U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord

Elke Van den Brandt (Groen)

Ik heb deze vraag twee of drie keer ingediend, telkens aangepast aan de veranderde realiteit. In november 2015 werden de scholen een aantal dagen gesloten wegens de terreurdreiging. Het is nu een goed ogenblik om daarop terug te kijken en het te evalueren. Ik hoop dat dit een eenmalige situatie was, die we nooit meer zullen meemaken. Toch kunnen we er maar beter uit leren en ervoor zorgen dat we het de volgende keer beter of anders doen dan deze keer.

Concreet was wat de scholen gedaan hebben indrukwekkend. Ze hebben op heel korte termijn alle ouders verwittigd. Het nieuws is pas zondagavond gekomen. De scholen hebben dan de ouders gebeld, gemaild, alles gedaan om iedereen te verwittigen. Zodra de scholen weer opengegaan zijn, hebben ze opnieuw alle ouders verwittigd, klasgesprekken voorbereid, ouders hebben brieven gekregen met tips over de manier waarop ze met hun kinderen konden praten over terreur. Wat de scholen op korte termijn hebben gedaan, is dus vrij indrukwekkend. Zowel de leerkrachten zelf als de scholen hebben zich als een bondgenoot getoond om de veiligheid, de verbondenheid die Brussel op dat ogenblik nodig had, te bieden.

Toen de scholen heropend werden, moesten ook maatregelen worden getroffen. Die heropening is op de meeste plaatsen vlot verlopen, er zijn geen signalen gekomen van scholen waar dat verkeerd is gelopen. Ook daar werden de ouders bij betrokken. Toen de terreurdreiging gedaald is, werden die maatregelen gradueel afgebouwd.

Ik kan niet zeggen dat dit alles slecht verlopen is. Minister, ik denk dat u daarin ook een verantwoordelijkheid hebt gehad. Het feit dat dit alles goed gecoördineerd was, is belangrijk, en dat zal zeker ook tijd, energie en expertise van u hebben gevergd. Toch was het een verregaande maatregel, die een impact had op de manier waarop mensen hun stad beleven en hun kinderen naar school brengen; met een gevoel dat het misschien niet veilig is. Dan wordt van ouders wel heel veel gevraagd. Er is altijd benadrukt dat scholen op zich wel veilig zijn, dat ze geen doelwit zijn, maar toch rees die vraag of de school wel een veilige plek was voor het kind. Scholen moeten altijd een veilige plek zijn voor onze kinderen. Ook voor kinderen zelf is het moeilijk om te begrijpen waarom de school gesloten werd. De impact daarvan op Brussel, op de Brusselaars en het Brussels leven kunnen we niet onderschatten.

Ik heb in dit verband een aantal praktische vragen, maar ik zal beginnen met de grotere vragen.

Minister, hoe zult u die situatie zelf evalueren, welk traject hebt u voor ogen? U had dit niet zien aankomen, dus nu moet worden nagegaan wat er gebeurd is. Op welke manier wilt u een evaluatie maken, zowel van de sluiting als van de heropening?

Op welke manier zal er nog meer informatie gegeven worden aan de ouders? Zij hebben hier heel bereidwillig aan meegewerkt. Tijdens heel de terreurdreiging hebben de Brusselaars zich heel volwassen getoond. Toen de politie vroeg om te zwijgen, hebben we allemaal kattenposters gepost. De Brusselaars hebben dus getoond dat ze op een volwassen manier met informatie kunnen aangaan. Ze hebben ook aanvaard dat hun stad twee, drie dagen werd platgelegd. Toch zitten nog heel veel mensen met vragen over het waarom. Zeker wat de scholen betreft, vragen ze zich af op die sluiting wel nodig was, op basis van welke informatie ze gesloten werden. Die informatie is nooit op structurele wijze aan de mensen gegeven. Er zijn persconferenties geweest van onze premier en een aantal andere persconferenties. Ik denk dat via dezelfde kanalen die gebruikt werden voor de aankondiging dat de scholen gesloten werden, het goed zou zijn aan te kondigen wat er gebeurd is, waarom het gebeurd is, en waar de mensen antwoorden kunnen krijgen op vragen die ze nog hebben.

