U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, in een interview met Knack heeft Stefaan Van Mulders, de administrateur-generaal van het agentschap Jongerenwelzijn, een aantal opmerkelijke uitspraken gedaan. Minister, ik wil u vragen wat u denkt van twee van die uitspraken.

Hij deed de verontwaardiging van media en politici over kinderen en jongeren die op straat belanden omdat er niet altijd juiste opvang voor hen beschikbaar is, af als “waan van de dag”. Hij vindt ook niet dat er een oplossing moet worden gevonden voor elk incident. Ik vroeg me af of u die mening deelt. Ik vind het wat ongelukkig om dat af te doen als de waan van de dag, omdat het voor de mensen om wie het gaat, de kinderen zelf en ook hun context, bijvoorbeeld hun ouders, vaak om een enorm pijnlijke situatie gaat. Ten opzichte van hen lijkt het me weinig passend om dat af te doen als de waan van de dag. Ik denk bovendien dat de overheid toch altijd moet trachten telkens een oplossing te vinden. Deelt u die mening?

De heer Van Mulders stelt ook blij te zijn dat hij geen personeel heeft moeten inleveren. Daar ben ik natuurlijk ook blij om. Hij zegt echter ook dat de stijgende vraag naar hulp niet wordt gecompenseerd door extra middelen of personeel. Ik citeer: “Idealiter ontfermen onze consulenten, die kinderen en gezinnen met problemen opvangen, zich over zo’n zestig dossiers per jaar, want dan kunnen ze elk geval de nodige aandacht geven. Als ze zich door de stijgende vraag met honderd dossiers moeten bezighouden, kunnen ze echter niet langer serieuze analyses maken.” Minister, klopt het dat consulenten zo’n 67 procent meer dossiers moeten opvolgen dan zou moeten, en dat ze dus geen serieuze analyses meer kunnen maken van die dossiers?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

We hebben uiteraard het interview met Stefaan Van Mulders in Knack vorige week ook met de nodige aandacht gelezen. We zijn toch van mening – en ik denk toch niet alleen te zijn wat dat betreft – dat wat daar allemaal wordt gezegd, toch vrij evenwichtig is en met voldoende nuance is weergegeven. Samen met die andere lezers lezen we daar toch niet echt de provocerende toon in die u meent eruit te moeten afleiden. In de kop luidt het overigens dat opsluiten niet volstaat. We kunnen hierover dus kort zijn. De baseline van het artikel is dus veeleer dat de vaak zeer complexe problematieken van kinderen en jongeren waarmee het agentschap Jongerenwelzijn en alle jeugdhulpverleners worden geconfronteerd, gewoon geen gemakkelijke oplossingen verdragen. De noodzaak van doordachte en goed afgestemde antwoorden wordt daarmee dus ook in de verf gezet.

We kunnen dat illustreren met twee recente voorbeelden. Het voortschrijdend inzicht leert ons dat om met kinderen en jongeren aan de slag te gaan, er gewoon nood is aan het samenbrengen van expertise met betrekking tot psychiatrische problematieken, inzichten met betrekking tot kinderen met een beperking en een doorgedreven ondersteuning van gezinnen. Daarnaar wordt in het artikel onder andere verwezen. Dat is niet evident. In het kader van de zogenaamde complexe dossiers kunnen we u echter meegeven dat een investering van 2 miljoen euro ondertussen heeft geresulteerd in 3 samenwerkingsverbanden tussen de gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en Jongerenwelzijn. Zij kunnen in 2016 aan de slag met die kinderen en jongeren en zullen op kruissnelheid 35 nieuwe begeleidingen kunnen opnemen. Dat zijn heel complexe en ook heel dure begeleidingen, die echter alleen maar goed kunnen zijn, omdat ze de competenties uit de diverse sectoren kunnen samenbrengen. Dat zijn voor mij voorbeelden van antwoorden die tijd vergen, maar waarvan we wel overtuigd zijn dat ze de juiste weg vormen.

