U bent hier

Commissievergadering

donderdag 7 januari 2016, 13.55u

Voorzitter
van Ann Brusseel aan minister Hilde Crevits
574 (2015-2016)
De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Voorzitter, minister, het is niet de eerste maal dat ik dit thema bespreek. Ik heb deze vraag om uitleg ingediend toen ik vaststelde dat in een Gentse stedelijke basisschool, waarvan de naam niet werd vernoemd, het Wonder van het Leven nog steeds actief kon zijn. Het artikel gaf aan dat 10-jarigen les kregen over zwangerschap en bevalling door het Wonder van het Leven. Door de weblinks op de folders meegegeven aan de leerlingen, werd duidelijk dat de organisatie gelinkt was aan de vzw Pro Vita. Voor wie Pro Vita niet kent: dat is een anti-choicebeweging.

Het hele verhaal verscheen in De Morgen van zaterdag 5 december 2015. Dit is geen eenmalige gebeurtenis, want al in 2013 werd hierover bericht. Het ultrakatholieke Pro Vita probeert al jaren zijn boodschap, al dan niet via dekmantels zoals Wonder van het Leven, in het onderwijs te verspreiden. Er zijn er nog andere zoals Levensadem, Jij En Ik Een Wonder, Instituut Reinier De Graaf, Centrum voor Actuele Gezinsplanning – wat zeer neutraal klinkt –, Pro Life, Actie Emmanuel-zvzk, Bethesda enzovoort. U vindt de volledige lijst van organisaties die een boodschap propageren die niet in overeenstemming is met de eindtermen, op de website van Sensoa.

De vzw voert al sinds de jaren 70 actie tegen abortus en iedere vorm van gezinsplanning. Het één-programma Koppen maakte er ooit een zeer boeiende reportage over. Op 4 juli 2013 stelde ik hierover een vraag om uitleg aan voormalig minister Pascal Smet.

Sommige leerkrachten of scholen kiezen ervoor om de lessen seksuele opvoeding aan externe instanties uit te besteden, om diverse redenen. Nochtans vermelden de vakgebonden eindtermen voor natuurwetenschappen en biologie heel duidelijk dat er aan de leerlingen correcte informatie moet worden meegedeeld, zowel wat betreft seksuele opvoeding en voortplanting als wat het voorkomen van seksueel overdraagbare aandoeningen betreft.

Scholen en leerkrachten kunnen bij Sensoa terecht voor bijkomende vorming om zelf de voorlichtingslessen te kunnen geven. Zelf gaat Sensoa niet voor de klas staan, maar worden daarvoor partnerorganisaties zoals Jong & Van Zin of de centra algemeen welzijnswerk (CAW) ingeschakeld. Wie een beetje moeite heeft met het onderwerp, kan nog steeds een beroep doen op experten.

Via de website seksuelevorming.be kan men trouwens een overzicht bekijken van deze organisaties en wordt de surfer tegelijk ook gewezen op diegenen waarmee Sensoa niet wenst samen te werken, zoals ik daarnet al zei. Het zijn organisaties die de kwaliteitscriteria van Sensoa of de seksuele rechten van jongeren niet onderschrijven en niet vertrekken vanuit een actief pluralistische visie. Zo wordt gezegd dat een condoom geen effectief voorbehoedsmiddel is en dat het veel efficiënter is tegen allerlei kwalen om te wachten met seksuele prestaties tot het huwelijk is voltrokken. Dat lijkt me redelijk onverantwoord als boodschap. U kunt misschien zeggen dat de meeste Vlaamse jongeren daar niet zo’n issue van maken, ook niet wanneer het over 10-jarigen gaat. Die schijnen veel meer op de hoogte te zijn van zaken dan ik was toen ik zelf die leeftijd had.

Men kan redelijkerwijze aannemen dat kinderen in het doorsnee Vlaams gezin vandaag correct worden geïnformeerd, maar ik denk niet dat dat geldt voor iedereen die in ons land woont. Het lijkt me ten slotte ook wel belangrijk dat wat op school wordt verteld, steeds correcte informatie is, of er nu thuis over wordt gesproken of niet. Ik kon thuis lessen fysica en wiskunde krijgen. Dat belet niet dat dat op school ook juist moest zijn, is dan mijn redenering.