Minister, op welke manier plant u nog andere communicatie over wat gebeurd is, waarom het gebeurd is? Het gevoel bestaat immers dat nog veel mensen vragen hebben en het is heel belangrijk het vertrouwen van de mensen te behouden en ook het vertrouwen van de burgers in veiligheidsmaatregelen te behouden.

Ik ga over tot de praktische vragen. Hoe hebt u in dit traject de scholen begeleid in die verschillende fases, zowel met betrekking tot de communicatie ten behoeve van de leerlingen en de ouders als de beveiliging van de school? Zijn alle scholen heropend op 25 november of bleven er scholen gesloten? Ik heb gehoord dat toch één school niet heropend zou zijn. Waarom zou dat zo zijn? In welke mate was de heropening ook een volledige herstart? Waren er bijvoorbeeld meer afwezige leerlingen dan anders? We konden immers vaststellen dat er een heel hoog absenteïsme was van leerlingen. Waren alle leerkrachten opnieuw op post of kon ook bij hen worden vastgesteld dat het absenteïsme hoger was dan op andere dagen en dat er dus misschien toch een verhoogde afwezigheid was?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Door de vragen die de afgelopen weken gerezen zijn, heb ik al heel uitvoerig geantwoord wat allemaal gecommuniceerd werd ten behoeve van de scholen. Ik heb dat overzicht opnieuw bij, maar u stelt uiteraard ook een aantal praktische vragen.

U kunt mijn antwoorden lezen in dat overzicht. Kort samengevat werden in de nasleep van de aanslagen zes extra nieuwsbrieven van Schooldirect verstuurd naar alle scholen, alle centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s). Daarin werd aandacht besteed zowel aan de manier van omgaan met de kinderen, aan praattips, als aan de veiligheid zelf. Waakzaamheid: wat betekent niveau drie, wat te doen bij niveau vier? Er is dus heel veel duiding gegeven aan de scholen. Ik heb in die periode zelf een aantal scholen in het Brusselse bezocht. Ik heb gezien dat ze heel rigoureus alle aanbevelingen hebben opgevolgd, hoewel ze niet dwingend waren. Het waren aanbevelingen zoals het sluiten van de poort enzovoort. We hebben gezien dat het gewerkt heeft.

Een nieuwsbrief, Schooldirect, wordt verstuurd naar 14.300 abonnees. Alle directeurs in heel Vlaanderen, van alle onderwijsniveaus zijn daarin begrepen, inclusief de CLB’s, maar niet het hoger onderwijs, waarvoor er een aparte communicatie is.

Ik heb daarover dus zeer uitgebreid uitleg gegeven. Het zou me nu te ver leiden om alles u opnieuw in detail voor te lezen.

Specifiek naar leerkrachten werd er een Lerarendirect gestuurd op 19 november en in een extra editie van 24 november werd aandacht besteed aan tips om te praten met leerlingen en ouders, om scholen te begeleiden in een en ander. Die nieuwsbrief bereikt ongeveer 28.000 Vlaamse leraren. Online heeft Klasse aandacht besteed aan de short story ‘Leerkracht Lisa vertelt over eerste schooldag na Parijs’. Er is dus zeer veel informatie verspreid, zowel over de aanpak van de menselijke aspecten als de beveiligingsmaatregelen die werden genomen.

Mevrouw Van den Brandt, dat neemt niet weg dat ik uw mening deel in de kwestie of het wenselijk is om scholen te sluiten. Het antwoord op die vraag is voor mij zeer nadrukkelijk ‘neen’. Ik vind dat geen goede maatregel en ik vind het niet wenselijk dat scholen worden gesloten.

Die maatregel is ook voor mij zeer verrassend gekomen. Ik heb de minister-president gehoord op het moment dat de Veiligheidsraad startte. We waren van mening dat onderwijs ook door de politiek moet worden beschouwd als een veilige haven en dat scholen zeker niet moesten worden gesloten. Dat stond dus totaal niet in de sterren geschreven. We hadden twee Schooldirecten voorbereid: één Schooldirect voor als het dreigingsniveau op drie zou blijven en één Schooldirect indien er bijkomende maatregelen zouden worden genomen naar scholen toe. We hadden echter geen Schooldirect voorbereid in verband met een sluiting.

