U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, het thema minderjarigen, pers en media komt regelmatig aan bod in deze commissie. Niet alleen in deze maar ook in vorige legislatuur. Ik durf te zeggen dat ik daartoe mijn steentje heb bijgedragen.

Minister, in uw antwoord op mijn schriftelijke vraag van 24 februari 2015 zei u dat de Raad voor de Journalistiek een nieuwe richtlijn over de omgang van de pers met minderjarigen zou opmaken. Ik onderschrijf dat dit een goed signaal is. Dat gebeurde onder meer in overleg met het Kinderrechtencommissariaat en met andere persraden in Europa.

We kregen recent in de media meer te lezen over de nieuwe richtlijn die werd goedgekeurd op 11 december 2015 door de Raad voor de Journalistiek. Vanzelfsprekend komt daarin het belangrijke evenwicht aan bod tussen het recht van minderjarigen op bescherming en het recht op vrije meningsuiting. Dat evenwicht kwam ook vorige dinsdag nog aan bod in de commissie Welzijn, bij de bespreking van vragen over jongeren die zich in de jeugdzorg bevinden. Dat is ook een heel specifieke doelgroep.

Naar aanleiding van deze nieuwe richtlijn organiseert het Kinderrechtencommissariaat op 28 januari een middag met journalisten, programmamakers en geïnteresseerden, om dieper in te gaan op het thema ‘minderjarigen in de media’.

Minister, vorige legislatuur keurden we een resolutie goed, eerst in de commissie Welzijn en nadien in de plenaire vergadering, betreffende de erkenning van slachtoffers van historisch geweld en misbruik in jeugd- en onderwijsinstellingen in Vlaanderen en het omgaan met geweld in het algemeen. Deze resolutie werd goedgekeurd op 2 april 2014. Ook daarin komt het thema aan bod doordat er onder meer wordt gesteld dat onderzocht moet worden of berichtgeving over geweld op en misbruik van kinderen en jongeren of zelfs soaps of films met geweld ten aanzien van kinderen en jongeren het voorwerp kunnen uitmaken van mediarichtlijnen, naar het voorbeeld van de richtlijnen over berichtgeving over zelfdoding. Daarin werd ook gesteld dat er een minimale verwijzing zou moeten zijn naar het meldpunt 1712. In de nieuwe richtlijn over pers en minderjarigen werd de systematische verwijzing naar het meldpunt 1712 bij berichtgeving, programma’s, publicaties, enzovoort, over geweld op en misbruik van kinderen, analoog met de verwijzingen naar de Zelfmoordlijn bij berichtgeving over suïcide, niet behouden.

Minister, u hebt in het verleden altijd onderstreept dat de sector zelf werk moet maken van richtlijnen en normeringen. Dat kan ik absoluut onderschrijven. Dat is zeker goed. Ik hoop ook dat we volgende week veel leren uit die organisatie van het Kinderrechtencommissariaat. Het is dan ook belangrijk dat die informatie genoeg doorstroomt naar iedereen die erbij betrokken is en dat de richtlijnen nadien worden opgevolgd. Ik denk bijvoorbeeld aan alle berichten over zelfdoding. De werkgroep Verder schrijft telkenmale een persprijs uit. Artikelen worden beoordeeld op hoe goed ze de richtlijn volgen en hoe er toch, met respect voor de richtlijnen, heel goede berichtgeving kan worden gemaakt over een bepaald thema.

Op welke manier worden de verschillende actoren binnen de media verder geïnformeerd over de nieuwe richtlijnen? Hoe zullen die worden opgevolgd? Wordt daar met de sector nog over gepraat?

Waarom werd de systematische verwijzing naar het meldpunt 1712 bij berichtgeving, programma’s, publicaties enzovoort over geweld op en misbruik van kinderen, analoog met de verwijzingen naar de Zelfmoordlijn bij berichtgeving over suïcide, niet behouden? Is dit besproken? Kan dit nog op een andere manier worden gerealiseerd?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

De Raad voor de Journalistiek informeert de actoren binnen de media via de geëigende kanalen. Dat zijn er zes. De richtlijn en een artikel erover werden gepubliceerd op de website van de Raad voor de Journalistiek, te raadplegen via hun link. De Raad voor de Journalistiek heeft de goedkeuring van de richtlijn ook bekendgemaakt via Twitter, wat – en dat zullen jullie allemaal zelf wel al hebben ondervonden – door journalisten intens gevolgd en gedeeld wordt. De richtlijn en een artikel erover werden eveneens gepubliceerd in het tijdschrift De Journalist van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ), dat nagenoeg alle journalisten in Vlaanderen ontvangen. De Raad voor de Journalistiek heeft de richtlijn en een artikel erover ook bezorgd aan het persagentschap Belga. De berichtgeving werd door een aantal media overgenomen. Ook stuurde de raad een e-mail met de richtlijn en toelichting naar alle hoofdredacteurs van kranten, tijdschriften, radio, tv en digitale media, met de vraag om de richtlijn te verspreiden onder hun journalisten, fotografen, cameralui, eindredacteurs, freelancers enzovoort. Ten slotte is de richtlijn uiteraard opgenomen in de code van de Raad voor de Journalistiek, zowel online als in print. De code staat op de website van de raad waar ze voor iedereen raadpleegbaar is. Tegelijk herdrukt de raad de code dit voorjaar op 3000 exemplaren en verdeelt die vervolgens onder redacties en journalisten.

– Caroline Bastiaens treedt als voorzitter op.

Minister Sven Gatz

Zoals ik al eerder aangaf in deze commissie alsook in mijn antwoord op uw schriftelijke vraag van 24 februari 2015, respecteer ik het systeem van zelfregulering door de media. Het komt aan de raad toe om uit te maken of, in welke gevallen en in welke mate hij naar media en journalisten toe aanbevelingen, adviezen formuleert.

