U bent hier

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Voorzitter, minister, ik heb deze vraag zowel tot u als tot minister Muyters gericht. Ik heb er geen enkel probleem mee dat de vraag naar deze commissie werd verwezen. Mijn vraag gaat over circulaire economie en de toekomst ervan, zowel op Vlaams als op Europees vlak. Natuurlijk is er een milieuaspect aan verbonden, maar het gaat ruimer, het gaat over hoe we onze economie moeten organiseren. Het moet dus ook een plaats krijgen in het economisch beleid van deze regering. Maar ik neem aan dat u namens de regering spreekt en dat u er met minister Muyters boeiende gesprekken over hebt gevoerd.

Ik stel mijn vraag naar aanleiding van een aankondiging van twee weken geleden van de Europese Commissie. Commissaris Frans Timmermans stelde toen een nieuw pakket over de circulaire economie voor. Het was een tweede versie, want vorig jaar, in juli 2014 werd een eerste versie voorgesteld, maar die werd teruggetrokken. De zogezegde reden was dat de zaak beter zou worden aangepakt, dat er een ‘betere regelgeving’ zou komen, dat het pakket ‘niet ambitieus genoeg’ was. Voor de bedrijven en milieuorganisaties was het feit dat de eerste versie teruggetrokken werd, al een tegenvaller. De belofte was dus dat het nog wat ambitieuzer zou worden gemaakt, dat de hele kringloop gesloten zou worden. De verwachtingen werden dus hoog opgepompt, we keken er reikhalzend naar uit.

Twee weken geleden werd het nieuwe pakket voorgesteld. Voor Groen was het ontgoochelend. Er zijn twee onderdelen. In het deel over de productiezijde ontbreken er heel wat cruciale elementen die wel in het oorspronkelijke voorstel zaten; dat er twee versies zijn, maakt een vergelijking natuurlijk makkelijk. Wat ontbreekt, is bijvoorbeeld de doelstelling om grondstoffen 30 procent efficiënter te gebruiken en om dit op te volgen via het Europees Semester. Dat was een heel goede doelstelling, maar die is verdwenen.

Nog zorgwekkender is het wetgevende voorstel over de afvalzijde. Die werd aanzienlijk afgezwakt in vergelijking met wat de vorige commissie voorstelde. Bepaalde doelstellingen zijn verdwenen, bijvoorbeeld die voor het reduceren van afval in zee en voedselverspilling. Ook de afvalrecyclagedoelstellingen zijn zwakker zowel naar inhoud als naar de tijdsplanning. En dat terwijl de Commissie in haar eigen impactbeoordeling aantoont dat hoe hoger de doelstellingen zijn, hoe hoger het economisch voordeel voor elke lidstaat wordt. Voor de berekening van de recyclagedoelstellingen wordt een tolerantie van 10 procent toegestaan in plaats van de 2 procent uit het vorige voorstel. Ook de afvalrecyclagedoelstellingen verzwakken verder.

Een ander verontrustend element is het initiatief ‘van afval tot energie’. In de filosofie van de circulaire economie zijn wij het er toch over eens dat onze economie nood heeft aan preventie door ‘intelligent design’, meer hergebruik en meer recyclage, maar niet aan meer verbranding. Verbranding mag echt pas de allerlaatste stap zijn. Eigenlijk zouden we die stap moeten kunnen uitschakelen.

Het is dus een minder ambitieus pakket dan het vorige en dat is heel jammer voor Vlaanderen. Ook voor onze economie is het interessant dat we meer doen op vlak van recyclage en van het slimmer en meer duurzaam inzetten van grondstoffen. Onze economie heeft er enkel baat bij. De Vlaamse bedrijven en Agoria hebben ook altijd opgeroepen tot een ambitieus pakket. De Federatie van Bedrijven voor Milieubeheer (FEBEM) heeft ook heel ontgoocheld gereageerd op dit nieuwe pakket: ze vindt het niet ambitieus genoeg en onder de doelstelling die Vlaanderen voor zichzelf stelt.

