijn en we dat ook duidelijk willen uitdragen, hebben we alle baat bij het concentreren.

Wat betreft de link tussen bestuurskracht en fusie, ben ik het met u eens dat de oefening inzake bestuurskracht niet bedoeld is om te bekijken welke gemeenten moeten fusioneren en welke niet. Ik weet heel goed dat de oefening vooral bedoeld is om de gemeenten aan te zetten tot verbetering. Dat is goed, maar het kan ook zijn dat de gemeente voor zichzelf uitmaakt dat het beter is om toch te fusioneren. En dan moeten we toch eens nadenken over de verdere begeleiding. Misschien is die niet onmenselijk, zeker niet als we weten dat het Agentschap Binnenlands Bestuur een andere rol zal krijgen en we het toezicht beperken en vereenvoudigen. Ongetwijfeld zitten daar ook kwaliteitsvolle mensen die een andere rol op zich kunnen nemen. We moeten daar op langere termijn zeker eens over nadenken.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik wil u danken voor de antwoorden. Ik ben wel geschrokken door het kleine aantal steden en gemeenten dat zich kandidaat heeft gesteld. Het zijn er dertig, waarvan er negentien geselecteerd zijn. Kunt u ons ook zeggen welke dertig zich oorspronkelijk kandidaat hadden gesteld? Ik had dit graag geweten. En indien niet, kunt u dan het profiel van die gemeenten schetsen? (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Goed. Ik heb hier al eens de bekommernis geuit dat het misschien de sterke besturen zijn met grote bestuurskracht die hebben ingetekend op het begeleidingstraject en dat de minder goede leerlingen van de klas de kelk aan zich voorbij zouden laten gaan. Ik hoop dat dat niet het geval is, minister, dat net het omgekeerde waar is.

Er zijn er ondertussen negentien geselecteerd. U zegt dat ze op korte termijn kenbaar zullen worden gemaakt en dat op korte termijn de definitieve selectie zal gebeuren. Wat bedoelt u precies met ‘op korte termijn’? En welke criteria hebben de doorslag gegeven? De criteria om al dan niet over te gaan tot de begeleiding en het opstarten van de workshops, heb ik tot nu nergens teruggevonden.

Minister, ik heb ook gevraagd of de projectverantwoordelijke van het Agentschap Binnenlands Bestuur feedback krijgt over de steden en gemeenten die vragen om zelfevaluatie. U zegt dat dit niet gebeurt, dat er geen keizer-kostermentaliteit is. Ik denk dat niemand in deze commissie daarvoor pleit. Ik denk wel dat het goed zou zijn dat er een vorm van vrijwillige feedback is zodat er met het oog op de toekomst ook lessen uit kunnen worden getrokken.

Ik wil er toch nog eens voor pleiten om zowel de bestuurskrachtmonitor als de waarde ervan nog meer kenbaar te maken. Dat is nodig als we zien hoe weinig steden en gemeenten zich maar kandidaat hebben gesteld: 30 op 308, dat is niet veel.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, los van het aantal geselecteerde gemeenten, wil ik u graag geloven wanneer u zegt dat de bestuurskrachtmonitor, het onderzoek, volledig los staat van het fusieverhaal. Het is goed dat u er duidelijkheid over verschaft. Het werd ook als dusdanig gecommuniceerd door uw kabinet. De negentien zijn geselecteerd.

Er is niet onmiddellijk een verband gelegd met de fusie, daarmee ben ik het volledig eens. Het resultaat was echter dat er een groot artikel in Het Nieuwsblad verscheen met in de titel dat deze gemeenten een fusie onderzoeken. Ik vind dit een heel ongelukkige communicatie. Door wie dat is gebeurd, is natuurlijk een andere zaak.

De titel heeft kwaad bloed gezet bij meerdere gemeenten. Ze doen mee aan de bestuurskrachtmonitor om vooral hun interne werking te laten evalueren, niet om een fusie voor te bereiden. Ze waren dus verbaasd over het artikel in kwestie. Ze zagen zich genoodzaakt om via de lokale pers te reageren om te ontkennen dat de audit gevraagd werd met het oog op een mogelijke fusie. Het was dus niet verstandig om in de communicatie, door wie die ook gevoerd werd, de bestuurskrachtmonitor te linken aan fusies. Als het al de bedoeling was om via deze audit na te gaan of er ruimte is of was voor fusies in de betrokken gemeenten, staan we nu, door de perceptie die werd gecreëerd, verder af dan ooit. Het heeft zeker niet geholpen om het draagvlak, als dat er al zou zijn, in die gemeenten te vergroten.

Minister, zou het niet beter zijn geweest om de resultaten van deze audits af te wachten vooraleer er een conclusie werd getrokken over de fusies? We zouden achteraf, nadat we in kennis zijn gesteld van de resultaten van dit objectief onderzoek – want het is goed dat het gebeurt –, eventueel bepaalde conclusies kunnen trekken die te maken zouden kunnen hebben met fusies. Voor bepaalde kleinere gemeenten zou dat een goede zaak geweest zijn, maar ik vrees dat de perceptie dat de audit er alleen maar komt om de fusies voor te bereiden, hier geen goed aan doet. Ik geloof niet dat het zo is, maar het is spijtig dat die sfeer is ontstaan. Hoe kan dit worden rechtgezet?

