U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister-president, in het rapport ‘This is What We Die For: Human Rights Abuses in the Democratic Republic of the Congo Power the Global Trade in Cobalt’ achterhaalt Amnesty International de oorsprong van kobalt, een grondstof die gebruikt wordt voor de productie van lithiumionbatterijen. Minstens de helft van de globale kobaltproductie komt uit de mijnen van Congo. Een van de grootste in Congo actieve kobaltbedrijven is Congo Dongfang Mining (CDM), een dochterbedrijf van het Chinese Huayou Cobalt.

CDM koopt het kobalt van lokale handelaars die actief zijn in gebieden waar kinderarbeid, mensenrechtenschendingen en mensonwaardige arbeidsomstandigheden schering en inslag zijn. CDM verwerkt vervolgens het kobalt en verkoopt het aan drie batterijproducenten in China en Zuid-Korea, die de batterijen op hun beurt verkopen aan toeleveranciers van grote technologie- en autobedrijven zoals Apple, Microsoft, Samsung, Sony, Daimler en Volkswagen. Het rapport van Amnesty maakt op zich al duidelijk dat het goed in de keten te achterhalen is waar dat kobalt vandaan komt en waar het uiteindelijk terechtkomt.

De omstandigheden in de Congolese kobaltmijnen blijken erbarmelijk te zijn, met kinderen die 12 uur per dag werken voor een loon van 1 à 2 dollar, in ronduit gevaarlijke en mensonwaardige omstandigheden. Volgens UNICEF werken er zo’n 40.000 kinderen in de mijnen in het zuiden van Congo. Tussen september 2014 en december 2015 alleen al stierven in het zuiden van Congo minstens 80 artisanale mijnwerkers. En dan zwijgen we nog over de milieugevolgen zoals de vervuiling van water en bodem door fabrieken die het erts verwerken en het afvalwater lozen in beken en riviertjes. Multinationals worden veel te weinig aangesproken op de ellende die ze veroorzaken voor mens en milieu en op de schendingen van de mensenrechten waarvoor ze mogelijk medeverantwoordelijk zijn. In het rapport van Amnesty International worden geen Vlaamse bedrijven genoemd, maar elk bedrijf dat herlaadbare batterijen gebruikt – het gaat hoofdzakelijk om producenten van elektronica, elektrische auto’s en thuisaccu’s – zou de herkomst van het gebruikte kobalt zeer streng moeten opvolgen, aangezien de kans groot is dat er mensenrechten werden geschonden bij de winning ervan.

Uit het rapport van Amnesty blijkt dat geen enkele van de voornoemde multinationals nagaat waar het kobalt dat in hun producten gebruikt wordt, vandaan komt. Van passende zorgvuldigheid – de ‘due diligence’ – of traceerbaarheid is hier dus geen sprake. Dat de meest innovatieve en succesvolle multinationals hun producten op de markt kunnen brengen zonder dat zij moeten aantonen waar de grondstoffen van die producten vandaan komen, betekent dat consumenten in het ongewisse blijven over de omstandigheden waarin het product dat zij kopen, tot stand is gekomen.

Uiteraard hebben de landen die de grondstoffen leveren, in casu Congo, een cruciale rol te spelen in het monitoren en handhaven van arbeidsnormen en mensenrechten. Maar ook de thuislanden van bedrijven die actief zijn in Congo en van bedrijven die in hun toeleveringsketen gebruikmaken van kobalt uit artisanale mijnen, moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Dat begint bij het opleggen van een passende zorgvuldigheidsplicht en van een transparante rapportage over de herkomst van grondstoffen als kobalt en andere mineralen.

