U bent hier

Commissievergadering

donderdag 4 februari 2016, 14.05u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Voorzitter, minister, collega’s, het onderwerp voeding en beweging is al meermaals aan bod gekomen in de commissie Onderwijs. Het belang ervan is dan ook niet te onderschatten. Dat blijkt uit de indicatorenmeting van 2012 van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ), maar ook uit talloze wederkerende artikels waaruit blijkt dat jongeren de dag van vandaag meer te kampen hebben met overgewicht. Deze vaststellingen waren ook te lezen in de laatste gezondheidsenquête. Eén op de vijf jongeren is te dik en 7 procent kampt met alarmerende zwaarlijvigheid.

Dat het onderwerp actueel is, blijkt uit de resultaten van een onderzoek van de Universiteit Gent over het drinken van water op school. De conclusie was dat kinderen te weinig drinken tijdens de lesuren. Opvallend is dat kinderen van scholen die meer water ter beschikking stellen, ook een hoger hydratatieniveau hebben. Ze zijn ook beter gehydrateerd als het onderwerp in het schoolprogramma aan bod komt of als kinderen tijdens de lesuren mogen drinken.

Minister, u hebt als minister van Onderwijs aangegeven dat u initiatieven zou nemen om het voedingsbeleid in de scholen aan te pakken. Er zouden, zonder de vrijheid van de scholen te beperken, stimulerende maatregelen worden aangereikt in de richting van een vrije, gezonde keuze. Verder zou u ook de mogelijkheid van een label ‘gezonde school’ onderzoeken en nagaan of dit label wenselijk is of niet.

Ook de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) liet recent zijn mening horen over het onderwerp. Op 2 december 2015 organiseerden zij een intern seminarie ‘Onderwijs en Samenleving’. Daarbij kwam ook een onderdeel ‘gezonde school’ aan bod, waarbij zij met enkele aanbevelingen kwamen.

Daarnaast werd er ook in de commissie gedebatteerd over de aanwezigheid van frisdrankautomaten in scholen. Vooral in de secundaire scholen zijn er nog veel automaten aanwezig. U hebt in de pers reeds aangegeven dat u de frisdranken in het secundair onderwijs wenst aan te pakken. Het is echter niet altijd duidelijk wat er precies in deze automaten staat. Zo hebben yoghurtproducten en gezonde dranken hierin vaker een plaats.

Er gebeurt vandaag de dag al heel wat om scholen ertoe aan te zetten om een gezond beleid te voeren. Het project ‘Fruit op school’ moet zorgen voor een groter fruitaanbod, de voedingsdriehoeken zijn wijd verspreid in zowel basis- als secundaire scholen, er is een groot aanbod van kraantjeswater enzovoort. Toch lijken deze initiatieven niet in staat om een volledige gedragswijziging te bewerkstelligen. Daarom zijn we benieuwd naar de stand van zaken van de initiatieven van de minister.

Minister, u wou onderzoeken of een label ‘gezonde school’ haalbaar is. U wou daarbij wachten tot de Vlor zijn debat van 6 oktober 2015 achter de rug had. Wat is de stand van zaken inzake de mogelijke ontwikkeling van dit label? U zei in de commissievergadering van 5 maart 2015 dat er al schatten van informatie bestaan maar misschien nog niet goed genoeg gekend zijn. Hoe kan dit bereik worden vergroot? Wat betreft de frisdrankautomaten: hebt u ondertussen reeds een duidelijker zicht op de frisdrankautomaten in de secundaire scholen? Over hoeveel scholen spreken we? Hoeveel daarvan bevatten ‘gezonde dranken en voeding’? Hebt u recente cijfers ter beschikking van het aanbod van water? De laatste dateren van de indicatorenbevraging van VIGeZ van 2012. Vooral in het secundair onderwijs is hier nog werk aan de winkel. Op welke manier probeert u het aanbod van kraantjeswater in secundaire scholen te bevorderen? U zei in de commissievergadering van 6 oktober dat de sector zou langskomen op het kabinet om onder meer over water met toevoeging van gezonde suikers te praten. Op die manier zou er een gezonder aanbod kunnen worden bewerkstelligd. Wat was het resultaat van dit overleg?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik heb aangekondigd dat ik in de aanloop naar de gezondheidsconferentie van eind 2016 het debat rond gezonde voeding op school wil voeren. Daarmee wil ik niet zeggen dat nieuwe initiatieven ondertussen geen ingang kunnen vinden, zij moeten echter wel inpasbaar zijn in het traject naar de gezondheidsconferentie.

