U bent hier

De heer Gryffroy heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik heb eerder al in deze commissie aangehaald dat we verschillende methodes hebben om onze woning te verwarmen. Ik heb eerder ook al voorgesteld om te proberen een onderscheid te maken tussen de schil en het eigenlijke verwarmen. De reden daarvoor is eenvoudig: nu is het soms zo dat door in te spelen op het type van verwarmen, een bijzonder beeld ontstaat bij de E-peilberekening. Dat is zeker het geval wanneer men wil aansluiten op een warmtenet gevoed door groene warmte of restwarmte.

Er is inderdaad een wijziging gekomen in het Energiebesluit. De berekeningsmethode werd verfijnd en er kwam een versoepeling van de EPB-regelgeving (energieprestatie en binnenklimaat). We zien echter dat de E-peilberekening nog steeds nadelig is voor de warmtenetten. We merken dit doordat we nogal wat contacten hebben met ‘the field’, met EPB-verslaggevers en zo meer, die ons dit melden. We hebben ook de simulaties gezien. Warmtenetten hebben nog steeds geen aparte rekenmethodiek. Bovendien moet er nog steeds een attest van gelijkwaardigheid worden aangevraagd, wat extra kosten met zich meebrengt en obstakels. Zeker voor kleinere projecten is dit van belang.

Om warmtenetten meer kansen te geven, zou het opportuun zijn om een eigen rekenmethodiek in te voeren, waardoor er niet steeds een gelijkwaardigheidsattest moet worden aangevraagd. U zou ook de aanbevelingen van het beleidsplatform warmtenetten en van andere werkgroepen uitwerken in 2016.

Minister, ik heb daarover volgende vragen. Overweegt u om de rekenmethodiek verder te verfijnen zodat niet telkenmale een gelijkwaardigheid moet worden aangevraagd? Zo ja, op welke termijn zou dit mogelijk zijn?

Warmtenetten kunnen nu net gekenmerkt worden door een flexibelere opwekkingsvorm, want er kunnen verschillende warmtebronnen op worden aangesloten. Ik heb hier in de commissie al een paar keer het voorbeeld van Wenen aangehaald. De stad is er weliswaar al veertig jaar mee bezig. Er is één warmtenet waarop verschillende centrales aangesloten zijn: biomassacentrales, restwarmte van afvalverbrandingsovens enzovoort. Met één groot netwerk is er minder redundantie nodig. Bij de E-peilberekening zien we dat het toch nog altijd noodzakelijk is om de verwarmingsbron in rekening te brengen. Hoe kan Vlaanderen ervoor zorgen dat de warmtenetten, die op termijn aangekoppeld gaan worden op bijvoorbeeld restwarmte, niet onnodig afgestraft worden in de E-peilberekening, doordat de redundantie nodig is naast de restwarmte? Je zult maar voorhebben dat er in het putje van de winter onderhoud nodig is aan de installatie die restwarmte levert. Daarom moet je naast de restwarmtekoppeling ook nog een klassieke verwarmingsinstallatie staan hebben. Stel je voor dat je die ook moet meenemen in de E-peilberekening, voor de luttele paar honderd uren dat die eventueel zou moeten draaien!

Wat is de stand van zaken voor het stimuleren van het gebruik van warmtenetten gevoed door groene warmte en restwarmte via de calls groene warmte?

Welke bijkomende initiatieven gaat u op basis van de aanbevelingen van het beleidsplatform warmtenetten nog verder uitwerken om warmtenetten te stimuleren?

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Voorzitter, mijnheer Gryffroy, het probleem van de inrekening van warmtenetten in EPB is mij uiteraard al langer bekend. Ik heb daarvoor in het wetgevende luik vorig jaar al de nodige initiatieven genomen. Met het definitief goedgekeurde wijzigingsbesluit van 18 december 2015 is het juridisch kader rond warmtenetten op diverse vlakken aangepast. Het nieuwe kader houdt rekening met de typisch gefaseerde uitbouw van warmtenetprojecten. Ik ga ervan uit dat voor EPB de grootste knelpunten via het Energiebesluit zijn weggewerkt.

Maar dat betekent niet dat alles opgelost is. Het inrekenen van externe warmtelevering kan in Vlaanderen via het denkspoor van gelijkwaardigheid. Het opnemen van externe warmtelevering rechtstreeks in de rekenmethodiek, is een mogelijkheid die momenteel wordt onderzocht. In het licht van het EPB-platform, het samenwerkingsverband van de drie gewesten op vlak van de energieprestatieberekeningsmethode, werd in oktober 2015 een verkennende studie opgestart rond externe warmtelevering. Het doel van de verkennende studie is om de methode van externe warmtelevering van het Vlaamse Gewest te evalueren, na te gaan hoe die methode geïmplementeerd kan worden in de regelgeving voor alle gewesten en te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor een eenvoudige, forfaitaire inrekening van externe warmtelevering zonder gelijkwaardigheidsaanvraag.