In de loop van die vergadering is de situatie dus veranderd. Ik was daar niet bij. Er is ons ook geen verklaring per brief gegeven waarom dat is gebeurd. Men heeft toen geoordeeld dat er acuut gevaar was en er is toen beslist om te sluiten. De premier heeft dat via een persconferentie gecommuniceerd. Dat is nog nooit op die manier gebeurd. Dat was ook voor ons een unieke situatie, waaraan wij ons – met dank aan mijn administratie – zeer snel hebben geprobeerd aan te passen. We hebben meteen nieuwe informatie opgesteld en hebben alle scholen verwittigd. Die scholen zijn daar perfect mee omgegaan. Ook de ouders zijn daar op een schitterende manier mee omgegaan. U hebt dat zelf gezegd. Ook lokale besturen hebben dat zeer plichtsbewust opgenomen. In de Rand heeft men op een aantal plaatsen – bijvoorbeeld in Vilvoorde, mijnheer De Ro – beslist om daarin mee te gaan. Ik vind dat allemaal oké, maar dat neemt niet weg dat die beslissing zeer onverwacht is gekomen. Daarvoor bestaat inderdaad ook geen draaiboek. Op dat moment moet je de menselijke schakels gebruiken. Die hebben gewerkt. Wat dat betreft: alle pluimen aan al wie begaan is met onderwijs.

Maar inderdaad, we moeten nu wel een evaluatie achteraf maken. Er bestaat geen draaiboek voor als de scholen plots worden gesloten. We maken dat draaiboek op dit moment op. Wie moet dat beslissen? Een Veiligheidsraad? Of moet er een bijzonder besluit zijn van de minister van Binnenlandse Zaken? Op lokaal niveau is het de burgemeester die die bijzondere bevoegdheden heeft. We moeten dat allemaal op een rijtje zetten. Wie beslist? Hoe communiceer je daarover? Wat zijn de extra veiligheidsmaatregelen die moeten worden genomen?

We hebben daar dinsdag beleidsraad over gehouden. Mijn administratie maakt dat momenteel op. We vragen alle scholen ondertussen om in hun noodplanning maatregelen op te nemen in verband met extra terreurdreiging. We zullen daarvoor wat tips rondsturen. Want ook dat staat vandaag nog niet vermeld op de huidige noodplanningen. Men heeft voor van alles en nog wat een noodplanning, maar terreur is een nieuw gegeven. Moeten we dat dan doodzwijgen? Neen, we moeten dat – zonder veel administratieve overlast te creëren – mee integreren. Dat wordt geëvalueerd en aan alle scholen meegedeeld.

Wat hebben we wel beslist? Dat stond ook in een van onze nieuwsbrieven. Bij de beslissing om onze scholen te sluiten – zeker omdat die zo acuut werd genomen – hebben we ervoor geopteerd om scholen in deze moeilijke omstandigheden geen extra administratieve lasten te bezorgen. We hebben dus niet gevraagd om meldingen aan de administratie door te sturen met betrekking tot afwezigheid van leerlingen en personeelsleden als gevolg van de terreurdreiging. Dat is ook logisch, aangezien we hadden beslist om te sluiten.

Wat het gewone absenteïsme van leerlingen betreft, heeft het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODI) de gegevens voor het kleuteronderwijs en het leerplichtonderwijs van 18 november vergeleken met die van woensdag 25 november, de dag waarop de scholen werden heropend. Woensdag 18 november was een doorsneewoensdag – er was geen griepepidemie, geen staking en het was geen verlofdag – en biedt daarom een zeer goed vergelijkingspunt.

We stellen vast dat er een verminderde aanwezigheid was bij kleutertjes op 25 november. Op 18 november waren er 8365 aanwezigen en op 25 november 6329. Die eerste dag was dus nog moeilijk, maar de dagen nadien was alles terug in orde. Wat de afwezigheden bij leerplichtige leerlingen betreft, zien we op 18 november 635 afwezigen en op 25 november 1774 afwezigen, dus ook een iets hoger aantal.