In antwoord op mijn adviesvraag om het debat mee te voeden en na te denken over concrete beleidsmaatregelen die scholen kunnen nemen om geen gesuikerde dranken of snoep meer aan te bieden of hoe de overheid ontradend kan optreden, pleit de Vlor voor een positieve stimulerende aanpak van gezonde alternatieven en niet voor een onmiddellijk verbod. Wel dringt hij aan op een schoolbeleid dat op termijn leidt tot de totale uitdoving van de consumptie van gesuikerde dranken. Dat is opmerkelijk, want hiermee verscherpt hij zijn standpunt in vergelijking met zijn advies van 2007. Dus er komt geen onmiddellijk totaalverbod, maar wel een beleid dat uiteindelijk zal leiden tot een totaalverbod. Ik ben het daar volkomen mee eens.

In de aanloop naar de gezondheidsconferentie zal ik dan ook samen met minister Vandeurzen inzetten op de ondersteuning van scholen om tot een totale uitdoving van de consumptie van gesuikerde dranken op school te komen. Zo denken we aan extra sjablonen in de methodiek ‘Kieskeurig’ – een gezonde scholenmethodiek toegepast op voeding – die scholen concreet helpen op een participatieve manier een uitdoofscenario uit te tekenen.

Op 23 februari zitten we daarover samen binnen de commissie Onderwijs en Vorming van de Vlor. We zullen nagaan welke stappen partners moeten nemen ter ondersteuning van de scholen. Leerlingen vragen om betrokken te worden bij dat proces. Op die manier is men zeker dat het gedragen wordt. Leerlingen gruwen van een totaalverbod als leerkrachten dan wel rondlopen met gesuikerde dranken in hun hand. Dergelijke situaties worden best vermeden om met succes een participatief proces te bereiken.

Over de tekorten van een label ‘gezonde school’ om een gedragsverandering teweeg te brengen, hadden we het in deze commissie al vrij uitgebreid. We bekijken dit idee opnieuw in aanloop naar de gezondheidsconferentie en willen ervoor zorgen dat het niet alleen betrekking heeft op voeding maar ook op tabak, alcohol en drugs. De setting onderwijs is een specifiek deel in dit voortraject. Naast een evaluatie van het gevoerde beleid en een omgevingsanalyse wordt ook een inventaris gemaakt van nieuwe trends in binnen- en buitenland. Daar worden alle doelgroepen uit de sector onderwijs bij betrokken. Het is de bedoeling om op vrij consistente wijze het pad uit te tekenen.

Omdat de Vlor in zijn advies rond frisdrank aangeeft dat omvattende beleidsinstrumenten niet altijd behapbaar zijn voor scholen, zullen we op 23 februari met de Vlor nagaan welke rol de verschillende partners kunnen opnemen opdat scholen hierin maximaal gesteund kunnen worden. We bekijken dat ook samen met VIGeZ.

Het is voor actuele cijfers rond frisdrank en water wachten op de resultaten van de nieuwe indicatorenbevraging van VIGeZ. Die liep van 12 oktober 2015 tot en met 1 december 2015, maar we hebben de resultaten nog niet. Zodra die er zijn, zult u ze uiteraard krijgen. Het debat en de beleidsmaatregelen rond het gebruik van suikerrijke dranken is zeker verbonden aan een stimulerend beleid rond het drinken van water. Daarom biedt VIGeZ een aantal tools aan via de methodiek ‘Kieskeurig’. Deze methodiek zal nu aangepast worden om het uitdoofbeleid met betrekking tot suikerrijke dranken dat door de Vlor wordt onderschreven, realiseerbaar te maken.

