U bent hier

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Voorzitter, minister, collega’s, voor 2016 wil de door Marc Herremans geleide stichting To Walk Again 2.0 inzetten op staprobots en Vlaanderens eerste postrevalidatiecentrum. De doelstelling is mensen die verlamd zijn geraakt, in het postrevalidatiecentrum ‘in beweging te houden’, en onder meer met behulp van staprobots terug (deels) zelfstandig te laten stappen. Hoogtechnologische innovatie en postrevalidatie zouden er gecombineerd worden en moeten er hand in hand gaan.

De technologische vooruitgang laat immers toe met staprobots meerdere spieren tegelijk te trainen, wat een groot voordeel is ten opzichte van de huidige kinesitherapie. Tegelijk worden deze staprobots ook goedkoper. De prijs ligt nu op 100.000 euro per exemplaar, maar is aan het dalen. Finaal is het de hoop van de stichter dat het in de toekomst via een microchip mogelijk moet zijn deze staprobots aan te sturen op een manier die dicht in de buurt komt van hoe ons zenuwstelsel vandaag de spieren aanstuurt.

De staprobot is met andere woorden een toestel dat personen met een verlamming de mogelijkheid biedt zich opnieuw rechtopstaand te verplaatsen. Meer tijd per dag rechtopstaand doorbrengen heeft eveneens verschillende medische voordelen die onder meer de kans op doorligwonden verkleinen. Men zou zelfs kunnen spreken van terugverdieneffecten daar de behandelingskosten voor aandoeningen ten gevolge van te weinig bewegen of te veel zitten vermeden worden.

De stichting heeft verregaande plannen – en diverse contacten in het kader van Care Valley Kempen – om in 2016 daadwerkelijk een postrevalidatiecentrum op te richten. Er staan nu al mensen op de wachtlijst voor de zogenaamde stapsessies. Verschillende prominenten, ook van de Federale en Vlaamse Regering, hebben trouwens hun steun en waardering uitgedrukt op een recent benefietgala in Knokke.

Het AZ Herentals is kandidaat voor dit postrevalidatiecentrum, dat een onbetwiste meerwaarde zou zijn voor de medische zorg in Vlaanderen. Voormeld ziekenhuis heeft ook de nodige ruimte instapklaar, de nodige medische expertise, de steun van Sporta, de sportvakanties van To Walk Again die Sporta al organiseert, en de steun van de medische, wetenschappelijke en economische wereld in de Kempen. Iedereen lijkt de opstart van het postrevalidatiecentrum dus genegen. Misschien zijn er nog andere instellingen kandidaat?

Minister, beaamt u de voordelen van postrevalidatie met staprobots ten opzichte van kinesitherapie voor personen met een verlamming? Erkent u de preventieve werking ervan, onder meer inzake botontkalking en doorligwonden? Wanneer zal Vlaanderen het toegezegde engagement vertalen in concrete stappen? Wanneer zal de beslissing over de erkenning van een postrevalidatiecentrum genomen worden? Waarom is ze, ondanks de eerdere toezeggingen, nog niet genomen? Indien het antwoord op de vorige vragen positief is, zal de reeds opgebouwde expertise, zowel de medische als de projecten van Sporta, verder worden ondersteund en gevaloriseerd? Zult u bij uw collega’s in de Vlaamse Regering verdere ondersteuning bepleiten?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Revalidatie voor personen met verlamming of amputatie is een continu proces. Dit gebeurt door systematische training van de verminderde functies door actieve en passieve mobilisaties en specifieke revalidatiemethoden. Hierbij wordt onophoudend gezocht naar de nieuwste wetenschappelijke technieken om de revalidatie van de patiënt maximaal te kunnen ondersteunen. Meestal verloopt dit onderzoek samen met de onderzoekseenheden van hogescholen en universiteiten, die hiervoor de nodige input en proeflabo’s aanleveren. Staprobots zijn dan ook een voorbeeld van dergelijke samenwerking. De intensiteit van training door deze apparatuur overstijgt de mogelijkheden van de gangrevalidatie via individuele kinesitherapie, omdat die laatste zijn beperkingen heeft. Het lijkt zeer aannemelijk dat het regelmatig gebruik van een staprobot botontkalking en doorligwonden zal voorkomen. Er is verder wetenschappelijk onderzoek nodig om na te gaan of dit effectief en kosteneffectief is, en of iedereen met functieverlies hiervoor in aanmerking komt.

