U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Uit een studie van de onderzoeksgroep ‘Zorg rond het Levenseinde’ van de VUB en de UGent blijkt dat 28 procent van de naasten van ouderen met dementie die in een Vlaams woonzorgcentrum overlijden, niet op de hoogte waren van de aandoening van die persoon.

Er werden 134 woonzorgcentra bevraagd, waarvan er 98 de vragenlijsten terugbezorgden. De artsen en verpleegkundigen waren wel degelijk op de hoogte van de dementie, ofschoon er toch blijkbaar ook wel kleine verschillen waren bij de inschatting van de ernst van de dementie.

Uit ander onderzoek blijkt dat artsen niet altijd actief communiceren over dementie. Blijkbaar zijn artsen terughoudend in hun communicatie om mensen niet alle hoop te ontnemen.

De onderzoekers vragen dat woonzorgcentra zouden bekijken of er ruimte is voor een moment om samen te zitten met de naaste familie.

Ik heb hierrond een aantal vragen. Communicatie met de patiënt en zijn omgeving is belangrijk. Blijkbaar gebeurt dat onvoldoende als patiënten zich in een woonzorgcentrum bevinden. Minister, hoe kunt u de artsen en verpleegkundigen aanzetten om toch te communiceren met familieleden met betrekking tot de aandoening, in het bijzonder dementie? Vindt u dit een taak van de behandelende geneesheer, van de coördinerende geneesheer of van het woonzorgcentrum?

Er wordt gewerkt aan positieve communicatie inzake dementie, maar patiënten en hun omgeving krijgen maar weinig informatie over wat die ziekte aan verschijningsvormen allemaal heeft en het stadium waarin de patiënt verkeert. Die informatie maakt het voor alle betrokkenen ook makkelijker om bepaalde gedragingen te plaatsen en finaal ook te aanvaarden. Wordt ook aan die informatieverstrekking zowel residentieel als ambulant gewerkt?

In welke mate maakt Vlaanderen ook werk van materiaal voor huisartsen om te communiceren met patiënt en familie over dementie ?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

De studie van de onderzoeksgroep ‘Zorg rond het Levenseinde’ van de VUB en de UGent maakt inzichtelijk dat de ondercommunicatie van de diagnose nog steeds problematisch is. 28 procent van de naasten van ouderen die in een Vlaams woonzorgcentrum met dementie overlijden waren niet op de hoogte van de aandoening van die persoon.

Deskundigen ter zake bevestigen dat dit niet enkele een probleem is binnen de woonzorgcentra, maar eveneens in andere zorgsettings. Maar, laat me duidelijk zijn, de communicatie over de diagnose van de dementie valt uitdrukkelijk onder de verantwoordelijkheid van de huisarts en/of de arts-specialist. Het is erg belangrijk dat reeds vóór de opname in een woonzorgcentrum de aandacht van de huisarts gericht is op vroege diagnose en de vroege interventie. Dit heeft immers een belangrijke invloed op het uit te stippelen zorg- en ondersteuningsplan thuis en in het woonzorgcentrum. Vroegtijdige zorgplanning, het volgen van psycho-educatie en eventuele doorverwijzing naar familie- of praatgroepen kunnen de familieleden van een persoon met dementie ondersteunen in het aanvaardingsproces en de omgangswijze met hun familielid.

Binnen het woonzorgcentrum behoort het tot de taak van het zorgpersoneel om – via gerichte observaties – de huisarts van een bewoner in kennis te stellen van mogelijke symptomen van de dementie. Het is de taak van de huisarts om de nodige stappen te ondernemen teneinde aan de hand van deze observaties de diagnose van de dementie vast te stellen of te laten vaststellen door een arts-specialist, alsook hierover te communiceren met de bewoner – indien mogelijk –, de familie en het zorgteam. Het zorgteam kan dan de zorg en de ondersteuning aanpassen op de specifieke noden van de persoon met dementie.

Het kan echter voorkomen dat, in functie van de levenskwaliteit van de bewoner en in samenspraak met de familie of de vertrouwenspersoon, met de huisarts en het zorgteam overeen wordt gekomen om geen invasieve onderzoeken meer te laten uitvoeren bij de bewoner. Dat kan er mogelijks toe leiden dat de concrete diagnose van dementie niet gesteld wordt. De studie geeft aan dat er nog veel te winnen is bij een betere communicatie tussen de zorgverleners en de familie of de vertrouwenspersoon van de bewoner.

Via bewonersbespreking waarop de bewoner – indien mogelijk – en de familie worden uitgenodigd, kan mijns inziens ruimte gemaakt worden om de diagnose dementie bespreekbaar te maken en de wijze van benadering en de in te zetten therapie te bespreken. Een dergelijke bewonersbespreking kan een belangrijke hefboom zijn in het begrijpen van de aandoening en kan het aanvaardingsproces ondersteunen. Mogelijks kan de referentiepersoon voor dementie hierbij een specifieke rol toebedeeld krijgen. Sinds 1 juli 2010 is het immers mogelijk een referentiepersoon voor dementie aan te stellen in elk woonzorgcentrum en daarvoor een financiering van het RIZIV te krijgen.