Wat de leerkrachten betreft, kunnen we op basis van de bevraging van de dienstonderbrekingen voor het onderwijspersoneel van de Brusselse scholen op 18 en 25 november concluderen dat er geen verhoogd absenteïsme was als gevolg van de terreurdreiging. Dat toont aan wat ik al drie weken in deze commissie zeg: de leerkrachten die willen lesgeven – terreurdreiging ja of nee – komen naar scholen en laten zich niet intimideren door die omstandigheden. Ik vind dat een schitterende zaak.

Hoe evalueren we? Eén of twee scholen zijn nog niet opengegaan, maar dat had wat praktische oorzaken zoals toegangspoorten en het vervoer. Dat heeft één dag geduurd en was de dag nadien al opgelost. Ik zal daarrond ook geen sancties ondernemen. Waarom zouden we dat ook doen? Ook heeft één gemeente beslist om de scholen een dag langer dicht te houden, maar dat was om dezelfde redenen als die twee scholen.

Mijn administratie bekijkt hoe we structureel kunnen anticiperen op zo’n situatie. Nogmaals, ik zal daar niet op anticiperen opdat het nog eens zou gebeuren, want ik wil eigenlijk geen sluiting. Maar we moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat we goed kunnen werken. Ik zal geen grote extra administratieve ballast opleggen. Als we zien dat de ketting werkt, moeten we er ook voor zorgen dat hij spontaan kan blijven werken en dat men ’s avonds geen honderd formulieren moet invullen om ervoor te zorgen dat het gebeurt.

Er is nog een werkpunt. We stemmen af met de federale overheid op welke manier we de beschikbare instrumenten, zoals de PLP 41, de omzendbrief, moeten aanpassen. U weet dat de PLP 41 zegt dat de politie ervoor moet zorgen dat er voor elke school een aanspreekpunt is. Ik heb nu, naar aanleiding van de crisis, vastgesteld dat dit niet op alle plaatsen het geval is. Dat kan natuurlijk niet. De omzendbrief bestaat en wordt ook gebruikt om informatie aan scholen te vragen. Elke school moet zijn aanspreekpunt hebben. Dat zijn we nu samen met de federale overheid op orde aan het stellen.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik heb ook alle respect voor de manier waarop dit is verlopen. De ketting heeft overal gewerkt, iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. Ik hoop samen met u dat dit nooit meer hoeft te gebeuren, maar goed, we hebben nu geleerd dat we er klaar voor moeten zijn. Het is ook goed dat dit geëvalueerd wordt.

Ik heb nog één vraag. U hebt gezegd hoe u gaat communiceren. Mijn excuses trouwens, ik zal in de verslagen bekijken hoe daar in het verleden boodschappen over werden gegeven. U vertelde hoe u op het moment hebt gecommuniceerd over de manier van omgaan met de kinderen en over de veiligheidsmaatregelen. Over één zaak is er nog geen communicatie gebeurd, en mij lijkt de tijd daar wel rijp voor: de waarom-vraag. U zei: “We hebben het niet zien aankomen, het was een acuut probleem, we hebben dat aanvaard.” Het lijkt me goed dat u er bij de federale collega’s op aandringt dat er een ruimere communicatie gebeurt over de vraag waarom dit nodig was en of de scholen echt nog wel veilig zijn, want die twee aspecten zijn natuurlijk met elkaar verbonden.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

Jo De Ro (Open Vld)

Voorzitter, minister, dit is een thema dat me die dagen ook heel erg heeft beziggehouden. Ik denk dat we wat in hetzelfde schuitje zaten. Uw statement over de wenselijkheid om scholen te sluiten onder eender welke dreiging, treed ik volledig bij. Het is het failliet van de democratie. Voor onze fractie zijn scholen nu net de uiting van belangrijke democratische waarden: ieder kind gaat ernaartoe, het moet er veilig zijn en het moet voor elke ouder duidelijk zijn dat hij of zij het kind er ’s morgens, na 8.30 uur, kan achterlaten in de best mogelijke omstandigheden. Op de vraag of het echt nodig was, hebt u inderdaad al een paar keer heel duidelijk uw mening geventileerd. Ik kan die alleen maar bijtreden. Ik heb hetzelfde op microniveau kunnen waarnemen.

