U bent hier

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Enige tijd geleden werd een nieuw afschakelplan aangekondigd. Iedereen kent het intussen: om een black-out te vermijden, zullen we streven naar een georganiseerde brown-out. Men heeft geprobeerd om een vermogen van 5000 megawatt voor piekverbruik tijdens de winterperiode te waarborgen. Bij het afschakelplan worden een aantal hoogspanningsposten in een bepaalde schijf afgeschakeld.

Rekening houdend met de opmerkingen werd in 2015 het bestaande afschakelplan aangepast. Er waren toen zeker in de regio van de Gentse haven discussies, maar er waren nog een aantal andere discussies. Men is dan overgeschakeld van zes naar acht zones of schijven, telkens voor ongeveer 500 tot 750 megawatt.

Ik denk dat die aanpassingen, waardoor men werkt met kleinere zones, goed zijn. Maar we krijgen toch verontrustende signalen van verschillende productiesites. Het gaat vooral om sites met een continu productieproces die vorig jaar niet in het afschakelplan waren opgenomen. Op de website van de FOD Economie stond duidelijk aangegeven dat deze sites voor verandering vatbaar zijn. Uiteindelijk zijn het altijd de ministers die, op basis van de omstandigheden, beslissen wanneer en volgens welke modaliteiten de afschakeling gebeurt.

Ik verneem, minister, dat u mee aanduidt wat de kritieke infrastructuur is. Welke criteria worden gehanteerd? Welke impact heeft het op het afschakelplan als er productiesites nu wel in het afschakelplan zitten terwijl ze er vorig jaar niet in zaten, en die productiesites zeggen nu dat het voor hen wel degelijk een probleem is, want als ze worden afgeschakeld, is dat niet voor slechts twee uur maar moeten ze een volledige ‘shutdown’ doen om dan weer herop te starten? Met welke criteria werd er gewerkt?

Het ministerieel besluit over het afschakelplan stelt dat de bevoorrading van industriële productieprocessen een hogere prioriteit geniet dan de bevoorrading van rurale gebieden. Sommige bedrijven waren daarenboven eerst uitgestoten uit het afschakelplan, maar worden nu opnieuw opgenomen. Wat kunnen bedrijven met een continu productieproces ondernemen om niet te worden opgenomen in het nieuwe afschakelplan?

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Het afschakelplan werd inderdaad in de voorbije maanden aangepast en het koninklijk besluit en ministerieel besluit hierover werden besproken op het Overlegcomité van 16 september jongstleden. Het ministerieel besluit is momenteel nog voor advies bij de Raad van State en dus nog niet ondertekend of van kracht. Dit wordt wel voor de volgende weken verwacht.

Het afschakelplan geeft een belangrijke rol aan de ministers van Economie en Energie. Ik wijs er wel op dat het hier om de federale ministers gaat. De bevoorradingszekerheid inzake elektriciteit is immers een federale bevoegdheid. Wel is het zo dat de gewesten, en dus ook Vlaanderen, betrokken zijn geweest bij het evalueren en aanpassen van het afschakelplan. Dat gebeurde op onze vraag. Herinner u de gesprekken die we hierover in de commissie hebben gehad vorig jaar, waarbij ikzelf ook heb gezegd een aantal zaken te willen aankaarten. Een aantal zaken die belangrijk zijn voor Vlaanderen, moesten worden aangepast.

In het algemeen werden voor de update van het afschakelplan de afschakelbare hoogspanningsstations in elke schijf opnieuw bepaald. Daarbij werd bijzondere aandacht geschonken aan het wettelijke principe van de proportionaliteit ten opzichte van het verbruik van de diverse elektriciteitszones. Er werd ook voor gezorgd dat de impact op de bevoorrading zo veel mogelijk wordt beperkt in stadscentra van gemeenten met meer dan 50.000 inwoners, provinciehoofdplaatsen, commerciële luchthavens of havens. Zoals in de wetgeving is voorzien, stond het principe van de ‘zo beperkt mogelijke gevolgen’ in alle besprekingen centraal. Zo werd bepaald welke types verbruikers als eerste worden afgesloten, namelijk de landelijke gebieden, die de dunst bevolkte gebieden zijn met de minste verkeerslichten, liften enzovoort, en welke types verbruikers in geval van een afschakeling met voorrang bevoorraad moeten blijven. Dan gaat het vooral over de ziekenhuizen en de hulpdiensten 100, 101 en 112.

