U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Voorzitter, minister, dit thema is ondertussen ook op de afgelopen vergadering van het beleidsdomein Wonen aan bod gekomen. Deze vraag focust echter op het welzijnsluik van de uithuiszettingen en heel concreet op de centra algemeen welzijnswerk (CAW) die aan preventieve woonbegeleiding doen.

Het traject is in 2005 gestart met het Limburgs project Bemoeizorg. Dat is enkele jaren later onderdeel gaan uitmaken van de reguliere werking van alle centra algemeen welzijnswerk. Die hebben van in het begin vrij positieve resultaten kunnen voorleggen waardoor de teams in 2012-2013 nog werden versterkt. Ik vraag hierover regelmatig de cijfers op en ik volg de voortgang van de werking. Niet alleen stijgt het aantal cliënten dat jaarlijks wordt begeleid, maar in 7 op 10 gevallen kan een daadwerkelijke uithuiszetting worden vermeden. Dat zijn bijzonder duidelijke cijfers. Dit is zonder meer een heel goed voorbeeld van samenwerking tussen Wonen en Welzijn.

Ik had daarover ook een vraag, maar intussen weet ik dat er aanstaande donderdag een gedachtewisseling is met minister Homans over de elf projecten Wonen-Welzijn. Ik zal dan nu ook wat minder vragen stellen dan ik had ingediend.

Minister, we richten ons met de preventieve woonbegeleiding in de eerste plaats tot cliënten op de sociale huisvestingsmarkten. Zijn er mogelijkheden om dat uit te breiden vanuit het CAW naar de private huisvesting of zijn daar veel knelpunten? Minister Homans is daar vorige week al deels op ingegaan. Plant u verder nog maatregelen om het aantal uithuiszettingen verder terug te dringen vanuit Welzijn? Wetende dat de uithuiszetting vaak veel complexer is dan enkel het betalen van de huur of financiële redenen, zijn er al samenwerkingsverbanden met de instellingen voor schuldbemiddeling? Acht u dat aangewezen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Als ik het goed begrijp, schrapt u de vraag over de belangrijkste aanbevelingen?

Ik zou het heel fijn vinden als u daarop wilt antwoorden, maar ik dacht dat u zou verwijzen naar de gedachtewisseling van volgende week donderdag.

Minister Jo Vandeurzen

Ik had een hele uitleg voorbereid en ik zal er toch iets over zeggen.

In het najaar van 2010 heb ik, samen met de toenmalige minister van Wonen, een oproep gelanceerd voor innovatieve projecten Wonen-Welzijn. Deze projecten hadden expliciet betrekking op de structurele samenwerking tussen de huisvestings- en welzijnssector. Projecten die in die context experimenteerden met vormen van woonbegeleiding en/of relevant zijn voor de expertiseontwikkeling met betrekking tot de samenwerking tussen woon- en welzijnsactoren, kwamen in aanmerking. De elf pilootprojecten zijn ten einde gebracht. Bij meer dan de helft van deze projecten was een CAW betrokken. Deze projecten hebben voor verscheidene knelpunten zinvolle oplossingen uitgetest binnen het regelluwe kader waarin ze opereerden. De elf projecten werden geclusterd in vier sporen: focus op woongerichte oplossingen, focus op het aanleren van woonvaardigheden en een aantal aspecten betreffende de ADL-regelgeving en alternatieve woonvormen zoals cohousing.

Deze vier sporen kunnen ook de opstap zijn naar nieuwe samenwerkingsafspraken tussen de actoren uit de twee beleidsdomeinen. De voornaamste aanbevelingen hebben betrekking op huren en begeleiding met elkaar in verbinding brengen, vlotte toegang van specifieke kwetsbare doelgroepen tot sociale huisvesting, intersectorale samenwerking voor de begeleiding van de kwetsbare kandidaat-huurders in de sociale huisvesting met het oog op een vlotte doorstroming naar het zelfstandig wonen, van proefwonen naar zelfstandig wonen, het ontschotten van de dienstverlening voor personen met een handicap en ouderen, en tot slot sociaal administratieve beperkingen voor gedetineerden aanpakken.

