U bent hier

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Voorzitter, minister-president, collega’s, mijn vraag om uitleg zit al een tijdje in de pijplijn, maar staat pas nu op de agenda. Toch is het interessant om even terug te komen op de driedaagse gezamenlijke handelsmissie naar Atlanta samen met de Nederlandse premier Rutte. We hebben hierover al van gedachten gewisseld voor de missie van start ging, minister-president. U schetste dan de drieledige doelstelling: het leggen van waardevolle contacten voor de deelnemende Vlaamse bedrijven met Amerikaanse partners met het oog op het afsluiten van contracten, het aantrekken van buitenlandse investeringen en het verdiepen van de contacten met Nederlandse conculega’s.

De keuze voor Atlanta werd gerechtvaardigd door de focus op de sectoren financiële technologie, cyberveiligheid en slimme logistiek. Nederland en Vlaanderen beschouwden die missie als een schot in de roos. Premier Rutte vulde aan door te benadrukken dat de gezamenlijke aanpak een duidelijke meerwaarde heeft, zeker op die terreinen waar Nederland en Vlaanderen samen een merk zijn of er een zouden kunnen uitbouwen. Hij pleit er dan ook voor om Vlaanderen en Nederland in de toekomst, nog sterker dan nu reeds het geval is, als één merk te promoten in het buitenland, letterlijk “om het Vlaams-Nederlandse merk nog veel meer grootsheid te geven”. Die woorden zijn van premier Rutte. Hij liet ook nog verstaan dat het ritme van één gezamenlijke missie om de twee jaar een goed idee is.

Er waren echter enkele kanttekeningen waarover de pers schreef, en die sloegen op het verschil in stijl: de Vlaamse bescheidenheid tegenover de Nederlandse, meer flamboyante, uitbundige aanpak. Of dat allemaal zo zwart-wit is, valt nog te bezien.

Mevrouw Tillekaerts, CEO van Flanders Investment & Trade (FIT) liet optekenen dat Vlamingen niet alleen moeten laten zien dat ze harde werkers zijn, maar dat we ook onze successen meer moeten durven tonen. Iets meer naar buiten durven komen dus. Hier en daar lees je de opmerking dat de Amerikanen niet goed hebben begrepen wat Vlaanderen precies is. Minister-president, ik ben benieuwd naar uw antwoord.

Minister-president, hoe evalueert u deze handelsmissie? Welke resultaten werden geboekt? Hoe staat u tegenover het voorstel van premier Rutte om Vlaanderen en Nederland in het buitenland in de toekomst nog meer als één merk te promoten? Als we het tempo van twee jaar aanhouden, dan duurt het nog wel even, maar zijn er al denkpistes, een timing, een bestemming, een focus? Hoe staat u tegenover de kanttekeningen die werden gemaakt? Is het nodig om op missies als deze bijkomende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat buitenlandse partners een correct beeld hebben van Vlaanderen?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Van Overmeire, de missie naar Atlanta was gericht op drie sectoren: fintech, cybersecurity en smart logistics. Het was een schot in de roos. Ik heb gewezen, ook vooraf, op het interessante aspect van het bezoek aan Atlanta met het oog daarop. Atlanta is ook een toegangspoort tot de Verenigde Staten, zoals wij dat zijn met onze delta. Een tweede Silicon Valley is daar aan het ontstaan, met veel mogelijkheden en ongeveer dezelfde beleidslijn als bij ons, met de triple helix: overheid, ondernemingen en onderzoeksectoren.

Het is een succes geworden omdat er heel veel contacten zijn gelegd en colloquia zijn geweest. Het meest in het oog springende zijn twee memoranda van overeenstemming die zijn ondertekend tussen het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL), het Dutch Institute for Advanced Logistics (Dinalog) en Georgia Tech, en ook tussen Febelfin en Financial Services - Information Sharing and Analysis Center (FS-ISAC). Het ene gaat over logistiek, het andere over financiële technologie.

Daarnaast zijn er heel veel andere contacten geweest, ook twee druk bijgewoonde conferenties over logistiek en IT. Daar werd gewezen op de disrupties die aan het ontstaan zijn in de bankensector, Google dat bankier wordt enzovoort. Dat heeft een implicatie op onze klassieke banken die er ook bij waren. Hoe bereid je je daarop voor? Hoe ga je daarmee om? Dat is een realiteit van vandaag. We hebben ook enkele bedrijven bezocht, bijvoorbeeld Coca-Cola en UPS. De Business Reception & Trade and Investment Dinner was een succes.

