U bent hier

Commissievergadering

donderdag 14 januari 2016, 13.58u

Voorzitter
van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
708 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, het rapport ‘De Onderwijsvisitatie Specifieke Lerarenopleiding verkorte procedure. Een onderzoek naar de kwaliteit van de SLO in Vlaanderen’, neergelegd door de Vlaamse Universiteiten en Hogescholen Raad (VLUHR) in december 2015, behandelt de hervisitatie van een aantal specifieke lerarenopleidingen (SLO).

De feitelijke visitatie vond plaats in 2011-2012, maar achttien opleidingen aan vijftien verschillende instellingen kregen daarbij, op één of meerdere punten, een onvoldoende. Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 waren de aanbieders van deze opleidingen in de mogelijkheid om zelf een hervisitatie aan te vragen, op basis van een door henzelf opgesteld zelfevaluatierapport.

Onder de vijftien instellingen waarvan sprake zijn er tien centra voor volwassenenonderwijs (CVO’s), één hogeschool, namelijk MAD als onderdeel van PXL, twee schools of arts, namelijk de Erasmushogeschool Brussel (EHB) en LUCA, de richtingen Lichamelijke Opvoeding en Maatschappijwetenschappen en Filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven), en de Evangelische Theologische Faculteit.

In het rapport werd telkens een gedetailleerd overzicht geboden van iedere SLO afzonderlijk. Zeventien van de achttien SLO’s verkregen in globo een positieve eindbalans bij de hervisitatie. Alleen de SLO van CVO Lommel-Overpelt (Lino) blijft onvoldoende scoren.

Wanneer we het hele rapport diagonaal doornemen, valt het op dat de meeste onderdelen door de commissie inderdaad als ‘voldoende’, zijnde conform de basiseisen, worden beschouwd, maar dat de ‘onvoldoenden’ vooral gelden voor onderdelen zoals ‘eisen professionele en academische gerichtheid van het programma’, ‘beoordeling en toetsing van het programma’, en ‘evaluatie resultaten’ met betrekking tot de interne kwaliteitszorg.

We zien ook dat de meeste zelfevaluatierapporten vertrokken vanuit een positieve ingesteldheid. De visitatiecommissie merkte daarbij een positieve dynamiek op die in 2011-2012 nog niet aanwezig was, zowel op het vlak van inhoud als organisatie. De kwaliteit van de SLO’s – zo kunnen we aannemen – ligt hoog. Aandachtspunt voor het beleid blijft wel de kwaliteitszorg aangaande de lectoren en de academische en professionele gerichtheid van het programma. De VLUHR wijst er ook op dat ze niet altijd op voldoende begeleiding vanuit directie of coördinatie kan rekenen. Tegelijk valt het op dat de wil en het engagement onder de lesgevers wel aanwezig zijn, en het rapport vermeldt dit ook expliciet. Ik vond het ook belangrijk om dit te vermelden.

Minister, ik heb hierover meerdere vragen. Welke concrete maatregelen worden voorgesteld opdat lesgevers aan de specifieke lerarenopleiding in de toekomst over een grotere vakdidactische en academische expertise zouden beschikken?

Dergelijke visitaties, zoals voorgesteld in voorliggend rapport, zullen in de toekomst niet meer gebeuren. Zijn er alternatieven mogelijk om de specifieke lerarenopleiding via een overkoepelende kwaliteitszorg te toetsen? Wat gaat er nu met de SLO van CVO Lino gebeuren?

Zoals gezegd onderstreept het rapport een opvallende dynamiek binnen de opleidingen, al dan niet gestimuleerd door de visitaties. In welke mate verwacht u dat, dixit de visitatiecommissie: “de spanningsboog van de ingezette verbeteringen en bijsturingen in de komende jaren verder aangehouden kan worden”?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, mevrouw Brusseel, ik dank u voor uw vraag, waaruit duidelijk een positieve teneur waar te nemen valt.

Ik ben inderdaad heel tevreden met de positieve dynamiek die in dit rapport te lezen valt, een dynamiek die zich ongetwijfeld ook zal doorvertalen naar de studenten. Binnen de taskforce lerarenopleiding is dit ook van bij de start benadrukt. U weet dat deze werkgroep zich buigt over de toekomst van de lerarenopleidingen in Vlaanderen. In de taskforce zitten vertegenwoordigers van de opleidingsverstrekkers, dat zijn de hogescholen en universiteiten, en de centra voor volwassenenonderwijs. Ook het afnemende veld is vertegenwoordigd, dat zijn de onderwijskoepels en het Gemeenschapsonderwijs (GO!). De vereniging voor lerarenopleiders en van de vereniging voor studenten, zijn ook aanwezig in de taskforce.

