U bent hier

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, ik heb mijn vraag om uitleg al een tijd geleden ingediend. Ondertussen is er gecommuniceerd en zijn er mogelijk beslissingen genomen. Vandaar dat ik mijn vragen wat zal actualiseren.

Begin augustus stuurde u een persbericht uit waarin stond dat het aantal dieren in Vlaamse asielen gedaald is. Het aantal opgevangen dieren ligt 41 procent lager dan het jaar voordien. Het aantal opgevangen katten ligt een vijfde lager en er zijn de helft minder katten geëuthanaseerd. U geeft in het persbericht ook aan dat u het kattenplan hiervoor verantwoordelijk acht. Het kattenplan werd in 2012 door de toenmalige federale minister van Dierenwelzijn goedgekeurd en bevatte twee onderwerpen over het meerjarenplan voor de sterilisatie van huiskatten. Het doel van dit koninklijk besluit (KB) was de groei van het kattenbestand in te dijken. Daarbij werd specifiek aandacht besteed aan het steriliseren van huiskatten.

Het eerste KB vormde een wettelijke basis voor het meerjarenplan voor de sterilisatie van katten. Het voorzag in een geleidelijke sterilisatie van alle huiskatten in ons land. Vanaf 1 september 2012 moesten alle katten in de Belgische asielen gesteriliseerd, geïdentificeerd en geregistreerd zijn voor ze konden worden geadopteerd. Vanaf 1 september 2014 werd deze maatregel naar kwekers en particulieren uitgebreid. Alle katten moeten voor ze verkocht of weggegeven worden, gesteriliseerd, geïdentificeerd en geregistreerd zijn.

Een derde fase kan er dan in bestaan om een verplichte sterilisatie van alle huiskatten door te voeren. Naar aanleiding van uw persbericht schreef de vzw Zwerfkat in Le(u)ven een open brief. Daar stellen zij dat er nog nooit zoveel kittens opgevangen zijn. Zij noemen het nog steeds dweilen met de kraan open en vragen om een versnelling hoger te schakelen. Uit uw beleidsnota blijkt ook dat u daar werk van wilt maken en dat er een kattenplan wordt uitgewerkt. Bij de bespreking van de beleidsnota beaamden verschillende collega’s het belang daarvan.

Vorig jaar was er nog geen centrale databank die de identificatie en registratie van katten bijhoudt. Identificatie en registratie zijn verplicht, maar geen kat houdt die registratie bij. Welke stappen hebt u ondernomen om een centrale databank op te richten? Met welke partners bent u hiervoor in overleg? Wanneer moet de centrale databank operationeel zijn? Welke hindernissen moeten er nog overwonnen worden om de databank op te richten en operationeel te maken?

In het kader van het federale kattenplan was het niet mogelijk om ongesteriliseerde dieren op te nemen. U gaf bij de bespreking van de beleidsnota aan dat dit een contraproductieve maatregel was. Is er ondertussen in de mogelijkheid voorzien om ook ongesteriliseerde katten op te nemen? Zo ja, sinds wanneer kan dat? Zijn er sindsdien reeds ongesteriliseerde katten opgenomen? Hoeveel? Zo neen, waarom is dit nog niet mogelijk en wanneer zal dit mogelijk zijn? Of waarom ziet u toch af van deze maatregel?

Op 25 juni van dit jaar hebt u een overleg georganiseerd met alle schepenen voor Dierenwelzijn. Hebt u de aanpak van de zwerfkattenproblematiek besproken? In eerdere vragen over dit onderwerp antwoordde u namelijk dat u “de uitwisseling van ervaring en kennis en de samenwerking tussen de gemeenten wil bevorderen door de schepenen voor Dierenwelzijn jaarlijks samen te brengen. Op basis van een evaluatie van de huidige maatregelen en van de maatregelen voorzien in de beleidsnota zal besloten worden of bijkomende stappen nodig zijn.” Komen de cijfers uit uw persbericht die aangeven dat er minder katten opgevangen en gesteriliseerd worden, overeen met de waarnemingen in de gemeenten? Kunt u na het overleg van 25 juni en de cijfers die voorhanden zijn, besluiten dat er extra bijkomende stappen nodig zijn? Zo ja, welke stappen wilt u ondernemen en welke timing is hieraan verbonden? Zo nee, waarom acht u dit niet nodig? Zijn er andere opvallende conclusies uit het overleg met de schepenen voor Dierenwelzijn naar voren gekomen?