Minister, kunt u stappen zetten opdat de feiten zoals aangehaald in De Morgen zich niet meer zouden herhalen? Is er een zicht op het aantal scholen dat recent een beroep deed op externe organisaties om voorlichtingslessen te komen geven? Bestaat de mogelijkheid dat u suggesties of zelfs richtlijnen uitvaardigt, gericht tot het leerplichtonderwijs, met een overzicht van de externe organisaties waarvan de benadering van seksuele opvoeding in lijn is met de vakgebonden eindtermen? Kan de lijst op www.seksuelevorming.be als vertrekpunt dienen?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Brussel, ik dank u. Uw zeer ijverige medewerker had al via een tweet aangekondigd dat deze vraag vandaag onder mijn aandacht zou komen. Ik heb ook gelezen wat u zei toen het artikel in de krant stond, en ik kan u melden dat ik uw verontwaardiging volkomen deel, mocht u daaraan twijfelen. Dit is vandaag trouwens ook weer een actueel thema in alle media. Ik vind het absoluut van belang dat seksuele opvoeding op school op een brede en kwaliteitsvolle manier wordt aangebracht. Dat staat ook in de eindtermen, niet alleen vakoverschrijdend, maar ook vakgebonden. Laat daar dus geen twijfel over bestaan.

Ik vind het eigenlijk ook logisch dat elke leerkracht daar voldoende in geschoold is. Ik vind het vreemd dat dit niet zo zou zijn, maar ik kan wel begrijpen dat het goed is om initiatieven te ondersteunen om zowel leerkrachten als leerkrachten in opleiding te trainen met betrekking tot dit uitdagende thema. De manier waarop je dat aanbrengt, is immers natuurlijk ook wel van belang. Als leerkrachten zich toch om een of andere reden niet voldoende ‘gewapend’ zouden voelen, dan kunnen ze aankloppen voor begeleiding en lesmateriaal bij onze pedagogische begeleidingsdiensten of bij organisaties die worden ondersteund door de Vlaamse overheid, zoals Sensoa.

Naar aanleiding van dit krantenartikel hebben we onmiddellijk actie genomen. We hebben in Schooldirect, dat naar alle scholen in Vlaanderen gaat, van 8 december 2015 een gerichte communicatie gedaan. Daarin werd verwezen naar de handvatten voor een samenwerking met externen. Ook werd aan scholen gevraagd kritisch te kijken naar alle externe partners. Als een school wil samenwerken met een externe persoon of organisatie, dan is het wenselijk dat ze de richtlijn met handvatten voor samenwerking met externen van ons departement Onderwijs en Vorming gebruikt. We hebben de scholen er dus nog eens op gewezen dat, als ze externe hulp wensen, het goed is om toch even naar die handvatten te kijken.

Daarin komen heel verschillende elementen aan bod. Scholen worden erop gewezen dat ze op voorhand goed moeten checken of een externe persoon of organisatie aan een aantal vereisten voldoet, en dat men een beroep moet doen op interne structuren, zoals bijvoorbeeld een participatieraad, om na te gaan of het wenselijk is dat een externe persoon of organisatie al dan niet wordt ingeschakeld. Er wordt ook gewezen op het belang van linken met de eindtermen, maar ook op de adviezen van de Commissie Zorgvuldig Bestuur en op het recht op privacy. Scholen kunnen dus met een eenvoudige muisklik zien hoe ze aan goede extra hulp kunnen komen.

Die handvatten heb ik niet uitgevonden. Die zijn niet zomaar op de website terechtgekomen. Ze zijn opgesteld in samenwerking met experts op het vlak van gezondheid, zoals het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ), de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) en het Vlaams expertisecentrum voor seksuele gezondheid Sensoa. Ze werden ook besproken in de commissie Gezondheidsbevordering van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en heel recent ook nog eens in de commissie Onderwijs en Samenleving, die die vroegere commissie Gezondheidsbevordering vervangt. Alle leden van de commissie zorgden ook via hun eigen communicatiekanalen voor de verspreiding van die handvatten. De handvatten zijn dus bruikbaar voor om het even welke inhouden waarrond scholen werken.

Daarnaast zijn er nog specifieke richtlijnen die door de gezondheidsexperts worden verstrekt. Zo heeft bijvoorbeeld Sensoa heel concrete richtlijnen voor relationele en seksuele vorming. De VAD doet dit voor alles wat met verslaving te maken heeft. Sensoa heeft een lijst gemaakt van de organisaties die niet voldoen aan de vooropgestelde kwaliteitscriteria. Daarvoor verwijs ik naar de website van Sensoa. Eigenlijk zou elke school dat echter zelf ook perfect kunnen. Dat is helemaal niet zo moeilijk.