Deze bevoegdheid werd in het kader van de zesde staatshervorming vanaf 1 juli 2014 overgedragen naar de Vlaamse overheid. Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen organiseert specifieke opleidingen voor de referentiepersonen dementie in de woonzorgcentra.

Een referentiepersoon dementie is een professionele hulpverlener in de zorgsector, die zich engageert om in de eigen werksetting de kwaliteit van de begeleiding van en de zorg voor personen met dementie en hun omgeving te bevorderen. Dit doet hij of zij onder andere door te sensibiliseren voor het onderkennen van tekenen van beginnende dementie en aandacht te vragen voor zorgvuldige diagnostiek, onvermoede mogelijkheden te zoeken om de levenskwaliteit van  personen met dementie te bevorderen, zich als een aanspreekpunt op te stellen ten aanzien van de eigen collega’s, het management, bij vragen omtrent begeleiding en zorg voor personen met dementie en hun omgeving. Hij of zij bevordert de individuele zorg en begeleiding, aansluitend bij de eigen behoeften en mogelijkheden van de persoon met dementie. In functie daarvan stimuleert hij of zij het interdisciplinair overleg bij complexere begeleidings- of zorgsituaties.

– Bart Van Malderen treedt als voorzitter op.

Minister Jo Vandeurzen

De coördinerend en raadgevende arts kan de huisartsen, het management en de medewerkers van het woonzorgcentrum sensibiliseren en aanmoedigen om – wat betreft de communicatie over de dementie – een meer open en afgestemde informatie-uitwisseling tussen de huisarts, het personeel, de bewoner – indien mogelijk – en de familie of vertrouwenspersoon te bewerkstelligen. Hij kan hiertoe vormingsmomenten opzetten voor het zorgpersoneel of voor de huisartsen.

Ook het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de negen regionale expertisecentra, die erkend zijn door de Vlaamse overheid als partner-organisaties, kunnen hierbij een ondersteunende rol vervullen. Zij ondernemen niet alleen verschillende acties rond informatieverstrekking, maar organiseren ook opleidingen, zowel voor mantelzorgers, vrijwilligers als zorgverstrekkers in zowel de woonzorgcentra als de thuiszorg.

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen beschikt over een informatieve en toegankelijke website. Hier kunnen zowel personen met dementie, hun mantelzorgers en familie, vrijwilligers als professionele zorgverleners terecht voor de meest recente informatie over deze aandoening. Ook de Alzheimer Liga Vlaanderen biedt via familiegroepen, informatieavonden en een website ondersteuning aan personen met dementie, hun mantelzorgers en familie via lotgenotencontact en praatgroepen.

Op 12 maart 2014 werd het Contactpunt Dementie gelanceerd dat kadert in het transitieplan dementie. Dit plan heeft als doel elke persoon met dementie en zijn mantelzorger(s) tijdig en correct te ondersteunen. Alle zorgverstrekkers kunnen een persoon met dementie bij dit intermutualistisch contactpunt aanmelden. Na een doorverwijzing van dit contactpunt naar een sociale dienst van het ziekenfonds zal een dementiekundig maatschappelijk werker contact opnemen en kan er in samenspraak met de persoon met dementie en zijn mantelzorgers een begeleidingsplan opgestart worden.

Ook volgende initiatieven zijn genomen in opvolging van het Dementieplan Vlaanderen en het transitieplan dementiekundige basiszorg in het natuurlijk thuismilieu: de train-the-traineropleidingen ‘dementiekundige basiszorg-verlener’, er zijn de dementie-experten die vanuit de regionale expertisecentra dementie de referentiepersonen dementie of de dementiekundige basiszorgverleners van de woonzorgvoorzieningen ondersteunen en er zijn een aantal overlegplatforms dementie ter ondersteuning van een multidisciplinair vormingsaanbod voor zorgaanbieders in het werkingsgebied van de Samenwerkingsinitiatieven Eerstelijnsgezondheidszorg.