Acht Vlaamse bedrijven hebben na de missie al gezegd dat zij concrete contacten hebben kunnen leggen, variërend van interessante contacten tot leads. Dat is een bemoedigend eerste resultaat als je het aantal deelnemers ziet. Uiteraard waren er ook heel wat intensieve contacten en uitwisselingen tussen Nederlandse en Vlaamse ondernemingen. Zo is er ondertussen een samenwerkingsovereenkomst in de maak tussen Explore en Holland Fintech, dat tot doel heeft financiële innovatie te stimuleren, met aandacht voor het optimaliseren van de financiële infrastructuur en groei van de sector, tewerkstelling en het ontwikkelen van competitieve voordelen in het domein van de fintech. Tot slot werden ook de banden aangehaald met investeerders in Vlaanderen. We maken altijd van de gelegenheid gebruik om de topbedrijven uit de streek te ontmoeten en uit te nodigen. Dat is ook deze keer gebeurd.

Bij het in de toekomst verder promoten van Vlaanderen en Nederland, zijn we conculega’s. Ik heb die term gelanceerd en Mark Rutte heeft het overgenomen. Dit gaat over cobranding. Dat zijn we aan het uitwerken in ons merkbeleid. In essentie gaat het erom dat je naar buiten komt met twee niet-concurrerende merken die elkaar kunnen versterken. Ik heb in de commissie al het voorbeeld gegeven dat ik dat bijvoorbeeld in de ‘food’ niet doenbaar zie. Het zijn twee bikkelharde concurrerende sectoren in Europa. Het zou niet doenbaar zijn om met die twee naar het buitenland te gaan. Hier hadden we er allebei belang bij en was de ‘concreatie’ belangrijk. Dan kom je tot een koppeling van merken, tot merkassociaties. Dat leidt tot een betere zichtbaarheid. In dit geval heeft het jongere merk Flanders er belang bij om zich aan het Hollandmerk te linken, maar het was allemaal op basis van gelijkwaardigheid. Het agentschap volgt de optie om verdere cobranding van Vlaanderen en Nederland te onderzoeken. Als we samen naar het buitenland gaan, is het zaak om daar ook aandacht voor te hebben dat we conculega's zijn en dat we niet de klemtoon leggen op het concurrentiële aspect, want dan zal het heel moeilijk lukken.

Er zijn nog geen concrete plannen voor een volgende missie. Wel gaan we ook aan cobranding doen. FIT is daar ook bij betrokken. In 2016 op de Frankfurter Buchmesse zijn we gezamenlijk gastland. Dat ligt in de culturele sfeer. We gaan daarvan gebruik maken om in de Duitse steden, ook buiten Frankfurt, aan culturele diplomatie te doen op dat ogenblik. We gaan dat ook doen in Nordrhein-Westfalen, waar we gisteren waren met de Vlaamse Regering. Daar is natuurlijk ook een commercieel aspect aan verbonden om onze uitgeverswereld daar een forum te geven. Er komt ook een heel grote commerciële stand. Dat is een mooi voorbeeld van cobranding, waar we er gezamenlijk belang bij hebben om samen op te treden.

Het is uiteraard belangrijk dat buitenlandse partners een correct beeld krijgen van Vlaanderen. We doen dat door werk te maken van ons beeld en in de markt te zetten wat we zijn, namelijk state of the art. In de eerste plaats scoor je goed in het buitenland door kwaliteit te leveren en mensen mee te hebben die sterk staan in de sector, die innovatief zijn, die kwaliteit aanbieden en professioneel zijn. We maken altijd de band met onze onderzoeksinstellingen, waar we heel vaak in de top staan van de evoluties en de professionaliteit van de dienstverlening. Wat Vlaanderen betreft brengen we heel duidelijk onze bevoegdheden naar voren.

We doen dat op seminaries. In dit geval was het altijd zo dat er een evenwicht was tussen Vlaanderen en Nederland, een Vlaamse spreker en een Nederlandse spreker, wat de pers daar ook over geschreven heeft. Er was een strikte pariteit. Collega Rutte en ik hebben elkaar afgewisseld in het inleiden van de events. Op het eerste seminarie waren het de – zacht uitgedrukt – iets extravertere Nederlanders die spontaan opstonden in de zaal, spontaan commentaar gaven, spontaan met statements kwamen, terwijl het begrijpelijkerwijze iets langer duurde voor er Vlamingen naar buiten kwamen. Dat doet niets af van de kwaliteit en wat we presteren. Ik heb ook cijfers gegeven over onze export naar de Verenigde Staten en Atlanta.