Als ze toch twijfelen, dan moeten ze een beroep doen op de pedagogische begeleidingsdienst of het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee ze samenwerken. Na die Schooldirect lijkt het me niet nodig om nu nog extra initiatieven te nemen, maar we hebben nog eens gewezen op wat er allemaal bestaat. Ik vond het heel spijtig dat dit blijkbaar weer is gebeurd.

Wij hebben geen overzicht van het aantal scholen dat een beroep doet op externe organisaties om voorlichtingslessen te komen geven. Ik vind dat eigenlijk ook niet zo nodig. Ik ga er immers van uit dat elke school daar vrij in is en dat ook vrij doet. Ze krijgt handvatten en er is ook nog de inspectie. Als ik nu nog eens aan de scholen zou zeggen dat ze moeten doorgeven op welke manier ze dat doen, dan hebben we weer een administratieve rompslomp, en, mijnheer Van Dijck, dat staat een beetje haaks op het regeerakkoord. We investeren voluit in dat vertrouwen, maar we hebben voor de veiligheid toch nog eens die communicatie via Schooldirect gedaan en er de aandacht op gevestigd.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord, waar ik zeer tevreden mee ben. Ik stel ook samen met u vast dat er de afgelopen jaren heel veel is gedaan opdat men op een vlotte manier aan alle nodige informatie kan komen, hetzij over de inhoud zelf, hetzij over de achtergrond en organisaties die kunnen ondersteunen. De ondersteuning vanuit Sensoa is heel duidelijk, dus ik begrijp ook niet waarom een school nog een beroep doet op organisaties waarvan het doel en de aard niet altijd zo duidelijk zijn. Dat lijkt me immers een van de problemen te zijn. Toen ik hierover in 2013 met iemand van de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) sprak, die me belde naar aanleiding van een krantenartikel, dan zei die me dat de meeste scholen zich van geen kwaad bewust zijn, dat ze eigenlijk niet altijd goed weten wat ze binnenhalen. Soms verloopt het uitnodigen van een dergelijke organisatie enkel via de leerkracht, en is de directeur dan niet op de hoogte.

Een andere bemerking die ik heb gehoord, is dat bepaalde externe organisaties geld vragen om seksuele en relationele vorming te geven op school, terwijl andere instanties dat niet doen. Het Wonder van het Leven zou dus blijkbaar gratis naar de scholen komen. Als men natuurlijk een bepaalde boodschap die niet meer populair is, er per se nog in wil krijgen in de 21e eeuw, dan is het misschien handig om gratis te werken, denk ik dan. Je kunt van die andere organisaties en instanties niet verwachten dat ze hun werking op haar kop zetten en dat plotseling gratis gaan aanbieden.

Ik meen dat we ernstig moeten blijven omgaan met dit thema. Minister, we zien inderdaad dat dit vandaag zeer actueel is, dat dit meer dan ooit nodig is, en dat je niet je eigen gezin of je eigen kinderen als maatstaf kunt nemen voor al wie tegenwoordig in ons land leeft. Het is dus ontzettend belangrijk om dat goed te doen. De zaken gaan inventariseren zou inderdaad weer voor meer administratieve last zorgen. Ik vraag me echter wel af in welke mate de inspectie zich op dat thema richt, vooral als het gaat over de lagere scholen. Dat lijkt me immers volgens de inspectie niet een issue te zijn. Misschien kunt u me daar meer over vertellen, want ik heb nog niet vaak gehoord dat de inspectie daarover valt. Wat ik zeer pertinent vind, is dat u zegt dat alle leerkrachten voldoende zouden moeten zijn geschoold wat dit thema betreft. Ik vind dat ook, maar er blijkt een bepaalde schroom te bestaan, zodat dat nog niet het geval is. Ik kan me niet voorstellen dat een volwassen vrouw anno 2016, wanneer ze Het Wonder van het Leven in haar klas hoort, zegt dat dit eigenlijk strookt met de realiteit, dat wachten tot het huwelijk de beste remedie is tegen alle kwalen. Met alle respect voor het huwelijk, maar ik meen niet dat je seksueel overdraagbare aandoeningen tegenhoudt door het huwelijk. Dat weten we allemaal. We kunnen er hier om lachen, maar zoiets verkondigen, lijkt me niet juist.