Binnen de cluster met focus op woongerichte oplossingen werden naast projecten die de focus legden op het woongericht beleid en proefwonen, ook projecten uitgevoerd betreffende preventieve woonbegeleiding. Dat is een vorm van actieve en outreachende hulpverlening. Zo kan er een woonbegeleiding gegarandeerd worden voor alle mogelijke huurders, waarbij men met een hulpaanbod naar de cliënt, in dit geval de huurder, toestapt op het ogenblik dat de probleemsignalen zich stellen en zonder dat deze al een hulpvraag heeft gesteld. Kenmerkend is dat het om een aanklampende vorm van begeleiding gaat. De begeleiding richt zich op de aspecten die te maken hebben met het behoud van de woning, bijvoorbeeld ondersteuning of aanleren van woonvaardigheden in woontraining, budgetbegeleiding enzovoort.

Preventieve woonbegeleiding kan ook worden ingezet wanneer uithuiszetting al een reële dreiging vormt en dit enkel nog kan worden voorkomen door een zeer intensieve en aanklampende begeleiding. Bij preventieve woonbegeleiding ligt de focus op het voorkomen van een effectieve uithuiszetting.

De resultaten van deze projecten geven vooral aan dat een preventieve en aanklampende vorm van woonbegeleiding werkt voor het behouden van een woonst. Na een evaluatie van deze projecten is beslist om de erkenning van het CAW uit te breiden met in totaal 8,80 vte. Dit komt overeen met een bedrag van 570.808,84 euro. Deze uitbreiding vond plaats vanaf 1 september 2015. De uitbreiding heeft betrekking op de cluster focus op woongerichte oplossingen en de cluster focus op het aanleren van woonvaardigheden. De clusters die betrekking hebben op de ADL-regelgeving zijn geen onderwerp van de uitbreiding van het CAW. Deze uitbreiding heeft als doel het begeleidingsaanbod met betrekking tot de woonproblematieken te versterken. Ik wil de positieve resultaten van de projecten echt inbedden in de reguliere werking van het CAW.

Heel concreet verwacht ik van de CAW’s de versterking van het begeleidingsaanbod voor het aanleren van woonvaardigheden in opvangcentra of op ambulante wijze, het uitbouwen van de ambulante woonbegeleiding bij vormen van proefwonen en tot slot de versterking of de opstart van het aanbod preventieve woonbegeleiding in de private huisvesting. We hebben dat meegegeven aan de CAW’s om daarrond te werken.

Bij de preventieve woonbegeleiding wordt vooral gefocust op de verbreding van de preventieve woonbegeleiding naar de private huurmarkt en de werking bemoeizorg vanuit een psychiatrisch kader bij zorgwekkende zorgmijders met een psychiatrische problematiek. Dat is voor ons belangrijk.

In 2014 heb ik een onderzoek ‘nulmeting dak- en thuisloosheid’ laten uitvoeren door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin naar onder andere het aantal uithuiszettingen in Vlaanderen. Daaruit bleek dat ruim 79 procent van de uithuiszettingen zich afspeelt in de private huisvestingsmarkt. Daar moeten we inderdaad meer op gaan inzetten op de preventie van uithuiszetting. Ik heb dat proberen te doen door de versterking van de CAW’s die ik met een opdracht heb onderbouwd. De opgebouwde expertise in de sociale huisvesting kan nu geleidelijk aan breder worden ingezet.

Naast de uitbreiding binnen het algemeen welzijnswerk wil ik in dialoog gaan met de welzijns- en gezondheidsactoren en daarvoor aandacht vragen. Het gaat vooral over de CAW’s, de OCMW’s, de cgg’s en de VAPH-begeleidingsdiensten. Ik denk dat het belangrijk is dat ook andere actoren in de eerstelijnsondersteuning ook die expertise rond het woonprobleem kunnen opnemen. We gaan ook met de vrederechters deze problematiek aankaarten en ervoor zorgen dat mensen in een zo vroeg mogelijk stadium worden toegeleid naar de hulpverlening.

We zullen een dialoog aangaan met de verenigingen van private eigenaars en de individuele eigenaars. Naast deze beleidsmaatregelen streef ik ook naar een betere monitoring van het aantal uithuiszettingen in Vlaanderen. Dat is allemaal terug te vinden in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding.

De centra algemeen welzijnswerk hebben reeds een uitbreiding gekregen. Dat gebeurde structureel. Ik gaf u de thema’s al aan. Binnen de CAW’s lopen er ook ‘nieuwe’ pilootprojecten, zeer specifiek gericht op de preventie van uithuiszetting in de private huisvestingsmarkt. Deze projecten worden betoelaagd door minister Homans, bevoegd voor de armoedebestrijding. Ze lopen tot eind 2016, en de evaluatie hiervan is ook belangrijk voor mijn beleidsdomein.

