U bent hier

Commissievergadering

woensdag 20 januari 2016, 10.01u

Voorzitter
van Ann Brusseel aan minister Sven Gatz
720 (2015-2016)

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, ik ben zeer bezorgd over het imago van Brussel. In november 2015 hadden we in navolging van de aanslagen in Parijs al enkele heel spannende dagen met een lockdown die op de stad heeft gewogen, en voor het jaareinde kreeg het imago van Brussel nog eens rake klappen als afscheidscadeau aan 2015.

Het ging om het afgelasten van het vuurwerk door de terreurdreiging, en meer in het bijzonder de communicatie daarover. Het Laatste Nieuws maakte melding van Brussel als een terreurnest op hln.be van 30 december. De Morgen had het over het terreurimago van onze hoofdstad en stelde op haar eerste bladzijde dat Brussel in rep en roer had gestaan, terwijl niet iedereen daar meteen veel van had gemerkt op 30 december, althans ikzelf niet.

Bovendien zorgde het afgelasten van het vuurwerk van de stad Brussel en de weinig serene communicatie daarover voor verwarring. Bepaalde media stelden onomwonden dat er geen festiviteiten zouden zijn in Brussel, alsof er daadwerkelijk niks te beleven zou vallen en er veel meer dan het vuurwerk was afgelast. Ik citeer de kop van Le Soir van die avond, die een sterke impact heeft gehad op de internationale media. Die kopte dat Brussel plat zou liggen, dat Brussel onder de terreurdreiging ‘les festivités’ had geannuleerd. ‘Festivités annulées’ klinkt alsof er die avond in de stad daadwerkelijk niets meer zou gebeuren.

Bijgevolg leed Brussel tijdens de feestperiode onder de toon die werd gezet door zowel de overheid als de media. Er moeten inderdaad maatregelen worden genomen door de overheid wanneer er een veiligheidsprobleem is, dat hoort u mij niet ontkennen. Maar de manier waarop en de feedback die daarna komt, lijken heel belangrijk, te meer dat sommige mensen in de stad de indruk hadden dat Brussel sterker werd geviseerd en dat kwatongen konden beweren dat Brussel misschien iets minder beveiligd was dan andere steden. Al die commentaren heb ik gehoord in die periode. Ze raakten me en zetten me ertoe aan om deze vraag om uitleg te stellen.

De cultuursector, de kleinhandel en de horeca ondervonden immense schade van het gedeukte imago van de hoofdstad. De cultuurhuizen in Brussel zien hun bezoekersaantallen teruglopen. Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) heeft het over een totale economische schade van 185 miljoen euro in diverse sectoren. Dat is niet niks.

Uiteraard besef ik heel goed dat het compenseren van economische verliezen bijzonder moeilijk is. De omvang van de schade, alsook de herstellende effecten die na verloop van tijd merkbaar zullen zijn, zorgen ervoor dat het bepalen van de effectief geleden schade een uiterst moeilijke klus is. Dat zou voor een eindeloze discussie zorgen.

Bij de Brusselaars en vooral de Brusselse ondernemers leeft dit thema momenteel zeer sterk. Daarom lijkt het mij belangrijk alle mogelijke inspanningen te leveren om het imago van de hoofdstad zo snel mogelijk weer meer glans te geven, en om de mensen die culturele evenementen organiseren en horeca-uitbaters een hart onder de riem te steken en de moed te geven om door te gaan met hun onderneming.

Minister, wat is uw visie op de kwestie aangaande het imago van onze hoofdstad en de perceptie die wordt geschapen? Werd aangaande het imagoprobleem van de hoofdstad en de economische verliezen al een politiek overleg gepland? Zo ja, werd u hierop in uw hoedanigheid van Vlaams minister bevoegd voor zowel Brussel als cultuur uitgenodigd? Plant u zelf concrete acties om Brussel en de Brusselse ondernemingen te steunen?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mevrouw Brusseel, ik zal eerst even ingaan op de algemene problematiek van dit soort terreurdreiging, of soms, zoals in andere steden, reële terreuraanslagen en de economische effecten daarop. Daarna ga ik in op dingen die aan het gebeuren zijn, en dan geef ik het bredere verhaal. We hebben over dit thema al een kort debat gevoerd in de plenaire vergadering van 17 december 2015. Dat was op instigatie van de heer Poschet, die zich vandaag jammer genoeg heeft verontschuldigd.

