U bent hier

Mevrouw Pira heeft het woord.

Mijn vraag gaat over Zwaaikom-Ranst. Het betreft het verleggen van de focus Economisch Netwerk Albertkanaal (ENA) richting Antwerpen. Zwaaikom-Ranst was evenzeer een van de beslissingen van 17 juli 2015 over de voortgang van de bedrijventerreinen langsheen het Albertkanaal. Het dossier Essers was een beslissing, Zwaaikom-Ranst eveneens; het enige verschil is dat dit dossier nog niet ontdekt is door een bekende Vlaming.

Dat er een passende beoordeling zou moeten plaatsvinden en dat hieruit zou moeten blijken dat er een betekenisvolle aantasting is van de natuurlijke kenmerken van het gebied dat in aanmerking komt als speciale beschermingszone, waar hebben we dat nog gehoord?

Intussen zijn er dus twee passende beoordelingen geweest. Naar de MER-studie heb ik al verwezen. Bovendien werd in de beslissing van de Vlaamse Regering enkele maanden geleden Zwaaikom-Ranst bijgesteld tot een realiseerbaar alternatief.

Wat houdt dat realiseerbaar alternatief in? Over welke oppervlakte gaat het hier wat het watergebonden zijn van het bedrijventerrein betreft? Aan welke soort watergebondenheid wordt gedacht? Hoe afdwingbaar is het watergebonden karakter bij de bedrijven die zich daar in de toekomst zullen vestigen? Wat het dempen van de zwaaikom betreft, over welke oppervlakte gaat het en op welke manier zal dat gebeuren? Op welke manier zal dit bedrijventerrein via de weg worden ontsloten? Welke impact zal het hebben op de bestaande verkeersstromen? Wat de ontsluitbaarheid betreft van bedrijventerreinen in die omgeving, ik denk ook aan de Hoge Keer enzovoort, is daar een zeer groot probleem. Wat is de impact van deze bijgestelde ontwikkeling op het nabijgelegen habitatrichtlijngebied?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Dit gaat terug tot een beslissing van april 2004, toen beslist werd dat over Zwaaikom-Ranst bijkomend onderzoek moest worden uitgevoerd om de mogelijkheid betreffende ontwikkeling van de zone voor bedrijvigheid na te gaan. De plan-MER Economisch Netwerk Albertkanaal werd op 2 juni 2014 goedgekeurd door de dienst MER. Die milieubeoordeling bevat een gebiedsgericht milieuonderzoek naar Zwaaikom-Ranst. Voor dit gebied werd, in aanvulling op een passende beoordeling uit 2008, bijkomend onderzoek uitgevoerd. De resultaten van een grondwatermodellering en geohydrologische effectenanalyse, ook een geluidsmodellering en vleermuizenonderzoek werden verwerkt in de plan-MER. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) gaf op 27 maart 2014 een gunstig advies betreffende passende beoordeling. Het projectgebied was 36 hectare groot. Op basis van de effectenanalyse van de plan-MER werd een aangepast voorstel uitgewerkt voor een gebied van 31,2 hectare. De plan-MER omvat een inrichtingsschets, een dwarsdoorsnede van het aangepaste voorstel. Parallel met de plan-MER werd ook een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door de scheepsvaart. De Vlaamse Regering heeft op 17 juli beslist om voor het aangepaste scenario te gaan van 31,2 hectare en daar een GRUP voor op te maken. De zwaaikom is 93 hectare groot. De uiteindelijke oppervlakte van de te dempen zwaaikom is natuurlijk afhankelijk van een optimale inrichting van het bedrijventerrein. De zwaaikom zal worden opgevuld, maar op planniveau is nog niet duidelijk op welke wijze dat zal worden gedaan. Dit is het voorwerp van de verdere uitwerking op projectniveau.