Vandaag kunnen we ook nog verwijzen naar de aanpak voor een specifiek aspect van de gevolgen van de toestroom van minderjarige vluchtelingen. Investeren in traumabegeleiding is noodzakelijk. Ook wat dit betreft, kiezen we voor een intersectoraal afgestemd antwoord. Dat dit in financieel moeilijke tijden moet gebeuren, is niet nieuw, maar laten we als het over kinderen en jongeren gaat, vooral enige nuance in de boodschap verdragen, en oog hebben voor die complexiteit en de noodzaak om die ook te vertalen in onze aanpak.

Wat de werklast van de consulenten betreft, moeten we verwijzen naar zaken die in de commissie ook al aan bod zijn gekomen. De werklastmeting loopt op dit ogenblik, zoals afgesproken en gepland. Het lijkt ons niet meer dan logisch dat we die meting ook doen, gelet op de veranderingen binnen de jeugdhulp. De taakinvulling en -belasting van consulenten, vooral dan in de Ondersteuningscentra Jeugdzorg, maar ook in de sociale diensten bij de jeugdrechtbanken en de toegangspoorten, wordt geobjectiveerd. Jongerenwelzijn laat weten dat op dit ogenblik die werklastmeting wordt geoperationaliseerd en de vernieuwde opdrachten van de consulenten en van de medewerkers in de toegangspoort in beeld worden gebracht. De werklastbeschrijving zou worden afgerond tegen maart van dit jaar. In die werklastbeschrijving worden de activiteiten verbonden aan tijden, frequenties en volumes. Men zal dan op basis van die beschrijving een eerste meting doen. Nog volgens het agentschap zijn er momenteel geen aanwijzingen dat de werklast dermate dramatisch zou zijn veranderd dat er geen degelijke indicatiestelling of verslaggeving zou kunnen worden opgemaakt.

We gaan die meting dus doen. Dat is een goede afspraak die met het personeel is gemaakt. Dan zullen we bekijken hoe we op basis daarvan een aantal zaken in conclusies en afspraken moeten omzetten.

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, ik wil u zeker danken voor de informatie die u hebt gegeven, maar u hebt wel nog niet geantwoord op de vragen.

Ik ga even in op de nieuwe informatie die u gaf. Ik ben blij met de werklastmeting. Het is goed dat u de werklast objectiveert. U zegt dat het klaar zal zijn in maart. Ik vermoed dat uw methodiek klaar zal zijn in maart en dat u dan zult meten? Wanneer denkt u dan de resultaten van die meting te hebben?

U zegt dat de werklast u niet dramatisch lijkt. Ik kan u zeggen dat de consulenten op de jeugdrechtbank dat zeker wel zo ervaren. Wanneer zij elke ochtend voor dezelfde jongeren ‘op de knop’ duwen om te zien of er al plaats is en er plots plaats blijkt te zijn, moeten zij blind kiezen of zij die jongeren wel of niet laten opnemen. Zo is er recent, na maanden wachten, een jongen opgenomen in een gesloten instelling die intussen zijn leven helemaal had omgegooid. Hij had intussen deeltijds werk gevonden, studeerde deeltijds, was in goede begeleiding en al zijn begeleiders waren heel tevreden over hem. Die jongen had die plaats eigenlijk niet meer nodig. Dat was achteraf heel moeilijk voor die consulente in de jeugdrechtbank. Zij zegt dat ze de maanden voordien geen tijd had om te checken hoe het met die jongen ging. Ze heeft te veel jongeren om te volgen en kon dat dus niet doen.