Geef dat bijvoorbeeld in mijn wijk in Anderlecht mee aan de kinderen die alleen te horen krijgen dat het maagdenvlies bewaard moet blijven en voor de rest niets, dan noem ik dat behoorlijk onverantwoord. Dat kan voor mij echt niet. Het is nodig om niet alleen, zoals u zegt, minister, alle leerkrachten deskundig te maken in dit thema, maar om ook te vragen aan de inspectie om hieraan meer aandacht te besteden bij de bezoeken aan lagere en middelbare scholen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, op het moment van de feiten waren we ook geschokt dat zoiets nog mogelijk was anno 2015. We hadden drie dingen gevraagd, en die zijn in overeenstemming met wat mevrouw Brusseel vandaag aanhaalt. U hebt er ook grotendeels op geantwoord.

We moeten inderdaad proberen in kaart te brengen en op te lijsten welke organisaties beter niet op scholen komen in welke vorm of onder welke dekmantel dan ook. U zegt dat u een communicatie hebt opgezet via Schooldirect. Ik denk dat dat een goede zaak is. Schooldirect biedt handvatten aan en ook dat is een goede zaak. Het klopt dat die verenigingen soms van naam veranderen, en dan zijn handvatten meer geschikt. Maar als ze gekend zijn, zou het toch nuttig zijn om de communicatie wel op jaarlijkse basis te herhalen. Er kan op worden gewezen dat het organisaties zijn waarmee men maar beter niet samenwerkt. Het lijkt me nuttig om er regelmatig over te communiceren, want het feit dat ze nog steeds binnen geraken, toont toch aan dat het voor scholen niet altijd even evident is en dat sommige organisaties nog steeds door de mazen van het net glippen doordat ze aantrekkelijk overkomen of goedkoop zijn.

Het probleem is inderdaad breder. Ik moest toch ook even mijn wenkbrauwen fronsen toen u zei dat elke leerkracht voldoende geschoold is of voldoende geschoold zou moeten zijn – ik had “is” verstaan. Wij hebben in onze persmededeling na de feiten ook gevraagd om er zeker voor te zorgen dat er voldoende nascholing is, dat leerkrachten voldoende ondersteund worden om op het moment dat het relationele, het seksuele, de genderdiversiteit en het pluralisme aan de orde zijn. We vroegen dit nog voor Keulen, maar het was al duidelijk dat we in een context terecht zijn gekomen waarbij het absoluut niet meer zo evident is om op de vragen te antwoorden en om vlot te reageren op de verschillen die bestaan. Dit wordt hoe langer hoe meer een belangrijke discussie.

Onze senator Petra De Sutter is daarover op de televisie geweest. Ze pleit ervoor om de vorming inzake seksualiteit een stuk breder te maken dan nu. Ik weet dat ik niet mag veralgemenen en dat er ook goede scholen zijn, maar in sommige scholen wordt seksuele opvoeding nog altijd beperkt tot het tegengaan van ongewenste zwangerschappen en soa’s. Het moet veel breder zijn en ook relationele aspecten en diversiteit bevatten.

Wanneer we de discussie over de eindtermen zullen voeren, is dit ook een aspect dat we moeten durven te bekijken. De hele discussie over seksualiteit is zo cruciaal aan het worden. En het gaat dan niet over de enge seksualiteit, maar over de brede seksualiteit, inclusief de vele genderissues. We moeten dit alles serieus gaan bekijken.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil me helemaal aansluiten bij mevrouw Meuleman. Ook ik wil laten opmerken dat in een aantal scholen de seksuele opvoeding nog altijd te veel verengd wordt tot de fysieke aspecten ervan in de les biologie. Ondertussen moeten we dit veel breder bekijken: ook het relationele aspect en genderissues moeten aan bod komen. Ik weet dat dit niet in alle scholen het geval is, we mogen er ook geen karikatuur van maken, maar toch nog in te veel scholen anno 2016.

Ik zou er ook een lans voor willen breken om er in de eindtermendiscussie aandacht voor te hebben om het breder te bekijken. Misschien is het een ideaal topic om onder te brengen in het vak LEF of Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie. Dat vak zou de effectieve levensbeschouwingen kunnen vervangen. Kinderen zouden moeten leren discussiëren over aspecten van ons samenleven in diversiteit. Het betreft aspecten die misschien moeilijker bekken en waar men soms rond fietst door een fout politiek sérieux. Laten we die taboes wegwerken, laten we ruimte voor dialoog maken. We moeten dit breder zien dan het fysieke. Vooral de dialoog over en het relationele aspect van seksuele opvoeding moeten worden meegenomen.