In verband met de evaluatie van de afwezigheden op 26 november is bij ons in ieder geval gebleken dat de maatregelen die we na de sluiting hebben genomen, vooral bij kleuters een rol hebben gespeeld. Zo hebben we beslist dat de kinderen tussen twee bepaalde tijdstippen op school moesten zijn. In die tussentijd waren de schoolpoorten dicht. Ze werden alleen opengemaakt voor wie zich kon identificeren. We hebben vastgesteld dat dit voornamelijk voor mama’s en papa’s van kleine kindjes een probleem was, want heel veel kleuters komen op gewone dagen later aan op school. Ik vind dat niet goed. We hebben het er hier in de commissie al verschillende keren over gehad. Het blijft een van mijn dada’s dat we ouders er niet alleen van moeten overtuigen om hun kinderen in te schrijven, maar dat de kinderen ook tijdig en voor volledige dagen naar school moeten gaan. Het zijn net de kinderen die niet alle uren op school doorbrengen, die er het meeste nood aan hebben.

Ik sluit me ook aan bij mevrouw Van den Brandt en bij uw antwoord dat de mensen op het terrein een dikke pluim verdienen. Het is zelden gezien. Weinig sectoren kunnen doen wat er die zondagavond, 22 november, gebeurd is. Pas laat in de namiddag, rond 17 uur of 18 uur is er een beslissing gevallen. Tegen middernacht waren niet alleen alle scholen, alle directies en leerkrachten op de hoogte, maar zijn al die leerkrachten er ook in geslaagd om via allerlei middelen, sms, sociale media, smartschool en zo meer, de ouders te verwittigen. In mijn stad met bijna 8000 leerlingen, hebben we slechts een 40-tal mensen aan de schoolpoort aangetroffen op 23 november. Dat lijkt me een huzarenstukje. U hebt terecht al een pluim gegeven aan de mensen op het terrein, minister, ik wil me daar graag bij aansluiten.

Ik vind het wel spijtig dat in de nasleep van die sluiting één plaats de school gebruikt heeft als een politiek middel om extra politie af te dwingen. Ik zeg niet dat de gemeente ongelijk heeft in haar uitspraak dat ze in de Rand te weinig ondersteuning krijgt van de politie. Als we bekijken hoeveel middelen van de federale overheid voor politie naar de Brusselse gemeenten gaan en hoeveel naar de gemeenten in de Rand, dan is dat een terechte eis. Maar scholen sluiten als drukkingsmiddel, vinden wij absoluut niet kunnen.

Ook de politie wil ik een pluim geven. Op de dagen dat de scholen opengingen, heb ik op heel veel plaatsen niet alleen politionele aanwezigheid gezien, die was er bovendien op een manier die niet bedreigend overkwam op kinderen. De politiemensen communiceerden heel open met de kinderen en de ouders. Dat heeft tot een heel snelle normalisering geleid.

Minister, ik heb twee kleine vragen. U sprak over noodscenario’s. Ik kan alleen maar onderstrepen dat die hopelijk nooit meer nodig zijn, maar de essentie van zulke scenario’s is dat we ze moeten maken in de hoop ze niet nodig te hebben. Ze dienen om voorbereid te zijn.

Het is nu allemaal redelijk vlot of heel vlot verlopen op het lokale terrein. In het kader van de Mexicaanse griep heeft AgODi een databank van gsm-nummers van directies aangemaakt. Het is misschien nuttig om eens na te gaan of deze databank ‘à jour’ wordt gehouden. Directies wisselen vaak en ook gsm-nummers veranderen al eens, of er is ondertussen een andere manier om mensen te bereiken. De Mexicaanse griep, dat was 2009. Ondertussen zijn er al veel communicatiemiddelen bij gekomen en/of ingeburgerd. De sociale media waren toen nog niet wat ze nu zijn. Misschien moeten ook dit soort gegevens in de databank worden opgeslagen. Toen stelden velen zich vragen bij het doorgeven van die gegevens, maar sindsdien is gebleken dat het voorhanden zijn van die informatie heel belangrijk is om heel snel een grote groep mensen te verwittigen.