Ondertussen is er nog van alles gecommuniceerd. Ik had zelfs de indruk dat ik een ongelooflijk gevoel voor timing had. Twee weken nadat ik mijn vraag om uitleg had ingediend, stelde u in een bijkomend persbericht dat vanaf volgend jaar alle katten een chip moeten hebben, en dat er een centrale databank komt. De chip zorgt voor een onderscheid tussen huis- en zwerfkatten. Op welk gebied zal dit onderscheid gevolgen hebben voor de te nemen maatregelen of voor de dieren zelf? Hoe denkt u dat dit bijdraagt aan een oplossing voor het probleem van de zwerfkatten? In uw beleidsbrief staat dat 72 procent van de dieren in asielen zwerfkatten zijn. Hoe worden ze hiermee geholpen? De asielen klagen over de hoge kostprijs voor de sterilisatie van katten die ze sinds 1 september 2014 verplicht moeten doen. Kunt u daaraan tegemoetkomen? Welke kostprijs brengt het verplicht chippen van katten nog eens mee? Wie zal deze kost dragen?

Vreest u niet dat er, doordat particulieren mogelijk niet-gechipte of niet-gesteriliseerde katten hebben, nog meer een ontwijkgedrag zou kunnen ontstaan? Zou het met andere woorden voor een aantal particulieren niet net een stimulans kunnen zijn om niet-gechipte of niet-gesteriliseerde katten te dumpen in plaats van ze te laten opvangen? Dat zou dan het averechtse effect zijn, dat u in het verleden ook al hebt aangehaald bij het niet opvangen van deze dieren.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, mijn vraag gaat specifiek over het chippen van katten. U hebt in uw intussen typische stijl van beleid in de pers aangekondigd dat u in de toekomst bij alle nieuwe katten in Vlaanderen een chip wilt laten inplanten. Op die manier wilt u de zwerfkattenpopulatie onder controle krijgen. De tool is uiteraard ook handig om verloren gelopen katten terug te bezorgen aan hun baasjes. De chip zal gegevens over het dier bevatten, zoals de leeftijd, de naam en het adres van de eigenaar. U gaf aan te willen kiezen voor een logische, geleidelijke uitrol, waardoor de chip moet worden aangebracht bij nieuwgeboren katten. Tegelijk hebt u aangekondigd eind volgend jaar te willen beginnen met een databank van alle geregistreerde katten.

De dierenasielen zijn blij met de maatregel. Nu zitten hun hokken vaak overvol met gedumpte katten en kittens. Met zo’n chip zullen ze meteen weten wie het dier heeft achtergelaten en of het al dan niet om een zwerfkat gaat.

De keerzijde van de medaille is de kostprijs van de maatregel. Voor een consultatie bij de dierenarts en de inplanting van een chip wordt gerekend op 50 tot 100 euro. Die kost komt boven op de al verplichte sterilisatie van katten. Te vrezen valt dan ook dat een aantal eigenaars die kost niet zal willen opbrengen, waardoor het risico ontstaat op eventuele dumping van kittens. Overigens blijkt dat er ook vandaag, na een praktijk van ongeveer twintig jaar, nog steeds 20 procent niet-gechipte honden zijn. Dat is min of meer controleerbaar.

Minister, hoe ziet u de financiering van het aanbrengen van een chip voor nieuwgeboren kittens? Zal het bedrag voor de registratie van kittens hetzelfde zijn als het huidige bedrag voor honden? U gaf te kennen dat de inspecteurs van Dierenwelzijn niet bij machte zijn om sluitende controles te verrichten. Hoe zult u dat probleem oplossen, om te voorkomen dat de nieuwe regelgeving, zoals bij de kattensterilisatie, het statuut van ‘sensibiliserend’ krijgt in plaats van ‘afdwingbaar’? Ziet u een controletaak weggelegd voor de politie? Hoe ziet u die precies? Zult u daarover overleg plegen met uw federale collega van Binnenlandse Zaken om af te toetsen of en in welke mate de politie bij machte is om er die taak nog bij te nemen?