Dat het toerisme stilviel in de dagen na de aanslagen in Parijs en met de verhoogde terreurdreiging in Brussel is een feit. Dat is onloochenbaar en heeft ons allemaal een bepaalde machteloosheid en ergernis gegeven. Dat dit ook een weerslag heeft op de horeca en Brusselse middenstand kan onmogelijk worden ontkend.

Dit zijn de cijfers waarover we beschikken. De directeur-generaal van VisitBrussels, de heer Patrick Bontinck, heeft op 10 december gezegd dat na de aanslagen dagelijks 2000 vliegtuigtickets naar Brussel werden geannuleerd. We weten ook dat de jaarlijkse kerstmarkt in Brussel onder de evenementen heeft geleden. Daar was er sprake van een derde minder bezoekers ten opzichte van vorige edities. Vooral buitenlandse toeristen lieten dit jaar het evenement links liggen.

Het VBO bestudeerde de impact in de sectoren horeca, vrije tijd en evenementen, passagiersvervoer in de luchtvaart en kleinhandel voor de laatste vijf weken van december. Die schatte de minderinkomsten op 185 miljoen euro. Ook het niet doorgaan van enkele oudejaarsevenementen waarnaar u verwijst, zal een prijskaartje hebben gehad.

We mogen de effecten helemaal niet minimaliseren. Het is geen prettige periode geweest. Anderzijds is de vraag ook belangrijk of dit een onomkeerbare trend of gewoon een tijdelijk fenomeen is.

De waarschuwing van het VBO voor blijvende imagoschade moet alvast ernstig worden genomen. Anderzijds zijn niet alle opiniemakers of onderzoekers pessimistisch over de toekomst. Ik geef u enkele cijfers die aantonen dat er ook goede elementen in het perspectief liggen. Ik sprak daarnet al over het groot aantal geannuleerde inkomende vluchten op de luchthaven van Brussel in de weken na de terreurdreiging. Uit de toelichting hierover van de directeur-generaal van VisitBrussels, de heer Bontinck, bleek ook dat het aantal reservaties begin december alweer steeg tot 6000 per dag. In diezelfde periode is dat gemiddeld 7500 per dag in normale omstandigheden. We zitten inderdaad nog niet aan de normale flow, maar er was toch al een duidelijk verschil ten opzichte van de heel moeilijke periode de eerste dagen en weken na de dreiging.

Dan zijn er een aantal economisten van niet onbelangrijke instellingen die de terreurdreiging en de economische impact in en op de steden wat meer in de diepte hebben onderzocht. Ik wil in eerste instantie de heer De Leus van KBC Group citeren. Die wees er op 23 november 2015 op dat de impact op het Spaanse en het Britse bruto binnenlands product na de aanslagen in Madrid van 2004 en in Londen van 2005 in beide gevallen nihil was. Globaal gezien zullen sommige sectoren tijdelijk zwaar getroffen worden, de horeca in het bijzonder, maar andere sectoren varen er wel bij. Dat wil niet zeggen dat ook daar niet een belangrijke economische terugslag geweest is de dagen en weken na de aanslag, maar als men het op jaarbasis bekijkt, dan neutraliseert zich dat.

Ik citeer een andere gezaghebbende stem, de hoofdeconoom van Voka, de heer De Cock, op de website van 20 november 2015: “We zien dat de negatieve economische impact van zo’n grote aanslagen steeds kleiner wordt. Er is een tijdelijke dip in het consumentenvertrouwen maar dit ebt vrij snel weg en heeft na enkele weken weinig impact op de consumentenuitgaven.” Ook de centrale bank van Nederland heeft een studie gepubliceerd, ‘Terrorisme: beperkte gevolgen voor de economie’ die tot gelijkaardige conclusies kwam.