Op 1 oktober 2015 werd de laagdrempelige digitale versie van het psycho-educatiepakket ‘Dementie en nu’ gelanceerd. Dit pakket heeft tot doel de draagkracht van mantelzorgers voor personen met dementie te verhogen. Het werd ontwikkeld door het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen en de Alzheimer Liga Vlaanderen. Vermeldenswaardig zijn ook een aantal initiatieven die de huisartsen ondersteunen bij kennisverwerving, diagnosestelling en communicatie rond de dementie. Ik verwijs in dit verband ook naar het initiatief dat Domus Medica ontwikkelde, in samenwerking met Expertisecentrum Dementie Orion en met steun van de Vlaamse overheid, met name een vormingspakket voor LOK-groepen (Lokale KwaliteitsKring) over de detectie van dementie. Thema’s die aan bod komen, zijn het belang van tijdige detectie, symptomen van dementie, soorten dementie, het vermoeden van dementie versterken en communicatie over dementie. Deze handleiding is samengesteld voor de LOK-moderator of begeleider en omvat materiaal om de vergadering voor te bereiden en te begeleiden. In de handleiding zit kant-en-klaar materiaal waarmee moderator en deelnemers kunnen werken: voorbereiding van de vergadering, indeling van de avond, casuïstiek, vragen waarrond LOK-deelnemers kunnen werken en nuttig naslagwerk over het onderwerp.

Artsen kunnen via de website van het RIZIV ook een e-learningmodule Dementie Artsen online consulteren. Deze leert de artsen meer over de diagnostisering en de behandeling van dementie, alsook over de opvang van personen met dementie. De module werd ontwikkeld door Domus Medica en diverse andere actoren in het kader van de uitvoering van het plan Prioriteit voor Chronisch zieken van minister Onkelinx.

Daarnaast wordt sinds november van dit jaar ingezet op een wetenschappelijk onderbouwd farmaceutisch zorgbeleid inzake dementie, onder meer via het project Farmaceutische Zorg voor personen met Dementie FAZODEM. Het project beoogt de opmaak van een medicamenteuze richtlijn, een kennispakket, een draaiboek MFO voor medisch-farmaceutisch overleg en een e-learningpakket voor apothekers. Er wordt hiervoor onder meer samengewerkt met de Koninklijke Apothekers Vereniging van Antwerpen, het Vlaams Apothekers Netwerk, het Provinciebestuur Antwerpen, Domus Medica, het Academisch Centrum voor Huisartsgeneeskunde KU Leuven en Universiteit Antwerpen.

Studies, zoals die van VUB en UGent, zijn maatschappelijk meer dan relevant. Ze maken inzichtelijk dat er, ondanks de vele en goede inspanningen in de woonzorgcentra en in de thuiszorg, nog een weg af te leggen is op het vlak van communicatie en informatie tussen de zorgverleners, de persoon met dementie en zijn naaste. Ik zal dan ook de conclusie en de aanbevelingen ervan doorgeven aan de werkgroep die de evaluatie en actualisatie van het huidig Dementieplan Vlaanderen voorbereidt.

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, bedankt voor uw uitvoerig antwoord. U verklaart dat de behandelende arts instaat voor de communicatie en de symptomen. Dat hij verantwoordelijk is voor de diagnose, vind ik begrijpelijk, maar dat hij instaat voor de volledige communicatie is naar mijn mening niet haalbaar in de praktijk, temeer daar hij de familieleden van demente personen minder ontmoet dan de verpleegkundigen in een rusthuis. Daarom ben ik van oordeel dat de referentiepersoon dementie een heel belangrijke rol kan spelen op het vlak van communicatie, symptomen en dergelijke.

Wat informatie omtrent dementie betreft, verwijst u naar een contactpunt. Er is echter zo'n kluwen ontstaan van sites en mogelijkheden dat ik de voorkeur geef aan één contactpunt. Daarenboven zijn heel wat mantelzorgers oudere personen, die niet met de computer werken. Ook in dit opzicht moet de referentiepersoon dementie een centrale rol spelen.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

Peter Persyn (N-VA)

We spraken in een vorige vraag om uitleg al over een inflatie van meldpunten. Ik had een schriftelijke vraag ingediend in verband met het meldpunt dat werd opgericht bij het InterMutualistisch Agentschap. Ik zal ze nu stellen, maar ik hoef vandaag geen antwoord te krijgen. Hoe vaak werd in de betrokken periode al naar dit telefoonnummer gebeld door mensen die op zoek zijn naar hulp?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ik heb die vraag gezien, maar ik kan vandaag geen antwoord geven. Ik merk wel op dat dit geen telefoonnummer is waarvoor een 24-uurpermanentie wordt betaald. Het gaat over een bestaand samenwerkingsmodel van alle ziekenfondsen. De dienst Maatschappelijk Werk van de ziekenfondsen is de meest geëigende om bij dit soort zorgsituatie te worden betrokken.

De toegankelijkheid van informatie zal ongetwijfeld een van de thema’s zijn op de eerstelijnsgezondheidsconferentie en wordt hier trouwens ook herhaaldelijk besproken. Naar mijn oordeel bestaan er nog voldoende mogelijkheden om die te verbeteren.

Binnenkort zult u ongetwijfeld een gedetailleerd antwoord ontvangen, mijnheer Persyn.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.