Helaas beperkt het regelgevende kader inzake de verantwoorde winning van delfstoffen dat langzaamaan wordt uitgetekend op zowel het Europese niveau als op Belgisch en Vlaams niveau – vorige week hebben we in de plenaire vergadering nog een resolutie daarover goedgekeurd – zich voornamelijk tot conflictmineralen. Kobalt valt dus buiten die scope. In de resolutie betreffende conflictmineralen die vorige week is goedgekeurd, wordt met geen woord over kobalt gerept. Bovendien pleit de resolutie ervoor om van downstreambedrijven slechts een al te vrijblijvende ‘soepele informatieplicht’ te vragen. Zolang aan die downstreambedrijven geen strikte en passende zorgvuldigheidsverplichting opgelegd wordt, zal er op het terrein weinig veranderen, minister-president. Niet enkel conflictmineralen, maar ook kobalt en andere delfstoffen moeten op een verantwoorde manier gewonnen worden. Dat blijkt nu ook uit het rapport van Amnesty International.

Minister-president, erkent u het gebrek aan ketenverantwoordelijkheid en -transparantie inzake kobalt uit Congo? Erkent u dat het regelgevende kader ter zake tekortschiet? Bent u bereid om dat aan te kaarten bij de Federale Regering en in de Raad? Vindt u dat de scope van het regelgevende kader inzake conflictmineralen moet worden uitgebreid naar kobalt en eventueel andere delfstoffen waarvan geweten is dat ze gewonnen worden in omstandigheden waarbij mensenrechten worden geschonden?

En vooraleer u het zelf opmerkt, wens ik te bevestigen dat ik wel degelijk het verschil ken tussen het winnen van kobalt en conflictmineralen en de resolutie die vorige week is goedgekeurd. Essentieel is de vraag of het niet nuttig is om de werkwijze die wordt gehanteerd voor conflictmineralen, uit te breiden naar kobaltwinning tout court.

Vindt u dat grote downstreambedrijven een passende zorgvuldigheidsplicht opgelegd moeten krijgen? Waarom wel of waarom niet? Bent u bereid om in overleg te treden met Vlaamse bedrijven, die in het rapport van Amnesty International niet uitdrukkelijk genoemd worden, maar wier producten wel conflictmineralen of kobalt bevatten, om zo tot een transparante rapportage over de herkomst van dit kobalt te komen? Hoe staat u tegenover het argument dat een strenger regelgevend kader inzake passende zorgvuldigheid nodig is om een gelijk speelveld te creëren met de VS, waar de Dodd-Frank Act bepaalt dat Amerikaanse bedrijven moeten bewijzen dat hun producten conflictvrij zijn? Onze resolutie van vorige week was daar nog te vrijblijvend in.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega’s, u weet dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) me na aan het hart ligt en dat ik samen met de voltallige Vlaamse Regering, in het bijzonder met collega Homans, ook in de media doelbewust MVO promoot ten aanzien van onze Vlaamse bedrijven. Ik heb de acties hieromtrent al kunnen toelichten in de plenaire vergadering naar aanleiding van een actuele vraag van Grete Remen en van een eerdere vraag van Güler Turan.

Intussen heeft in juni 2015 in samenwerking met de kenniscel MVO van de Vlaamse overheid, een vierde MVO-forum plaatsgevonden, specifiek in het teken van duurzaam ketenbeheer en nieuwe businessmodellen. Maar liefst 180 deelnemers waren present. Niet alleen de theorie kwam aan bod, maar ook praktijkvoorbeelden en uiteraard de MVO-scan die de Vlaamse overheid heeft overgewerkt.

Ook in december jongstleden werd, ditmaal in samenwerking met Flanders Investment & Trade (FIT) en verschillende experts uit de academische wereld, een colloquium georganiseerd. Daar werden met het bedrijfsleven volgende vraagstukken besproken. Hoe kun je als bedrijf mensenrechtenschendingen in de bedrijfsketen vermijden? Kunnen mensenrechtenschendingen door dochterondernemingen in het buitenland een impact hebben op hun bedrijf in het thuisland? Wat zijn de verantwoordelijkheden van bedrijven inzake het respecteren van mensenrechten? Hoe kunnen bedrijven het respecteren van mensenrechten opnemen in hun MVO-strategie? Dat zijn dus sensibiliserings- en informatieacties voor regelgevende initiatieven. Er moet initiatief worden genomen door de Europese Unie, liefst nog door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om een consensus te vinden tussen de lidstaten.

