U bent hier

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Het Kinderrechtencommissariaat heeft in 2014 een knelpuntennota gepubliceerd over het publicatieverbod dat geldt voor minderjarigen in de bijzondere jeugdbijstand – zoals dat toen heette – die onder een maatregel van een jeugdrechter vallen. Er zijn een aantal klachten binnengekomen bij het Kinderrechtencommissariaat die aantonen dat het verbod soms als oneerlijk wordt ervaren en dat het verbod de jongeren ervan weerhoudt hun verhaal te brengen. Persoonlijk vind ik dat het een soort omgekeerd stigma creëert rond jeugdbijstand omdat het natuurlijk heel moeilijk is om verhalen van echte jongeren, echte kinderen die daarbij betrokken zijn, te brengen.

De Raad voor de Journalistiek heeft op 11 december van vorig jaar een nieuwe richtlijn goedgekeurd over hoe de pers met minderjarigen moet omgaan. Ze probeert het recht op bescherming en het recht op vrije meningsuiting van de minderjarige met elkaar in evenwicht te brengen. Ook het begrip toestemming is erin opgenomen. De richtlijn luidt als volgt: “De journalist houdt het belang van de minderjarige voor ogen. Hij heeft aandacht voor het recht op bescherming van de minderjarige, maar ook voor het recht op vrije meningsuiting van de minderjarige. De journalist houdt bij zijn afwegingen rekening met een aantal criteria, namelijk de context, de aard en de gevoeligheid van het onderwerp, de emotionele betrokkenheid van de minderjarige bij het onderwerp en de maturiteit.”

In een eerste reactie heeft het agentschap Jongerenwelzijn gezegd dat het een evaluatie zou maken. Uiteindelijk heeft het een aantal bedenkingen geformuleerd bij de richtlijn. Ze zeggen – en ik vind dat positief: “Als de berichtgeving totaal niet over de betrokken zaak gaat, volgt Jongerenwelzijn het advies om af te wijken van niet-identificatie.” Dat wil eigenlijk zeggen dat als het over pleegkinderen gaat of over kinderen die in een voorziening opgroeien gedurende een deel van hun jeugd, en die kinderen geïnterviewd worden op hun speelplaats over een actie die hun school doet, die kinderen ook gewoon geïdentificeerd kunnen worden en aan het woord kunnen komen. Ik vind dat al een heel belangrijk standpunt.

Jongerenwelzijn is wel van mening dat er een strikt behoud moet blijven op niet-identificatie van minderjarigen die onder een maatregel van een jeugdrechter vallen als het over iets gaat dat te maken heeft met de zaak waarvoor ze onder die maatregel vallen. Een aantal gemotiveerde uitzonderingen toestaan, vindt het agentschap gevaarlijk omdat het meent dat de strafwet dan eigenlijk wordt overtreden.

In de knelpuntennota van het Kinderrechtencommissariaat werden nog een aantal andere knelpunten naar voren gebracht, en mogelijke oplossingen aangehaald. Daarover gaan mijn vragen. Minister, hebt u overleg gehad met uw federale collega van Justitie over het publicatieverbod voor jongeren in de bijzondere jeugdbijstand en over de wetgeving die hierover op het federale niveau van kracht is? Hoe staat u tegenover een eventuele wetswijziging waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat de jeugdrechter het absolute publicatieverbod kan milderen, zodat er dus eigenlijk in een gemotiveerde uitzondering kan worden voorzien?

Volgens het Kinderrechtencommissariaat heerst er over de huidige wetgeving vaak onduidelijkheid. De wetgeving wordt strenger geïnterpreteerd dan de wetgever oorspronkelijk bedoelde. Op welke manier worden de betrokken personen hierover geïnformeerd? Minister, bent u van plan om initiatieven te nemen om de betrokken personen hierover beter te informeren? Ik ken bijvoorbeeld mensen die me een verhaal vertellen van ouders die denken dat hun pleegkind niet op de klasfoto mag staan, of niet op de foto van zijn voetbalploeg. Dat is natuurlijk bijzonder onaangenaam, zowel voor de kinderen in de klas of in de ploeg als voor het betrokken kind zelf. Ik denk dat dit een te verregaande interpretatie is van de wet, maar ik had u daarover graag gehoord.