Door de gehanteerde criteria en door het verwijderen van twee hoogspanningsposten uit het Gentse havengebied is het aantal bedrijven in afschakelzones relatief beperkt kunnen blijven. Het is echter onmogelijk om alle individuele bedrijven te vrijwaren van opname in het afschakelplan. Ik wijs erop dat bedrijven met een continu proces steeds berekend moeten zijn op eventuele stroomonderbrekingen, ongeacht of ze in een afschakelzone liggen of niet. Hoewel de kans op stroomonderbrekingen in Vlaanderen gelukkig beperkt is, wat ook blijkt uit de vergelijking van de cijfers met betrekking tot stroomonderbrekingen van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) in een Europese context, zijn die onderbrekingen natuurlijk nooit uit te sluiten. De analyse van de VREG geeft echter aan dat dit bij ons eigenlijk bijzonder beperkt is, als je dat vergelijkt met de andere Europese landen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Er zijn toch wel een paar dingen waardoor ik nog meer verontrust ben dan voor ik de vraag stelde. Ik ben blij dat u zegt als gewestminister een beetje invloed te kunnen hebben op de ter zake bevoegde federale minister, maar ik zou hopen dat u daar veel invloed op hebt. Een brown-out in rurale gebieden is immers iets anders dan een brown-out in industriegebieden. Ik hoop dus dat u daar echt veel invloed op hebt.

Vorig jaar hebben we allebei deelgenomen aan een debatronde in Aalter. Er was toen een parameter die altijd terugkwam met betrekking tot brown-outs, namelijk de bedrijfszekerheid. Voor buitenlandse investeerders die overwegen in Vlaanderen te investeren, zijn een aantal parameters zeer belangrijk, zoals de loonkosten, maar ook de energiekosten en het feit dat het aantal stroomonderbrekingen tot op heden heel beperkt is. Die komen maar zelden voor. Voor die mensen is dat bepalend. U zegt dat ze zelf moeten voorzien in een eigen noodstroomvoorziening. Dat klopt niet. Ze moeten daar enkel maar in voorzien, eventueel, voor een aantal levensnoodzakelijke zaken, zoals een brandweerpomp, een sprinklerinstallatie of een lift, maar niet voor een klassiek productieproces. Als ze dan een aansluiting van 6000 kilowattuur nodig hebben, dan zou dat betekenen dat ze daarnaast dan nog eens zes motoren van 1000 kilowattuur moeten hebben staan. Dat is niet correct. Zij komen dus net naar hier omdat ze weten dat ons net goed is uitgebouwd.

Die brown-out heeft vooral ook te maken met het feit dat we een productietekort hebben en dat de weersomstandigheden niet op voorhand gekend zijn. Mocht ik nu weten dat het op 13 januari min 10 graden wordt, dan zou ik een aantal maatregelen kunnen nemen, maar we weten het niet. Als het in het zuiden van Frankrijk zeer koud is, dan krijgen we geen stroom uit Frankrijk. Is er een probleem in Duitsland, dan krijgen we geen stroom uit Duitsland. Is er een probleem in Nederland, dan krijgen we geen stroom uit Nederland. Er zijn dus zoveel parameters dat het niet meer causaal te voorspellen is waardoor het net zal worden onderbroken. Daardoor gaan buitenlandse investeerders besluiten dat Vlaanderen een risicogebied wordt. Ik herhaal dus mijn vraag: wat doet u met productiesites die 24 op 24 uur werken en die aan ons ook bevestigen dat, indien er op die manier een onderbreking is, ze soms 24 uur nodig hebben om opnieuw op te starten? Dan gaat het vooral over de voedingsindustrie en de farmaceutische industrie. Kunnen zij een dossier indienen met hun bedrijfsgegevens en de vraag uit dat afschakelplan te kunnen stappen?