De taskforce voert beleidsvoorbereidend werk uit om uiteindelijk tot een hervorming van de lerarenopleiding en het toekomstige opleidingslandschap te komen. Het concept dat uit dit overleg komt, maar nu nog in de schoot van de taskforce voorbereid wordt, moet een antwoord geven op hoe de lesgevers van de lerarenopleidingen in de toekomst over de best mogelijke vakdidactische en academische vaardigheden kunnen beschikken.

Het kwam hier al eerder aan bod dat de specifieke lerarenopleidingen in 2012 voor het eerst werden gevisiteerd. Het resultaat was inderdaad niet voor iedereen positief, maar het proces werd wel door alle actoren als heel waardevol onderschreven. De visitatie heeft toch al een aantal veranderingen in de opleidingen teweeggebracht. Op zich is het dan ook heel normaal dat de hervisitatie spreekt van een positieve dynamiek en van opleidingen in beweging.

Onze lerarenopleidingen zijn de voorbije periode heel vaak tegen het licht gehouden. Er waren de visitatie van de specifieke en de geïntegreerde lerarenopleidingen en er was de beleidsevaluatie en de daaropvolgende beleidsgroepen. In overleg met alle stakeholders willen we die lerarenopleidingen vanuit hun sterktes verder laten groeien.

De taskforce heeft het niet alleen over de hervorming van de lerarenopleiding en het toekomstige landschap, maar neemt ook de kwaliteitszorg als aandachtspunt mee.

De visitaties zoals voorgesteld in het rapport, zullen in de toekomst niet meer gebeuren, toch niet meer op dezelfde manier. U vroeg hoe dit dan zal gebeuren en ook wat er specifiek zal gebeuren voor de lerarenopleidingen van het CVO Lino. U weet dat het CVO Lino het enige CVO is dat globaal een onvoldoende scoorde op de hervisitatie. Conform het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 betreffende het nemen van een uitsluitingsbesluit en het geven van een waarschuwing aan bepaalde aanbieders van de specifieke lerarenopleiding, moet die opleiding worden afgebouwd vanaf 1 september 2016.

Dit betekent dat de betrokken instelling geen nieuwe cursisten meer mag inschrijven, maar dat alle cursisten die ingeschreven waren tijdens het academiejaar 2015-2016 en op 1 september 2016, en minimaal twaalf studiepunten van de specifieke lerarenopleiding behaald hadden, hun opleiding wel nog mogen afmaken aan de instelling tot en met het academiejaar 2017-2018. Ze kunnen dus hun traject nog voleindigen.

Op welke manier de externe kwaliteitszorgsystemen van het hoger onderwijs toegepast zullen worden op de lerarenopleidingen, is ook onderwerp van de taskforce. Er zijn dus twee sporen. Ik hoop u de komende weken duidelijkheid te kunnen verschaffen over hoe we de toekomst van het opleidingslandschap zien.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik dank u voor het antwoord. Het lag een beetje in de lijn van wat ik verwachtte. Het is inderdaad heel belangrijk dat de taskforce heel grondig werk levert om de hervorming van de lerarenopleiding voor te bereiden. Als ik u goed begrepen heb, worden alle mogelijke vragen die we nu hebben, in het mandje van de taskforce gelegd. Ik kan me daarin vinden, het is wijs om op die manier te werk te gaan.

De vertegenwoordiging in die taskforce lijkt mij op het eerste zicht voldoende divers. Ik kan kort zijn, voorzitter. Ik wens vooral te onderstrepen dat men vanuit die taskforce voldoende aandacht moet hebben voor de kwaliteitszorg. Dat blijkt toch wel een belangrijk punt te zijn, aangezien het nu op een andere manier moet worden gegarandeerd dan voorheen. Ook moet er veel aandacht gaan naar de kwaliteit van vakdidactiek, naar de kwaliteit van de wetenschappelijke onderbouw van de lerarenopleidingen.

Ik wil ook pleiten voor iets meer aandacht in Vlaanderen voor onderzoek in het domein van de didactiek. Wij investeren enorm in onderzoek, in academisch onderzoek. Een tijd geleden – ik denk in de vorige legislatuur – hebben wij in deze commissie hoorzittingen gehouden over de kwaliteit van de lerarenopleiding. Toen bleek ook dat onderzoek in het domein van de didactiek heel specifiek misschien nog wel wat meer aandacht zou kunnen krijgen in Vlaanderen. Daar pleit ik ook voor. De academische gerichtheid van elke lerarenopleiding moet wat mij betreft gegarandeerd zijn en duidelijker uit de verf komen. Ook wanneer de lerarenopleiding niet wordt georganiseerd in een academische sfeer, aan de universiteit, moet dat gegarandeerd zijn.

Ik denk dat we hierover in de toekomst nog interessante debatten kunnen voeren. Ik sluit hier dus mee af.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Het is een interessante vraag om uitleg en een interessant antwoord. Minister, kunnen we op relevante tijdstippen verslag krijgen van de werkzaamheden van de taskforce zodat we de debatten inhoudelijk kunnen volgen?