Let op, dit zijn een aantal zaken die we niet naast ons neer kunnen leggen. Maar er zijn ook communicatie-experten die zeggen dat waar er effectief een terreuraanslag heeft plaatsgevonden zoals in Londen en Madrid – gelukkig is dat in Brussel nog niet het geval –, de samenhorigheid en de getroffenheid bij de collectiviteit van de bevolking sterker is en er dus een positief effect is en een constructieve wil om na het leed met nieuwe moed de draad op te pikken. Precies dat positief effect zou in Brussel minder spelen – ik durf het bijna niet te zeggen – omdat er geen aanslag is geweest. Het kan zijn dat wij met een langere nasleep zitten dan in Londen en Madrid. VisitBrussels heeft daar een aantal antwoorden op proberen te geven. Het is belangrijk dat we de terreurdreiging niet doodzwijgen, maar op de sociale media en andere platformen de bevolking proberen te mobiliseren en te doen reageren om die collectieve samenhorigheid op te wekken.

Wat wel in dezelfde periode aan bod kwam – ik heb dat ook tijdens het actueel debatje in de plenaire vergadering gezegd – is dat er gelukkig een aantal zaken op de sociale media verschenen zijn die toch ook een belangrijke impact hebben. Ik geef er maar twee: ‘Welcome to Brussels: Europe’s Unexpected Art-World Hotspot’, op Travel+Leisure op 14 december 2015, en dan wat we allemaal met plezier gedeeld hebben, zonder misschien goed te weten waarom, ‘Why Brussels Is the New Berlin’ verschenen in The New York Times, op 11 december 2015. Ook in die zeer donkere periode kwamen er een aantal zaken die de stad weer in een positief daglicht zetten. Dit geef ik u feitelijk weer, niet om te zeggen dat de enen gelijk hebben en de anderen ongelijk.

U vraagt of aangaande het imagoprobleem van de hoofdstad en de economische verliezen al een aantal stappen werden gezet, overleg werd gepleegd en dergelijke meer. Zoals wij weten is het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest sinds de laatste staatshervorming bevoegd voor binnenlands en buitenlands toerisme en voor het imago van de hoofdstad. Dat wil niet zeggen dat anderen er zich niet mee moeten of kunnen bemoeien, maar het zwaartepunt van de bevoegdheid ligt wel daar. Zoals ik in de plenaire vergadering half december al gezegd heb, is het in eerste instantie deze organisatie die aan zet is. Ik heb met hen vorige week nog overleg gehad omdat ik wilde kunnen inschatten hoe zij de antwoorden op uw vragen geven.

Op korte termijn, in de fase van de acute crisisperiode, hebben zij ingezet op brede imagocampagnes. Eerst was er de zeer snel op poten gezette kattencampagne om enigszins te relativeren. Men kan er allerlei vragen bij hebben of men te weinig of te veel relativeert en dergelijke meer, maar in het kader van de mobilisering en van de publieke opinie binnen Brussel is het niet onbelangrijk. Daarna is de voorbije twee weken de gelanceerde telefooncampagne ‘Call Brussels’ niet onopgemerkt voorbijgegaan, die toch wel een impact gehad heeft in de zin van aantal telefoontjes, aantal landen die erbij betrokken waren en vooral de gerichte mailing van VisitBrussels van die telefooncampagne naar de toeristische sector wereldwijd. Men heeft dat niet alleen in de pers en de sociale media gedaan, maar er zijn werkelijk tienduizenden toeristische operatoren in de rest van de wereld geïnformeerd over die campagne om op die manier een duidelijk begin van tegengewicht te geven. Daar zijn ook stevige budgetten voor ingezet, zoals u weet.