In de plan-MER wordt aangegeven dat de ontwikkeling van het terrein sterk bepaald wordt door de ligging van het Albertkanaal. De wens van de overheid om intermodaal vervoer te steunen, leidt dus tot de keuze van het gebied. Het watergebonden karakter bestaat uit het gebruik van de waterweg voor het vervoer van een substantiële hoeveelheid basisgrondstof en afgewerkt product. Dat is het scenario dat onderzocht werd in de plan-MER. Het is niet mogelijk andere types bedrijvigheid in die zone te ontwikkelen. De typering inzake watergebonden bedrijvigheid moet verankerd worden in de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP uiteraard en er moet in worden voorzien als de vergunning wordt verlengd.

De wijze van ontsluiting is omschreven en qua milieu-impact en -effecten ook onderzocht in de plan-MER. Het toekomstscenario werd doorgerekend met de multimodale verkeersmodellen. Uitgaande van de gemodelleerde intensiteiten en de capaciteit van de huidige wegen kan worden vastgesteld dat het wegvak ter hoogte van de Zandhovensesteenweg ten noordwesten van de E34 in de huidige situatie oververzadigd is. Dat leidt tot een overwicht aan afslaande linksbewegingen en een aantal kruispunten functioneren niet optimaal. Ook de snelweg ter hoogste van Ranst zit meestal tegen zijn capaciteitsgrenzen aan.

De realisatie van het bedrijventerrein Zwaaikom-Ranst creëert een relatief beperkte toename van de verkeersgeneratie. De hogergenoemde capaciteitsproblemen zijn dan ook niet rechtstreeks gekoppeld aan de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Wegens het gebruik van het macroverkeersmodel is de impact van Zwaaikom-Ranst op lokale straten niet duidelijk. Het wordt onderzocht op projectniveau, wat altijd zo is en ook zo zal gebeuren.

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft zijn adviezen met betrekking tot de plan-MER gegeven, met passende beoordelingen, alsook alle remediëring en bijsturingen. Het ANB treedt de effectenanalyse uit de plan-MER bij. Het ANB is van oordeel dat voor de natuurlijke kenmerken van de SBZ-zones Klein en Groot Schietveld, Bos- en heidegebied ten oosten van Antwerpen, historische Fortengordel Antwerpen en vleermuizenhabitat geen betekenisvolle aantasting te verwachten is indien de nodige garanties geboden worden. Dat zijn er twee: het verzekeren van een functionele connectiviteit voor vleermuizen langsheen het Albertkanaal en tussen het Albertkanaal en de Antitankgracht. Het voorkomen van standplaatsverdroging en verruiging van prioritaire habitat als gevolg van het dempen van de zwaaikom. Dat is daarin allemaal voorzien en zal op die manier worden meegenomen.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ik heb het MER doorgenomen. Het was heel uitgebreid, het handelde over de 32 bedrijventerreinen langsheen het Albertkanaal. Wat mij opvalt, is dat de evaluatie en de appreciatie van Zwaaikom-Ranst op het vlak van natuurwaarde zeer groot is op de verschillende niveaus: natuurwaarde, ecologisch netwerk, ecotopen enzovoort, maar dat dan de conclusie is: realiseerbaar alternatief.

In het MER staat letterlijk: er komt een zeer waardevolle boskern voor in de Vallei van de Tappelbeek, de Antitankgracht speelt een cruciale rol in de migratie van vleermuizen tussen foerageergebieden en overwinteringsplaatsen. Dat gaat dus over dingen die eigenlijk moeilijk te verplaatsen zijn. We kunnen duidelijk spreken van een verbinding van bovenlokaal belang. Het Albertkanaal wordt gebruikt als aanvliegroute vanuit verder weg gelegen gebieden. Dankzij het kanaal en enkele kleine zijlopen van het Groot Schijn is er bovendien nog een functionele ecologische verbinding tussen Schijnvallei en grote boscomplexen ten oosten van Antwerpen: de bossen van Kapellen, Brasschaat en Schoten.