In elk geval gaat mijn regering verder op de ingeslagen weg. Er zullen nog meer concrete acties en colloquia volgen, onder meer in het kader van de uitvoering van het interfederaal actieplan bedrijven en mensenrechten maar ook op de nieuwe exportbeurs van FIT, die van 27 tot en met 29 juni in Tour & Taxis wordt georganiseerd. Het is het ideale forum om deze doelgroep van Vlaamse en internationale ondernemers te bereiken. Er komt een nieuwe FIT-MVO-stand evenals een workshop annex seminarie over het thema ‘Maatschappelijk verantwoord ondernemen’.

Gelet op het feit dat uw vraag om uitleg nog is ingediend onder het oude regime, heb ik nog niet de tijd gevonden om het rapport grondig door te nemen. Maar voor Vlaanderen is het belangrijk dat de situatie op het terrein, en in de eerste plaats in de conflictgebieden, grondig verbetert. Het financieren van conflicten door mineraalontginning en handel in mineralen en ertsen is een obstakel voor vrede, voor ontwikkeling en groei in mineraalproducerende en transitlanden en kan niet door de beugel. Dat is een standpunt dat de Vlaamse Regering ten volle onderschrijft.

Het standpunt van de Vlaamse Regering is voorbereid in de werkgroep EU-handel waar Vlaamse kabinetten en departementen zijn vertegenwoordigd. Op basis daarvan verwelkomt de Vlaamse Regering de ontworpen Europese regelgeving op basis van de OESO-zorgvuldigheidsrichtlijnen aangaande de financiering van gewapende groepen en veiligheidsdiensten door middel van minerale grondstoffen uit conflictgebieden en hogerisicogebieden.

Het passende zorgvuldigheidssysteem van de OESO waarop het voorstel van de Europese Commissie is geënt, betreft enkel tin, tantaal, wolfraam en goud.  Ik heb begrepen dat kobalt voornamelijk in het zuidelijke deel van DRC wordt ontgonnen wat tot nader order geen militairconflictgebied is, en dat is dus meteen de reden waarom kobalt niet is opgenomen in het toepassingsgebied.

De consensus die zich op raadsniveau aftekent, is om de lijst van conflictmineralen voorlopig niet uit te breiden met kobalt. Er dient ook nader te worden onderzocht hoe de kobaltsector concreet is georganiseerd vooraleer desgevallend regelgevend kan worden opgetreden.

Uit contacten met het Vlaamse bedrijfsleven en de sector betrokken bij de handel van conflictmineralen maar ook van kobalt, blijkt duidelijk dat ze zich bewust zijn van de problemen op het terrein. In tegenstelling tot sommige andere spelers ondernemen zij daarom al jaren actie tegen de financiering van gewapende groepen en veiligheidsdiensten in risicovolle regio’s door een hooggestandaardiseerd zorgvuldigheidssysteem voor hun waardenketen te hanteren, ook voor handel in kobalt.

Vlaanderen is er voorstander van om een sterke rendez-vousclausule in te schrijven in de EU-regelgeving, wat impliceert dat het Europese zorgvuldigheidssysteem na twee jaar zal worden geëvalueerd en dat er zal worden nagegaan of een uitbreiding naar bijvoorbeeld kobalt wenselijk en noodzakelijk is.