Het is de vraag hoe de Vlaamse Regering, als onderdeel van de Belgische positie, nu zal reageren op Europa. Zal de Vlaamse Regering dit afgezwakte pakket steunen, hoewel het, ook volgens de bedrijven, indruist tegen de belangen van de Vlaamse economie?

Hoe gaan we om met het rapport van het Europees Parlement? Dat heeft in juli 2015 wel over een ambitieus rapport gestemd. Bent u het met me eens dat het pakket aan maatregelen dat het parlement voorstelt, eigenlijk meer bevorderend is, zowel voor de kwaliteit van ons leefmilieu als voor de performantie van onze Vlaamse economie? Zal dat de positie zijn die de Vlaamse Regering aanneemt in het komende debat?

Ik heb ook een vraag over het feit dat het nieuwe pakket de deur openzet voor meer verbranding van afval en minder preventie, hergebruik en recyclage. Zult u zich hiertegen verzetten als het op de raad komt?

Het actieplan en belangrijke doelstellingen rond het afvalpakket zijn grotendeels vrijblijvend, niet afdwingbaar. Zult u ervoor pleiten om deze zaken in meer afdwingbare wetgeving om te zetten die ook meer rechtszekerheid aan onze bedrijven geeft?

Zult u, eventueel in samenspraak met de minister van Economie, overleg opstarten met de Vlaamse bedrijven die nu al actief zijn in de recyclagesector? Zult u samen bekijken welke maatregelen genomen dienen te worden om nadelige effecten voor de opkomende Vlaamse circulaire economie te voorkomen in het geval dat dit verzwakte pakket wordt aangenomen?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Vanbesien, het antwoord is afgestemd met de minister van Economie. U weet dat de circulaire economie een transversaal thema is van deze Vlaamse Regering. Dat sluit natuurlijk ook perfect aan bij het duurzaam materialenbeleid binnen de groene circulaire economie, zoals die ook in mijn beleidsbrief staat. Wellicht is op basis daarvan de keuze gemaakt om de vraag in deze commissie te behandelen.

Ik ben het volledig met u eens dat we de lat hoog moeten leggen. We zijn als regio koploper op het vlak van duurzaam materialenbeheer. We hebben het ook op de agenda geplaatst tijdens het Europees voorzitterschap in 2010. Ik heb toen een informele raad georganiseerd, specifiek over deze thema’s. We hebben dat in Gent gedaan, samen met alle ministers van Leefmilieu. De ambitie was om het duurzaam materialenbeleid en de circulaire economie op een hoger niveau te tillen in Europa. Ik volg u dus helemaal.

We zijn ook een van de koplopers binnen Europa. We hebben samen met tien collega’s uit andere lidstaten die ambitie hebben, een brief geschreven naar de Commissie met de uitdrukkelijke vraag om het oorspronkelijke voorstel met ambitieuze recyclagedoelstellingen en het erin voorziene stortverbod, te handhaven. We hebben gevraagd aan de Commissie om er niet op terug te komen.

In de aanloop naar het nieuwe pakket hebben we er de verschillende bevoegde commissarissen Timmermans, Katainen, Vella en Thyssen aan herinnerd. We hebben hun gevraagd om een hoog ambitieniveau te handhaven. Ik heb dan ook verwezen naar onze koploperspositie, naar het feit dat we het doen aan de hand van een hele instrumentenmix. Dat zijn wettelijke instrumenten, maar er is ook het stortverbod en er zijn economische instrumenten zoals heffingen.

We hebben daar nog eens heel uitdrukkelijk de aandacht op gevestigd. Ik denk dus dat we het daarover eens zijn.