Ik ga daar wat dieper op in, omdat het toch wel forse uitspraken zijn die in het MER zelf voorkomen. Als de appreciatie van Zwaaikom-Ranst bekeken wordt ten opzichte van de andere bedrijventerreinen die geëvalueerd worden langsheen de hele route van het Albertkanaal, springt de Zwaaikom er toch wel uit op het vlak van natuurwaarde, naast nog enkele andere uiteraard.

Ik heb daarnet op Google een document van Bond Beter Leefmilieu en Natuurpunt gezien van 27 oktober 2015, dus vers van de pers. Ik was benieuwd wat zij ervan zouden denken, want een eerdere appreciatie van hen dateerde van veel langer geleden. In dat document staat: ”Natuurpunt en BBL kunnen niet akkoord gaan met een nieuw bedrijventerrein aan de Zwaaikom te Ranst, aangezien dit gelegen is in habitatgebied. De zone is tevens gelegen in het verlengde van het Antitankkanaal, een ecologisch en historisch zeer waardevolle open ruimte, verbinding in dit sterk verstedelijkte gebied.” Dit met betrekking tot zowel de appreciatie in het eigen MER als de appreciatie van twee belangrijke natuurverenigingen.

Wat de bereikbaarheid en de ontsluiting betreft, is geweten dat het gebied daar haast onbereikbaar is. Ook eerdere onderzoeken van de Hoge Keer enzovoort, wezen uit dat het gebied bijna onbereikbaar is. Dat werd overigens ook zo aangestipt in de beslissing van de Vlaamse Regering. Er is bijna geen enkele weg die erheen leidt. Uit het document waaraan ik zonet refereerde, blijkt dat de ontsluiting van het gebied in het algemeen problematisch is, omdat de huidige hoofdwegcapaciteit overschreden wordt.

Echter, zelfs al zegt u dat de bedrijven die daar komen, uitsluitend watergebonden zijn, er zullen hoe dan ook vrachtwagens heen en weer rijden. Welke van de drie voorgestelde ontsluitingsmogelijkheden men ook kiest, er zal altijd bijkomend verkeer terechtkomen op het hoofdwegennet.

Minister, wat doet u met het feit dat de zwaaikom in Ranst wordt omschreven als speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn, zowel in uw eigen MER als in de appreciatie van Natuurpunt en de Bond Beter Leefmilieu? Wat doet u eigenlijk met dat bijna onoplosbare probleem van de ontsluitingsonmogelijkheid?

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters (Open Vld)