Er zijn dus wel een aantal problemen met de werklast. Het klopt dat, wanneer je te veel jongeren moet opvolgen, het moeilijk is om die jongeren voldoende op te volgen om de juiste keuzes te kunnen maken. Zeker in een landschap waar er schaarste is aan plaatsen is het van belang dat, wanneer er een plaats vrijkomt, die naar de jongere gaat die er op dat moment het meeste nood aan heeft. Die inschatting kan niet altijd worden gemaakt. Het is goed dat u die werklastmeting doet, en ik ben er blij om. U mag er echter niet van uitgaan dat het allemaal niet zo dramatisch is. Wanneer men van zestig naar honderd dossiers gaat, zoals de heer Van Mulders zegt, heeft dat zeker impact op de mate waarin er mogelijkheden zijn om die jongeren op te volgen.

Ik zal ervan uitgaan dat u daarmee op mijn tweede vraag hebt geantwoord. U zult objectiveren.

Maar ik herhaal mijn eerste vraag. Vindt u, wanneer er aandacht is van media en politici voor kinderen die geen juiste opvang vinden en op straat belanden, dat dat de waan van de dag is? Of vindt u dat iedereen dan simpelweg zijn werk doet?

Bent u het verder met de heer Van Mulders eens dat er niet een oplossing moet worden gevonden voor elk van die incidenten?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Persoonlijk ben ik echt overtuigd van de oprechtheid en de integriteit van deze leidend ambtenaar en het feit dat hij, wat hij heeft gezegd, ook met veel nuance heeft gezegd en alleszins bedoeld.

Het is vooral zijn bekommernis dat we niet moeten denken dat er heel eenvoudige oplossingen bestaan en dat, als een aantal zaken in de media komen, dat ook per definitie de belangrijkste zaken zijn en dat die alle energie en aandacht moeten opslorpen. Er zijn vaak zaken die ten gronde moeten gebeuren, die complex en genuanceerd zijn en ook aandacht moeten krijgen. Ik zie echt geen probleem in die verklaring. Ik denk dat u daar iets meer in leest dan ermee bedoeld is. Het agentschap Jongerenwelzijn probeert, zeker met alles wat er aan integrale jeugdhulp is gekomen, een aantal transities te doen en met de realiteit van beperkte budgettaire mogelijkheid, zijn opdracht uit te voeren.

De werklastbeschrijving zal worden afgerond tegen het einde van maart. Dan zal men metingen moeten doen. Men gaat een beroep doen op het bureau dat in het verleden ook al werd betrokken: Möbius. Ik ken de timing hiervan niet. Ik weet niet wanneer men denkt die metingen te beëindigen.

Ik ben het met u eens dat we niet zomaar kunnen zeggen dat er zich geen problemen voordoen. Dat zou nogal erg overmoedig zijn. We moeten ons realiseren dat er op een aantal plaatsen wel degelijk een discussie mogelijk. Anders zouden wij die signalen trouwens ook niet krijgen. Maar om die discussie te kunnen voeren, moet je kunnen objectiveren. Dat betekent ook dat je zult moeten bekijken of er misschien plaatsen zijn waar er verschuivingen kunnen worden georganiseerd. De afspraken die op het agentschap werden gemaakt, worden volgens mij dus het best in alle sereniteit uitgevoerd. We moeten afspreken wat we meten, dat ook meten en dan bekijken of dat leidt tot een eventuele herijking, indien uit de cijfers zou blijken dat er daartoe aanleiding is. De vorige keer zijn er alleszins heel wat belangrijke stappen gezet op basis van dat systeem. 

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Minister, voor alle duidelijkheid: ook ik twijfel niet aan de integriteit van de ambtenaar. Ook ik vind het vanzelfsprekend dat het agentschap zijn best doet om met beperkte mogelijkheden toch het best mogelijke te doen. U hebt mij dat zeker niet horen zeggen.