In oktober voerden we een aantal verkennende gesprekken met leveranciers over onder andere gezonde alternatieven voor frisdrank, mogelijke variaties in de samenstelling van het aanbod en gebruiksbeperkingen van automaten, bijvoorbeeld met tijdsmechanismen. Samen met minister Vandeurzen en VIGeZ bekijk ik verder hoe we scholen kunnen versterken in hun onderhandelingspositie met de producenten. Dat vraagt een hele grote switch.

We bereiden een traject voor om tot een uitdoofbeleid te komen. We moeten ervoor zorgen dat alles klaar is tegen de gezondheidsconferentie.

De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Minister, het is inderdaad nog wachten voordat een aantal zaken kunnen worden gerealiseerd. We mogen ondertussen niet stilzitten. Er kunnen initiatieven worden genomen om bijvoorbeeld het aanbod van kraantjeswater te verhogen.

Wat de planlastvermindering betreft, vraag ik me af hoe u die ziet. Ik verwijs naar een antwoord van minister Schauvliege op een vraag van mevrouw Joosen over fruit op school waarin ze zei dat u aan het werken bent aan een planlastvermindering voor scholen. Als er een label komt voor een gezonde school, moeten we er zeker rekening mee houden dat dit niet leidt tot meer planlast.

Het laatste advies van de Vlor dateert van 2007, wat al een hele tijd geleden is. Ze mogen misschien een tandje bij steken.

Minister Hilde Crevits

Hun meest recente advies is van oktober 2015. Ik vond ook dat ze een tandje bij mochten steken, maar er is een nieuw advies. Vandaar het uitdoofscenario.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Excuseer me voor het misverstand.

We kijken uit naar het traject dat u voor ogen hebt.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Minister, niemand zal zeggen dat een traject beginnen niet goed is. Dat is een belangrijke evolutie. De vorige keer hoorden we nog gepassioneerde pleidooien om geld toch niet belangrijker te maken dan gezondheid. Dat is de samenvatting van een aantal pleidooien van toen, onder andere van mevrouw Brusseel.

We zijn natuurlijk geïnteresseerd in welk traject u haalbaar vindt. Spreken we over een schooljaar? Over vijf jaar? Uiteraard is in het secundair onderwijs de aanwezigheid van frisdrankautomaten redelijk massaal. Zolang het aanbod uitdrukkelijk aanwezig is en er te weinig beleid is op schoolniveau, zal dat weinig zoden aan de dijk zetten. Er is inderdaad een lange tussenperiode geweest tussen het vorige en huidige advies. Ik merk tot mijn tevredenheid op dat er een mentaliteitswijziging is bij de onderwijspartners, en dat is belangrijk. We hadden in uiterste nood een verbod kunnen uitschrijven, maar als dat niet wordt gedragen in de praktijk, dan zullen er ook weinig andere maatregelen worden genomen.

Op www.gezondopschool.be, de website in verband met gezondheidsbeleid op school, kan er ook een tandje bij worden gestoken. Ook daar is er weinig nieuws te merken, tenzij we erover kijken. We hebben zelf eens de verschillende items bekeken. Afgelopen dinsdag was het een jaar geleden dat er nog iets nieuws op is gepost. Dat zet natuurlijk ook niet aan tot nieuw beleid. Daaraan moet ook aandacht worden besteed.

Het is misschien wat raar om naar de collega’s van de Senaat te verwijzen, maar de werkzaamheden daar van het afgelopen jaar hebben rond armoede en gezondheid nog eens de nadruk gelegd op het feit dat een aantal doelgroepen absoluut in slechte papieren zitten wat gezonde voeding betreft. Het gaat dan zowel over de doelgroep van arme mensen als over de doelgroep van personen van allochtone afkomst. Wat gezonde voeding betreft, zit het in die groepen niet goed, zeker wat gesuikerd voedsel en gesuikerde dranken betreft. Tijdens de hoorzittingen waren er daarover echt alarmerende getuigenissen.

Daarom vragen we aan de Vlor, aan het beleid, om aan scholen mee te geven dat een algemeen beleid goed is, maar dat er naar een aantal doelgroepen toe misschien een tandje bij moet worden gestoken.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, ik ben tevreden dat ik in de commissie Onderwijs aanwezig ben. Enerzijds ben ik blij omdat mevrouw Van Eetvelde verwijst naar mijn vraag om uitleg van 1 oktober, tenminste wat de inhoud en datum betreft. Anderzijds ben ik blij met uw antwoord, waarin u bevestigt dat er een traject wordt gevolgd om een volledig uitdoofbeleid van suikerhoudende dranken in onze scholen te verkrijgen.