Wat men nu wil na de snelle kattencampagne en de ook snelle, maar met wat meer voorbereiding, telefooncampagne is de acute crisissfeer te verlaten en over te gaan naar ‘business as usual’, want anders zit je met een communicatieve valkuil waarbij je weliswaar met de beste bedoelingen, krampachtig zou gaan communiceren dat we nog altijd met een heel groot probleem zitten, maar dat het geen groot probleem is. Dat zijn natuurlijk tegenstrijdige berichten. Men wil dus verder inzetten in het kader van de jaarplanning, te vinden in hun documenten, op de zogenaamde ‘affinitaire marketing’ waarbij de bestaande troeven van de stad maximaal moeten worden uitgespeeld. Als ik ‘stad’ zeg, heb ik het uiteraard over het gewest. Het is geen juridische formulering, maar een taalkundige. Hier kunnen en zullen linken worden gelegd naar muziek, kunsten, podiumkunsten, maar ook naar het winkelaanbod zoals VisitBrussels onlangs deed met extra aandacht voor de winterkoopjes.

Dan blijft nog de vraag wat ik kan doen, wat Vlaanderen kan doen. Ik wil herhalen dat ik mezelf niet voorbij wil hollen en me niet wil laten opjagen. Het is jammer dat de heer Poschet er nu niet is, maar hij sprak toen van bijna drie campagnes. Er was een campagne om de toeristen terug naar Brussel te halen. Dat is terecht. Hij zei ook dat we ‘feel good’ moeten creëren binnen de Brusselse samenleving omdat de mensen aangeslagen zijn. Dat is nog een andere campagne. Daarnaast zei hij dat we ervoor moeten zorgen dat de Vlamingen positief naar Brussel blijven kijken. Dat is een derde campagne. Met de bescheiden midden waarover we beschikken, zijn drie campagnes misschien wat van het goede te veel.

Ik wens op korte termijn eerder in te zetten op de breedte. Ik verwijs naar enkele particuliere projecten die we subsidiëren. Zo is er de spraakmakende filmdocumentaire ‘Our City’ van Maria Tarantino, die aan het personeel van de Vlaamse overheid wordt getoond om de koudwatervrees bij sommigen weg te nemen. Ook zijn er contacten van de Vlaamse ambtenaren met bijvoorbeeld het Molenbeekse Huis van Culturen en Sociale Cohesie waar Hans Vandecandelaere over zijn boek ‘In Molenbeek’ een lezing gaf. Een ander project is ‘Brussel bestaat niet: een roadtrip door de buik van Europa’s hoofdstad’ door Marie Geukens gemaakt. Het is een documentaire waarbij zij de nuance van de stad met de goede en de slechte dingen weergeeft. U weet ook dat we Brukselbinnenstebuiten als een nominatim partner financieren. Ook zij gaan recht op doel af want ze activeren hun specifiek Molenbeeks pakket ‘Is dit Molenbeek?’. Geen van de dingen die ik opsom, zullen het op zichzelf veranderen. Daarvoor zijn ze te weinig impactvol, maar de lagen die over elkaar kunnen worden gelegd, kunnen dat mogelijk wel.

Daarnaast zijn er vanuit onze ondersteuning elk jaar opnieuw vele initiatieven die Brusselaars hopelijk gelukkig maken en inwoners uit Vlaanderen met hartelijkheid naar de hoofdstad halen. Ik denk aan Boterhammen In Het Park, Couleur Café, Plazey enzovoort.

Daarnaast willen we daar ook duidelijk op inzetten met de beheersovereenkomst van Muntpunt. Dat is de normale taak van Muntpunt, maar we zullen ook oog hebben voor het perspectief van de komende maanden en jaren.

Laat ons ook de Vlaams-Brusselse Media Bruzz, die in hun strategisch plan aandacht hebben voor doelgroepen in én buiten Brussel, niet vergeten. Ook zij hebben de opdracht om via journalistieke informatie mee te bouwen aan een stadsgevoel bij Brusselaars en aan heldere communicatie ten aanzien van mensen die niet in onze stad wonen. Op die manier kunnen ze hun enige goesting geven om een dagtrip of iets anders te doen.

Ik verwijs tot slot naar Studio Globo, met inleefateliers en wandelingen in Kuregem die door mij worden ondersteund.

Mevrouw Brusseel, de overheden die rechtstreeks een grotere impact kunnen hebben dan wij, hebben wel degelijk hun verantwoordelijkheid genomen en blijven dat doen, namelijk het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en VisitBrussels. Minister Borsus heeft vanuit de Federale Regering een soort compensatieregeling naar de Brusselse middenstand op gang gebracht. We moeten daar geen wonderen van verwachten, maar op het juiste beleidsniveau wordt er alleszins op ingespeeld.

