U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Ik stel mijn vraag naar aanleiding van een artikel in De Tijd met als titel ‘Vlaming investeert nog te weinig in energiebesparing’. We stellen vast dat 94 procent van de Vlamingen veel belang hecht aan energiebesparing, maar dat leidt niet onmiddellijk tot actie. Als we rekening houden met de ambities die we tegen 2020 gerealiseerd willen zien en met de discussies over het klimaat en de doelstellingen die we in dat verband willen halen rond hernieuwbare energie, lijkt dit alles ook sterk gerelateerd aan energie-efficiëntie en aan het primair energieverbruik. Laten we uitgaan van een doelstelling inzake hernieuwbare energie van 10,5 procent, zoals de minister voor vrijdag steeds vooropstelde. Als we dan rekening houden met de stand van de wetenschap en de bestaande technische mogelijkheden, moeten we 18 procent minder energie verbruiken. Alles wordt procentueel uitgedrukt, niet in absolute getallen. Dat onderschatten mensen soms.

Er zijn plannen om de komende vijf jaar een en ander te doen op dit stuk, maar volgens mij zal men toch nog een tandje bij moeten steken. Minister, wat gaat u nog doen om de burgers, de kmo’s, de bedrijven aan te zetten om actief iets te ondernemen voor meer energie-efficiëntie?

We stellen vast dat er nog werk is om bestaande initiatieven zoals de Vlaamse energielening, premies van de distributienetbeheerder voor energiebesparende investeringen, of het bezoeken van de website energiesparen.be beter bekend te maken bij de burgers. Onbekend maakt onbemind. Een goede communicatie is een eerste stap naar verdere sensibilisering. Wat zult u daarvoor ondernemen?

Vorige week gaf u duidelijkheid over de timing van de hervorming van de REG-premies. Over de belastingvermindering van het dakisolatieprogramma is er echter nog onduidelijkheid. Blijft deze ook gelden tot 1 juli 2016 of worden deze alsnog voor eind dit jaar hervormd?

De voorzitter

Mevrouw Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Het Vlaams energiebeleid steunt op verschillende pijlers. Enerzijds plan ik, zoals bekend, op korte termijn een hervorming van de energiepremies om de investeringsbereidheid te versnellen. Een duidelijk afbouwscenario van een aantal energiepremies zal de urgentie om werk te maken van energiebesparende investeringen nog meer benadrukken. Als we bekijken hoe het gebouwenpark de laatste tien jaar geëvolueerd is, hebben we niettemin al een lange weg afgelegd. Anno 2005 bijvoorbeeld had 33 procent van de Vlaamse woningen totaal geen dakisolatie, had 35 procent nog enkel glas, en van de woningen met een cv-ketel op aardgas was slechts 35 procent uitgerust met een hoogrendementsketel. Bij stookoliegebruikers was dit zelfs maar 21 procent. Ondertussen is het aantal woningen zonder dakisolatie gedaald naar 18 procent, de aanwezigheid van enkel glas beperkt tot 1 woning op 10. Van de woningen met een cv-ketel op aardgas is al 75 procent uitgerust met een hoogrendementsketel, maar bij stookoliegebruikers is dit nog maar 41 procent.

U merkt de sterke stijgingen of dalingen, telkens in de positieve richting, van de  percentages op tien jaar tijd. Er is dus al een lange weg afgelegd, maar zoals dat dikwijls het geval is, zijn we er nog niet en wegen de laatste loodjes het zwaarst. Er wordt immers altijd gestart met de mensen en de huizen die het makkelijkst te bereiken zijn.

Investeren in dakisolatie blijft zeker de prioriteit de volgende jaren. Het aantal woningen zonder dakisolatie moeten we op zo kort mogelijke tijd onder de 10 procent krijgen. Daar zitten nog heel wat platte daken bij, daken van appartementen, daken zonder onderdak, daken van woningen die eigenlijk nood hebben aan een grondige renovatie.

Een tweede pijler is de communicatie, waarbij onder meer de minimale dakisolatienorm nog meer aan bod zal komen. De communicatie zal verder ook focussen op comfortverbetering, energiebesparing, premies en waardevastheid van de woning. Zo blijkt inzetten op ‘relighting’ een zeer voordelige investering te zijn, hier zijn voor particulieren geen extra premies noodzakelijk.