Downstreambedrijven hebben in het ontwerp van de raad een vrijblijvende, soepele informatieplicht. Als dat niet het geval zou zijn, zouden maar liefst 900.000 Europese bedrijven informatie moeten aanleveren in verband met de stappen die ze ondernemen om risico’s in hun aanleveringsketen te identificeren. Deze informatie is ten eerste zeer moeilijk te controleren, aangezien deze bedrijven, meestal kmo’s of microbedrijven, de laatste schakel naar de consument uitmaken. Deze bedrijven weten bovendien niet altijd dat tin, tantaal, wolfraam en goud deel uitmaken van hun eindproduct. Het is dus veel meer zinvol, haalbaar, realistisch om in eerste instantie te focussen op de importeurs, de affineerderijen en de smelterijen. Reden temeer dat we ook voorstander zijn van een EU-lijst van wereldwijd actieve, verantwoordelijke smelterijen, affineerderijen en importeurs die downstreambedrijven transparantie en zekerheid bieden met betrekking tot praktijken van passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen.

In verband met het verplicht karakter haal ik trouwens graag het evaluatierapport van het OESO-zorgvuldigheidssysteem aan. Het OESO-rapport toont namelijk het positief spillover-effect van een vrijwillig zorgvuldigheidssysteem aan. Nationale autoriteiten die geen lid zijn van de OESO, zoals China, hebben eigen stappen ondernomen om de tenuitvoerlegging van de aanbeveling van het OESO-zorgvuldigheidssysteem te ondersteunen en hebben eigen richtlijnen op basis van die van de OESO uitgebracht. Tot slot toont de evaluatie aan dat ongeveer 90 procent van het geraffineerd goud, 95 procent van het gesmolten tantaal, 75 tot 85 procent van het gesmolten tin dat ieder jaar wordt geproduceerd intussen onderhevig is aan een auditprogramma, ontworpen om het OESO-zorgvuldigheidssysteem ten uitvoer te brengen.

Uit de nodige contacten die mijn diensten hadden met Vlaamse bedrijven wier producten conflictmineralen of kobalt bevatten, blijkt dat onze bedrijven reeds koplopers zijn in het toepassen van al dan niet eigen hoog gestandaardiseerde zorgvuldigheidssytemen. Het is het moment om dat ook eens gezegd te hebben.

Ik stel vast dat er onduidelijkheid bestaat over de Dodd-Frank Act. De Dodd-Frank Act gaat over enkele beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven die elk jaar een rapport moeten uitbrengen over hun aanvoerketen indien ze handel in tin, tantaal, wolfraam en goud voeren met de Democratische Republiek Congo en ook negen naburige landen. Deze bedrijven moeten niet bewijzen dat hun producten conflictvrij zijn. Ze kunnen ook eventueel rapporteren dat ze onmogelijk kunnen nagaan of hun producten conflictvrij zijn. Daarna stopt de Amerikaanse regelgeving.

Bovendien is er een rechtszaak in de VS die zich buigt over de definiëring van ‘conflictvrij’. Anderzijds zijn er weinig regels die andere delen van Afrika of Azië en Latijns-Amerika reguleren. Het is in dit licht dat de EU een regulerend kader wenst uit te werken dat kan bijdragen tot het verbeten van transparantie inzake aanvoerketens. Met andere woorden: het Europese voorstel is baanbrekend en gaat veel verder dan de Dodd-Franck Act. Het Europees voorstel heeft immers een wereldwijde impact. Aangezien de VS de eerste handelspartner is van Vlaanderen, na de EU-landen, zal het Europese voorstel een gelijk speelveld creëren en zullen het Europese systeem en de Dodd-Franck Act elkaar versterken en een omvattende dynamiek tot gevolg hebben.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister-president, dank u wel voor uw antwoorden. Ik begrijp de snelheid waarmee u de vragen hebt beantwoord. Ik moet eerlijk toegeven dat ik niet alle cijfers heb kunnen noteren, maar ik zal het verslag nalezen.