Zelf sluit ik initiatieven in de toekomst niet uit. In het verleden zijn er door voorgangers campagnes geweest om Vlamingen naar Brussel te halen. Dat is dan weer een andere insteek, geen onbelangrijke maar wel een andere. Dit zal toch eerder afhangen van de middelen die wellicht volgend jaar zullen vrijkomen. Betekent dit dat we niets doen? Neen, iedereen moet zijn werk doen en niet door elkaar lopen. Ik blijf alert, want als er iets zou gebeuren de komende maanden, dan zal de vraag steeds pregnanter worden. Op dit ogenblik heeft iedereen vanuit zijn bevoegdheidspakket op een professionele manier gedaan wat er moest gebeuren, en in overleg. Ik zit niet te wachten, maar neem wel degelijk contact. We zien dat er een aantal zaken bewegen.

Ik kan me voorstellen dat dit antwoord u geen volledige voldoening geeft, maar als de zaken blijven zoals ze zijn, is het een genuanceerd verhaal. U hebt het tegendeel trouwens ook niet beweerd.

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, u kent me goed. U weet dat ik niet zo snel volledige voldoening vind. In zo’n moeilijke kwestie is het ook heel erg moeilijk om snel honderd procent voldoening te geven aan wie de vragen stelt. Dat gaat niet alleen over mijn vragen, maar ook over vragen van mensen die evenementen organiseren en middenstanders.

Ik ben alvast tevreden dat er gericht is gewerkt naar de toeristische sector. Ik ben ook tevreden dat u verder sterk inzet op de projecten in de moeilijke delen van Brussel, zoals Kuregem en Molenbeek. De mensen die zich daar inzetten, verdienen onze niet-aflatende steun. Heel vaak – en ook wel terecht – komen Molenbeek en Kuregem niet goed in het nieuws. Er was op de avond van 31 december 2015 uiteindelijk ook wel veel commotie. Sommigen reageerden negatief op het afgelasten van het vuurwerk. Er zijn een aantal zaken die effectief moeten worden benoemd, maar de vraag is hoe subtiel er wordt gecommuniceerd. Dat ligt niet in uw handen, maar is het werk van ons allen, ook binnen onze partijen.

Vindt u het nodig om Sarkozy-gewijs te zeggen dat u de Kärcher of de grove borstel gaat bovenhalen, dan wekt dat de perceptie dat een deel van Brussel echt levensgevaarlijk is en dat je daar ook bij klaarlichte dag beter niet door stapt. Dat vind ik redelijk ongelukkig. Dat zet geen zoden aan de dijk. Voor mijn part haalt men inderdaad alle middelen boven om de problemen op te lossen die er zijn. De vraag is hoe je je eigen land, je eigen bevolking internationaal in beeld wilt brengen en hoe je je eigen hoofdstad weer vooruit wilt helpen. Dat is een belangrijke vraag.

Ik denk dat het goed is dat we daar intern, zonder de camera’s erbij te halen, goede debatten over blijven voeren en dat we alert zijn voor welke gevolgen woorden kunnen hebben. Ik denk bijvoorbeeld dat de communicatie van de burgemeester van Brussel die avond niet zo goed uitgekiend was. Ik zou er toch voorzichtig mee zijn om te gaan communiceren aan RTL, Le Soir, De Morgen over je beslissingen. Ik zou dan wel de krantenkop eens willen zien, die dan zo dubbelzinnig is dat heel veel mensen niet buiten durven te komen, terwijl alleen het vuurwerk afgelast was.

Wij allen zitten nu wel met de gebakken peren. Veel economen zeggen wel dat de impact niet gigantisch is. Mensen herpakken zich. Er is gelukkig geen aanslag geweest. Belangrijk voor ons is dat we niet in een permanente sfeer van terreurdreiging blijven. Dat is in andere steden ook niet het geval. Dat is in New York ook niet zo geweest. Mensen hebben veerkracht en moed getoond. Dat is belangrijk. Op sommige momenten vrees ik, als ik bepaalde communicatie zie, dat sommigen er garen bij willen spinnen om die donkere wolk over Brussel te laten hangen, omdat hen dat politiek nu eenmaal goed uitkomt.