Minister, hebt u over deze problematiek overleg gehad met uw collega van Media? Wat zijn de eventuele conclusies die daaruit kunnen worden getrokken?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Er is nog geen overleg gepland met de federale overheid. Het agentschap Jongerenwelzijn geeft alvast aan dat het geen vragende partij is voor een wetswijziging. Als algemeen principe blijft het aangewezen dat de identiteit van minderjarigen die onder een maatregel vallen van een jeugdrechter, niet kan worden achterhaald door mediaberichtgeving. De bescherming van de minderjarigen staat voorop.

Het agentschap Jongerenwelzijn heeft een nota ‘Aanbevelingen omtrent getuigenissen en beeldvorming van minderjarigen in de jeugdhulp’ opgesteld. Die is te raadplegen op de site van het agentschap. De nota wordt jaarlijks geactualiseerd en is verspreid naar alle private voorzieningen die erkend en gesubsidieerd worden door Jongerenwelzijn, naar de Raad voor de Journalistiek en naar de hoofdredacties van de belangrijkste kranten.

De opmerkingen van Jongerenwelzijn van 14 december 2015 naar aanleiding van de nieuwe richtlijn van de Raad voor de Journalistiek zijn daarop gebaseerd. Dat standpunt is ook via Belga en de sociale media verder verspreid, met ook een link naar de nota, en naar de Raad voor de Journalistiek gestuurd. In deze recente reactie wijst Jongerenwelzijn vooral op de omzichtigheid die geboden blijft bij jongeren in een gerechtelijke procedure.

Verder sluit de reactie, zoals gezegd, aan bij de nota rond de aanbevelingen omtrent getuigenissen en beeldvorming van minderjarigen in de jeugdhulp. De woordvoerder van Jongerenwelzijn zal ook aanwezig zijn op een lunchdebat dat het Kinderrechtencommissariaat organiseert over dit thema, op 28 januari. Jongerenwelzijn blijft dus zeker in dialoog met de kinderrechtencommissaris in functie van het uitwisselen van standpunten en het bekijken van goede praktijken, met respect voor de federale wetgeving ter zake. We hebben geen contact gehad met de Vlaamse minister bevoegd voor de media. Er is voorlopig ook geen overleg gepland.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Ik vind dat een beetje spijtig, omdat ik denk, wat ook het Kinderrechtencommissariaat als een piste naar voren schuift, dat een gemotiveerde afwijking van dat algemeen publicatieverbod heel veel kan betekenen voor de jeugdzorg in het algemeen en dat dit het belang van het kind helemaal niet hoeft te schaden. Als we het meest extreme voorbeeld nemen van een jongere van 17 die begeleid zelfstandig woont, en die niet mag getuigen over zijn omstandigheden, hoewel hij dat heel graag wil en een heel traject is overlopen om te kijken of dat in het belang van de jongere is en of hij er de beoordelingsbekwaamheid voor heeft, dan vind ik het een verlies dat op geen enkele manier een gemotiveerde afwijking kan worden verkregen, zodat die jongere wel kan spreken, wel zijn getuigenis kan geven en wel kan meehelpen om een deel van het stigma, dat blijft bestaan omdat het onbekend is en omdat niemand erover mag spreken, weg te nemen. Ik zou de minister bijzonder hartelijk willen aanmoedigen om daar verder over na te denken en te kijken of we daar toch niet een beetje moeten opschuiven in het milderen van dat algemene en heel strenge publicatieverbod.