De verkennende studie zal resulteren in een opsomming van nodige wijzigingen of uitbreidingen en in een lijst met voor- en nadelen van een forfaitaire methode ten opzichte van een uitgebreidere methode. Op basis daarvan zal dan een vervolgopdracht vorm krijgen. Het verkennend onderzoek loopt tot april 2016. Alle wijzigingen aan de energieprestatieberekeningsmethode worden gebundeld per jaar. Vervolgopdrachten die in november 2016 zijn afgewerkt, kunnen worden meegenomen in de energieprestatieberekeningsmethode, in te voeren vanaf 2018.

Het uitbouwen van een nieuw warmtenet verloopt gefaseerd, zoals ook de ontwikkeling van de nieuwe wijk of het nieuwe stadsdeel gefaseerd verloopt. In een eerste fase is het aantal aangesloten gebouwen beperkt en de warmtevraag klein. De warmtevraag groeit naarmate er meer gebouwen aansluiten op het warmtenet. Om die reden moeten de warmteopwekkers in de opstartfase van het warmtenet hun vermogen kunnen moduleren. Zodra de warmtevraag voldoende groot is, kunnen de investeringen in andere of hernieuwbare opwekkers, zoals een biomassaketel en warmte-krachtkoppeling (wkk), gebeuren.

Alle in die periode van vijf jaar na de eerste vergunning geplande aanpassingen en uitbreidingen kunnen nu worden meegerekend op voorwaarde dat men contractuele engagementen kan voorleggen.

Er werden al vier calls ‘groene warmte’ afgerond. Binnen deze drie calls werden elf projecten voor de productie van groene warmte of de benutting van restwarmte goedgekeurd, waarvan er zeven werden voorzien in de aanleg van een warmtenet. In december 2015 werd de laatste call afgesloten. Binnen deze call werden vijftien projecten voor de productie van groene warmte of de benutting van restwarmte ingediend, waarvan een tiental ook een warmtenet omvatten. De evaluatie van deze call is nog niet voltooid, en de cijfers zijn dus nog afhankelijk van verdere beoordeling en goedkeuring. Het is wel goed nieuws dat we ten opzichte van de vorige calls altijd meer projecten hebben die kandidaat zijn. Waar we bij de vorige calls met onderbenuttingen zaten en budgetten die we moesten overdragen, merken we nu een positieve evolutie: Vlaanderen is meer en meer klaar voor groenewarmteprojecten.

Inmiddels is ook een warmtekaart voor het Vlaamse Gewest opgemaakt. Ik wil die kaart voor iedereen ter beschikking stellen via het Geopunt-loket. De voorbereidingen daarvoor lopen momenteel en ik hoop dat men in het voorjaar klaar is met alles in kaart te brengen. Ik ben daar uiteraard afhankelijk van heel wat technisch en wetenschappelijk voorafgaand onderzoek.

Tegelijkertijd wil ik op korte termijn ook de wettelijke procedure opstarten inzake een regelgevend kader voor warmte- en koudenetten. Aan een visienota en ontwerp van regelgevend kader wordt de laatste hand gelegd en dit na ruim overleg binnen het beleidsplatform warmtenetten.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, dank u voor de antwoorden. U hebt het over het voorjaar en dan een definitieve afronding in november. Waarom kunnen we dan pas met implementatie starten vanaf 2018 en niet vanaf 2017?

Met betrekking tot de regelgeving is er momenteel inderdaad een probleem. Antwerpen-Zuid is zo’n typisch project waar men gefaseerd zal bouwen. Men start daar met een klassieke verwarmingsketel. Er is één centrale verwarmingsketel voor de eerste fase. Later kan men daar de tweede fase op aansluiten. Het is de bedoeling om dit, als het project volledig af is, eventueel op een restwarmte- of een bioverwarmingssysteem, dat zelfs op ‘blue gate’ zou kunnen komen, te verbinden. Blijkbaar kan men dit nu niet ingeven omdat men op basis van opgegeven EPB-regel zes maanden na het afsluiten van de berekening geen nieuwe berekening kan maken. Dat betekent dat je de huidige eerste fase moet berekenen met een centrale verwarmingsketel die maar een voorlopige oplossing is en die later als een redundantie kan werken. Dat zou een probleem zijn, waardoor projecten van dat type een zeer slecht E-peil krijgen, hoewel we weten dat ze in de toekomst zullen omschakelen. Blijkbaar kunnen we dat, gezien de huidige administratieve afhandeling van de E-peilberekening, niet aanpakken.