Ik zal daar waakzaam voor blijven, want ik zal niet tolereren dat die sfeerschepping jaren aansleept en voor schade zorgt die sluimert, die altijd maar toeneemt en waar we moeilijker de vinger op kunnen leggen. Het zou iets anders zijn, als er een aanslag geweest was, als men daders had kunnen oppakken. Dan is er een dieptepunt, dan klimt men uit het dal en dan gaan de zaken weer vooruit. Het zou erger zijn, mocht de problematiek blijven sluimeren. Maar ik ga verder met de optimistische insteek die we gekregen hebben, met de projecten die georganiseerd worden. Ik hoop dat zowel Brusselaars, Vlamingen als toeristen uit andere landen Brussel gauw weer als ‘the new Berlin’ beschouwen en dat ook overal gaan zeggen.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Het is een heel breed debat. Het is belangrijk dat verschillende actoren en eigenlijk elke Brusselaar zich mee inschakelen in dat proces om van Brussel die fijne, aangename stad te maken waar mensen veilig en verbonden kunnen samenleven. Er liggen nog heel wat uitdagingen op de plank.

Ik heb nog een specifieke bijkomende vraag, minister. Het is begonnen met imagoschade, maar er is ook commerciële schade. Ik wil niet vragen naar de volledige economische schade in heel Brussel, want dat debat moet in het Brusselse parlement gevoerd worden, maar bijvoorbeeld ook de culturele sector heeft daar een duidelijke financiële slag door gekregen. Hoe kijkt u daarnaar? Hoe wilt u dat opvangen? Is er eventueel een mogelijkheid om een fonds op te richten om tijdelijke verliezen op te vangen? Zijn er scenario’s om ervoor te zorgen dat de culturele sector daar geen jarenlange kater aan overhoudt, doordat men enkele weken heeft moeten sluiten?

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw antwoord. Het klopt dat er bijzonder negatieve media-aandacht is geweest rond onze stad. En die is er eigenlijk nog altijd. We hebben daar eind december al een debat over gevoerd in het Vlaams Parlement.

Ik kan alleen maar vaststellen dat die negatieve berichtgeving jammer genoeg blijft aanslepen. Gisteren kwam het nieuws overgewaaid uit Frankrijk van de moeder van een slachtoffer uit de Bataclan, die heel uitdrukkelijk naar onze stad verwees. Ik verwijs ook naar de BBC, die recent nog een hele reportage gewijd heeft aan Molenbeek. Dat die negatieve berichten imagoschade veroorzaken en bijgevolg ook een economische tol eisen, mag inderdaad niet verbazen. Dat is een erg betreurenswaardige zaak. Zowel de toeristische sector, de kleinhandel als de culturele sector hebben economische schade geleden.

Men kan echter niet om het feit heen dat de media sinds de aanslagen in november ook wel de vinger op de wonde hebben gelegd. Er is toch wel een bepaald probleem in onze stad. Er is het versnipperde beleid. Ik blijf er ook op wijzen dat er in het verleden een zeer laks veiligheidsbeleid is gevoerd. Er zijn bepaalde problemen waarvan men heeft weggekeken. Er was een wegkijkpolitiek, die effectief een bepaald klimaat heeft veroorzaakt.

Dat de media daarover berichtgeven, lijkt mij niet abnormaal. We kunnen zeker discussiëren over de nuance in de berichtgeving en het imago dat ontstaan is, maar de negatieve berichtgeving over Brussel en de veiligheidsproblematiek ontstaat ook niet in het luchtledige. Ze vertaalt een bepaalde situatie die jammer genoeg ontstaan is in onze stad. Het is dan ook niet enkel een perceptie, die los zou staan van de realiteit. Ik zeg altijd: een veilige stad is de beste reclame voor het imago van een stad. Ik vind het bijzonder positief, minister, dat u overleg hebt gepleegd met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

Er zijn bepaalde campagnes opgestart. U hebt verwezen naar de telefooncampagne die heel succesvol is geweest. Terecht moet men uit die acute crisissfeer komen. Het mag geen valkuil zijn. Men moet terugkeren naar ‘business as usual’.