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Martine Taelman (Open Vld)

Ik wil aansluiten bij wat de heer Parys zegt. In Ierland bestaat inderdaad de mogelijkheid voor de jeugdrechter om te oordelen dat wel herkenbaar kan worden opgetreden in de media. De kinderrechtencommissaris pleit er inderdaad voor om een verschil in te voeren voor snelle media, waar je jongeren inderdaad moet beschermen en onherkenbaar moet maken, omdat er te weinig ruimte is voor nuancering, en trage media, waarin, zoals in Ierland, mits toestemming van de jeugdrechtbank wel mogelijkheid is om herkenbaar op te treden, omdat er daar meer ruimte is voor een genuanceerd beeld. Ik denk dat dat belangrijk is: het evenwicht tussen het recht om herkenbaar te zijn, zijn mening te geven, ervaringen te delen, en anderzijds de minderjarigen te beschermen tegen de latere gevolgen van dat publiek optreden. Minister, ik miste ook een beetje uw persoonlijke standpunt. Misschien kunt u daar toch nog iets dieper op ingaan.

Een jongere van 17 jaar die begeleid zelfstandig woont, kan natuurlijk wel over zijn persoonlijke situatie getuigen. Het gaat er alleen over geïdentificeerd of identificeerbaar te getuigen.

Het publicatieverbod voor jongeren in de bijzondere jeugdbijstand is inderdaad een federale regelgeving. De CD&V-fractie wil hier heel omzichtig mee omgaan. Het belang van de minderjarige staat voorop. Sommige minderjarigen verdienen bescherming voor verklaringen die ze afleggen, waarmee ze nadien geconfronteerd kunnen worden of waar ze later spijt kunnen van hebben.

Als er toch zou overwogen worden om het te milderen, dan is de leeftijd en de instemming van de betrokken partijen van groot belang. Soms zijn er ook hulpverleners bij betrokken, en dan duikt het probleem van het beroepsgeheim op.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De tekst is duidelijk: gerechtelijke jeugdhulp valt onder toepassing van artikel 433bis van het strafwetboek. Volgens de strikte juridische interpretatie mag de minderjarige in kwestie niet identificeerbaar in beeld worden gebracht en mag de inhoud van het gerechtelijk dossier niet bekend worden gemaakt. In deze gevallen stellen Jongerenwelzijn en Steunpunt Jeugdzorg evenwel dat een minderjarige die onder artikel 433bis van het strafwetboek valt, toch herkenbaar in beeld kan worden gebracht als er geen enkele link is met de jeugdhulpcontext of de gerechtelijke procedure. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld een klasfoto van een minderjarige die onder een maatregel van een jeugdrechter valt, toch herkenbaar in beeld kan worden gebracht, als er maar geen enkele link is met de jeugdhulpcontext of de gerechtelijke procedure. Concreet betekent dit dat bijvoorbeeld klasfoto’s met een kind onder toezicht van de jeugdrechter mogelijk zijn, evenals foto’s tijdens activiteiten van de jeugdbeweging of een deelname aan een televisieprogramma zoals The Voice Kids.

Het Vlaamse niveau heeft gedaan wat moest om duidelijk te informeren over wat kan en wat niet kan. Het is best mogelijk dat een parlementslid van mening is dat het evenwicht dat in artikel 433bis van het strafwetboek gezocht is, niet adequaat is en dat het moet worden genuanceerd. Men kan daarover van mening verschillen. Persoonlijk ben ik geneigd het agentschap daarin te steunen, maar het is zeker geen zwart-witverhaal. Als men artikel 433bis van het strafwetboek in debat wil brengen, dan moet men een wetsvoorstel indienen in het federaal parlement en een meerderheid zoeken, zodat een wetswijziging tot stand kan worden gebracht.

De voorzitter

De heer Parys heeft het woord.

Minister, de interpretatie die door de mensen op het terrein wordt gehanteerd, is duidelijk te streng. Er heerst enig misverstand over de vraag of een kind dat onder toezicht staat, op een klasfoto of een foto van een sportvereniging mag staan. Mijn vraag was wat u doet om dit misverstand uit de wereld te helpen. De vraag is of u overleg pleegt met uw federale collega over de bewuste bepalingen in het strafwetboek. Ik was vooral benieuwd naar uw persoonlijk standpunt.

Minister Jo Vandeurzen

Ik gaf het standpunt van de administratie.

De administratie zegt dat de strafwet niet mag worden overtreden.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.