Verder zullen we de komende jaren bijkomend meer werk maken van een wijkgerichte aanpak. Wie er op eigen initiatief niet in slaagt om zijn dak te isoleren, zullen we trachten te motiveren via begeleiding en ondersteuning.

Met de energielening zijn we zeker op de goede weg. De lening werd pas begin 2015 gelanceerd, en we zien dat ze al vrij goed bekend is. De energiepremies van de energiedistributienetbeheerders zijn nog te weinig bekend. Daar zullen we door de hervorming van het premieaanbod opnieuw meer de focus op moeten leggen. Het heeft geen zin om premies te hebben als mensen de weg ernaartoe niet vinden.

De website energiesparen.be kent de laatste zes jaar een zeer stabiel gebruiksprofiel van jaarlijks ongeveer 1,2 miljoen gebruikers. Ik merk op dat vooral op het ogenblik dat er veel wijzigt qua premieaanbod, de website meer bezoekers trekt. De premiewijzigingen zullen dus ook hier ongetwijfeld voor meer websitebezoek en ook tot meer energiebesparende investeringen leiden. Inzake communicatie steek ik ook de hand uit naar de professionelen in de bouwsector. Zij zijn in eerste instantie het aanspreekpunt voor de burger die energiebesparende investeringen overweegt. We verwachten van hen dat ze snel alle correcte informatie aanbieden aan hun klanten en hen zo vlot mogelijk op weg helpen om de premies ook effectief aan te vragen.

De belastingvermindering voor dakisolatie blijft nog minstens ongewijzigd tot eind 2016. Tijdens de begrotingsbesprekingen over twee weken zult u merken dat in het budget van de energieleningen, die werden opgetrokken van 15 miljoen euro in 2015 tot 30 miljoen euro, een extra verhoging met 25 miljoen euro zal zitten vanaf 2016. We merken dat het voor mensen een heel laagdrempelige manier is om toch investeringen in energie-efficiëntie te doen. Waar er federaal nog een onderbenutting was, niet al het geld van de energielening werd dus opgebruikt, zitten wij op één jaar tijd al met een verdubbeling en komt er volgend jaar nog eens 25 miljoen euro bij. We merken immers dat er een duidelijke nood is op de markt: mensen willen daarvoor niet naar een bank gaan, maar willen bij de overheid aankloppen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Hebt u een verklaring voor wat in het rapport staat van het Vlaams Energieagentschap (VEA), dat blijkbaar georganiseerd is door TNS? We gaan erop achteruit in vergelijking met 2013. In 2013 wist 70 procent van de mensen dat er premies waren, nu slechts 53 procent. Verder staat ook hoeveel procent van die mensen de premies dan ook gebruiken. Nadat ik de vermenigvuldiging van de twee heb gedaan, kom ik uit op 30 procent die in 2013 een premie heeft aangevraagd en 20 procent in 2015. Ik weet ook niet welke conclusie we daaruit moeten trekken. Komt dit doordat ze toch nog te weinig gekend zijn? Denken de mensen dat de premies eindig zijn? Of vinden de mensen dat het energieverbruik wat gedaald is tegenover voorgaande jaren waardoor ze minder inspanningen menen te moeten doen? Ik weet het niet, maar hebt u hierop een nuttig antwoord?

Als ik het goed begrijp, zult u de belastingvermindering voor de dakisolatie nog toepassen voor het gehele jaar 2016? En daarna zult u nog zien.

Dat is mijn vraag, minister: nog zeker tot eind 2016? 

Minister Annemie Turtelboom

Ja.

De voorzitter

De heer Danen heeft het woord.

De kwestie van de energiebesparing is hier al vaker de revue gepasseerd en dat zal de komende maanden en jaren niet anders zijn. Er zijn zeker goede dingen gebeurd, dat zal ik niet ontkennen, maar ik mis toch voor een stuk een gecoördineerde aanpak. Vaak hebben mensen wel de intentie om aan energiebesparing te doen, maar weten ze niet goed waar te beginnen. Ze zouden eigenlijk al een idee moeten hebben en daarvoor zouden ze terecht moeten kunnen bij een instantie, een organisatie, een overheidsinstelling. Ik mis die gecoördineerde aanpak zeker bij de sociaal kwetsbaren. Ik zie nog heel veel verspilling, niet omdat die mensen willen verspillen, maar vaak omdat ze niet weten van welk hout pijlen maken op het vlak van de energiebesparing.