Toen we dat in de voorbije periode en ook in de vorige legislatuur bespraken, had je altijd het idee dat er ter zake geesten rijpten. Dat is ook zeker op het terrein zo. Ik durf te verwijzen naar de evolutie die we hebben gekend met betrekking tot roken, hoewel dat natuurlijk nog iets anders ligt. Als je rookt, doe je iets dat ook schadelijk is voor anderen. Als je suikerhoudende dranken drinkt, is het alleen maar slecht voor je eigen gezondheid.

Zoveel jaren geleden was het ondenkbaar dat je op restaurant zou gaan of in een café zou komen waar er niet werd gerookt. Nu zouden we het allemaal afschuwelijk storend vinden als het wel zou gebeuren.

Ik ben ontzettend blij dat de Vlor daarin een ander standpunt heeft ingenomen, dat de geesten daarin gerijpt zijn. Ook in BEL10 zijn er daarover heel uitdrukkelijke bekommernissen geuit door ouders. Dat is heel duidelijk. We worden daarover zelf lokaal regelmatig aangesproken met betrekking tot de scholen op het grondgebied van de gemeente. Ik zal vast niet de enige zijn die dat meemaakt. Ik ben er dus absoluut heel tevreden over.

Mijn vraag is dezelfde als die van de heer De Ro. Hoe ziet u dat traject? Ik begrijp dat u zich misschien niet echt kunt vastpinnen op een datum, maar zal het binnen afzienbare tijd zijn? Of hoe ziet u dat?

Verder heb ik grote verwachtingen rond de gezondheidsconferentie in het algemeen, maar ben ik toch ook heel tevreden dat het thema onderwijs en gezondheid daarin een specifieke plek krijgt.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Elke dag een glas melk, een yoghurtje, een appel, voldoende water en voldoende beweging op school. Dat is natuurlijk het ideale beeld. Het is de zorg van mijn collega’s, en ook mijn zorg, laat dat duidelijk zijn.

Langs de andere kant wil ik sommige verwachtingspatronen doorprikken. Er wordt gezegd: “Toch lijken deze initiatieven niet in staat om een volledige gedragswijziging te bewerkstelligen.” Mijn reactie daarop is dat dit vermoedelijk nooit zal lukken vanuit de scholen. Er zijn namelijk nog een aantal andere belangrijke spelers in het veld die eet-, drank- en bewegingspatronen bepalen. Ik denk daarbij in de eerste plaats aan de ouders, maar ook aan de media en de reclamewereld. Uiteindelijk zijn het veelal de ouders, de volwassenen, die de kinderen – hoe jonger ze zijn, hoe meer – hun drank en eten meegeven naar school.

Minister, ik deel de bezorgdheid van de collega’s, maar ik vind niet dat men mirakeloplossingen mag verwachten van de school. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid, ook het onderwijs. Die andere spelers die ik daarnet heb genoemd, zijn minstens even belangrijk en in sommige situaties zelfs veel belangrijker.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik dank u voor de aanvullende antwoorden.

Ik wil nog iets meegeven. In aanloop naar het advies van de Vlor heeft het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (GO!) in september 2015 een enquête uitgevoerd bij de ouders. De resultaten waren opmerkelijk. Uit de reacties van de ouders blijkt dat 63 procent van de GO!-ouders vindt dat de school enkel gezonde dranken en snacks mag aanbieden. Als voornaamste argumenten halen ze de voorbeeldfunctie op school en de aanwezigheid van voldoende gelegenheid buiten de school om iets ongezonds te eten of te drinken aan. (Opmerkingen van Kris Van Dijck)

Ik ben nog niet klaar, mijnheer Van Dijck. Dat zijn de dingen die naar voren komen uit de enquête van het GO!