Ook in de lokale media was er interesse. Er waren bijdragen in de Real Times Media, de Atlanta Daily World, PR Newswire, Global Atlanta Northwest Georgia News en andere. We hebben een ‘commemoration ceremony’ gehouden op Georgia State Capitol met de gouverneur, de heer Deal, waarbij zijn echtgenote, Mrs. Deal, ‘In Flanders Fields’ gedeclameerd heeft. Het was een Vlaamse dag met exposure in de media. Dat heeft er allemaal voor gezorgd dat we naast de essentie van de zaak, zijnde onze bedrijven handelscontacten te laten leggen en proberen markten te veroveren en contracten te laten sluiten, er ook een goede zorg is geweest voor de promotie, en met resultaat.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire (N-VA)

Minister-president, dank u wel voor de toelichting en de precisering. Het is belangrijk dat we onze sectoren zorgvuldig moeten kiezen. Wanneer ik daar met ondernemers over praat, krijg je de dubbele reactie, enerzijds dat het opportuniteiten zijn, en anderzijds: ‘ben je gek, je neemt je grootste concurrenten mee’. Wat je ook doet, je moet net die sectoren kiezen waar de meerwaarde manifest is.

Wat de kritische opmerkingen betreft, dank ik u voor de uitleg. Je moet dat ook wel wat relativeren. Uw gesprekspartners zijn niet de eersten de besten. Ook al gaan die niet naar huis met alle details over de Belgische staatsstructuur, neem ik wel aan dat ze de essentie van de boodschap telkens mee hebben.

Ik wil nog een laatste opmerking maken. Ik heb die opmerking ook gemaakt bij de bespreking van de beleidsbrief. Ik vind het een beetje vreemd dat de gemeenschappelijke handelsmissie zo vlot wordt opgezet, terwijl als Vlaanderen, Wallonië en Brussel er samen op uittrekken, er een hele structuur en omkadering moet worden opgezet. Wanneer Vlaanderen en Nederland op missie gaan, dan zie ik die overheidsstructuur niet. Ik verwijs nogmaals naar het agentschap. Dat stemt ons natuurlijk tot nadenken. Ik weet niet of u daar nog verder op wilt ingaan. Hoe gaat die praktische voorbereiding concreet?

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Mijnheer Van Overmeire, bedankt voor uw vraag. Uw vraagstelling en het antwoord van de minister maken me duidelijk dat het toch allemaal niet zo vlot verloopt als we dachten. U verwijst naar de flamboyante Hollanders. Uiteraard is kwaliteit heel belangrijk en kwaliteit en sereniteit zullen het meestal wel halen. Los van de sfeer of van wat u hebt ondervonden, minister, ben ik in één zaak sterk geïnteresseerd, namelijk welke contacten er gelegd zijn en welke contracten er gesloten zijn. Met hoeveel contracten zijn de Hollanders naar huis gekomen en met hoeveel contracten zijn onze Vlamingen naar huis gekomen? Of welke contacten zijn er gelegd die aanleiding kunnen geven tot contracten? Samenwerking is goed, de kosten drukken en zich samen verkopen is goed, maar het mag er geen aanleiding toe geven dat onze kwaliteitsvolle Vlaamse ondernemers de ondersteuning bieden voor de flamboyante Hollanders. Dat zijn uw woorden, of de bewoordingen of vaststellingen die u uit de krant hebt gehaald.

Minister-president, u zegt dat we met onze concurrenten natuurlijk niet over alles samen handelsmissies organiseren. U gaf als voorbeeld de foodsector. Ik vraag me af met wie we de handelsmissies met betrekking tot onze voedselsector gaan organiseren.

Ten tweede, u zegt dat de sfeer goed zat. Hoe staat het contractueel? Dit is een handelsmissie. Dit is geen culturele diplomatie of geen toerisme. Ik ben geïnteresseerd in cijfers. Kunt u mij die geven? Als u dat niet kunt, begrijp ik dat en zal ik daar een schriftelijke vraag over stellen.

Ten derde, over de verschillen tussen Nederlanders versus Belgen. Dit was een duidelijke keuze van de regering om niet meer met de prinselijke missies mee te gaan. Mijn vraag is: zijn er nu meer deuren opengegaan dan met de prinselijke missies? Uw FIT-agent zal dat wel weten. Welke deuren zijn wel opengegaan? Welke niet?

Ik wil ook terugkomen op de laatste vraag van collega Van Overmeire. U zegt: het valt me op hoe vlot we de samenwerking en de gezamenlijke handelsmissies met Nederland kunnen organiseren. Met Wallonië en Brussel zijn er veel meer structuren. In alle eerlijkheid, ik ken het niet. Welke structuren zijn er? Dat is een oprechte vraag, minister-president, u mag het me straks ook uitleggen. Ik wil dat weten. Over welke problemen met Wallonië hebt u het? Wat gaat er met Wallonië veel minder vlot in vergelijking dan met Nederland? Minister-president, het is aan u om daarop te antwoorden.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Turan, u doet zich voor als een valse trage. Dat u nog nooit hebt gehoord van het Agentschap voor Buitenlandse Handel … we hebben zeker al zeker tien keer over die structuur gesproken. Nu zegt u: 'ik ken het niet, leg het me eens uit.' Excuseer, ik ga dat niet doen, want u weet dat natuurlijk wel. U hoeft geen schriftelijke vraag te stellen over de werking van het agentschap, over hoe we daaraan zullen bijdragen. We hebben niet gezegd dat we niet meer meegaan met prinselijke missies. Dat weet u ook. We hebben het gehalveerd. Nu vraagt u hoe de samenwerking gebeurt. (Opmerkingen van Güler Turan)