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Mijnheer Gryffroy, u hebt iets heel belangrijks gezegd, namelijk dat de kans bij ons bijzonder klein is. Ook vorige winter was de kans bijzonder klein. Ook deze winter is de kans bijzonder klein. Ik heb hier nu net het rapport van de VREG bij me. Daaruit blijkt dat we het bijzonder goed doen als men ons vergelijkt in een internationale context.

U hebt gelijk. Ik besef heel goed dat een van de belangrijke elementen om naar Vlaanderen te komen, is dat men zeker is dat de kans op stroomonderbrekingen zeer klein is. Ik citeer letterlijk uit het besluit van het rapport: “Algemeen concludeert de VREG uit de rapportering over de kwaliteit van dienstverlening dat Vlaanderen (…) een goed kwaliteitsniveau handhaaft voor wat betreft de onderbrekingen en de kwaliteit van de geleverde spanning. Globaal neemt het aantal klachten tegen (…) netbeheerders af.” Men geeft ook een aantal vergelijkingen. Vlaanderen heeft 3,3 miljoen netgebruikers. Een distributienetgebruiker op het Vlaamse lagestroomdistributienet had gemiddeld 22 minuten en 6 seconden geen elektriciteit, wat 4 minuten en 30 seconden beter is dan het jaar ervoor. Voor Wallonië was dat 50 minuten en 36 seconden. Het Belgische gemiddelde was 26 minuten en 10 seconden. Je ziet dus dat wij in Vlaanderen een stuk lager zitten dan bijvoorbeeld Wallonië, en dat we ook onder het Belgische gemiddelde zitten, maar goed, dat is dan natuurlijk de optelsom van Vlaanderen en Wallonië.

Ik kan dat onderzoek overmaken. Die cijfers worden door de VREG altijd geüpdatet. Ik ben het eens met u dat dat een heel belangrijk punt is. U moet weten dat we een van de weinige landen zijn die effectief een afschakelplan hebben waarbij het georganiseerd is, ook al weten we dat de kans bijzonder klein is.

Wij hebben uiteraard invloed gehad. Dat is de reden waarom commerciële luchthavens, havens – maar ook de Gentse haven – uit de afschakelzone zijn gegaan. Wij hebben gewogen op dit akkoord. Alleen is het onmogelijk om elk individueel bedrijf eruit te halen. We zijn wel veel verder gekomen dan waar we vorig jaar stonden. Uiteraard zullen we het blijven evalueren. Ik hoop vooral – en ik weet – dat mijn federale collega’s alles doen om ervoor te zorgen dat we voldoende strategische reserve hebben zodat we vooral niet moeten overgaan tot deze actie. Met het onderzoek van onze onafhankelijke regulator VREG in de hand, mogen we zeggen dat we het in Vlaanderen bijzonder goed doen.

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijn excuses, maar dat antwoord voldoet niet. Ik geef twee punten. U zegt dat we het enige land zijn dat een afschakelplan heeft. Ik denk dat we er niet fier op moeten zijn dat we dat moeten doen. (Opmerkingen van minister Annemie Turtelboom)

Het komt omdat er geen energievisie is in Vlaanderen en in België. De rapporten en cijfers die u aanhaalt, gaan over het feit dat de netten goed zijn uitgebouwd, maar dat zegt niets over de mogelijke brown-outs die je niet in de hand hebt. We hebben die niet in de hand. Je bent op dat ogenblik afhankelijk van de weersomstandigheden. Dat is onvoorspelbaar. Die bedrijven vragen wat ze moeten doen. Daar krijg ik geen antwoord op. Voor de bedrijven is het betreurenswaardig dat ze geen antwoord krijgen. Het zijn belangrijke bedrijven in Vlaanderen. We gaan eventueel wel investeren in een van die bedrijven in groene warmte, maar we kunnen geen antwoord bieden op het vlak van het afschakelplan.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.