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, er zijn in Vlaanderen naar schatting 2 miljoen katten, maar dat blijft een schatting, doordat er, in tegenstelling tot bij de honden, geen verplichte registratie in een centrale databank bestaat. In uw beleidsbrief kondigde u al aan werk te willen maken van die centrale databank. En recent, op 4 oktober, Werelddierendag, kondigde u concrete plannen aan om over te gaan tot het chippen van alle nieuwgeboren katten in Vlaanderen.

De databank op zich moet volledig zelfbedruipend zijn door het innen van een retributie. De kosten van het chippen zouden ten laste zijn van de eigenaar. Het systeem wordt geleidelijk uitgerold, alleen nieuwgeboren katten moeten een chip krijgen. Op die chip staan alle gegevens van het diertje, zoals de leeftijd, waar het woont en wie de eigenaar is. De databank zou operationeel moeten zijn tegen eind volgend jaar.

Het spreekt voor zich dat dat goed nieuws is. Het zal ons in staat stellen om eindelijk zicht te krijgen op de Vlaamse kattenpopulatie en bovendien zullen veel verloren katten herenigd kunnen worden met hun baasje. Toch heb ik nog enkele vragen, minister.

Door het ontbreken van een officiële databank bestaan er al een aantal niet-officiële databanken. Zult u een poging ondernemen om de gegevens in die databanken te recupereren en in te brengen in de nieuwe officiële databank? In antwoord op een schriftelijke vraag gaf u aan de aanbesteding van de bestaande databank voor honden en de op te richten databank voor katten te willen bundelen. Is dat nog steeds de bedoeling? Hebt u, gelet op de expertise die we bezitten met de databank voor honden, een idee van de kostprijs van de operatie en dus ook van de hoogte van de retributie? Bouwt u een evaluatiemechanisme in?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Intussen hebben we al wat stappen vooruitgezet. Er is een ontwerp van besluit over de verplichte identificatie en registratie van katten. Dat is nu de geëigende procedures aan het doorlopen. Ik veronderstel dat het nu ergens bij de Inspectie van Financiën zit.

In dat ontwerpbesluit voorzien we inderdaad in de oprichting van een centrale databank voor katten. Het beschrijft ook de werking ervan. Die centrale databank lijkt mij essentieel. De voordelen ervan zijn hier intussen al opgesomd: meer verloren gelopen katten kunnen worden teruggevonden, we krijgen zicht op de totale populatie én we zullen kunnen toezien op de naleving van de verplichte sterilisatie.

Ik wil in overleg met de andere gewesten tot één centrale databank voor België komen, en een voor zowel katten als honden. Het beheer van die databank zullen we uitbesteden. Het is evident dat we dat niet zelf gaan doen.

Ik hoop dit volledig rond te hebben tegen eind volgend jaar. Ik houd een slag om de arm, in functie van het overleg met de andere gewesten. Ik wil dat graag samen met hen doen, maar als dat niet mogelijk blijkt, moeten we andere pistes bewandelen.

Net zoals bij de honden, zullen het inbrengen van de microchip en de registratie in de databank ten laste van de eigenaar zijn. Dat is ook zo vastgelegd in de Dierenwelzijnswet. Het is de bedoeling dat die databank, net zoals bij de honden, zelfbedruipend is.

Het bedrag van de retributie is afhankelijk van de meest gunstige partij in het kader van de aanbestedingsprocedure. Op basis van de verschillen tussen het registratiesysteem voor honden en het systeem dat ik wil invoeren voor katten – voor katten geldt niet de verplichting met betrekking tot het Europees paspoort, die wel geldt voor honden – verwacht ik dat de retributie voor katten lager zal liggen dan die voor honden. Er zal misschien ook wat meer concurrentie zijn op de markt. Dat moeten we zien. Dat is alleszins de verwachting.

Momenteel worden er reeds een aantal katten geregistreerd in enkele bestaande databanken, op basis van een vrijwillig initiatief. We zullen proberen om de gegevens die daarin vervat zitten, in te brengen in de nieuwe databank.