U merkte terecht op, minister, dat het laaghangend fruit al weg is. Dingen die makkelijk te doen zijn, zullen al gebeurd zijn. De uitdaging is nu om het hooghangend fruit, de moeilijkere dossiers, aan te pakken. Ik zie niet echt veel evolutie als we op deze manier verder gaan. Hoe gaat u dat doen? Ik weet dat u een initiatief hebt genomen. U hebt ook heel veel dingen aangekondigd, maar ik zie weinig vooruitgang.

Mijn volgende vraag is misschien wat delicater, maar ik stel ze toch. In het Klimaatfonds zit er heel wat geld. Ik begrijp dat het moeilijk is om aan dat geld te komen. Ik begrijp ook dat een aantal middelen gereserveerd zijn om grote bedrijven te helpen om ‘aan energiebesparing te doen’. Maar ook elk kilowattuur dat gewone burgers uitsparen, is natuurlijk een even belangrijk kilowattuur. Ik zou daarom willen voorstellen om meer middelen uit het Klimaatfonds aan te wenden om aan energiebesparing te doen.

U zegt dat u in 25 miljoen euro extra zult voorzien voor de energielening. Ik steun dat natuurlijk wel, maar in de begroting en de budgetten zie ik heel weinig geld voor al de rest, voor andere zaken die tot energiebesparing zullen leiden. Deze discussie zullen we de komende weken en maanden ten gronde voeren. Ik zal er nu niet dieper op ingaan, maar ik wil er u al op wijzen dat ik dat dan wel zal doen.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, de minister levert op verschillende sporen heel goed werk. De richting van het beleid, namelijk samenwerken met partners, is ook goed. De minister verwees onder meer naar mensen uit de bouwsector.

Het lijkt mij ook heel nuttig, minister, om te bekijken wat er samen met lokale besturen kan gebeuren. U werkt samen met de netbeheerders voor de uitvoering van het REG-beleid. En u werkt onrechtstreeks samen met de lokale besturen via de energielening, maar de lokale besturen zijn het loket dat het dichtste bij de bevolking staat. Voor bouwvergunningen en dergelijke gaan de mensen ook eerst langs bij de lokale besturen. Ik denk dat we dat loket momenteel nog wat onderbenutten. Ik denk dat we ons beleid inzake energiebesparing op die manier zouden kunnen versterken.

In het verleden was het zo, en dat gebeurt in sommige gemeenten nog altijd, dat er nog gemeentelijke premies werden uitgedeeld bovenop de Vlaamse premies via de netbeheerder en bovenop de belastingverminderingen. Dat lijkt me een weinig nuttige invulling van de gemeentelijke bevoegdheden, maar de gemeente als loket, als communicatiekanaal, is wel heel belangrijk om mensen te bereiken die we vandaag nog te weinig bereiken met onze beleidsmaatregelen.

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

We merken inderdaad dat de aanvragen voor een aantal premies afnemen. Sociologen zeggen altijd dat dat te maken heeft met de gewenning. Op een bepaald ogenblik treedt die gewenning op. Omdat de premie altijd dezelfde is, wordt er minder over gecommuniceerd en wordt die minder bekend.

We hebben het al vaker in de commissie over de energieleningen gehad. Ik heb al een paar keer gezegd dat ik daar bewust heel veel over spreek, gewoon om de lening onder de aandacht te brengen en in de aandacht te houden, en om op die manier te zorgen voor een communicatie met de burgers.

Mijnheer Bothuyne, ik vind uw suggestie om de lokale besturen hier meer bij te betrekken zeer terecht. We moeten dat bij de premies doen. Bij de leningen doen we dat ook. Maar daar is het nog net het niveau erboven. Vaak gebeurt het via een intercommunale, die zes, zeven of tien gemeenten ordent. Het beste zou zijn om het aan het loket van het gemeentehuis te krijgen. We denken daarover na. Hoe zullen we, als de premie hervormd zal zijn, onze communicatie naar burgemeesters en schepenen verduidelijken en pakketten aanbieden waarmee zij hun burgers kunnen informeren? Het gaat om een vorm van dienstverlening van de lokale overheid naar de burgers.