De voorzitter

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega’s, het is inderdaad goed om dat op geregelde tijdstippen verder op te volgen.

Ik wil nog twee zaken inbrengen. Ik heb het al verschillende keren gezegd en zal het ook blijven zeggen: één leraar beïnvloedt in zijn carrière duizend leerlingen, duizend toekomstige medeburgers. We mogen er met andere woorden niet mee talmen de kwaliteitseisen en problemen die uit het rapport naar voren zijn gekomen, aan te pakken. Elke generatie, elke leraar die uitstroomt en op een aantal punten minder sterk zal zijn, is een hypotheek op de toekomst.

Naar aanleiding van de vraag om uitleg van mevrouw Brusseel, wil ik ook nog eens de kwestie die zich op het terrein voordoet onder de aandacht brengen. Studenten die logischerwijze een academische lerarenopleiding zouden volgen, kiezen er op het terrein voor om naar een SLO te gaan omdat in de praktijk de idee leeft dat dat gemakkelijker zou zijn, dat men zich daarvoor minder moet inzetten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Dan zijn we niet bezig over kwaliteit – ze krijgen namelijk hetzelfde diploma en mogen hetzelfde doen – maar dan vangt de ene aanbieder vliegen af van de andere door zich op een andere manier te organiseren. Minister, ik wil u vragen daar zeer expliciet aandacht aan te schenken en dat probleem op korte termijn te bekijken, ook in aantallen en verschuivingen.

Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, dat wat zich aan kwaliteitszorg als probleem stelt binnen de SLO’s mag een aandachtspunt zijn voor alle opleidingen hoger beroepsonderwijs 5 (hbo5). Zij worden namelijk geconfronteerd met dezelfde problematiek. Het is goed om te bekijken hoe we ook op dat niveau de kwaliteitszorg goed kunnen uitbouwen en de instellingen de mogelijkheid kunnen bieden om dat ook op een degelijke manier toe te passen. 

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik dank jullie voor alle aanvullende opmerkingen. Mevrouw Brusseel, ik denk dat u een geruststelling vindt in het regeerakkoord en de beleidsnota. Uw opmerkingen zijn namelijk meegenomen in mijn initiële beleidsnota, zeker als het over kwaliteit gaat.

Hetzelfde geldt trouwens ook voor de opmerkingen van de heer Daniëls, die ik ook onderschrijf.

Mijnheer De Meyer, u hebt een punt wat de terugkoppeling betreft over de werkzaamheden in de taskforce. Ik zal misschien een tipje van de sluier oplichten. Er zijn morgen weer vergaderingen. Ik zou graag vier dossiers met elkaar in cadans houden. Die dossiers zouden de komende periode alle vier hun beslag moeten kunnen krijgen.

Het eerste dossier betreft de krijtlijnennota over de toekomstige lerarenopleiding. Wij willen vanuit de taskforce maximaal naar een consensusmodel groeien. Daarom is het ook zo belangrijk dat de SVO’s mee in die taskforce zitten. De vakbonden zitten daar nog niet mee in. We hebben afgesproken dat we het met hen zullen doorspreken zodra we het concept met de opleidingsverstrekkers en het afnemend veld hebben. 

Het tweede dossier is de globale toekomst van ons volwassenenonderwijs. U weet dat SLO daar een onderdeel van is. Ik heb geen zin om in de komende periode brokken apart te behandelen die nu in het volwassenonderwijs zitten en zo de indruk te wekken kipkap te willen maken van het volwassenonderwijs. Ik wil het dus liever wat parallel bekijken.

Het derde dossier zijn de hbo5-lijnen. Waar horen die thuis in de toekomst? Hoe ziet dat eruit?

Tot slot is er een dossier dat we samen met minister Homans beheren, het NT2-aanbod (Nederlands als tweede taal) dat voor een stuk natuurlijk ook over ons volwassenonderwijs gaat.

Die vier dossiers zijn vrij substantieel met elkaar verweven en worden het best een beetje op dezelfde cadans bekeken.

Ook voor de hbo5 is er trouwens een werkgroep.

Collega’s, ik voorzie dat de werkgroep in de komende periode zelf tot een voorstel zal komen. Dan moet dat uiteraard worden bekeken binnen de regering en uiteraard ook hier binnen deze commissie. Ik wil toch vragen om de werkgroep nu een paar weken te laten werken, want die mensen werken goed door.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, ik heb daar niet meer zoveel aan toe te voegen. We zullen de komende weken inderdaad kunnen zien wat het resultaat is van die werkgroepen.

Het lijkt mij ook wijs om een aantal zaken parallel te behandelen.

Ik heb geen verdere vragen of opmerkingen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.