Het spreekt voor zich dat we de regelgeving zullen evalueren. Ook zullen we de goede werking van de databank regelmatig onder de loep nemen, zoals we dat in het verleden hebben gedaan. Bij elke controle waar katten aanwezig zijn – bij een erkende kweker, een asiel of een particulier – gaat de inspectiedienst Dierenwelzijn na of de dieren in orde zijn op het vlak van de registratie. Als men overtredingen vaststelt, zullen die natuurlijk niet onbestraft blijven. Ik ben er mij wel van bewust dat de controle op de naleving van die verplichte registratie van katten niet 100 procent waterdicht zal zijn, net zo min als het bij honden het geval was.

Mevrouw De Vroe, u noemde een cijfer van 80 procent. Ik heb andere cijfers gehoord. De FOD heeft daarover enige tijd geleden – ik ken het jaartal niet uit het hoofd – al eens een grondig onderzoek gevoerd. Toen kwamen we uit op 90 procent. Dat was een actie die specifiek daarop was gericht. Er zijn ook andere cijfers. Het gebeurt natuurlijk op basis van steekproeven. Laten we het houden op 80 à 90 procent. Wat voor honden geldt, geldt ook voor katten: wie zijn kat graag ziet, laat die registreren en steriliseren. Punt aan de lijn.

De ervaring bij de honden heeft anderzijds geleerd dat de meest efficiënte manier om de verplichte registratie te doen naleven net de motivatie van de koper is, namelijk de koper laten eisen dat de kat geregistreerd is. Daarom zal er via verschillende kanalen maximaal worden ingezet op de sensibilisering, niet alleen van de kwekers, maar ook van de potentiële kopers. We plannen in dat verband een campagne voor volgend jaar. Die zal niet gebeuren op gigantische schaal, maar we willen een sensibilisering doen naar media, dierenartsen en als het even kan ook naar een ruimer publiek.

Ik ben ervan overtuigd dat de registratie van katten, net als bij de honden, na verloop van tijd ingeburgerd zal zijn. Bij de honden is dat toch vrij snel gegaan, we gaan ervan uit – en hopen dat alleszins – dat dat ook bij katten dezelfde weg zal gaan.

Uiteraard zullen de politiediensten de nodige informatie krijgen over de nieuwe regelgeving zodat ze die kunnen meenemen bij hun acties tijdens het zoeken naar de eigenaar van een gevonden kat en bij het uitvoeren van controles. Op dit moment is het wettelijk gezien voor een asiel niet mogelijk om niet-gesteriliseerde katten op te nemen. We hebben daarover al eens een discussie gevoerd. Ik vind dat een nogal contraproductieve maatregel. U hebt ook al gewezen op de mogelijke effecten. Daarom plan ik, zoals aangekondigd, in 2016 een evaluatie van de volledig bestaande regelgeving rond het kattenplan en de eventuele bijsturing.

Maar intussen heb ik wel aan de inspectie Dierenwelzijn de instructie gegeven om niet op te treden tegen dierenasielen die niet-gesteriliseerde katten opvangen. Er worden dus zeker niet-gesteriliseerde katten opgevangen door de asielen. Ik heb daarover geen gegevens, maar dat directief is heel duidelijk meegegeven. Ik dacht dat ik dat ook in de commissie al eens had vermeld.

In een persbericht van begin augustus waarnaar u verwijst, heb ik de cijfers van het aantal katten – en ook andere dieren – dat in 2014 in de Vlaamse asielen werd opgevangen, bekendgemaakt. Het gaat hierbij echter alleen over het aantal opgevangen katten, niet over het aantal gesteriliseerde katten. Dat is een onderscheid. De asielcijfers geven dan ook niet noodzakelijk een indicatie van het aantal zwerfkatten in Vlaanderen. Dat kun je daarvoor niet echt hanteren. De Vlaamse gemeenten werden tijdens de vakantiemaanden wel bevraagd door de dienst Dierenwelzijn. Ze hebben allemaal een schrijven gekregen, maar we hebben niet van allemaal een antwoord gekregen. Van de 104 gemeenten die hebben geantwoord, zijn er 24 die een toename vaststellen en 23 die een afname vaststellen. Een meerderheid van 44 gemeenten zegt dat het enigszins stagneert. Het is niet altijd eenduidig. De overige 13 gemeenten geven geen tendens aan.