Minister, ik wil u toch vragen zeker door te zetten hiermee. U hebt zelf terecht gezegd dat het Economisch Netwerk Albertkanaal – ik benadruk ‘economisch’ – dateert van 2004, en dat dit eigenlijk vooral als doelstelling had de watergebonden bedrijvigheid meer gebruik te laten maken van het Albertkanaal, en er zo voor te zorgen dat er minder vrachtverkeer zou zijn op de wegen. Als we dat willen, en ik denk dat iedereen in deze commissie dat ook wel wil, dan moeten we dat dan ook wel mogelijk maken. Daarstraks ging het over Essers, nu over de kwestie van de zwaaikom van Ranst. We weten dat we in het kader van het Economisch Netwerk Albertkanaal – en niet het ‘Ecologisch Netwerk Albertkanaal’ – vier zoekzones hadden: Ham-Zwartenhoek, Zwaaikom-Ranst, Genk Zuid-Oost en Zolder Lummen-Zuid. Nu is Genk Zuid-Oost al geschrapt. Dat zal worden omgezet naar natuurgebied. Als we nu straks ook die andere nog in vraag zouden gaan stellen, dan blijft er straks van heel dat Economisch Netwerk Albertkanaal niets meer over, en dan zal er ook niet meer vrachtverkeer via de Zuid-Willemsvaart kunnen plaatsvinden. Integendeel, dan zal men meer vrachtwagens op de wegen hebben. Daarom steunt mijn fractie u bij het voortzetten van het ENA-project. Ik hoop dat dat zo snel mogelijk kan worden uitgevoerd, zodat die watergebondenheid eens te meer naar buiten komt.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mevrouw Pira, wat u aanhaalt, is erg particulier. Ik wil echter wel een principiële opmerking maken, die ook voor heel wat andere dossiers geldt. We hebben bepaalde procedures die we volgen. Om te bekijken wat de effecten van een bepaald project of een bepaald ruimtelijk uitvoeringsplan op de omliggende speciale beschermingszones zijn, hebben we de procedure van de passende beoordeling. Die wordt opgemaakt in alle onafhankelijkheid door het ANB, dat bekijkt of er een effect is op die speciale beschermingszones van wat men gaat doen. Ik heb u het advies van het ANB met betrekking tot de passende beoordeling in dezen voorgelezen. Men zegt dat dit kan, mits er een aantal maatregelen worden genomen. We zullen die maatregelen uiteraard ook uitvoeren. Als natuurlijk elke keer die passende beoordeling wordt uitgevoerd, organisaties dat allemaal in vraag gaan stellen, dan geraken we niet vooruit. Het is inderdaad een dossier van 2004. Het is ook niet de eerste keer dat dat gebeurt. Die passende beoordeling wordt telkens in vraag gesteld. Dat is natuurlijk bijzonder lastig. Dan moeten we op een andere manier gaan werken. Dan voeren we beter geen passende beoordelingen meer uit, als die toch in vraag worden gesteld. Als het goed uitkomt, dan gebruikt men de passende beoordeling in zijn voordeel. Komt wat in die passende beoordeling staat, niet goed uit, dan zegt men dat het geen goede passende beoordeling is, dat men er niet meer akkoord gaat. Daar kan ik het niet mee eens zijn. Ofwel is er een passende beoordeling, en dan gaan we die hanteren, ofwel zeggen we dat het geen goed instrument is en dat we dat niet meer doen. Het is echter een verplichting en ik meen dat het een goed instrument is, dat we ook op een correcte manier moeten gebruiken.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Collega Peeters, het is niet omdat ik hier Zwaaikom-Ranst als voorbeeld naar voren haal en daar wat kritiek op uit, dat wij er niet voor zijn om langs het Albertkanaal bedrijventerreinen te ontwikkelen. Uit het MER komt trouwens ook naar voren dat er zeer veel terreinen zijn waarvan wordt aangegeven dat daar weinig waarden worden aangetast, dat die gemakkelijk te ontwikkelen zijn als bedrijventerrein, zelfs zonder milderende maatregelen. Er moet altijd worden afgewogen – en dat bewijst ook het geval Essers – wat een natuurwaarde heeft, waar er sprake is van een Habitatrichtlijn, waar natuurwaarden niet mogen worden onderbroken en waar het wel kan gebeuren.

Trouwens, minister, het is niet omdat er een MER wordt opgesteld, dat we daar geen kritiek op mogen uiten. Anders bestond het fenomeen van het voortschrijdend inzicht, dat toch heel bekend is bij regeringen, niet. Ook de mensen die een MER opstellen, houden dan rekening met bepaalde inzichten, en bijvoorbeeld tien jaar nadien zijn die veranderd. Ik wil er dus toch wel voor pleiten dat men de opmerkingen die worden gemaakt met betrekking tot natuurwaarden, ernstig neemt. U moet nog een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan maken. Hou absoluut rekening met de opmerkingen die worden gegeven over het ruimtelijk uitvoeringsplan, zodat we niet in eenzelfde situatie verzeilen als met Essers het geval is.

Het is niet omdat men zegt dat enkel watergebonden activiteiten zich kunnen plaatsen naast het Albertkanaal, dat dit ook zo is. In het MER valt op dat bijvoorbeeld het bedrijventerrein Ter Straten in Ranst zo goed als geen enkel watergebonden bedrijf heeft, terwijl het als een van de laatste in onze streek is gekomen en pal tegen het Albertkanaal ligt.

Ik zal het hierbij laten, maar dit komt zeker nog ter sprake.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.