Ik denk dat ik het volgende kan concluderen. Wat betreft de conflictmineralen, zegt u dat Europa bezig is met een wetgevend kader uit te tekenen. Het OESO-rapport maakt duidelijk dat het vrijwillige zorgvuldigheidssyteem op een heel positieve manier wordt opgepikt en werkt. U zegt dat u de kmo’s en kleine bedrijven niets kunt opleggen wat betreft de downstream. U kunt dat moeilijk controleren en u blijft bij het controleren van wat zinvol is om de importeurs, de ‘affilieerders’ en dergelijke, dus de upstream, te controleren. Ik ben het daarover met u niet eens, in die zin dat ik denk dat het mogelijk moet zijn om iedereen in die keten de gepaste zorgvuldigheid en een bepaalde informatie op te leggen. Hoe diep en hoe ver je moet teruggaan, kan afhankelijk zijn van het feit of je upstream of downstream bent. Maar een gepaste verplichte ‘due diligence’ opleggen aan elk bedrijf, kan niet slecht zijn. Ik denk dat, zoals u het zelf zegt, onze Vlaamse bedrijven het nog zo slecht niet doen in vergelijking met anderen. Uw sensibiliseringsacties en de talrijke aanwezigheid van onze Vlaamse bedrijven, zijn dan ook hoopvol.

U hebt gezegd dat het aan Europa is om het regelgevend kader uit te werken wat betreft kobalt, en dat misschien kan worden bekeken of het niet mee bij de conflictmineralen moet worden opgenomen. Mijn vraag aan u is heel duidelijk: het regelgevend kader is aan Europa, maar gaat u die vraag stellen? Gaat u namens de Vlaamse Regering bij de Federale Regering en bij de Raad aankaarten dat de ketenverantwoordelijkheid en de transparantie wat betreft kobalt op dit ogenblik ontbreekt en dat u het met mij eens bent dat we dat ook mee moeten opnemen? Gaat u daar een actieve rol in willen spelen, minister-president?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Het is een zeer omvattend antwoord. Het is ook een zeer verregaande vraag. Ik heb op uw bijkomende vraag geantwoord. U zult dat antwoord ook wel lezen. Ik heb u gezegd dat wij actief meewerken in de werkgroep EU Handel waar we aandringen op het tot stand komen van die EU-regelgeving. Dat maakt deel uit van mijn antwoord.

Güler Turan (sp·a)

Ik weet dat het uur gevorderd is, maar uw antwoord ging over conflictmineralen. Mijn vraag ging over kobalt.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb over kobalt een heel duidelijk antwoord gegeven. Het valt buiten de conflictzones.

Güler Turan (sp·a)

Dan concludeer ik dat wat betreft kobalt, u voor de mensonwaardige omstandigheden, de tewerkstelling van minderjarige kinderen, het aantal mensen dat in die mijnen sterft, daar vandaag vanuit Vlaanderen doof voor en stom bent.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega, ik ben uw totaal foutieve conclusies een beetje moe. Ik heb gezegd wat mijn bekommernissen zijn. Ik heb u gezegd dat wij heel sterk het maatschappelijk verantwoord ondernemen promoten en dat wij er trots op zijn dat de Vlaamse bedrijven koploper zijn in het hanteren van die zorgvuldigheidsnormen. Als u dan zegt dat ik daarin doof en stom blijf, excuus hoor, dat is de antwoorden totaal, totaal vertekenen. Ik ga er niet verder over dialogeren. Ik blijf bij het antwoord dat ik gebracht heb.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Minister-president, wat betreft conflictmineralen, vind ik het te vrijblijvend. Daar verschillen we van mening. Dat wat betreft kobalt onze bedrijven in de mate van het mogelijke het nodige willen doen en bereid zijn om het te doen, dat siert hen. Er is een wetgevend kader nodig is. U vindt het blijkbaar niet nodig om vanuit uw rol als minister-president of vanuit het Vlaams Parlement actie te ondernemen. Dat is wat u hebt gezegd, en daar ben ik het niet mee eens.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.