Er wordt verwezen naar de dag met de schepenen. Dat was een informatiemoment zoals we elk jaar zullen organiseren. Die dag bood ruimte om te netwerken en ideeën uit te wisselen. Het is geen overleg waarop men tot conclusies hoorde te komen op het einde van de dag.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, vooraleer ik repliceer, wil ik u herinneren aan de bijkomende vragen die ik u heb gesteld over het chippen. Zou de kostprijs voor het chippen en het steriliseren eventueel een contraproductief effect kunnen hebben, waardoor mensen die een kat vinden, die niet naar het asiel brengen, maar dumpen?

Minister, ik zou toch graag een reactie hebben op die vraag. U bevestigde net dat de regel dat er ook in asielen geen niet-gesteriliseerde katten mogen worden opgevangen, mogelijk contraproductief zou kunnen werken. Eigenlijk heb ik voor een deel dezelfde bezorgdheid wat dit betreft. U geeft duidelijk aan dat u wel het signaal hebt gegeven dat ze mogen worden opgevangen, maar dat de wetgeving vandaag anders is. Ik vrees en besef dat ook dit een omgekeerd effect zou kunnen hebben. Als het chippen daarbij komt, dan zou dat nog eens kunnen worden versterkt. Hoe kijkt u daartegenaan? Hoe zult u een antwoord bieden daarop?

Ik ben blij dat u aangeeft daarover te willen overleggen met diverse partners, om tot één databank in België te komen. Ook dat vind ik toch wel een belangrijk element. Ik meen immers inderdaad dat een grotere schaal meer efficiënt is. Ook katten houden zich niet altijd aan grenzen. In die zin lijkt het me interessant om niet twee of drie verschillende systemen te gaan operationaliseren. Trouwens, dat zou ook de kostprijs gigantisch omhoog drijven. In die zin lijkt dat me dus wel een goede stap. Ik besef dat u daarover dan het nodige overleg met diverse partners moet hebben.

U geeft enerzijds aan dat het systeem zelfbedruipend zou moeten zijn. Anderzijds zegt u dat te willen doen samen met de partner die ook het hondensysteem beheert. Zult u bij de toewijzing voorzien in een duidelijke scheiding qua financiën tussen die beide systemen, zodat het met andere woorden heel duidelijk is wat de kostprijs is van het hondensysteem en wat de kostprijs is van het kattendatabanksysteem? Als ik het ook even vanuit een economische invalshoek mag bekijken, dan zijn dat immers verschillende sectoren. Ik wil dus vragen dat u dat zeker ook meeneemt in uw toewijzingsopdracht.

U geeft aan dat uit een bevraging blijkt dat 24 gemeenten aangeven dat er een stijging is, dat het in 23 gemeenten gelijk is en dat een aantal gemeenten aangeven dat er een stagnatie is. Misschien heb ik u niet goed begrepen. Daarom wil ik dit herhalen. Dat verbaast me enigszins, want voor mij staat dat in tegenstelling tot de toch heel sterk positieve berichtgeving in augustus, die me toch het gevoel gaf dat er minder zwerfkatten zouden zijn. Vandaar mijn bezorgdheid en de vraag dat er duidelijkheid zou komen daarover. Ik vraag dus meer duiding bij de cijfers. Misschien had ik daar een verkeerd gevoel bij.

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, het is zeker positief dat u zich het lot van katten aantrekt en ernstige inspanningen wilt leveren om kattenleed te voorkomen. We zijn dan ook van oordeel dat zo’n chip daartoe kan bijdragen. Wat echter vreemd blijft, is dat u eerst aankondigt in de pers wat u wilt doen, terwijl achteraf eigenlijk blijkt dat u nog aan het overleggen bent. U haalt hier nu een timing aan, van eind volgend jaar, dacht ik. Kunt u ons verzekeren dat die maatregel tegen dan ook daadwerkelijk zal worden toegepast? U zei dat mensen die hun kat graag zien, die kat wel zullen laten chippen, maar wat als eigenaars vertikken om dat te laten doen?

