U bent hier

De heer Ceyssens heeft het woord.

Het beleid rond Ruimtelijke Ordening hangt nauw samen met het beleid rond Mobiliteit. De raakvlakken tussen beide disciplines liggen voor de hand, dat hoef ik hier zelfs niet toe te lichten.

Net omwille van die samenhang – en het gebrek daar soms aan in het verleden – vinden we in het regeerakkoord en in de beide beleidsnota’s behartenswaardige zaken rond betere afstemming, beleidsdomein overschrijdende samenwerking en zo meer.

Zowel in de uitwerking van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en het Mobiliteitsplan Vlaanderen, alsmede op het terrein en op dossierniveau, moet die afstemming nog beter en nog zichtbaarder worden. In dat kader valt het me echter op dat net wanneer de beleidsmakers aangeven dat er meer en beter afgestemd moet worden, we op het terrein bij de administraties soms bewegingen vaststellen die in de andere richting lijken te gaan. De administratie Ruimtelijke Ordening is in volle transitie. Er zijn al een aantal hervormingsbewegingen gebeurd, en conform het regeerakkoord moeten er nog een aantal volgen.

Ik vind het dan ook vreemd vast te stellen dat de administratie minder dan vroeger belang lijkt te hechten aan een goede afstemming met mobiliteit.

Al jaren deelden de administraties Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit hun expertise en kennis om lokale besturen optimaal te begeleiden. Ik denk in de eerste plaats aan de regionale mobiliteitscommissies. De RMC is een multidisciplinaire en beleidsdomeinoverschrijdende beoordelingscommissie die verantwoordelijk is voor: de uitvoering van een kwaliteitscontrole op het ontwerp, de evaluatie en, in voorkomend geval, de herziening van het gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan; de uitvoering van een kwaliteitscontrole op projecten, met name op (een geheel van) maatregelen met betrekking tot de ondersteuning van andere strategische plannen, de verbetering van bestaande infrastructuur, de aanleg van nieuwe infrastructuur, de uitbouw van een kwaliteitsvol openbaar vervoer, en op andere maatregelen die bijdragen tot duurzame mobiliteit. In deze RMC’s was sowieso een vaste plaats voorzien voor een vertegenwoordiger van het departement RWO.

Daarnaast zijn er ook de GBC’s, de gemeentelijke begeleidingscommissies. De GBC is verantwoordelijk voor: de voorbereiding, de opmaak, de opvolging, de evaluatie en, in voorkomend geval, de herziening van het gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan; de begeleiding van de voorbereiding, de opmaak, de opvolging en de evaluatie van projecten die aansluiten bij het duurzame lokale mobiliteitsbeleid, meer bepaald bij een geheel van maatregelen met betrekking tot de ondersteuning van andere strategische plannen, de verbetering van bestaande infrastructuur, de aanleg van nieuwe infrastructuur, de uitbouw van een kwaliteitsvol openbaar vervoer en bij andere maatregelen die bijdragen tot duurzame mobiliteit. Ook in de gemeentelijke begeleidingscommissies werd regelmatig beroep gedaan op de expertise van mensen uit de administratie.

Minister, ik hoor op het terrein dat deze beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking niet overal loopt zoals ze bedoeld was. Ik heb dan ook volgende vragen. Hoe loopt de beleidsdomeinoverschrijdende samenwerking met Mobiliteit? Op welke manier zult u ervoor zorgen dat de zinvolle inbreng van uw specialisten RO in andere beleidsdomeinen, en in casu Mobiliteit, bestendigd wordt? Zult u er bij uw administratie op aandringen om openstaande posities in operationele adviesorganen alsnog in te vullen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het gebeurt in het kader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Daarop is het Agentschap Wegen en Verkeer altijd uitdrukkelijk uitgenodigd.

Uw tweede vraag was hoe dit wordt bestendigd. Mijn diensten hechten heel veel belang aan de afstemming. Er zijn in Vlaanderen 308 steden en gemeenten. Er zijn ook gemeentelijke begeleidingscommissies die de lokale mobiliteitsproblematiek mee opvolgen.

In het kader van het partnerschap met de lokale besturen organiseren onze diensten een specifiek overleg met de lokale besturen, waarop heel wat mobiliteitsvragen aan bod komen, zoals stedenbouwkundige vergunningen voor wegen, fietspaden, trage wegen en dergelijke.

De maximale afstemming vind ik ook beleidsmatig cruciaal. Op projectmatig vlak is het nuttig om mensen samen te brengen en te zoeken naar integratie.

Daarbij gaan we steeds uit van het subsidiariteitsbeginsel. We geven ruimte en zuurstof aan de gemeentelijke autonomie. Steden en gemeenten zijn bovendien goed in staat zelf in te schatten hoe de lokale ruimtelijke ordening er moet uitzien.

Om de complexe projecten, omgevingsvergunning en de geïntegreerde plan-MER in de ruimtelijke uitvoeringsplannen te gieten, zetten we heel sterk in op de geïntegreerde processen. Met andere woorden, we zijn het ermee eens en er wordt goed op afgestemd. Ook het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zal ‘samensporen’ met het mobiliteitsplan Vlaanderen.

De heer Ceyssens heeft het woord.

Ik stel vast dat de hand wordt uitgestoken naar de lokale besturen om een beroep te doen op Vlaamse expertise qua ruimtelijke ordening en mobiliteitsdossiers.

We moeten wel goed monitoren en opvolgen, want de beste leerlingen van de klas komen vaak nog advies vragen. We moeten vermijden dat voor wie niet zelf het initiatief neemt de input vanuit Vlaanderen enigszins aan de kant wordt geschoven. De GBC’s en de RMC’s zijn daar goede instrumenten voor. Er is immers niets mis mee om zo efficiënt mogelijk te werken. Ik ben geen vragende partij om zoveel mogelijk ambtenaren te laten deelnemen aan een overleg, maar het is noodzakelijk dat het dossier goed wordt opgevolgd en maximaal rekening wordt gehouden met concrete lokale projecten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.