Ik hoop dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ook voldoende zal inzetten op de coördinatie van het veiligheidsbeleid. Een beter veiligheidsbeleid in Brussel is toch nog altijd de beste reclame voor onze stad.

U hebt verwezen naar de vele initiatieven die u vanuit Vlaanderen binnen uw bevoegdheden hebt genomen. We moeten daaraan verder blijven werken. We moeten invloed uitoefenen om de dingen ook met onze bevoegdheden positief aan te pakken. We moeten ervoor zorgen dat er nog een mooi aanbod is van onderwijs, dat onze kinderen veilig naar school kunnen gaan. Er moet ook een mooi aanbod blijven op het vlak van cultuur en binnen welzijn, zodat we op een positieve manier vanuit Vlaanderen kunnen werken aan het imago van Brussel.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik wil nog drie dingen zeggen.

Mevrouw Brusseel, ik kan volmondig beamen wat u zegt. Het is belangrijk dat wij als beleidsvoerders de mensen op het terrein – in de veiligheidssector, in het onderwijs, in de sociale sector – onze volledige steun geven, met woorden en daden. Vandaag is ook morele steun heel belangrijk, en die moeten we zeker duidelijk geven en uitspreken. Ik heb dat gedaan in een bescheiden signaal naar de culturele sector om hun minstens dat hart al onder de riem te steken in die moeilijke dagen.

Mevrouw Van den Brandt, het is zo dat ik in eerste instantie – en ik heb dat ook gecommuniceerd, wat sommigen mij kwalijk hebben genomen – zeg dat het een tegenslag is die men met eigen middelen kan opvangen. Ik heb cijfers opgevraagd – en ik nodig u uit hierover vragen te stellen – over de reserves die men in de culturele sector heeft kunnen opbouwen – vanuit goed bestuur, laten we wel wezen – en die zijn van dien aard dat men dit soort tegenslagen kan opvangen. Een keer, anderhalve keer? Ze zijn wel aanzienlijk. Ik dacht dat het beter was om het op die manier te doen. Dat debat is voor mij open. Ik besef dat het niet weg is. In die zin blijft uw vraag, net als die van mevrouw Brusseel, pertinent voor de komende maanden. In eerste instantie kunnen ze dit verlies dus wel degelijk opvangen met hun eigen reserves.

Onze debatten en demarches die we allemaal vanuit onze overtuiging voeren en doen om een goed en beter bestuur in Brussel mogelijk te maken, zullen blijven. Mijnheer Vanlouwe, ik wil wel één ding zeggen: het viel mij op dat de federale overheid de voorbije dagen de vergelijkbaarheid van de veiligheidssituatie in de grote steden naar voren heeft gebracht. Ik moet zeggen dat die cijfers mij ook hebben verrast. Brussel doet het, wat misdaadcijfers betreft, goed tegenover bijvoorbeeld Antwerpen en Luik. Betekent dat dat we op onze lauweren mogen rusten? Helemaal niet. Het debat blijft open, laat het ons dus voeren. Het viel mij gewoon op – en we moeten met zijn allen heel waakzaam zijn over perceptie en realiteit, niet alleen in dit debat maar over het algemeen – dat het in de Franstalige media duidelijk aan bod komt en in de Vlaamse media nauwelijks een vermelding krijgt.

Jullie hebben ongewild elkaar wat geraakt: perceptie is belangrijk. Als we die niet kunnen keren, is er een probleem. Laat ons tegelijkertijd ook de feiten in ogenschouw nemen en laten we dan beide onderzoeken.

Ik denk dat we, zeker op de middellange termijn, in deze commissie in dezelfde richting willen werken, en dat is de voornaamste conclusie die ik voorzichtig wil trekken uit dit debat.

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik heb daarnet in mijn repliek duidelijk gezegd wat ik te zeggen had. Ik dacht dat het duidelijk was. Ik ga dus afsluiten.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.