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw uitgebreide antwoord. Dat er één gezamenlijke databank komt, lijkt me een zeer positieve zaak. Dat we ook gaan naar die recuperatie van de gegevens uit die niet-officiële databanken is zeer positief. Op die manier gaan eerdere inspanningen toch niet verloren. Wat de retributie betreft, wachten we dan nog eventjes af, tot de aanbesteding is gebeurd.

Ik denk dat we allemaal weten en het er allemaal over eens zijn dat chippen alleen niet voldoende is voor het totaalprobleem. Ik ben ook blij dat u aangeeft dat dit voor u een tool is om toezicht te gaan houden op sterilisatie. Ik denk dat ook de steden en gemeenten een enorme verantwoordelijkheid hebben. We moeten ook vertrouwen hebben in onze lokale besturen. Ik denk dat het besef bij de lokale besturen van het belang van dierenwelzijn er wel degelijk is. Dat blijkt ook uit dat overleg met die schepenen van Dierenwelzijn. Uit een schriftelijke vraag blijkt dat er een grote aanwezigheid was op dat overlegmoment, dat de evaluatie positief was, dat die dag zeer werd gewaardeerd door onze lokale besturen. Ik ben dan ook zeer tevreden dat daar een vervolg op komt.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Minister, maatregelen tegen zwerfkatten, met het chippen en het steriliseren, hebben natuurlijk niet alleen het bestrijden van overlast als doel. Het is de bezorgdheid voor het dierenwelzijn die aan de basis moet liggen. De collega’s hadden het over een dalende trend met betrekking tot euthanasie op katten. Dat lijkt me uiteindelijk ook wel grotendeels de bedoeling.

Dat staat wel in contrast met een aantal noodkreten die we toch regelmatig horen vanuit de dierenasielen. U hebt die noodkreten ongetwijfeld ook opgevangen. Die dierenasielen draaien natuurlijk voornamelijk op vrijwilligers, die dagelijks fantastische dingen doen voor dieren. Ze krijgen beperkte financiële middelen van een aantal overheden, onder meer van de provincies. U weet dat de provincies natuurlijk onder zware druk staan, onder meer door het opdrogen van het Provinciefonds. Dan verdwijnen ook een aantal van die subsidies voor dierenasielen, zodat dierenasielen waarschuwen voor een toename van euthanasie op katten. Hoe garanderen we een duurzame toekomst voor die dierenasielen? Voor het dierenwelzijn, voor de katten zal dat immers minstens even belangrijk zijn als meer sterilisatie en meer registratie.

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister, op zich is de maatregel uiteraard positief bedoeld, maar ik stel me de vraag hoe hij op korte termijn kan bijdragen aan het oplossen van de problematiek van de zwerfkatten. We gaan mensen verplichten om kittens te chippen, maar vooraleer die databank en dergelijke op punt staan en vooraleer we daar effectief wat resultaat van hebben, zijn we jaren verder. U zegt terecht dat iedereen die zijn kat graag ziet, ze zou moeten steriliseren, maar de praktijk is vandaag dat dat niet altijd gebeurt. Dan kom ik op de derde fase van het kattenplan. U zegt zojuist dat u dat volgend jaar gaat evalueren. Dat lijkt me een goede zaak, maar die derde fase ging over het steriliseren van de katten, en u gaat nu al chippen. Steriliseren gaan we dan niet invoeren. Als we dat achteraf gaan invoeren, is er nog eens een bijkomende kost voor de mensen. Nu is er een kost voor het chippen en achteraf moet men misschien steriliseren. Dat is in mijn ogen de enige echte oplossing om het probleem van de zwerfkatten op te lossen.

Voor de rest wil ik aansluiten bij de zorg van de heer Sanctorum. Heel veel lokale besturen en provincies voorzien in financiële middelen en doen inspanningen ter ondersteuning van asielen en van de aanpak van zwerfkatten. U weet zelf heel goed dat er heel veel gemeenten goede praktijken hebben in het zwerfkattenbeleid en ervoor zorgen dat die zwerfkatten gesteriliseerd worden, in samenwerking met de asielen. De provincies, zeker Limburg, voorzien daarvoor in de nodige middelen. Daar dreigt de kraan te worden dichtgedraaid, en de asielen zitten nu al in moeilijkheden of hebben het financieel niet gemakkelijk. Ik wil de bezorgdheid delen over hoe we in de toekomst kunnen garanderen dat de werking van de asielen goed kan worden voortgezet.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Mevrouw Rombouts, net zoals ik gezegd heb, moet de opvang in asielen ook kunnen voor katten die niet gesteriliseerd zijn en dus ook niet geregistreerd zijn. Die lijn trek ik natuurlijk door, want anders zou het mogelijk een tegenovergesteld effect ressorteren. Het lijkt me verstandig om die lijn door te trekken.