Een initiatief zoals To Walk Again 2.0 verdient alle lof. Het is een project dat vanuit de eigen ervaring van een topatleet is ontstaan. Het biedt de mogelijkheid tot sport en revalidatie in een multidisciplinaire omgeving, met de nadruk op laagdrempelige toegang. Dit past wat mij betreft ook in de filosofie van Flanders’ Care.

Ondertussen zijn vier partners rond het project gaan samenwerken: To Walk Again, het Algemeen Ziekenhuis Sint-Elisabeth te Herentals, het onderzoekslabo Mobilab van de Hogeschool Thomas More campus Geel en Orthopedie Van Haesendonck. Blijkbaar zijn de eerste activiteiten al gestart in 2015 in het ziekenhuis te Herentals. De partners wensen een postrevalidatiecentrum op te starten in het Algemeen Ziekenhuis Sint-Elisabeth en wensen daarvoor een erkenning of alvast een toelating.

Hier moet ik even uw vraag vertalen naar de regelgeving waarover we nu spreken. Een erkenning van een postrevalidatiecentrum kan ik momenteel niet geven omdat een dergelijke afdeling wettelijk niet omschreven is, en dus niet is genormeerd. Ik heb van niemand een vraag ontvangen om een centrum te erkennen, er bestaat gewoon geen kader voor om dat te doen.

Uiteraard kunnen postrevalidatieactiviteiten wel in een ziekenhuis plaatsvinden. En zeker in het kader van de activiteiten van een gespecialiseerde afdeling voor locomotorische revalidatie, waarvoor het ziekenhuis erkend is – het heeft Sp-locomotorisch dertig bedden –, of in het kader van revalidatieovereenkomsten met het RIZIV. Aangezien het ziekenhuis een erkende afdeling voor locomotorische revalidatie uitbaat, kan een dergelijke activiteit dus ook op een ambulante manier worden aangeboden. In die zin kunnen de invulling van het concept of tenminste de aan ons beschreven activiteiten die plaatsvinden in het ziekenhuis, worden beschouwd als hebbende de kenmerken van een ziekenhuisactiviteit. Dat betekent dat wij voor de federale financiering die al loopt in verband met de infrastructuur, waarvoor wij voor een deel in beeld komen doordat de gemeenschappen bevoegd zijn voor investeringsfinanciering, de FOD de opdracht hebben gegeven om die lopende financiering van die infrastructuur voort te zetten. Datgene wat daar wordt ontwikkeld, kan wat ons betreft als ziekenhuisactiviteit worden gehonoreerd. Dat was voor dit project de vraag die men ons heeft gesteld.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, ik zeg twee keer dank. Een eerste keer voor de erkenning voor de waarschijnlijke meerwaarde met betrekking tot postrevalidatie en de staprobots. U hebt de hele vraag heel goed begrepen. Ten tweede omdat u letterlijk hebt gezegd dat het kan worden erkend als ziekenhuisactiviteit, gelinkt aan de Sp-locomotorische bedden. Dat betekent dat de vier actoren die mee trekken, waaraan er nog andere zullen worden toegevoegd in het kader van Europese projecten, verder kunnen. De eerste stappen kunnen worden gezet naar de uitbouw van dat postrevalidatiecentrum. Ik kan daar alleen maar verheugd om zijn. Ik hoop dat die mensen en die actoren, waarvan de medische meerwaarde zal worden bewezen, ook in de toekomst zullen kunnen rekenen op steun voor de uitbouw van die expertise en de verankering van die expertise in Vlaanderen.

Minister, ik dank u voor uw positieve antwoord. Ik heb er een weekje op moeten wachten. Maar een weekje uitstel is geen probleem als het antwoord positief is.

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

Ik ben uiteraard ook zeer tevreden dat hier het antwoord komt dat de lopende financiering wordt voortgezet. Ik heb iets minder duidelijkheid gekregen over de vraag of dit uiteindelijk wil zeggen dat er heel veel aandacht aan zou moeten worden besteed. Ik was blij met de vraag van de heer Bertels. Niet alleen omdat dit mij, uit de streek komende, ook na aan het hart ligt, maar vooral ook omdat dit de vraag is naar de mate waarin Vlaanderen inspanningen zal doen om binnen de sector van de revalidatie meer mogelijkheid te creëren om nieuwe technologie te introduceren.