Ik heb nog een vraag over de PLP 41, de omzendbrief die er in de dagen na de moord op Joe Van Holsbeeck is gekomen. Ik denk dat niet alleen in Brussel niet elke school een goed contact heeft. Ik denk dat dit Vlaanderenbreed moet worden opgelost. Ik heb zelf vastgesteld dat een paar directeurs zeiden: “Tiens, is dat zo dat we bij de politie een aanspreekpunt moet hebben?” Het geldt trouwens ook omgekeerd: ook de politie heeft een aanspreekpunt nodig in elke school. En ook daar loopt het niet altijd goed. We moeten niet altijd naar de politie kijken, maar – in deze commissie – ook naar het onderwijs zelf.

Dit zijn twee kleine vragen of opmerkingen. Ik moet er niet direct een antwoord op hebben, ik wilde ze enkel meegeven.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Van den Brandt, ik kan onmogelijk een brief sturen naar de scholen met het antwoord op de vraag waarom. Dat is echt een federale aangelegenheid. We kunnen eventueel vragen aan de Veiligheidsraad om een brief te maken, maar ik kan dat niet. Ik kan dat ook niet interpreteren. Er is breed gecommuniceerd dat er een gevaar was voor de veiligheid. Ik kan alleen maar betreuren dat scholen sluiten, maar ik ben niet geplaatst om daar een uitleg over te geven. Dat is niet mijn verantwoordelijkheid. We moeten dat aanvaarden. Ik zit zelf met een aantal vragen, maar ik ga ervan uit dat men dergelijke beslissingen niet onoordeelkundig zal nemen. Daarover kan ik u spijtig genoeg niet veel meer zeggen.

Mijnheer De Ro, uw vraag over de gsm-nummers is zeer pertinent. Ik moet dat bekijken. Ik houd dat niet persoonlijk bij. Wat betreft de ministeriële omzendbrief PLP 41 hebt u gelijk. Ik heb echter ook vastgesteld dat de dienstorders van politiezones die ik vrij goed ken, waar de politiechef zeer expliciet orders gaf om scholen in de gaten te houden, perfect in orde zijn. Het is dus niet overal slecht.

Het is vandaag kaas met gaten. Dat kan niet. Het is tweerichtingsverkeer: ofwel heb je iets wat haalbaar is, ofwel staat er iets in een omzendbrief dat niet haalbaar is. In dat geval moeten we discussiëren over aanpassingen. Gelet op het huidige klimaat is het elementair dat elke school weet wie zijn contactpunt is. We hebben dat ook meermaals in Schooldirect geschreven: 'Weet dat dat zo in elkaar steekt. Het is nu het moment om dat volledig in orde te krijgen.' U hebt een punt. De vraag van mevrouw Van den Brandt ging over Brussel. Ik heb hem dan ook ‘Brussels’ beantwoord.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Elke Van den Brandt (Groen)

Minister, ik ga er ook van uit dat dat niet onoordeelkundig is beslist. Ik wil dat absoluut beklemtonen. Ze zullen daar hun redenen voor hebben. Ik zal ook op federaal niveau deze vraag stellen. Dit gaat ruimer dan de scholen. Alleen al de boodschap wanneer er meer informatie kan worden gebracht, zal al lucht brengen.

Ik wil over de evaluatie, de procedures en de beslissingen nog één ding meegeven. De heer De Ro had het al over politie- en legerdiensten aan de scholen. Dat is goed en correct verlopen, zoals het werd gecommuniceerd. Maar een agent aan de schoolpoort of een agent die om het hoekje staat: dat heeft een heel verschillende impact. Als scholen dan toch moeten worden bewaakt, moeten wij eens bekijken in welke mate dat een beveiliging moet zijn die voor de kinderen zichtbaar is. Ik heb de indruk dat veel kinderen pas echt in paniek zijn geslagen toen ze een zwaarbewapend iemand aan de schoolpoort zagen staan. Misschien had het geen kwaad gekund om die persoon aan de overkant van de straat of op een andere plek te plaatsen. Ik heb daar zelf geen antwoord op, maar ik vind het toch belangrijk om er in de toekomst rekening mee te houden. Ik hoop dat het nooit meer moet gebeuren, maar als je moet bewaken, hoe doe je dat dan om ervoor te zorgen dat de psychologische impact op de kinderen zo miniem mogelijk is? 

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.