Ook consequentie speelt een rol voor de ouders, hetzij in lijn met de eigen opvoeding, hetzij in lijn met het gezondheidsbeleid in de basisschool. Veel ouders brengen het toegankelijk maken van kraantjeswater ter sprake. Uit de bevraging blijkt ook dat ouders voor zichzelf vooral een rol weggelegd zien als opvoeder thuis, als promotor van gezonde voeding, ook door die mee te geven naar school. Een beperktere groep ouders geeft aan mee te willen nadenken over het gezondheidsbeleid.

Ik vind 63 procent niet niets. Het is een enorme evolutie in vergelijking met tien jaar geleden. Iemand verwees naar BEL10, en het klopt, daar vond men het een evidentie.

U vraagt wat een uitdovend traject is. Ik vind vooral dat scholen er zelf van overtuigd moeten zijn dat het wegnemen van het aanbod aan suikerrijke dranken past in het algemeen beleid van de school. Er moet dus een participatief traject over worden opgezet. Ook in het secundair onderwijs bepalen leerlingen graag mee, maar ze zijn wel gevoelig voor de argumenten. We kunnen dit niet als een ‘one shot’ opleggen en dan zeggen dat het in orde is. Als iedereen dan suikerrijke dranken meebrengt in de boekentas, is er eigenlijk niet zo veel veranderd. Er moet dus worden gewerkt aan een schoolcultuur, vandaar het participatief traject.

Het is wel belangrijk dat wij zeggen dat we naar een uitdovend traject gaan. Scholen worden op die manier verplicht om erover na te denken. En dan is het natuurlijk goed om samen te zitten met de sector die gezonde producten aanbiedt.

We zien dat veel scholen erin slagen om de automaten te laten staan, maar om er andere zaken in te stoppen. Het werd ooit met yoghurt geprobeerd, maar dat bleek niet ideaal: de yoghurt bevatte in de eerste plaats te veel suiker, bovendien werd hij slecht in de automaten. Wat wel kan, is water of spuitwater aanbieden. Zeker het gratis aanbieden van plat water, water zonder bubbels, is een goede zaak. Toen ik minister van Leefmilieu was, heb ik de gratis fonteintjes nog ter beschikking gesteld. Die leveren echter ook problemen op als ze niet vaak genoeg gebruikt worden.

Wat betreft melk en fruit op school, zullen vanaf het schooljaar 2017-2018 de subsidies voor melk en fruit worden samengevoegd. De stuurgroep die ‘fruit op school’ opvolgt, bekijkt nu wat er allemaal moet gebeuren voor die samenvoeging. Belangrijk is dat het gevolg niet zal zijn dat scholen verplicht zullen worden om ook schoolmelk aan te bieden. De vrijheid blijft dus bestaan, maar de subsidies worden geïntegreerd. Scholen zullen dus zeker vrij blijven in hun keuze om schoolfruit of schoolmelk te nemen of om niet deel te nemen. Ondertussen heeft VIGeZ aanbevolen om in het basisaanbod van dranken ook halfvolle melk op te nemen.

Er beweegt dus al heel wat. Mijnheer De Ro, u vroeg naar een timing. Mijn bedoeling is om tegen de gezondheidsconferentie een pact te kunnen sluiten met de scholen. Een van mijn voorgangers heeft dit gerealiseerd voor de lagere scholen, we willen dit ook graag voor de secundaire scholen: dat is ons traject, we doen eraan mee, en we werken aan alternatieven. Over enkele maanden zou ik een gedragen traject willen hebben voor alle secundaire scholen.

De voorzitter

Mevrouw Van Eetvelde heeft het woord.

Miranda Van Eetvelde (N-VA)

Voorzitter, minister, ik heb heel blij dat dit onderwerp ons zo beroert, dat we er zo mee bezig zijn. Ik vind het interessant dat u verwijst naar de enquête van het GO! Ik zal die zeker en vast eens bekijken.

U spreekt ook over het uitdovend traject. Het is heel belangrijk dat we naar een evenwicht blijven zoeken. Er moet een goed en verantwoord gezondheidsbeleid in de Vlaamse scholen komen, maar ondertussen moeten we ook de vrijheid en de planlast van het onderwijs in het oog houden.

De opmerking van de heer De Meyer dat ook de ouders daarin een rol te spelen hebben, vind ik interessant.

Ik blijf dit zeker en vast verder opvolgen, en ik dank u voor het antwoord.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.