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint (sp·a)

Dit probleem is hier al eerder ter sprake gekomen. Er zijn al vragen om uitleg over geweest. Het probleem is, zoals de heer Gryffroy zegt, dat de huidige rekenmethodiek onvoldoende gedetailleerd de verwarmingsinstallatie kan moduleren in functie van het werkelijke gedrag ervan. Het is nogal technisch, daarom houd ik het eenvoudig: als men een appartementsgebouw wil aansluiten op zo’n centrale stookinstallatie, krijgt men een veel slechter EPB-resultaat dan werkelijk het geval is. Dat stimuleert natuurlijk projectontwikkelaars niet echt om zo’n centrale stookinstallatie te installeren. Men moet bijkomende investeringen doen om geen EPB-boetes op te lopen. Wat vandaag voorligt, stimuleert het gebruik van het warmtenet niet. De centrale stookinstallatie is wel de clou voor de aanleg van een warmtenet. Het is niet omdat er vandaag geen warmtenet is aangesloten, dat zo’n centrale stookinstallatie geen trigger kan zijn om later gebouwen aan te sluiten op zo’n warmtenet.

Minister, heel belangrijk voor de doorbraak van warmtenetten is ervoor te zorgen dat de centrale stookinstallaties worden gestimuleerd en dat individuele stookinstallaties worden afgeraden. Dan moet men er inderdaad voor zorgen dat de EPB-rekenmethodiek is aangepast, zodat men niet wordt ontraden om zo’n centrale stookinstallatie te installeren.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Een aantal opmerkingen gaan over problemen die we nog altijd merken. We doen eerst de studie waarnaar ik heb verwezen toen ik het had over het doel van de verkennende studie. Dan moeten we de formules opstellen om de software aan te passen. Dan moeten die geprogrammeerd worden. Dan moet ik die formules in het Energiebesluit opnemen. Dan komt de software-update waardoor het haalbaar is. De studie is gestart in 2015. Wij hebben op 18 december 2015 ons wettelijk kader aangepast. Dat was een eerste noodzakelijke stap. We hebben een eerste stap genomen met het besluit. We zullen nog meer stappen moeten zetten.

In de studie wordt ook rekening gehouden met de stadsinstallaties. Het is de bedoeling om de centrale stookinstallaties te promoten, zoals u ook in uw vraag zei. Ik denk dat bij u in de gemeente en de stad al zeer veel werk daarrond is gebeurd. Historisch gezien zijn jullie daar al lang mee bezig.

De heer Gryffroy heeft het woord.

Waarom moeten wij wachten tot 1 januari 2018, als de studies zijn afgerond in 2016? Waarom kan dat niet onmiddellijk worden geïmplementeerd?

Minister Annemie Turtelboom

Nee, ze zijn opgestart eind 2015, begin 2016. Ze lopen een heel jaar. We verwachten de resultaten van die studie pas in 2017. Daarom verwijs ik naar 2018. Als we het sneller kunnen doen, graag. Maar we zitten nog niet in de fase van de resultaten. Ik kan nu dus nog niet inschatten of het sneller kan. Indien het wel kan, zult u daarvoor in mij zeker een bondgenoot vinden. 

De laatste opmerking blijft dus. U hoeft daar nu niet meteen op te antwoorden, misschien moet u het checken. Men wil wijzigingen doen aan de EPB-aangifte. Als de periode van zes maanden na de initiële EPB-aangifte is verstreken, kun je dat niet meer doen. Mochten ze dat nu al kunnen wijzigen, is dat voor de lopende projecten een mogelijkheid om al een gunstige E-peilberekening te doen. Het probleem is dat ze nu geblokkeerd zijn omdat ze geen wijzigingen kunnen doen wanneer de periode van zes maanden na de officiële aangifte is verstreken. Men kan dus geen rekening houden met toekomstige investeringen.

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

De filosofie van de EPB-software is om op voorhand na te denken wat je gaat doen. Het probleem dat u aanhaalt, zit bij ons in de evaluatie van de EPB-wetgeving en -software. Daarbij moeten we een evenwicht zoeken. Je kunt de software niet voortdurend aanpassen, want dan wordt het veel te complex voor de mensen die ermee moeten werken. Maar we zijn het er wel over eens dat we af en toe meer flexibiliteit nodig hebben. Dat zit in de evaluatie die vorig jaar is afgerond. De resultaten beginnen binnen te lopen. We hopen dit voorjaar daarmee naar de regering te kunnen gaan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.