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, ik heb hier vorige week ook de 19 gelukkigen gezien op wegwijzers: voor Puurs wijst de wegwijzer het beleid naar rechts, voor Londerzeel naar links. Daar kunnen we ons vragen bij stellen.

Er waren 30 genomineerden, 19 gelukkigen, 4 zijn doorverwezen naar de VLM. Zijn er voor die andere 7 nog mogelijkheden om er iets aan te doen? Op grond van welke criteria werd geselecteerd en hebben die andere 7 nog hoop? Mocht u voor de 289 andere gemeenten interesse hebben op vlak van samenwerking, denk ik dat u een geweldig succes zou hebben. Die succesfactor zou ik nog wel willen stimuleren als missing link. Dat blijkt trouwens ook uit de bestuurskrachtmeting van de VLM bij de 45 plattelandsgemeenten die tot nu toe onderzocht worden om na te gaan waar er interesse is. Daaruit blijkt dat pooling van administratieve functies absoluut interesse wegdraagt. Binnen welke periode mogen we een stimulans verwachten voor die intense samenwerking?

Minister Homans heeft het woord.

Ik wil de verwarring enigszins wegnemen. Mijnheer De Meulemeester, Het Nieuwsblad heeft het rapport gemaakt van een aantal gemeenten, vervolgens het rapport van een aantal burgemeesters en vervolgens onder burgers van bepaalde gemeenten een enquête gehouden om te vragen of ze wilden fuseren of niet. Die communicatie kwam niet van ons. Wij hebben dat ook maar vastgesteld, alsook het feit dat Het Nieuwsblad in de resultaten van de enquête de link gelegd heeft naar onder andere de middelen en de consultancy, de bestuurskrachtmeting en dergelijke meer in de negentien geselecteerde gemeenten.

Toen wij dat hebben vastgesteld, hebben wij onmiddellijk naar die krant getelefoneerd en gezegd dat het ene totaal niets te maken heeft met het andere. Ik moet jullie er toch niet op wijzen dat je nooit de media in de hand hebt! Ik schrijf geen krantenartikelen – soms is dat jammer, soms is dat goed – laat staan dat ik verantwoordelijk ben voor krantenkoppen. Wij hebben dat rechtgezet, maar dat is u wellicht niet opgevallen. De dag daarna stond immers op een plaats ter grootte van een postzegel dat er inderdaad geen verband was tussen enerzijds de enquête van de desbetreffende krant en anderzijds de extra financiering die wij nu geven in het kader van de consultancyondersteuning voor de bestuurskrachtmeting.

Ik vind het zeer jammer dat die twee zaken vermengd zijn geraakt, want het ene heeft totaal niets te maken met het andere. Dat de negentien geselecteerde gemeenten die extra ondersteuning nu krijgen, betekent niet dat ze door ons ook in de richting van een fusie zullen worden geduwd. Het uitgangspunt is altijd vrijwillige fusies geweest.

Mijnheer De Loor, ik heb een klein foutje gemaakt. Mijn antwoord was nogal verwarrend: ik heb gezegd dat dertig lokale besturen een project hebben ingediend en dat er negentien geselecteerd zijn. Dan heb ik gezegd: de jury is ermee bezig en binnenkort wordt de selectie openbaar gemaakt. Twee weken geleden was ik echter afwezig wegens ziekte en ik heb hier nog een oude voorbereiding in mijn map. Ondertussen zijn die negentien lokale besturen op de hoogte gebracht.

U vraagt ook een lijst van de dertig gemeenten. Ik heb ze niet bij me, maar ik zal ze aan de commissiesecretaris bezorgen, net als de criteria, waarnaar ook de heer Doomst vroeg.

Mijnheer De Loor, u zegt dat dertig lokale besturen die een project hebben ingediend, weinig is. Ik vind dat niet, want het is 10 procent. Ik zal u de lijst bezorgen en dan kunt u zelf oordelen of u daaruit bepaalde conclusies kunt trekken. De selectie is afgerond door de jury en de VVSG. Zoals gezegd zal ik u de beide lijsten, zowel de criteria als de dertig indieners bezorgen.

Mijnheer Maertens, haalbaarheidsonderzoek, Stadsmonitor: ik denk dat het gevaarlijk is daar een deadline op te kleven. Dat zal ik dan ook niet doen. U weet dat de stadsmonitor gebaseerd is op een survey. Nu moeten we eerst nagaan of we dat principe al kunnen uitrollen naar alle 308, want dat lijkt met niet zo evident.

Mijnheer Doomst, ik weet dat u, terecht, een groot pleitbezorger bent voor het stimuleren van allerlei samenwerkingsverbanden. U weet dat wij daarop ook volop willen inzetten en uiteraard zullen we die niet uit het oog verliezen.

De heer De Loor heeft het woord.

Ik kijk uit naar de dertig initiële inschrijvers op het project. Minister, ik denk dat de bestuurskrachtmonitor een heel interessant instrument is en dat het wenselijk is de waarde van dit instrument nog meer bekend te maken bij de lokale besturen. Ik doe een pleidooi om daar extra inspanningen voor te doen, zodat de mogelijkheid die de lokale besturen geboden wordt om een spiegel voor te houden, maximaal aangegrepen wordt. De lokale discussie over de bestuurskracht kan heel nuttig zijn om te komen tot sterke lokale besturen met een hoge bestuurskracht.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.