Als u mij een schriftelijke vraag wil stellen over de contacten en de leads, zal ik u verwijzen naar het bondige antwoord dat ik daarstraks heb gegeven. Ik heb u exact gezegd wat nog maar drie maand na de missie bij ons de gegevens zijn over de leads en de contacten van onze bedrijven. Op de Nederlandse contacten heb ik geen kijk en daar heb ik ook geen weet van. Ik heb u ook gezegd dat er Vlaams-Nederlandse contacten zijn, dat er samenwerkingsverbanden in de maak zijn. Wat mij betreft, is dat dus een positieve missie.

Over food hoeft u zich geen zorgen te maken. We zijn mans en vrouws genoeg om dat zelf te organiseren. Het is niet omdat we al twee gezamenlijke missies achter de rug hebben, een met Kris Peeters en een met mezelf, dat we plotseling gaan stoppen met zelf onze handelsmissies te doen. Voor food zijn we heel goed bezig, op alle vlakken. Ik zie op het terrein ook een heel goede samenwerking met de Walen. Ik heb er inderdaad geen structuren voor nodig, collega. Ik ben, improviserend, gaan speechen voor de Waalse bedrijven, toen we samen waren op SIAL, geloof ik. Ook in China ben ik in hun café gegaan. Die contacten zijn zeer goed en die mensen appreciëren dat ook heel sterk. Ik zie geen probleem om gezamenlijk op uitstap te gaan. Als u dat ziet in puur concurrentiële termen, dan bent u verkeerd, collega Turan, want ook de Vlaamse bedrijven zijn onderling concurrent. Anders kan er maar één mee per sector. Dat doen we niet. Dan mag er nog één IT-bedrijf in de financiële sector en één bank mee. Straks mag uit de voedingssector nog maar één diepvriessector meegaan. Zo zit dat niet. Zij zijn ook onderling concurrent of conculega, zo u wil. Alleen zeg ik dat in bepaalde sectoren Vlaanderen-Nederland al zeer gevoelig zou zijn om dat te doen. Daar moet je verstandig mee omgaan. Op elke handelsmissie zijn ook Vlaamse, Waalse en Brusselse bedrijven gericht op dezelfde markten. Je ziet dat ook na die seminaries. Ze gaan van tafel tot tafel. Soms passeren ze met drie, vier of vijf na elkaar bij dezelfde potentiële contractant. Dat is dan elk voor zich om de diensten aan te prijzen of om contacten te leggen.

Tijdens zulke missies worden geen contracten gesloten. Wat wel gebeurt, is de consecratie van maanden of jaren voorbereiding, waarbij dat momentum wordt gekozen om een contract te ondertekenen. Het is immers evident dat de contracten, die soms een half boek beslaan, niet ter plekke tot stand zijn gekomen.

Güler Turan (sp·a)

Minister-president, ik heb geen antwoord gekregen. In alle eerlijkheid, uw reactie stelt mij erg teleur. U hebt een soep gemaakt van de vier bijkomende vragen die ik heb gesteld.

U zegt al te hebben geantwoord, maar u hebt vandaag niet goed geluisterd naar de vragen. Ik zal ze dan ook niet herhalen, maar schriftelijk voorleggen. Ik heb niet gevraagd hoe het zit met prinselijke missies. Met Nederland kan het blijkbaar wel, maar niet met Brussel en Wallonië. Dat is uw keuze, maar trek mijn vragen niet in het belachelijke en haal ze niet door elkaar.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Turan, als u beweert dat wij niet samen met Brussel en Wallonië op missie gaan, dan negeert u de feiten. Dat doen we namelijk wel.

U kent de rapporten en u weet wat we doen. De vraag van de heer Van Overmeire strekt ertoe te vernemen of er daarvoor een structuur bestaat en of dat noodzakelijk is. U pikte op een totaal verkeerde manier op die vraag in.

U deelt mee niet meer mee te gaan op prinselijke missies. Quod non.

U hebt gevraagd naar de contracten en contacten van die missies. Ik heb het exacte cijfer gegeven van het aantal leads en contacten na drie maanden. Als u een schriftelijke vraag indient over deze leads en contacten tot nu toe – het gaat nu eenmaal om een ongoing process – moet ik verwijzen naar het antwoord dat ik nu heb gegeven. De vraag is wie er niet luistert.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.