Wat betreft de Zelfmoordlijn: de vermelding van het nummer 1813 van de Zelfmoordlijn staat niet in de code van de Raad voor de Journalistiek. De code bepaalt over zelfdoding: “Wanneer over gevallen van zelfdoding wordt bericht, respecteert de journalist de privacy van de betrokkene en van de nabestaanden, hij vermijdt dramatisering, gedetailleerde beschrijving en positieve voorstelling van de feiten.” De vermelding van de Zelfmoordlijn is dus geen richtlijn van de Raad voor de Journalistiek, zoals de tekst over pers en minderjarigen. Het is wel een advies van de raad in samenwerking van een aantal andere actoren. Dat advies houdt rekening met het feit dat bepaalde berichtgeving zelfdoding kan uitlokken, vooral bij mensen met een verhoogd risico, zoals wetenschappelijk is aangetoond.

Wat betreft geweld en misbruik zijn er volgens de raad geen impliciete aanwijzingen dat reportages of artikels daarover geweld en misbruik zouden uitlokken. Verder en meer fundamenteel is het de opdracht van de pers om te informeren. Daarbij hoort ook berichtgeving over het nummer 1712, zoals nieuwe initiatieven, een stand van zaken over aantal of type van de oproepen, getuigenissen enzovoort. Maar de pers moet zich niet in de plaats stellen van de hulpverlening, door bijvoorbeeld systematisch te verwijzen naar het nummer 1712. Hulpverlening komt toe aan andere actoren in de samenleving, die over diverse kanalen beschikken om hun dienstverlening bekend te maken, waaronder de pers, maar ook hun eigen kanalen. Van zijn kant heeft de Raad voor de Journalistiek, met de nieuwe richtlijn over pers en minderjarigen, een tekst goedgekeurd die ook de politiek – met respect voor het systeem van zelfregulering – alleen maar kan toejuichen.

We zijn een eind in de goede richting opgeschoven. Volledige genoegdoening kan ik u hier en nu niet geven. Ik ben benieuwd naar uw bijkomende vragen en suggesties.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik ben ook absoluut blij met die richtlijn. Er was vraag naar. Als dat kan via zelfregulering, des te beter. We zijn zeer tevreden dat daar werk van gemaakt is.

Op welke manier wordt dat opgevolgd? Wordt er een verdere planning gemaakt zoals bij de richtlijn rond suïcide? U hebt heel wat elementen genoemd waardoor de nieuwe richtlijn bekend is geworden. Ik neem aan dat ze ook gelezen wordt door de journalisten. We zullen nog zien hoe we dit kunnen opvolgen.

Ik kan wel goed het onderscheid begrijpen tussen de vermelding van 1813 en van 1712. Bepaalde beelden en getuigenissen bij suïcide kunnen risicogroepen ‘aanspreken’ en vragen oproepen. Dan is het goed dat 1813 wordt vermeld. Bij 1712 is dat anders. Ik meen dat er andere redenen zijn om 1712 te vermelden. Berichtgeving rond geweld en mishandeling, zeker ten aanzien van kinderen, kan bij slachtoffers een en ander terug naar boven brengen. Bij anderen vindt er herkenning plaats, en dan is het goed om 1712 te vermelden. Daar kunnen ze terecht voor een melding en met vragen om informatie om daar verder mee om te kunnen gaan. De ratio is wellicht anders, maar mijns inziens even plausibel, en dat was ook het oordeel van het parlement, zij het in de vorige samenstelling, met de goedkeuring van die resolutie.

Ik hoop dat dat in de toekomst toch kan worden opgenomen. Ik neem er nota van dat u zegt dat dat niet in de nota rond zelfdoding stond, dat dat opgenomen is in een advies en dat de media dat zelf opnemen. Misschien horen zij nu ook mijn oproep om er ook eens aan te denken of het niet aangewezen is om bij een aantal programma’s toch ook 1712 mee op te nemen.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik wil als bijkomend element wel contact opnemen met de Raad voor de Journalistiek rond uw vraag over hoe zij dat verder kunnen opvolgen, dat de informatie die zij verspreiden, wel degelijk opgevolgd wordt. U begrijpt dat ik dat zal doen met een vraag, en niet met een opdracht, want ik ben uiteraard niet – maar dat hebt u ook niet geïnsinueerd – de opdrachtgever van de Raad voor de Journalistiek. Maar het lijkt mij wel een pertinente vraag. Zij kunnen ons daar dan verdere informatie over bezorgen.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Bedankt voor de vraag, collega Schryvers, maar misschien hadden we die discussie beter volgende week gevoerd, na de samenkomst met het Kinderrechtencommissariaat. Ik vond vooral ook de reactie van Jongerenwelzijn op de richtlijn heel interessant.

Het is inderdaad een ongelooflijk wankel evenwicht. Het is koorddansen tussen het belang van de vrijheid van journalistiek en de vrije nieuwsgaring enerzijds en de bescherming van minderjarigen anderzijds. Ik volg wel het standpunt van Jongerenwelzijn dat de grootst mogelijke voorzichtigheid het allerbelangrijkste is inzake de niet-identificatie van jongeren. Wie gaat definiëren wat het algemeen belang is? Er is het gebruik van namen, initialen of valse namen. Ik hoop dat er tegen volgende week nog heel veel input zal komen. We moeten daar vooral in dialoog rond blijven, want het is inderdaad geen imperatief van de minister van Media ten aanzien van de Raad voor de Journalistiek, maar het is belangrijk dat er een open debat is.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.