We zijn nu de nieuwe voorstellen volop aan het analyseren. We zijn ook aan het inschatten wat die concreet betekenen, ook voor Vlaanderen. Op het eerste gezicht, zonder dat we daar al dieper op zijn kunnen ingaan, zien we een pakket maatregelen met een aantal goede intenties op het vlak van productenbeleid en ecodesign, en ook preventie en hergebruik en innovatie en monitoring. Er is ook sprake van een aantal sectorale prioriteiten met betrekking tot bijvoorbeeld kunststoffen, voedselverlies en biomassa. Dat moet zich verder materialiseren, wil men kunnen evalueren of dat echt een omslag of een transitie zal geven naar die circulaire economie in Europa. We zien dat Vlaanderen voor een aantal van die zaken inderdaad nu al veel beter scoort dan de voorgestelde Europese doelstellingen, vooral dan voor hergebruik, recyclage en storten. Een gebrek aan ambitieuze doelen voor Vlaanderen kan natuurlijk inderdaad het positieve effect op investeringen of innovatie tenietdoen. De boodschap aan de Commissie is dan ook tweevoudig. We blijven enerzijds pleiten voor ambitieuze doelstellingen, die dan ook investeringen en innovatie mogelijk maken, ook in een Europese context. We stellen anderzijds dat men ervoor moet zorgen dat de koplopers die er zijn, ook voldoende stimulansen blijven krijgen als men dat niveau dan toch niet optrekt voor alle lidstaten. Dat is eigenlijk een fall-backpositie.

We zien dat de Commissie de cohesiemiddelen, ter waarde van 5,5 miljard euro, en de Horizon 2020-middelen, ter waarde van 650 miljoen euro, ook expliciet wil inzetten voor innovatie in de circulaire economie. Het kan dus ook bijzonder aantrekkelijk worden voor Vlaanderen om die koploperspositie te verstevigen en ervoor te zorgen dat we die innovatie bij ons houden en die middelen naar Vlaanderen kunnen laten vloeien. We zullen in de komende periode verder analyseren welke maatregelen en doelstellingen dan ook expliciet zullen worden aangenomen. We volgen dat dus op de voet. Er is ook het rapport van het Europees Parlement, dat een belangrijke leidraad kan zijn.

U zegt dat het pakket de deur openzet naar minder preventie, hergebruik of recyclage. Dat lijkt me een sterke uitspraak. Wat afvalverbranding betreft, kan ik u zeggen dat we vanuit Vlaanderen in de aanloop naar het nieuwe pakket hebben gepleit voor de afbouw van de verbrandingscapaciteit, via een systeem van heffingen en een verbod zoals we dat ook in Vlaanderen kennen. De Commissie schuift in haar voorstel de recyclagedoelstellingen en een aangepaste financiering naar voren. Tegelijk werd het waste-to-energydossier overgeheveld naar de communicatie over de Energy Union, die we in de loop van 2016 mogen verwachten. De synergie verzekeren tussen die communicatie, de materialenhiërarchie en de cascadeprincipes voor biomassa zal daarbij natuurlijk cruciaal zijn, en al onze aandacht verdienen. In dit pakket kiest de Commissie regelmatig voor het vrijwillig gebruik van economische instrumenten, de uitwisseling van goede praktijken, richtlijnen en ook financiële stimuli. In bepaalde omstandigheden kan dat te verkiezen zijn boven een andere aanpak. We blijven dat echter ook goed opvolgen.

We blijven dat de komende maanden dus goed volgen. We hebben contacten met alle relevante actoren ter zake, om onze standpunten ook goed te onderbouwen. De vertegenwoordigers van de diensten en administraties in kwestie zijn daarbij betrokken. Er is ook het u wel bekende netwerk van het Coördinatiecomité Internationaal Milieubeleid (CCIM), onder leiding van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Dat zal daar een cruciale rol in spelen. Er is ook voorzien in interactie met de sector, via het stakeholdersoverleg. Een eerste overleg zal plaatsvinden op 19 januari, in de schoot van het CCIM. Op 28 januari doen we dan voort, bij het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (vleva).

Ik meen dus dat we dezelfde bezorgdheid hebben, dat we bondgenoten zijn ter zake. We zullen dat goed blijven opvolgen en ervoor zorgen dat onze bezorgdheden ook Europees doorklinken.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Minister, ik denk ook dat we bondgenoten zijn. Ik was ook heel blij met het eerste stuk van uw antwoord, toen u zei dat de analyse inderdaad klopt, dat we nu koploper zijn en ervoor moeten zorgen dat dit niet wordt ondergraven door een eventueel te zwakke ambitie van Europa, dat we onze eigen ambitie groot moeten houden, en eigenlijk de ambitie van heel Europa. Dan kunnen we daar ons concurrentieel voordeel mee doen. Als ik dat juist heb samengevat, dan vond ik dat deel van uw antwoord zeer goed.