Of het nu gaat over staprobots of over exoskeletons, waarover ik het in de conceptnota al had, of over kunstarmen die via de hersenen worden gestuurd en nieuwe mogelijkheden via app’s en dergelijke, het is zeer belangrijk dat we daar heel veel aandacht voor hebben. Minister, ik hoor u zeggen dat daarvoor nog verder onderzoek nodig zal zijn. Wij weten allemaal dat het heel vlug gaat. Als we er niet vlug regelgeving voor kunnen uitbouwen en daarmee rekening houden bij de financiering van de revalidatiecentra, zullen we achter de feiten aan lopen. Ik hoop dus dat daar aandacht aan zal worden besteed en dat we dit niet zullen afdoen met de opmerking dat er verder onderzoek zal nodig zijn. We moeten een aanzet geven om ook die technologieën bij de financiering mee in rekening te brengen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Dat we in Vlaanderen willen excelleren met innovaties in die sector, is een van de kernopdrachten van het Flanders’ Care-programma. Het gaat zeker over assistieve technologieën en over alles wat te maken heeft met langdurige ondersteuning. Aangezien we daar toch een vorm van basisbevoegdheid hebben, proberen we met innovatie en ondernemen samen met alle betrokken agentschappen te focussen op de steun aan dit soort initiatieven vanuit diverse hoeken, zowel vanuit het universitaire perspectief als vanuit de zorgsector als vanuit de commerciële wereld. Maar als het erop aankomt – en dat is de strekking van de vraag – om dan te zeggen dat dit terugbetaalbare technologie is, dan moet er toch een wetenschappelijke onderbouwing komen om te zeggen wat in welke omstandigheden in aanmerking komt voor terugbetaling. En dan is de vraag: door wie? Dat kan een hulpmiddel zijn dat door het RIZIV moet worden gefinancierd, of dat kan eventueel in het kader van de hulpmiddelen voor personen met een handicap worden terugbetaald. Dit issue is bij de leden van deze commissie erg bekend.

In welke mate worden daar budgettaire prioriteiten gelegd? Dat doe je toch het best op basis van gevalideerde wetenschappelijke onderzoeken.

Ik ken die technologie ook. Het is vrij spectaculair wat zij kunnen doen. Ik heb enkel willen aangeven dat als de volgende stap is dat iedereen met motorische beperkingen moet worden gefinancierd om een staprobot te krijgen, we dan in een belangrijke budgettaire aangelegenheid worden betrokken. Dan moet toch eerst wel duidelijk blijken in welke mate dat in de revalidatie inzetbaar en nuttig is. Dat lijkt mij eerlijk gezegd legitiem. Precies daarom moet dit soort initiatieven een zekere ruimte nemen om daarrond te experimenteren en dit wetenschappelijk te laten valideren. Dat is het belang van dit soort innovaties.

In het algemeen hoop ik dat dit soort speerpunttechnologie kan worden ontwikkeld. Het moet misschien niet allemaal eindigen in de meest geavanceerde vormen van ondersteunend materiaal, maar ik hoop natuurlijk dat dit soort dingen een opener kunnen zijn om de nieuwe dingen te introduceren in de bestaande financieringssystemen.

Ik heb hier vorige week naar aanleiding van de uiteenzetting over de Vlaamse sociale bescherming over de revalidatiesector gesproken. Als je in Vlaanderen het revalidatieconcept ontwikkelt, moeten we bekijken hoe we daarin bepaalde innovaties mogelijk maken. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar u hebt vorige week gezien dat het nog een hele oefening zal zijn om het stuk dat gemeenschapsbevoegdheid is geworden, in een stabiel financieringskader te brengen. We zijn er, samen met de sector, mee bezig.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

Jan Bertels (sp·a)

Minister, het is belangrijk dat u nu mede de mogelijkheid hebt gecreëerd om die nieuwe innovatieve technologie verder te ontwikkelen en te verfijnen en ook in de praktijk toe te passen. Daardoor kun je komen tot ‘evidence based medicine’. Het is belangrijk om in de zorg- en revalidatiesector die nieuwe technologie te omarmen. Het is belangrijk dat we daarna bekijken hoe dat zich in de praktijk realiseert, met de verschillende actoren die u al hebt opgenoemd. Heel de medische en universitaire wereld is daarbij betrokken, samen met actoren op het terrein die zorg uitoefenen. We zullen daar verder aan kunnen werken. Dan zullen we in de verdere discussie effectief moeten bekijken hoe we dat zullen opnemen in de ‘care’-evolutie die we in de zorgsector zullen krijgen. We zullen dat hier krijgen, maar ook op andere terreinen. Het is belangrijk dat we op zijn minst al de eerste stap kunnen zetten. Ik heb begrepen dat we dat zullen kunnen doen. Daardoor zullen we dat in de praktijk daadwerkelijk kunnen uittesten met mensen die nu al op de wachtlijst staan.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.