U zegt dat het interview er een is met veel nuance, dat het met veel nuance is gezegd en bedoeld. Ik ben het met u eens dat het wellicht met veel nuance bedoeld zal zijn, dat leid ik af uit andere passages. Dat het met zoveel nuance is gezegd, vind ik niet. Voor ouders van de jongeren om wie het gaat en die jongeren zelf, is het natuurlijk zeer pijnlijk om te lezen dat het slechts waan van de dag is. Het gaat niet over andere nieuwsfeiten waarvan u en ik weten dat ze vaak een dag voorpaginanieuws zijn, dat er veel lawaai over wordt gemaakt, maar dat ze in de feiten misschien niet altijd even ingrijpend zijn in een mensenleven. De materie waarmee u bezig bent, is vaak heel ingrijpend in het leven van de mens om wie het gaat en in de context waarin die zich bevindt. Daarom is het erg ongelukkig wanneer men dat zo voorstelt. Ik wil dat signaal hier graag geven.

Uit wat u zegt, leid ik indirect af dat u dat ook vindt. Tegelijk wilt u de ambtenaar niet afvallen, omdat hij zijn werk zeker goed doet en integer is. Dat wil ik beamen. Toch vind ik het belangrijk dat we tegelijkertijd niet een signaal sturen richting maatschappij dat, omdat de overheid er niet in slaagt op elk van de vragen op de meest passende manier te antwoorden, het aankaarten van die problematiek weinig passend zou zijn.

Minister, voor alle duidelijkheid, ook ik twijfel niet aan de integriteit van de ambtenaar. Ook ik vind vanzelfsprekend dat het agentschap zijn best doet om met beperkte mogelijkheden toch het best mogelijke te doen. U hebt me zeker niet het tegendeel horen zeggen.

U zegt echter, en u zegt dat het met veel nuance is gezegd en bedoeld, dat het slechts de waan van de dag is. Ik ben het met u eens dat het wellicht met veel nuance bedoeld zal zijn, dat leid ik af uit andere passages, maar dat het met zoveel nuance is gezegd, dat vind ik niet, omdat het voor ouders van jongeren over wie het gaat, of over de jongeren zelf, natuurlijk zeer pijnlijk is om te lezen dat het slechts de waan van de dag is. Het gaat niet om andere nieuwsfeiten waarvan u en ik weten dat ze vaak een dag voorpaginanieuws zijn, dat er veel lawaai over wordt gemaakt, maar dat ze in de feiten niet altijd even ingrijpend zijn in een mensenleven. Ik denk dat de materie waar u mee bezig bent, vaak heel ingrijpend is in het leven van de mens om wie het gaat en in de context waarin hij zich bevindt. Daarom is het erg ongelukkig wanneer men dat zo voorstelt. Ik wilde toch graag dat signaal geven.

Ik leid indirect af uit wat u zegt dat u dat ook vindt, dat u tegelijk ook de ambtenaar niet wilt afvallen omdat hij zeker zijn werk goed doet en integer is. Ik wil dat beamen, maar ik denk toch dat het belangrijk is dat we tegelijkertijd geen signaal sturen richting maatschappij dat, omdat de overheid er nog niet in slaagt op elk van de vragen op de meest passende manier te antwoorden, het aankaarten van die problematiek weinig passend zou zijn. Ik zie dat als mijn taak als politica. Ik vind ook dat het een recht is van de mensen die de hulp nog niet krijgen om dat zelf ook aan te kaarten. Ik vind het ook belangrijk om dat hier even te onderstrepen, zij het dat ik net als u ook onderschrijf dat het niet is omdat iets in de krant komt, dat dat specifiek geval meer aandacht verdient dan een ander. Het is echter vaak illustratief voor het feit dat er een groep mensen is die vandaag nog niet de aandacht krijgt die ze verdient, die niet de opvang heeft die ze verdient.

Ik weet dat u daaraan werkt, maar het feit dat het gaat over het loutere feit dat het nog niet is waar het zou moeten zijn, vind ik winst. Wat mij betreft kan er niet genoeg aandacht zijn voor integrale jeugdhulp en de gaten die u daar nog hebt op te vullen, al was het maar omdat het misschien ook uw coalitiepartners kan overtuigen van de werkelijke nood aan het voorzien in een bijkomend budget.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.