Ik vind wel dat u voor de rest heel voorzichtig bent, maar dat zal wellicht ook uw stijl zijn, over het pakket dat door het parlement wordt voorgesteld. Het kan zijn dat dit interessante mogelijkheden bevat. U spreekt zich er echter niet over uit als het erover gaat om daar uw volle steun aan te geven. Ik ben het er op zich mee eens dat men ervoor moet zorgen dat er genoeg stimulansen zijn voor koplopers, maar het verdedigen van de positie van de koplopers mag niet het enige standpunt van Vlaanderen zijn. We moeten er ook voor zorgen dat heel Europa naar een hoger niveau gaat met betrekking tot de circulaire economie. Wat het feit betreft dat er een gevaar schuilt in het opnemen van die waste-to-energy als een volwaardig element van die circulaire economie, ik meen dat we echt moeten proberen om naar een afbouw te gaan.

Ik voel dus dat er sprake is van dezelfde analyse en dezelfde ambitie, maar als het gaat over de instrumenten die het best daarvoor worden ingezet, houdt u zich naar mijn smaak iets te veel op de vlakte.

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

We moeten inderdaad ambitieus zijn in dit dossier, en ik meen dat we dat ook zijn. Er zijn domeinen waarop we minder ambitieus zijn. Europa heeft natuurlijk de taak om binnen de Europese grenzen te bekijken hoe hoog of hoe laag de lat wordt gelegd voor alle andere lidstaten. Ik had het geluk aanwezig te zijn op een Brusselse conferentie van de European Water Association (EWA), waarbij het ging over een ander thema, over drinkwater. Iemand uit Bulgarije kwam daar vertellen dat 70 procent van hun drinkwater verloren gaat door verliezen in het net. Dan begrijp ik Europa ook. Het moet natuurlijk proberen om hen over de streep te halen en stappen vooruit te doen zetten daar waar andere lidstaten, waaronder Vlaanderen en België, over bepaalde thema’s inderdaad al reuzenstappen hebben gezet, waaronder het thema van afval en de recyclage daarvan. Dat mag ons echter niet beletten om het beter te doen dan de lat die Europa vandaag legt. We pleiten er toch ook voor om de knowhow die we vandaag in Vlaanderen hebben, verder uit te breiden. Het kan ook interessant zijn voor Vlaamse bedrijven om die expertise ook naar andere lidstaten te exporteren, en ter zake ook een economische rendabiliteit te creëren. Vlaanderen is klein, maar er zijn nog onontgonnen gebieden. Vandaag bouwt een Vlaamse bedrijf als Waterleau waterzuiveringsinstallaties in Turkije. Er zijn vandaag al heel veel Vlaamse bedrijven die zoiets doen in de hele wereld.

Het principe van de Ladder van Lansink is vandaag algemeen aanvaard. Ook Vlaanderen draagt dat hoog in het vaandel. Wat we kunnen hergebruiken, wat we kunnen recycleren, dat komt op de eerste plaats. De laatste plaats is er natuurlijk voor storten en verbranden. Minister, wat dat betreft, moeten we eindelijk durven klare taal te spreken. Het is een dunne lijn tussen afvalverbranding, energierecuperatie, groenestroomcertificaten en de mogelijkheid om uit dat afval toch nog grondstoffen te recycleren. Vandaag wordt er volgens mijn bescheiden mening inderdaad nog te veel restafval naar afvalverbrandingsovens gevoerd, terwijl er nog nieuwe technologieën en nieuwe middelen bestaan om daar grondstoffen en andere materialen uit te kunnen halen. De discussie over de hoeveelheid afvalverbrandingsovens hebben we in het verleden gevoerd over de stortplaatsen. Hoeveel stortplaatsen heeft Vlaanderen daadwerkelijk nog nodig om datgene te storten waarmee we elders niet terechtkunnen?