Heel de regelgeving op lange termijn, zowel wat registratie als verplichte sterilisatie betreft, is sowieso een goede zaak, zeker op lange termijn, voor de zwerfkattenpopulatie en voor de asielen. Maar ik heb willen aangeven, zonder dat ik oorzakelijke verbanden wil trekken, dat je nu wel een positieve evolutie ziet, namelijk dat er minder geëuthanaseerde katten zijn en dat er minder worden opgevangen, en toch registeren de gemeenten niet bepaald een stijging van het aantal zwerfkatten. Daarom hanteer ik die cijfers. Sommigen zeggen: natuurlijk worden er minder katten opgevangen in de asielen want er worden er meer gedumpt en dus neemt het aantal zwerfkatten toe. Ik heb die these even getoetst bij de gemeenten, en die zeggen dat ze die evolutie niet zien.

Ik heb nooit een andere timing gegeven. Men heeft me daar gewoon een vraag over gesteld en ik heb daarop geantwoord. Er stond in onze beleidsnota trouwens een en ander aangegeven. De regelgeving geldt trouwens nu al. Het enige gekke is dat men op federaal niveau geen initiatief richting databank heeft genomen. De registratieverplichting geldt nu al, maar er is geen databank. Dat is nog een beetje onzinnig.

Wat betreft de controle hebben we duidelijk gezegd dat bij elke controle waarbij er katten aanwezig zijn, of het nu gaat over een kweker, een particulier of wat dan ook, onze Inspectie Dierenwelzijn zich altijd zal vergewissen van de mate waarin de omstandigheden overeenstemmen met de dierenwelzijnsreglementering. Dat zullen we ook in de toekomst blijven doen. Is dat volledig sluitend? Dat beweer ik niet, maar de politie wordt ook verondersteld de regelgeving te handhaven. Dat geldt zowel voor de regelgeving in andere beleidsdomeinen als in Dierenwelzijn.

Wat betreft de asielen en de ondersteuning ervan door de provincies, meldt men mij dat een provincie alleszins de ondersteuning van asielen heeft afgeschaft en vervolgens vraagt dat ik die factuur op mij zou willen nemen. Het is natuurlijk wel gemakkelijk om zelf zonder enige aanleiding of zonder enige inkrimping van het specifieke budget van de hogere overheid, dat af te schaffen en het te laten oplossen door iemand anders. Dat is het doorschuiven van de verantwoordelijkheid en van de factuur. Zo gaat het dus niet. (Opmerkingen van Hermes Sanctorum-Vandevoorde)

Is dat een gemakkelijk antwoord? Ik zie de betrokken provincie andere budgettaire keuzes en afwegingen maken en veel geld spenderen aan andere zaken. Ik moet die rekening niet maken, maar dan moet men mijn rekening ook niet maken. Ik kan u wel wat zaken geven waar men dan wel geld aan geeft. Het is dan wel gemakkelijk om die subsidie te schrappen en het een ander dan maar te laten oplossen. Wat ik wel doe en wat nooit voorheen is gebeurd, is dat we een ondersteuning geven aan asielen om een zeer goede opleiding aan de medewerkers te geven. We gaan dat zelfs nog uitbreiden. Dat wordt algemeen gewaardeerd en er wordt heel wat aan geparticipeerd. We gaan dat dus zeker blijven doen. Maar ik ga niet andermans facturen en verantwoordelijkheden aanzuigen. Dat kunnen we gewoonweg niet doen.

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Minister, dank u wel voor het bijkomende antwoord. Ik ben benieuwd op welke manier we het dierenwelzijn kunnen verbeteren en mensen hun katten eventueel thuisbrengen als ze toch zouden zijn gaan lopen. We weten allemaal dat een kat vaak iets sneller op pad gaat dan een hond. In die zin delen we een aantal bezorgdheden.