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis (N-VA)

Voorzitter, ik zou heel graag ter aansluiting van de collega’s willen verwijzen naar het feit dat er een enorme evolutie is geweest, en dat is zeker het geval in de scholen in de Kempen. Als ervaringsdeskundige kan ik niet bevestigen wat mevrouw Meuleman aangaf. Uiteraard is het zo dat er een theoretisch kader is. Er zijn eindtermen die moeten worden gehaald. Er is een inspectie die controleert.

Ik heb het geluk gehad 28 jaar biologieles te kunnen geven. Als ik de evolutie alleen nog maar in de handboeken bekijk en zie wat er jaar na jaar is veranderd is… Steeds stond er een erratum bij elk hoofdstuk. Het betrof niet alleen het fysieke of de theoretische kennis over het voortplantingsstelsel. De kwestie werd in een ruimer kader benaderd. Er werden linken gemaakt met organisaties die er expertise in hadden. Er waren ook heel mooie illustraties. Eertijds was dat natuurlijk een diamontage, later is dat een filmopname geworden.

In plaats van te stellen dat er organisaties zijn die door de mazen van het net glippen, denk ik echt dat we kunnen stellen dat er een heel ruim kader aanwezig is waarvan de scholen gebruik kunnen maken. Ze kunnen er inderdaad op gecontroleerd worden. Dat wilde ik ter vervollediging van het verhaal van de collega’s nog even kwijt. 

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Celis, ik ben heel blij met uw toevoeging. Ik herhaal dat ik vind dat elke leerkracht in staat zou moeten zijn om daarover voldoende geschoold te zijn. Ik ben het ermee eens dat lesgeven in seksuele opvoeding veel meer betreft dan de biologische handelingen en de anatomie van het lichaam. Er moet een veel breder kader zijn.

Het is cruciaal dat we ten aanzien van de jongeren rekening houden met de heel sterk geëvolueerde realiteit. Wat gebeurd is met Pro Vita zou eigenlijk een rariteit moeten zijn. Ik was zo blij met de toevoeging van mevrouw Celis, want we zien dat heel veel scholen er op een heel moderne en actieve manier werk van maken. We mogen natuurlijk niet blij zijn dat de meeste scholen het doen, ze moeten het allemaal doen. Het is zo belangrijk.

Deze ochtend hebt u allemaal de berichtgeving gehoord over de gebeurtenissen in Keulen. We hebben eventjes een rondvraag gedaan in onze OKAN-secundaire scholen. Ik was aangenaam verrast over hoeveel OKAN-scholen brochures hebben over relationele opvoeding, over omgang met elkaar. Dit heeft er naast het taalonderricht al een vaste stek gekregen. Dit zal in de komende periode nog veel belangrijker worden, zeker na de erkenning van vluchtelingen. Als de kinderen bij ons schoollopen, zullen we nog meer inspanningen moeten doen voor ons maatschappijmodel, onze waarden en cultuur, de manier waarop man en vrouw gelijkheid hebben verworven in onze maatschappij, het respectvol met elkaar omgaan, daarin volg ik mevrouw Gennez. We zullen er nog meer aandacht aan moeten besteden.

Over de vraag of dit betekent dat de levensbeschouwing weg moet, deel ik de mening van mevrouw Gennez niet. Maar de vraag of we alles nu moeten vervangen door LEF is een heel ander debat.

Dat seksuele opvoeding veel meer is, veel breder gaat in de richting van relaties en respectvol omgaan met elkaar, daarmee ben ik het volledig eens. Zeker in het eindtermendebat zullen we daar rekening mee moeten houden. We moeten ons hierop voorbereiden, rekening houdende met een veel meer gekleurde samenleving dan die van twintig jaar geleden.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik kan besluiten met te zeggen dat ik die conclusies enorm waardeer, en dat ik onderschrijf dat de eindtermen voor ons een belangrijke opportuniteit zijn om alles wat hier is gezegd te onderstrepen. Minister, ik ben zeer tevreden want ik heb meer antwoorden gekregen op deze vraag dan toen ik ze de vorige keer, in 2013, stelde. Ik ben alvast optimistisch gestemd. (Opmerkingen van Jos De Meyer en minister Hilde Crevits. Gelach)

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.