Daar is Vlaanderen inderdaad heel ambitieus in geweest. Men heeft bijna alles gesloten behalve voor enkele materialen, onder andere asbest. Vandaag zijn er nieuwe technologieën die zouden kunnen vermijden dat vandaag nog asbest moet worden gestort. Dat moet op langere termijn worden bekeken. U weet allemaal dat men in de politiek zes jaar nodig heeft om een klimaatakkoord af te sluiten. Dergelijke zaken hebben tijd nodig, maar we moeten in dezen ambitieus durven te zijn en kijken waar we naartoe willen op het gebied van afvalverbranding en op andere vlakken.

Er wordt aangegeven dat we ambitieus moeten zijn. Als ik even kijk naar de geschiedenis van deze commissie en alles wat hier al allemaal is ondernomen rond circulaire economie en kringloopeconomie, heeft Vlaanderen in dezen al belangrijke stappen voorwaarts gezet. Minister, ik ga ervan uit dat de weg die u zeer bewust hebt gekozen de afgelopen jaren, zal worden voortgezet. Ik hoop dat we voornamelijk discussie zullen hebben over de manier waarop we die weg zullen afleggen, dan wel over het al dan niet ambitieus genoeg zijn. Als we oprecht kijken naar de weg die we hebben afgelegd, naar de innovatieve technieken die we al mede ondersteund en gestimuleerd hebben, dan hoop ik dat u de kracht voor wat u als minister al hebt afgelegd in de commissie, ook verder in de regering zult hebben om op die weg voort te gaan en te kijken hoe we samen met de andere bevoegdheden die weg verder zullen afleggen. Ik heb begrepen dat u in overleg met minister Muyters in dezen al stappen hebt gezet.

Minister Schauvliege heeft het woord.

We zijn koploper, daar is iedereen het over eens. We zijn ook pionier op heel wat vlakken. We moeten de rest meetrekken in Europa. Daar is geen discussie over. Ik zeg dat we pionier zijn: recent is onze hulp nog ingeroepen om te zien wat men in het Midden-Oosten met zijn afval moet doen. De straten liggen er vol mee en men weet niet wat men ermee moet doen. Men komt onze richting uit. De expertise die we hebben, geeft ons enorme economische troeven.

Specifiek wat de afvalverbranding betreft, hebben wij in het regeerakkoord de heel duidelijke keuze gemaakt, waar ik volledig achter sta, dat we moeten zorgen dat vraag en aanbod in evenwicht is. Dat is ook het beleid dat wij voeren. We zien dat dat vandaag loont. Het is zeker niet zo dat bepaalde stromen die kunnen worden gerecycleerd, en masse naar verbrandingsovens zouden gaan. Het recycleren ontraden, is niet de situatie waarin we vandaag in zitten. We hebben heel goed evenwicht, zelfs een soort tekort. Dat toont dat het beleid op dat vlak loont.

De heer Vanbesien heeft het woord.

Wouter Vanbesien (Groen)

Voorzitter, voor alle duidelijkheid, ik had niet in de eerste plaats een vraag gesteld over de ambitie op Vlaams niveau, maar ik had wel de vraag of die ambitie wordt doorgetrokken naar Europa. Ik ben een beetje in blijde verwachting wat dat betreft omdat er wel gezegd is dat men die ambitie gaat doortrekken, maar ik heb niet gehoord hoe dat concreet gaat gebeuren. Ik vraag me af of er in methodes is voorzien. Ik weet dat er na de Raad van Ministers hier soms een terugkoppeling gebeurt. Kan er rond de meer concrete positionering van Vlaanderen voor het debat op Europees niveau, hier nog een of andere vorm van rapportage of debat plaatsvinden? Het is een procedurele vraag.

In de regeling van de werkzaamheden kunnen we terugkomen op de manier waarop er een opvolging kan zijn omdat we niet standaard een automatische reflectie hebben.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.