We merken het bij de premies. Wanneer wordt de website van het VEA aangeklikt? Ofwel als het gaat over energie sparen, ofwel als er een hervorming is, ofwel als het ergens in de media is gekomen. Als er een communicatie gebeurt over de premies, zien wij bij manier van spreken zes maanden later bij de aanvraag van de premies een effect. Er is een heel duidelijk verband tussen beide. Maar we merken dat de communicatie over de premies nog te weinig bekend is.

En er is ook de gewenning. Te weinig bekend en de gewenning: op die twee moeten we werken. De premies zijn er. Ze geven goede rendementen, ook voor de mensen, en ze geven een veel hogere levenskwaliteit. We merken dat er knopen zitten bij de ontzorging. Daar kunnen de lokale besturen echt bij helpen.

Wat de kwetsbare groepen betreft, weet u dat wij bezig zijn met een energiearmoedeplan. Dat zou eind dit jaar klaar moeten zijn. Daarin zullen een aantal maatregelen zitten. Ondertussen hebben we al een aantal zaken gedaan. Er zijn de energieleningen voor kwetsbare groepen, die aan 0 procent lenen. We hebben daarin de huishoudelijke toestellen met een zuinig verbruik opgenomen. Met de energiesnoeiers hebben we ervoor gezorgd dat ze meer zelf het materiaal zullen plaatsen. Op die manier hebben we niet alleen maatregelen op papier, maar ook daden.

Voor de kwetsbare groepen hebben we dus al een aantal zaken gedaan, maar ik ben ervan overtuigd dat we daarin zeker nog meer moeten doen. Voor hen is het percentage van de energiefactuur in de rekening veel groter. Daarom hebben we bij de heffing een categorie 25 euro ingevoerd. Het is de eerste keer dat we in Vlaanderen een extra korting geven voor de kwetsbare groepen. Dat is een heel bewuste keuze. Het gaat om 11 procent van de gezinnen. Op die manier worden zij geholpen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, dank u voor het antwoord. De gewenning speelt daarin zeker een rol. We zien dat het aantal premieaanvragen vorig jaar gedaald is in vergelijking met het jaar daarvoor. Soms zegt de bevolking dat we niet altijd te veel moeten willen veranderen. Maar misschien moeten we af en toe toch eens wat meer veranderen. Daardoor zullen de mensen die gewenning niet hebben. Ik hoop ook dat het een aanleiding kan zijn om ons eens af te vragen of een aantal premies die nu worden gegeven voor een aantal items nog nuttig zijn en of andere premies misschien beter kunnen. Die discussie wil ik ook graag openen.

Het idee van de heer Bothuyne is zeer terecht. We kunnen zelfs een stap verder gaan. Heel wat OCMW’s hebben een cel Energie. De mensen die naar het OCMW komen, kunnen daar hun specifieke vragen stellen. Je zou die cellen daar ook in kunnen betrekken, om zo te komen tot een soort uniek loket, een energiepunt in de gemeente, waar dan niet alleen de Vlaamse energielening op een IT-vriendelijke manier wordt gepromoot of afgehandeld, maar waar ook de energiepremies kunnen worden afgehandeld. Als je de aanvraag rechtstreeks bij de DNB zou indienen, of al over de gemeente met dezelfde formulieren, kan dit IT-matig geen probleem zijn.

Ik blijf erbij dat we nog meer zullen moeten communiceren. We hebben er het afgelopen jaar enorm veel over gepraat in de commissie. Maar de cijfers die uitwijzen dat we erop achteruitgaan, hebben mij toch verrast.

Minister Annemie Turtelboom

Daarom zijn we met de hervorming bezig. U zegt dat we ons moeten afvragen of bepaalde categorieën er nog moeten in blijven en of we meer moeten inzetten op totaalrenovatie omdat daar een nood aan is, om mensen op die manier veel meer een totaalpakket te kunnen aanbieden. Ook over de communicatie zijn we het eens. Daarom zijn we inderdaad met die hervorming bezig. Niet alles daalt. Bepaalde premies, zoals de combipremies, bevinden zich duidelijk in een stijgende lijn.

U hebt gelijk, de daling is heel klein. Maar een gewenning is voelbaar. We moeten de markt opnieuw een push geven. We moeten veel meer inzetten op de stijging van het comfort en de woonkwaliteit die er het gevolg van zijn. Uiteraard is er de factuur, maar er is ook de woonkwaliteit. We merken dat dat een van de zaken is die de mensen vaak nog belangrijker vinden dan de factuur zelf.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.