De samenwerking tussen de verschillende beleidsdomeinen is een conditio sine qua non om op dit terrein echt iets te kunnen realiseren. Deze samenwerking is niet enkel van belang binnen het Vlaamse bestuursniveau, maar ook op interbestuurlijk niveau, bijvoorbeeld met Justitie. Daarom wil ik het initiatief nemen om de dialoog tussen de welzijnsactoren en de vrederechters op te starten. Ik heb ook zeer recent het initiatief genomen om samen met minister Homans de bestrijding én het voorkomen van dak- en thuisloosheid op te nemen. In dit kader zal een gemengd platform worden opgestart, waarin zowel welzijns- als woonactoren vertegenwoordigd zijn, met de bedoeling uitvoering te geven aan de verschillende acties die op dat gebied geformuleerd zijn in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding.

De diensten voor schuldbemiddeling zijn zeker betrokken bij de preventie van uithuiszetting. Zowel OCMW’s als CAW’s zijn erkend als dienst voor schuldbemiddeling. Aangezien de begeleidingen binnen het algemeen welzijnswerk steeds integraal opgevat worden, is er altijd oog voor andere problemen, ruimer dan enkel de woonproblematiek. Het gebeurt geregeld dat de diensten voor schuldbemiddeling worden ingeschakeld bij een begeleiding. Wat betreft het ruimere kader inzake de bestrijding van dak- en thuisloosheid geloof ik in de potentiële waarde van de bovenlokale netwerken, waar een regio zelf aan de slag gaat met de belangrijkste noden. Hiervoor is een nauwe samenwerking noodzakelijk, niet enkel met de welzijnsactoren maar ook met de huisvestingsactoren, de politie, samenlevingsopbouw enzovoort.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Ik dank u voor uw zeer informatieve antwoord, minister. Het zal ons debat van donderdag nog meer stofferen.

Ik ben net als u van bij het prille begin een echte believer geweest van de meerwaarde van een sterkere samenwerking tussen Wonen en Welzijn. Ik denk dat de evaluatie van die projecten dat nu wel aangeeft. Heel positief is dat we er hier in geslaagd zijn projectervaring te verankeren in reguliere werking zodat we dat verder kunnen uitbouwen. Ik vind het goed en noodzakelijk dat er inzake de juridische procedure, naar de vrederechters heel concreet initiatieven worden genomen. Ik denk dat er echt nog wel ruimte is om meer mensen sneller in de hulpverlening te krijgen.

Inderdaad, u bevestigt wat minister Homans al aangaf: dat er initiatieven lopen naar de private woningmarkt waar het probleem natuurlijk veel groter is aangezien er veel meer private woningen op de markt zijn.

Ik dank u ook voor uw antwoord rond schuldbemiddeling, minister. Dat was ook duidelijk.

Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, als u de bespreking van de begroting, de beleidsbrief, het VAPA enzovoort bekeken hebt, zult u gemerkt hebben dat mijn fractie er in de afgelopen weken en maanden bij minister Homans heeft op aangedrongen om de uitrol die u nu hebt gedaan richting sociale huisvesting, in één beweging ook te doen voor de private woningmarkt.

Ik ben het nogal eens met mevrouw Jans. Dit is een goed voorbeeld van ontkokering over de sectoren heen. Projectmatig werken heeft uiteraard zijn baten. Men weet niet op voorhand of iets echt gaat werken. Men heeft niet altijd direct de budgettaire middelen. Die aanpak heeft natuurlijk zijn limieten. Als bewezen is dat iets werkt, moet men dat kunnen en durven uitrollen. De verleiding is erg groot om te zeggen: het glas is halfvol, of het is halfleeg, inzake de projecten op de private woningmarkt.

Dit is echter niet fiftyfifty. De sociale huursector behelst ongeveer 6 procent van de woningmarkt. Dat betekent dat je voor 94 procent van je huurmarkt vandaag eigenlijk niet dat soort dienstverlening hebt, die voor heel veel mensen echt wel het verschil kan maken tussen in armoede verzeilen of er ondanks problemen uit weggeraken. Als het ooit te pas komt, wil ik het pleidooi hier nog eens herhalen om dat ook gewoon generiek toepasbaar te maken. Mevrouw Jans, ik denk echter dat we donderdag dat debat nog wel eens zullen hebben.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.