Anderzijds maak ik me zorgen over de manier van aanpakken, de neveneffecten en de controle. U gaf duidelijk aan dat dierenasielen de boodschap zullen meekrijgen om de dieren te aanvaarden, ook al zijn ze niet gechipt. Hetzelfde geldt voor de sterilisatie. Net als de heer Sanctorum en mevrouw De Vroe ben ik van mening dat de vraag dan nog pertinenter wordt. Van het moment dat een asiel die katten opnieuw een huisplaats wil geven, moeten die dieren wel gechipt en gesteriliseerd zijn. Wie zal die kosten effectief betalen? Die vraag hebt u nog niet beantwoord. Het duurzaam houden voor de dierenasielen wordt dan natuurlijk pertinenter. Voor we dit debat afronden, wil ik u duidelijk vragen wie de kost zal dragen wanneer de asielen die dieren opvangen.

Dit staat los van de discussie over de provincie, maar ik wil u bij dezen wel vragen of het een bevoegdheid is van de provincie om Dierenwelzijn op te nemen en de dierenasielen mee te ondersteunen. Ik kan me inbeelden dat ze zich misschien vergist hebben in het debat over wie welke bevoegdheid nog heeft.

Mijn eerste bezorgdheid is wie de kost zal dragen voor het chippen en het steriliseren door de dierenasielen die de katten opvangen. Maar ik ben het met u eens dat het goed is dat de dieren worden opgevangen.

Minister, ik heb nog een tweede vraag, die ik daarnet heb gemist in mijn herhaling. U hebt er immers ook nog niet op geantwoord. Heb ik het goed begrepen dat een kat die een chip krijgt, daarmee ook ineens het statuut van huiskat krijgt? De chip zorgt er immers voor dat we ineens weten wie de eigenaar is. Zonder chip weten we dat niet, we zien het niet aan de kleur, niet aan de wijze waarop de kat op wandel of op pad gaat. Een kat met een chip krijgt dan misschien meteen ook het officiële statuut van huiskat.

Maar hoe zit het met de katten die geen chip hebben? Krijgen die dan het officiële statuut van zwerfkat? En is daar dan een ander beleid aan verbonden? Met andere woorden als zo’n kat binnenkomt in een dierenasiel, moet het dier dan gesteriliseerd en gechipt worden? En wordt het dier daarmee dan een huiskat of blijft het dier ten eeuwigen dage een zwerfkat? Wordt er dan op een andere manier mee omgegaan?

Of worden de katten na het binnen nemen in een asiel beoordeeld en eventueel geëuthanaseerd – iets wat ik zeker niet wil stimuleren? Is dit afhankelijk van het al dan niet hebben van een chip? Zorgt het feit dat een kat wel of niet gechipt is voor een andere aanpak nadien?

Mevrouw Joosen heeft het woord.

Voorzitter, ik ben het niet eens met mevrouw Robeyns. De steden en gemeenten zijn volgens mij het juiste niveau om een belangrijke rol op te nemen. Steden en gemeenten beseffen ook dat er steeds meer belang wordt gehecht aan het thema dierenwelzijn. Ze voorzien ervoor wel degelijk in middelen. Dat blijkt ook uit het aantal schepenen dat de expliciete bevoegdheid voor dierenwelzijn krijgt. Dat aantal neemt toe.

Verder kijken we uit naar de evaluatie van het kattenplan.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Katten die worden opgevangen in een asiel en niet geregistreerd, niet gechipt zijn, worden gechipt. Ze worden dan gewoon geregistreerd, punt aan de lijn. Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat ze automatisch geëuthanaseerd worden.

Wat de kosten betreft, moeten de asielen instaan voor het chippen en steriliseren, maar die kosten worden natuurlijk verhaald op de adoptanten. Wie een kat haalt in een asiel, betaalt daar natuurlijk voor. Ik heb zelf zo’n kat en de kost was beperkt.

Ik begrijp dat het nu iets meer zou kunnen betekenen voor een dierenasiel, maar op langere termijn lijkt het me op veel vlakken, ook op financieel vlak, een heel goede zaak voor de dierenasielen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.